‘Investeer meer in kunstenaars, minder in instellingen’

 Leestijd: 7 minuten0

De Vlaamse cultuursector lijdt zwaar onder de coronacrisis. Welke lessen kan de sector uit de crisis trekken? Actrice en columniste Julie Cafmeyer en cultuursocioloog Pascal Gielen (UAntwerpen) denken na over hoe het beter kan en moet na corona.

De Vlaamse cultuursector stond eind vorig jaar, meer dan twee maand voor het begin van de coronacrisis, in rep en roer omdat de Vlaamse Regering van Jan Jambon drastisch wilde besparen op de projectsubsidies. Na weken van protest bond de regering in. Het protest had iets opgeleverd.

Iets later werd dezelfde sector geconfronteerd met de coronacrisis die veel dieper in haar vlees zou snijden dan een besparing op de projectmiddelen. De komende maanden en jaren zijn cruciaal voor de kunstenaars. Zij moeten zichzelf en hun sector meer dan ooit herdefiniëren. Bovenal moeten zij zich nog meer organiseren dan nu al het geval is.

Een gesprek met actrice en columniste Julie Cafmeyer en cultuursocioloog Pascal Gielen (UAntwerpen).

#BeterNaCorona sessies: Apache en MO* zetten een serie dubbelgesprekken op over cruciale thema’s voor een betere wereld na corona. Videomaker Arne Focketyn en kunstenhuis De Roma zetten hun schouders er mee onder. Dit gesprek over internationale samenwerking is de eerste aflevering van deze serie.

Van alle sectoren is de cultuursector bijzonder zwaar getroffen. Waarom precies deze economische sector?

Pascal Gielen: “Daar zijn twee belangrijke redenen voor. Kunst bestaat niet zonder publiek. Zelfs een tentoonstelling met alleen maar objecten heeft een publiek nodig. Daarnaast heb je de economische situatie van muzikanten en acteurs als freelancers.”

Pascal Gielen (Foto: © Arne Focketyn)

“Die situatie is de laatste 10 à 20 jaar veel prangender geworden. Opeens kan je in de muzieksector door de komst van de streamingdiensten alleen nog van live concerten leven. Mensen in die situatie worden veel makkelijker geraakt in om het even welke crisis.”

“Het heeft dus heel sterk te maken met het freelance statuut. Ook grote orkesten gaan meer en meer met freelancers werken, zonder vast contract of vast statuut. Deze mensen kunnen veel moeilijker aanspraak maken op de sociale zekerheid via een vervangingsinkomen, of op een inkomen dat gewoon blijft doorlopen.”

Wij waren tijdens deze coronacrisis vrij trots dat we in ons land een solide sociale zekerheid hebben. De tijdelijke werkloosheid zou maken dat mensen nooit volledig zonder inkomen vallen. In het slechtste geval kan je terugvallen op een leefloon van het OCMW. Maar Julie, jij kaart aan dat die maatregelen van het reguliere systeem toch niet echt op maat gemaakt zijn van de kunstenaar.

Julie Cafmeyer: “Andere werknemers zijn vaak ingeschreven als bediende. Dat je als kunstenaar niet bent ingeschreven, biedt je ook een vorm van vrijheid. Je moet niet van 9:00 tot 18:00 op kantoor doorbrengen.”

“Tijdens de crisis viel mij wel op dat culturele centra meteen vroegen om een video te maken voor het grote publiek. Dat voelde wat ongemakkelijk aan. Trajecten voor kunstenaars in de huizen bestaan al. Maar die leggen vooraf al een structuur op. Je wordt geacht een bepaald aantal voorstellingen te maken binnen een afgesproken termijn. Ik ben als kunstenaar op zoek naar ruimte, in plaats van mezelf onderhevig te maken aan opgelegde structuren. Die in dit geval bij de vraag naar filmpjes niet eens betaalden.”

Pascal, jij hebt daar een boek over geschreven. Kunstenaars ‘bricoleren’ hun carrière vaak bijeen. Op een moment heb je een job, op een ander moment heb je een partner die wat meer financiële ruimte heeft. Op nog een ander moment heb je succes, verkoop je wat boeken en kan je weer even verder… Maar eigenlijk is het ingebakken in het systeem dat zulke arbeidsrelaties voorkomen.

Pascal Gielen: ‘Kunstenaars worden wel uitgenodigd om een tentoonstelling op te zetten, maar worden dikwijls niet betaald. Via die tentoonstelling kan je zogezegd wat credits opbouwen om elders je geld op te halen’

Pascal Gielen: “Dat is inderdaad ingebakken in onze cultuur. In onze perceptie is een kunstenaar toch vooral bezig met zijn hobby, en doet hij dus de dingen die hij graag doet.”

“Subsidiërende overheden, maar ook culturele instellingen spelen heel sterk in op symbolisch kapitaal. Kunstenaars worden wel uitgenodigd om een tentoonstelling op te zetten, maar worden dikwijls niet betaald. De redenering is dat je via die tentoonstelling wat credits opbouwt om elders je geld op te halen. Dat systeem kan op termijn niet blijven bestaan en de coronacrisis heeft dat nog eens extra in de verf gezet.”

Toch zeggen experten dat de economische meerwaarde die met de kunsten wordt gegenereerd groter is dan in de chemische industrie.

Pascal Gielen: “De creatieve industrie kan je natuurlijk heel smal en heel breed definiëren. Bij Richard Florida in ‘The Rise of the Creative Class’ zijn zelfs boekhouders creatieve ondernemers. In ieder geval hebben experten berekend dat de creatieve industrie in Duitsland in de rangorde net na de auto-industrie komt.”

“Daar staat tegenover dat overheden deze sector sterk uitbuiten. Ze weten immers dat dit allemaal mensen zijn die met een groot hart hun ding willen doen.”

Is het een krabbenmand onder kunstenaars? Is de sector zeer competitief? In de sector van de podiumkunsten zijn er heel wat meer kunstenaars actief dan 30 jaar geleden.

Julie Cafmeyer: ‘Als je een opdracht weigert, staan er al vijf te wachten die de opdracht wel onder die voorwaarden willen doen’

Julie Cafmeyer:” Je kan een som te laag vinden, of de voorwaarden niet voldoende. Maar als je een opdracht weigert, staan er al vijf te wachten die de opdracht wel onder die voorwaarden willen doen. Als kunstenaar heb je een zwakke positie waardoor je je gevoel van (eigen)waarde soms verliest.”

Pascal Gielen: “En dat weten programmatoren ook.”

Julie Cafmeyer: “Soms vragen ze je wel iets te onderzoeken, maar stellen ze al snel de vraag wanneer de output volgt, wanneer is iets klaar, wanneer het tekstje af is. Ze zeggen: ‘Werk je subsidiedossier maar uit en dien het in. Als je het geld binnenhaalt, mag je je stuk komen maken. Indien niet, zoeken we iemand anders.'”

“Ik heb vrienden die al tien jaar bezig zijn. Zeer goede kunstenaars. En toch moeten ze zich elke keer opnieuw bewijzen, elke keer opnieuw ervoor knokken.”

Er is tijdens de crisis ook een grote solidariteit via de digitale weg geweest. Misschien komt er wel een heel digitaal luik vrij, waardoor het speelveld voor de kunsten nog groter wordt?

Julie Cafmeyer: “Voor mij was het wel opvallend dat je geen plek meer had om creatief bezig te zijn, om te creëren. Misschien was het naïef, maar ik had het wel fijn gevonden als men ons studio’s had aangeboden. Met de boodschap: ‘We zullen jullie ondersteunen en het resultaat tonen zonder dat we daarvoor een format opleggen.’ Dat zou eigenlijk heel simpel zijn, maar ik heb dat toch niet gezien.”

Is de hele sector te veel opgesloten in regels, dossiers en procedures?

Julie Cafmeyer:” Ik heb het daar moeilijk mee. Al die dossiers en die regels staan in de weg van kunst. Kunst is er net om te tonen dat het anders kan, of wat er ook nog anders kan, dat er niet één model is.”

Pascal Gielen: ‘Velen vragen om terug wat tijd te krijgen, om uit productielogica te kunnen stappen, om te kunnen herbronnen’

Pascal Gielen: “Ik zie dat ook bij de doctorandi in de kunst voor wie we in feite een soort van alternatieve subsidiepot hebben gemaakt. Eigenlijk vragen velen om terug wat tijd te krijgen, om uit productielogica te kunnen stappen, om te kunnen herbronnen. En dus vragen ze ook naar een duurzame manier om creativiteit te kunnen vasthouden.”

“Je ziet immers vaak dat kunstenaars leven van project naar project. In de loop van een project dat nog niet af is, zijn ze al aan het denken aan het volgende project. Voortdurend zijn ze bezig met een mentale sollicitatie. Dat legt creativiteit droog.”

In een bui van pessimisme zou je de neiging hebben om te denken dat het vroeger beter was. Is dat dan zo? Artiesten met een vast loon klaagden toen ook.

Julie Cafmeyer: “Het basisinkomen zou een oplossing zijn voor artiesten, maar ook voor mensen in slechte werkomstandigheden, zoals bij Bol.com en Amazon. Een basisinkomen betekent dan dat je je waardigheid terugkrijgt.”

Julie Cafmeyer (Foto: © Arne Focketyn)

“Nog erger is wanneer je als kunstenaar in een systeem moet meedraaien dat eigenlijk het jouwe niet is. Waar je je niet lekker bij voelt, waarin je wordt gedwongen. Het is essentieel voor een kunstenaar om zelf een realiteit en mogelijkheden te scheppen. In een structuur meedraaien heeft iets heel onderdanig: omdat het zo is, omdat het zo moet. Omdat ik moet overleven, omdat …”

Pascal Gielen: “We kunnen natuurlijk met de vinger wijzen naar theaters, instellingen en overheden, maar ik wil er toch op wijzen dat kunstenaars zich heel moeilijk samen organiseren, omdat ze elk afzonderlijk hun eigenheid willen hebben.”

“Er zijn trouwens bijzonder weinig kunstenaars bij een vakbond. Zij weigeren dat. Het is taboe. Maar ook collectieve zelforganisatie zie je bijzonder weinig. Dat begint wel te veranderen, met de acties van SOTA (State of the Arts) bijvoorbeeld.”

“Ik ben geen voorstander voor een tegenprestatie in ruil voor een basisinkomen. Daar is onderzoek over gebeurd. Als je mensen een basisinkomen geeft voor een periode of voor een lifetime, dan gaan ze veel harder werken dan voordien. Ze hebben de keuze om een job te doen waar ze zin in hebben.”

“Een overheid vertrekt best niet vanuit een management van wantrouwen, maar van vertrouwen. Een basisinkomen moet er niet alleen komen voor de kunstensector, maar moeten we uitbreiden naar de hele freelance-sector. Zo bieden we veel beter dan in collectieve arbeidsovereenkomsten een antwoord op de huidige werksituatie. Vakbonden werken echter nog steeds met het klassieke fordistische systeem.”

Julie Cafmeyer: “Ook ik vind het heel inspirerend om te vertrekken vanuit vertrouwen. Het kunstenaarsstatuut is immers in zekere zin eveneens vernederend. Je moet je aanbieden bij de VDAB, en eigenlijk mag je op bepaalde momenten ook niet naar het buitenland. Je bent zogezegd aan het werk. Met een basisinkomen krijg je erkenning. Als een theaterbaas iets vraagt, kan je autonoom beslissen om te weigeren. We moeten weg uit die onderdanigheid.”

Pascal Gielen: “Je versterkt inderdaad je onderhandelingspositie.”

Julie Cafmeyer: “Alleen in de culturele sector kan ik mij zo waardeloos voelen. Ik heb dat bijvoorbeeld minder als ik mijn column voor de media schrijf.”

In de niet-gesubsidieerde sector heb je de commerciële druk. Dat heeft een invloed op de producten die gemaakt worden. Ook in een niet-gesubsidieerd systeem moet je je conformeren aan een bepaald subsidiesysteem, of aan de verwachtingen van de jury die ‘en vogue’ zijn. Dat is ook een beperking van de vrijheid.

Julie Cafmeyer: “Ik had een goede mentor in mijn opleiding. Die adviseerde me om gewoon ja te knikken en vervolgens gewoon mijn eigen zin te doen.”

Pascal Gielen: “Ik denk dat er ook gedacht kan worden aan andere vormen van subsidies. We hebben nu te maken met een bureaucratisch systeem waarin een jury beslist, en waar er soms politieke inmenging is.”

“Maar je zou ook kunnen zeggen dat iedereen die naar subsidie vraagt, ook mee mag onderhandelen. Dan krijg je een heel andere manier van beslissingen nemen, waarbij men samen met elkaar tot een verdeling moet komen. Je zou kunnen opwerpen dat de concurrentie daardoor nog groter wordt. Maar je krijgt wel meer co-creatie, meer samenwerking, ook op zakelijk vlak, waardoor je eigenlijk bespaart.”

Pascal Gielen: ‘Als je veel meer investeert in kunstenaars dan in instellingen, dan verbeter je opnieuw de onderhandelingsmogelijkheden van die kunstenaar’

“Ik pleit ervoor om de hele keten van de creatieve sector om te keren. Wie belangstelling krijgt vanuit het publiek staat op het podium. Maar als je naar de inkomsten kijkt, staat diezelfde onderaan de ladder. De organisatoren, de programmatoren, de zakelijk leiders staan daar allemaal boven.”

“Ik ken heel wat gezelschappen waar de zakelijke leiding voltijds in dienst is, en de artistieke leiding gedurende een werkjaar een half jaar lang van een uitkering moet leven. Dat is iets wat we moeten achterlaten. Als je veel meer investeert in kunstenaars dan in instellingen, dan verbeter je opnieuw de onderhandelingsmogelijkheden van die kunstenaar.”

“Je kan daar heel andere regels over ontwikkelen op overheidsniveau. Nu gebeurt alles top down, ik ben voor een systeem bottom up, waarbij je heel wat kan investeren in zelforganisatie. Kunstenaars zijn jaren lang sterk bezig geweest met hun eigen autonomie. Ze hebben weinig nagedacht over hoe ze zich autonoom kunnen organiseren in een samenleving.”

Wat kunnen nog leren uit de crisismaanden?

Pascal Gielen: “Zoals elke crisis geeft ook Covid-19 enorm veel creativiteit aan mensen. Dat isolement houdt een mens echter niet lang vol. Het is gewoon niet des mensen. Het is goed geweest voor een tijd, en we kunnen er lessen uit trekken.”

“Mondmaskers waren en zijn het minste. Het live gebeuren is essentieel. Ik begrijp mijn puberkinderen heel goed. Je kan geen Rock Werchter organiseren met afstandsregels. Daar zie je hoe belangrijk het aspect van sociale relaties is. Nabijheid is heel belangrijk voor mensen, ook in de beleving van kunst.”

Auteur: Karl van den Broeck

Apache.be-hoofdredacteur Karl van den Broeck (°1966) is journalist sinds zijn 20ste. Eerst 18 jaar bij De Morgen, dan vijf jaar als hoofdredacteur bij Knack en sinds 2011 freelance. Cultuur (en dan vooral literatuur) politiek en geschiedenis zijn zijn passies. Tussendoor maakt hij tentoonstellingen en schreef hij een boek waarin hij probeert te verklaren waarom we nog altijd de indianen willen redden. Sinds 2014 is hij deeltijds Agora-coördinator bij BOZAR. In 2001 won hij de Vacature Persprijs. Op Twitter gekend als kvdbroec

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid