Corona: wat is nu het plan? *

 Leestijd: 6 minuten0

De komende weken zullen in het teken staan van het langzaam lossen van de lockdown. De exitstrategie staat voorop. Maar waarheen leidt het pad? Wat is het einddoel en welke strategie volgen we om dat te bereiken?

Je kan dit artikel uitzonderlijk gratis lezen. Niet alle artikels van Apache over het coronavirus zijn gratis te lezen. We vinden het wel belangrijk dat iedereen correct geïnformeerd wordt over het virus.

Wil jij ook de andere artikels kunnen lezen en onze kritische en diepgravende journalistiek mee mogelijk maken? Word dan lid van Apache. Ben je al lid? Deel dit artikel gerust met je vrienden en familie, zodat ook zij breed geïnformeerd worden.

Half maart trok België, net als heel wat andere Europese landen, abrupt de handrem op. De danteske beelden uit Italië gaven de doorslag om het land van de ene dag op de andere op slot te zetten. Officieel mocht het geen lockdown heten, maar dat was het wel.

‘Flattening the curve’ werd in die periode de hoogste betrachting. Enkel door ‘in ons kot’ te blijven en de regels rond social distancing minutieus te respecteren, konden we een overrompeling van onze ziekenhuizen vermijden. Elke dag was het nagelbijtend wachten op de nieuwe cijfers die de Crisiscel bekendmaakte over het aantal ziekenhuisopnames en de bezetting van de intensieve bedden.

Net toen we voorzichtig opnieuw konden beginnen ademen, barstte de epidemie in volle hevigheid los in onze woonzorgcentra. De sector bleek hoegenaamd niet klaar om het virus adequaat te counteren.

Quarantaine

Het gebrek aan testcapaciteit en mondmaskers voor zorgpersoneel hing de hele periode als een zwaard van Damocles boven ons hoofd. Het staat buiten kijf dat een gebrek aan voorzienigheid een dodentol heeft geëist, vooral in de woonzorgcentra.

Het gebrek aan testcapaciteit en mondmaskers voor zorgpersoneel hing de hele periode als een zwaard van Damocles boven ons hoofd

De ergste nood op het vlak van medische tests en beschermend medisch materiaal lijkt intussen gelenigd, maar daarbij voegde zich de voorbije week een nieuw probleem. Een probleem dat nauw samenhangt met de exitstrategie. Willen we de epidemie verder terugdringen, dan speelt naast het voornemen om massaal te testen, ook contactonderzoek een cruciale rol.

Meer dan een maand geleden waarschuwde Marc Van Ranst er al voor dat we dringend een leger contactonderzoekers op de been zouden moeten brengen om de contacten van mensen die besmet zijn met het virus dat Covid-19 veroorzaakt in kaart te brengen en quarantainemaatregelen op te leggen. Pas vorige week ging de aanbesteding voor de aanwerving van 1.200 contact tracers voor Vlaanderen de deur uit.

Toch maakt Vlaams minister-president Jan Jambon (N-VA) zich sterk dat het systeem vanaf 11 mei in voege zal zijn, en dat Vlaanderen dus klaar zal staan om massaal de verspreiding van het virus in kaart te brengen en zo de exitstrategie te ondersteunen.

Overrompeling

Contactonderzoek, massaal testen en social distancing – beter zou zijn om in de toekomst over physical distancing te spreken – zijn de drie pijlers waarop de exitstrategie is gebouwd. Na de lockdown, ‘flattening the curve’ en de uitgerolde exitstrategie, rijst vooral de vraag waarom we doen wat we doen. Of beter: wat is het einddoel en welke strategie volgen we daarbij?

De leidraad onderweg naar het einddoel verschilt niet fundamenteel van wat we van meet af aan deden: een overrompeling van de spoeddiensten proberen te vermijden

De leidraad naar het einddoel blijkt alleszins niet fundamenteel te verschillen van wat we van meet af aan deden: een overrompeling van de spoeddiensten proberen te vermijden. Dat is en blijft de alfa en omega van de aanpak van deze coronacrisis.

“Het in elkaar storten van de intensieve diensten is het scenario dat we te allen prijze moeten vermijden”, zegt viroloog Marc Van Ranst. “Scenario’s met lijkkisten die massaal worden aangevoerd, mensen waarvoor geen plaats is in de ziekenhuizen en sterven op de gang kunnen we niet tolereren. Het is moeilijk in cijfers uit te drukken, maar het staat buiten kijf dat een ineenstorting van het medisch systeem veel extra dodelijke slachtoffers zou betekenen. Het maximaal kunnen aanbieden van zorg moet voorop staan.”

Zo’n worstcasescenario lijkt nu van de baan, maar een te snelle en te weinig gecontroleerde heropstart zou ons genadeloos kunnen terugslaan naar de situatie zoals we ze kenden in de begindagen van de lockdown. Voorzichtigheid is een troef die we maar beter koesteren.

Sluimeren

Waar moet een goed begeleide en voorzichtige exit ons finaal naartoe leiden? Twee scenario’s liggen daarbij op tafel. In het meest optimistische, maar helaas ook het minst waarschijnlijke scenario, slagen we er in het virus helemaal klein te krijgen. Met het SARS-virus dat eind 2002 opdook, lukte dat wonderwel. Al had dat vooral te maken met de eigenschappen van het virus zelf.

Zelfs met minutieus contactonderzoek en uitgebreid testen, lijkt het quasi ondoenbaar om dit virus helemaal uit te roeien

Het virus SARS-CoV-2 dat Covid-19 veroorzaakt, is helaas een ‘slimmer’ virus dan zijn SARS-voorganger. In tegenstelling tot het virus dat Covid-19 veroorzaakt, konden mensen die met SARS werden geïnfecteerd andere mensen pas besmetten nadat de eerste symptomen opdoken. Die ‘luxe’ hebben we bij de bestrijding van Covid-19 vandaag helaas niet: SARS-CoV-2 kan overgedragen worden nog voor de eerste symptomen opduiken. Bovendien wordt ook lang niet iedereen ziek. Op die manier beschikt het virus als het ware over onzichtbaar vervoer om zich verder te verspreiden.

Zelfs met minutieus contactonderzoek en uitgebreid testen, lijkt het daarom quasi ondoenbaar om dit virus helemaal uit te roeien. “De tweede optie waarbij we het virus voldoende kunnen terugdringen, maar nooit helemaal klein krijgen, is dan ook waarschijnlijker”, zegt Marc Van Ranst. “Het virus blijft dan sluimerend aanwezig en kan op elk moment terug een epidemie uitlokken”, concludeert hij.

Daarbij wordt met enige angst uitgekeken naar het najaar, wanneer het zomerse buitenleven plaats maakt voor afgesloten ruimtes vol mensen en droge chauffage-lucht.

Vroege fase

Dat hoeft gelukkig niet te beteken dat SARS-CoV-2 ons tot het einde der tijden als een zwaard van Damocles boven het hoofd blijft hangen.

Marc Van Ranst: ‘De piste waarbij we het virus voldoende kunnen terugdringen, maar nooit helemaal klein krijgen, is de meest waarschijnlijke’

Het onwaarschijnlijk ‘succes’ van het virus vandaag heeft immers alles te maken met de totale afwezigheid van antistoffen bij mensen die ermee in contact komen. Van zodra een voldoende grote groep mensen wel de juiste antistoffen heeft, kan het virus zich niet verder verspreiden en valt de epidemie stil. De vraag is natuurlijk hoe we dat punt bereiken zonder dat het gepaard gaat met een onwaarschijnlijk hoog aantal dodelijk slachtoffers.

“Ook daar zijn twee pistes”, zegt Marc Van Ranst.“ De eerste piste maakte even school, maar is intussen feitelijk verlaten: groepsimmuniteit. Studies geven aan dat vooralsnog slechts 3 tot 4% van de bevolking in contact is geweest met het virus. Dat impliceert een zeer lange weg om aan het benodigde percentage te komen. Bovendien is het opbouwen van groepsimmuniteit niet enkel duur op het vlak van mensenlevens en ziekenhuiskosten, het brengt ook grote economische verliezen met zich mee.”

Coronavirus (Sars-CoV-2) (3D animatie (c) wearecovert.com)

Coronavirus (Sars-CoV-2) (3D animatie via wearecovert.com)

Daar komt bovenop dat er nog geen zekerheid bestaat over hoezeer en vooral hoelang antistoffen mensen die in contact zijn geweest met SARS-CoV-2 nadien beschermen.

Waar wetenschappers wel hun hoop op stellen, zijn antivirale middelen. “Elke dag komen we een stap dichter bij een antiviraal middel dat echt werkt”, zegt Van Ranst. “Dat zou ons in staat stellen om mensen adequaat en in een vroege fase te behandelen en zo de impact van de ziekte te temperen. Vandaag is het behelpen met de geneesmiddelen die we hebben en iets doen, maar tegelijk ook verre van ideaal zijn.”

Vaccin

De andere manier om aan de noodzakelijke groepsimmuniteit tegen het virus te komen, is via een vaccin. Vorige week waren er (opnieuw) positieve signalen over de mogelijkheid om al komend najaar een vaccin op de markt te krijgen. Vooral in Oxford zouden belangrijke vorderingen worden gemaakt op basis van een vaccin tegen MERS (een ander broertje uit de familie van de coronavirussen).

“Zowat overal ter wereld zijn er verschillende groepen op zoek naar een vaccin”, zegt Van Ranst. “Zekerheid hebben we ook daar niet, maar het zou me verbazen mocht er geen vaccin komen. Alleen moeten we er rekening mee houden dat ook een vaccin niet voor de volle honderd procent werkt. Een griepvaccin bijvoorbeeld beschermt doorgaans voor ongeveer 60%.”

Marc Van Ranst: ‘Elke dag komen we een stap dichter bij een antiviraal middel dat echt werkt’

Bovendien staat het nu al in de sterren geschreven dat de verdeling van een werkzaam vaccin geen sinecure wordt. “Een paar miljard mensen vaccineren doe je niet van vandaag op morgen”, zegt Marc Van Ranst. “Bovendien is zo’n vaccin er natuurlijk niet vanaf dag één in een voldoende grote hoeveelheid. Het wordt zaak om in een eerste fase zoveel mogelijk de risicogroepen te vaccineren.”

“De keuze wie wel en wie niet kunnen we vanzelfsprekend enkel op basis van medische gronden maken. Politici zullen het daar ook grondig met elkaar over eens zijn, maar de realiteit loopt soms anders. Sommige groepen zullen vinden dat ze ook snel een vaccin nodig hebben. Het volstaat om te kijken naar de beschikbaarheid van tests vandaag. Duitse voetballers worden nu getest. Je kan je afvragen waarom dat nodig is.”

Afzwakken

Tenzij we er onverhoopt in zouden slagen om het virus alsnog volledig uit te roeien, zal het dus een combinatie zijn die ons richting eindpunt brengt, een combinatie van nieuwe antivirale middelen, een vaccin en een gericht ‘test and trace’-beleid, gecombineerd met physical distancing.

De Darwinistische principes sturen het virus in de richting van een afgezwakte variant

Op die manier kunnen we SARS-CoV-2 wellicht voldoende ‘in zijn kot’ krijgen en reduceren tot een virus dat jaarlijks een meer bescheiden epidemie uitlokt, vergelijkbaar met het griepvirus.

Onderweg naar dat eindstadium is het gelukkig niet verboden te hopen. Virussen hebben immers de neiging om af te zwakken. Het omgekeerde kan ook, maar is veel minder waarschijnlijk: een virus heeft er niets aan om zijn gastheer snel te doden. Het is veel interessanter om in zo’n gastheer ongelimiteerd te vermenigvuldigen en de gastheer niet in bed te doen belanden, maar op pad te sturen als drager en verspreider via stevige nies- of hoestbuien.

De Darwinistische principes sturen het virus met andere woorden in de richting van een afgezwakte variant. Momenteel circuleren er bij de mens verschillende leden van de familie van coronavirussen. Het lijkt iets waar we voorlopig enkel van kunnen dromen, maar die broertjes en zusjes van SARS-CoV-2 zijn intussen afgezwakt tot virussen die een banale verkoudheid opleveren.

Auteur: Tom Cochez

Licentiaat criminologie. Werkte van 1997 tot 2008 voor De Morgen. Hij volgde er vooral gezondheidszorg, sociale zaken en milieu en verdiepte zich in de politieke partijen Vlaams Belang en Groen. In 2008 koos hij ervoor om opnieuw op freelance basis te werken onder meer ook voor Knack en Humo. Een jaar later stond hij mee aan de wieg van De Werktitel, het latere Apache.be. Vandaag werkt hij als redacteur.

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid