Aanlooponderwijs vergroot ongelijkheid

 Leestijd: 3 minuten1

Het aanloopleren, nieuwe leerstof die kinderen en jongeren via afstandsonderwijs aangeboden krijgen, vergroot de bestaande ongelijkheid in het onderwijs. Maar liefst 30 procent van de schoolgaande jeugd komt uit een gezin met een lagere sociaal-economische status (SES).

Maar er is een oplossing waar ook het Katholiek Onderwijs voor gewonnen is: scholen openstellen voor kwetsbare jongeren en een aangepast lesaanbod voorzien.

De Antwerpse schepen van Onderwijs Jinnih Beels (sp.a) zette het probleem afgelopen weekend op scherp: basisscholen bereiken momenteel 20 tot 30 procent van hun leerlingen niet. De coronacrisis dreigt die jongeren verder terug te slaan.

Onderwijs van thuis uit (Foto: Pexels)

Meer dan laptops

Heel wat leerkrachten en directies werken zich uit de naad om (digitale) lespakketen klaar te stomen. Sinds maandag (20/04) wordt aan aanloopleren (preteaching) gedaan. Daarbij wordt massaal digitaal gewerkt en daarvoor zijn laptops en tablets nodig.

De afgelopen dagen zorgden scholen, maar ook (lokale) besturen, middenveldorganisaties en allerlei weldoeners ervoor dat ongebruikte laptops en tablets bij kinderen in maatschappelijk kwetsbare posities terecht kwamen.

Maar hardware alleen voorzien is niet voldoende. “We hebben onze bezorgheid over de moeilijkheden van het afstandsleren voor jongeren en kinderen in maatschappelijk kwetsbare positie al meermaals geuit, zelfs met een (gratis) laptop”, waarschuwde het Netwerk tegen Armoede (koepel van 55 armoedeverenigingen in Vlaanderen en Brussel) vorige week al.

“Het is allemaal goed bedoeld,” verduidelijkt Johan Van Biesen, voorzitter van SOS Schulden op School. “Maar als je geen internetverbinding hebt thuis, heb je aan die laptop niets. En als je geen ouders hebt om je op weg te zetten, omdat die bijvoorbeeld laaggeletterd zijn, dan vergroot je de kloof met kinderen uit de klassieke middenklassegezinnen.”

SOS Schulden op School ontwikkelde een praktische gids over omgaan met kwetsbare leerlingen.

Netwerk tegen Armoede wijst erop dat het net de leerlingen met zogenaamde ‘lage sociaal-economische status’ (SES) zijn, die in ‘normale’ omstandigheden al het grootste slachtoffer zijn van de ongelijkheid in ons onderwijs.

Maar liefst 30 procent van de schoolgaande jeugd komt namelijk uit een gezin met zo’n lagere sociaal-economische status (SES). Die socio-economische situatie van leerlingen wordt berekend op basis van het opleidingsniveau van de moeder, de gezinstaal die anders is dan het Nederlands, de schooltoelage die een gezin krijgt en de vraag of het gezin woont in een buurt met hoge mate van schoolse vertraging.

De SES wordt berekend om scholen extra omkadering en werkingsmiddelen te geven Het financieringsdecreet gaat er namelijk van uit dat onderwijskansen van leerlingen beperkter zijn als ze aantikken op één of meerdere van deze leerlingenkenmerken.

Sociale kloof vergroot

Net als bij de berekening van de kinderarmoede-index – één op zeven kinderen groeit op in kansarmoede – zijn die verschillende criteria om armoede te berekenen belangrijk. Dat komt omdat armoede meerdere dimensies kent.

Professor Ides Nicaise, onderzoeksleider aan het Hoger Instituut voor de Arbeid (HIVA), wijst erop dat de sociale kloof momenteel wordt vergroot. Hij ziet verschillende factoren. “Zowel financieel, maar ook op vlak van gezondheid, zijn kinderen in kansarme gezinnen vatbaarder nu. Ze wonen bovendien slechter en hebben daardoor ook sneller mentale gezondheidsproblemen. Al die factoren, in combinatie met het feit dat kinderen geen laptop hebben of een laptop moeten delen met verschillende personen, doen daar zeker geen deugd aan.”

Lieven Boeve, directeur generaal van Katholiek Onderwijs Vlaanderen, erkent het probleem.

“De tegenstellingen die er al waren worden uitvergroot. Daar moeten we niet flauw over doen. Dat is zo”, zegt hij. “Maar we botsen tegen het dilemma waar een gelijkekansenbeleid mee aan de slag moet: wil je gelijke kansen realiseren, doe je dat door meer kansrijke jongeren een aantal kansen weg te nemen, zodat het verschil minder opvalt met diegenen die minder kansen hebben? Of probeer je zeer actief potentieel kansarme jongeren meer kansen te bieden?”

Lieven Boeve: “De tegenstellingen die er al waren worden uitvergroot. Daar moeten we niet flauw over doen.”

De topman van het Katholiek onderwijs wijst erop dat heel veel scholen inspanningen leveren om kinderen die om een of andere reden vandaag niet bereikt worden, toch in beeld te krijgen. “Je hebt leraren die een digitaal aanbod voorzien maar tegelijkertijd ook bundeltjes in de bus steken, je hebt scholen die helemaal geen digitaal aanbod voorzien en alles op papier aanbieden. Maar de grote uitdaging komt eraan wanneer de scholen heropenen. Dan zullen leerkrachten heel gedifferentieerd moeten werken.”

Professor Nicaise erkent dat iedereen zijn best doet om ook kansarme leerlingen te bereiken, al is er volgens hem nood aan meer inspanningen, die planmatiger zijn en doelgerichter. Hij merkt ook op dat de inspanningen in sterke mate afhangen van vrijwilligers en de inzet van leerkrachten.

Dat is ook wat het Netwerk tegen Armoede ervaart. “We zien dat op plaatsen waar er lokale acties zijn, rond laptops of ondersteuning vanuit scholen, brugfiguren, enzovoort, vele gaten worden opgevuld. Maar sommige problemen kunnen enkel ondervangen worden door beleid”, aldus de koepelorganisatie, die een reeks voorwaarden opsomde vooraleer er met preteaching kan worden begonnen.

Lesaanbod op school

De Gentse schepen van onderwijs Elke Decruynaere (Groen) is gewonnen voor de idee om preteachting actief op school aan te bieden voor kwetsbare kinderen. Dat moet uiteraard onder begeleiding gebeuren, in kleinere groepen en rekening houdend met de hygiënemaatregelen. Dankzij het investeren in brugfiguren, kunnen kwetsbare kinderen bereikt worden, ervaart de schepen in Gent.

Elke Decruynaere (Groen) “We moeten niet wachten om leerlingen nu al op een actieve manier naar school te halen. De federale en Vlaamse richtlijnen laten dat ook toe.”

“We moeten niet wachten om leerlingen nu al op een actieve manier naar school te halen”, zegt Decruynaere. “De federale en Vlaamse richtlijnen laten dat ook toe: kinderen in kwetsbare situaties werden toegevoegd aan de groep waarvoor noodopvang kan worden voorzien. De eerste lijn moet zijn dat er voor alle leerlingen heel veel moeite gedaan wordt om hen thuis te bereiken. Maar voor kinderen waarbij dat niet lukt, moeten we een aangepast aanbod op school voorzien. Je moet rekening houden met de context van elk gezin.”

Ook het Katholiek Onderwijs Vlaanderen is enthousiast over die aanpak. “Dat is een zeer goede praktijk die we best verbreden en onder de aandacht brengen”, zegt Lieven Boeve. “Scholen doen dat nu vooral op eigen initiatief, gebruik makend van de opvangregeling die dat mogelijk maakt. Laat je in een computerklas een aantal leerlingen meevolgen die dat thuis niet kunnen, dan bewijs je die kinderen een enorme dienst.”

Auteur: Steven Vanden Bussche

Steven Vanden Bussche studeerde geschiedenis aan de UGent en mag ook lesgeven aan het secundair onderwijs. Sinds 2005 werkt Steven als journalist. Eerst als regiocorrespondent voor Het Laatste Nieuws en de VRT, daarna zeven jaar voor het persagentschap Belga. Sinds augustus 2017 schrijft Steven voltijds voor Apache.

Auteur: Samira Atillah

Samira Atillah werkte in het Genkse jeugdwerk en vervolgens als medewerkster in het Federaal Parlement. In 2018 verscheen van haar ‘Zijn naam was Youssef,’ (Houtekiet-2018). Het boek legt de situatie bloot van vluchtelingen die van Calais naar Engeland trekken.

Haar bijzondere interesse gaat uit naar socio-economische thema’s en migratie. In het verleden schreef ze geregeld opinies voor Vlaamse media over deze onderwerpen.

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid

Word nu lid van Apache en geniet van deze voordelen:

  • Toegang tot alle ruim 4.000 artikels
  • Deel de artikels gratis met je vrienden
  • Toegang tot alle dossiers en het volledige archief
  • Treed in discussie met journalisten en andere lezers
  • Korting op events en andere journalistieke producten, zoals e-books