Bye bye Bernie

 Leestijd: 3 minuten2

Op 12 april 2020 zette de Amerikaanse presidentskandidaat Bernard ‘Bernie’ Sanders een punt achter zijn tweede verkiezingscampagne. De aankondiging was live te volgen op zijn YouTube-kanaal, de plek waar een groot deel van zijn campagne zich afspeelde, en om de twee dagen een mediageniek filmpje gelanceerd werd. ‘Pijnlijk nieuws’, zo waarschuwde Bernie zelf, hoewel hij tijdens het spreken zijn kalmte behield.

Een week terug leek er van Bernie’s terugtrekken eigenlijk nog weinig sprake. Hij sprak de natie vanuit zijn digitaal salon toe, omringd door ‘staffers’ en familieleden, de ‘tegenkeizer’ voor het rijk in verval dat zich in Washington gevestigd had. De senator uit Vermont zag het als een plicht om het Amerikaanse publiek de waarheid over het virus te zeggen; loyauteit aan de Democratische partij kon toen wijken voor urgentie.

Maar het boekaniersgedrag kan niet blijven duren. Bernie heeft zelf altijd over zijn “persoonlijke verhouding” tot tegenkandidaat Joe Biden gesproken, een artefact uit een gedeelde tijd in de Senaat. Elitevorming is taai en maakt een open confrontatie moeilijk. Bernie apprecieert Biden, hoewel de appreciatie niet altijd wederzijds was. Elizabeth Warren – de kandidate die Bernie waarschijnlijk overwinningen kostte op Super Tuesday in maart – gedacht hem als een “moedig man”, een geste die een criticus vergeleek met het bijwonen van de begrafenis van iemand die je vermoord hebt.

Uiteindelijk ging Bernie voor de oude slogan van de Italiaanse marxist Antonio Gramsci: “Mijn enig strategisch advies is dat wanneer je met je hoofd tegen de muur bonkt, je hoofd zal barsten, niet de muur.”

Ruimte geopend

Bernie laat zowel ruimtes als leegtes achter. Senatoren als Alexandria Ocasio-Cortez – AOC voor de vrienden – zijn een stuk ambitieuzer dan hun voorgangers en zweren bij zijn programmapunten. Toch vergezelt Amerikaans links na Bernie de schare links-populisten die ook in Europa afstand nemen van de macht en toezien hoe rechts ongemakkelijk het neoliberalisme begraaft.Tien jaar lang woedde aan beide kanten van de oceaan een strijd om de wereld van Thatcher en Reagan achter te laten. Maar uiteindelijk ging ook Bernie ten onder aan dezelfde contradicties die zijn links-populistische lotgenoten teisterden: zowel te links als te populistisch.

Enerzijds waagde hij zich nooit aan de truc die Trump binnen de Republikeinse partij klaarspeelde: een openlijke confrontatie met het partij-establishment en het verwerpen van hun politieke lijn. Bernie stond op beleidsvlak mijlenver van de Democratische regenten. Anderzijds blijft hij een parlementair pragmaticus die bekend werd om verzoenende wetgeving. Hij werkte samen met Republikeinen als John McCain aan gezondheidszorg voor veteranen, en bouwde het Amerikaanse postsysteem uit. Dat pragmatisch kantje creëerde een dichtere verbinding met Democraten in de Senaat, die hij nu als legislatieve collega’s beschouwt.

Naast die schuchterheid speelden ook andere erfenissen mee. Bernie onderschatte de trouwe aanhechting van vele oude Democraten aan hun partij en hun nostalgie naar het Obama-tijdperk. Het Zuiden, bij uitstek South Carolina, bleek hier het hardnekkigst.

De Democratische partij kan zwarte kiezers een indrukwekkend palmares van de voorbije veertig jaar voorleggen: burgerrechten, de eerste zwarte president, en een verlaging van de ouderenzorg naar 65. Hoe timide de verwezenlijkingen ook lijken, blijven ze niet te verwaarlozen voor een bevolking die permanent onder druk leeft van Republikeinse intimidatie. Bernie vraagt hen een risico te nemen door op hem te stemmen – een kolossaal risico zelfs, dat mogelijk een tweede Trumptermijn zou beteken. Een verandering is nog geen verbetering.

Generatieconflict

Generationele kwesties wogen voor Bernie ook loodzwaar. Sanders deed het zoals gewoonlijk ontzettend goed bij kiezers onder de 45 jaar. Dat is ook de groep die het tijdens de coronacrisis het hardst te verduren kreeg, met maar liefst de helft van de millennials en Gen X’ers (52%) in werkloosheid en een groot deel overgeleverd aan de genade van hun huisbazen. Het was ook de groep die het meest te winnen had bij het Bernie-programma, van gratis gezondheidszorg tot het kwijtschelden van studieschulden, die vele jongeren meer dan een half leven meetorsen.

Tegenover de jonge Bernie-supporters staat het onuitroeibare conservatisme van vele 45-plussers, die met hun hypotheken en pensioenpotten weinig redenen zien om aan de bestaande orde te morrelen

Daartegenover staat het onuitroeibare conservatisme van vele 45-plussers, die met hun hypotheken en pensioenpotten weinig redenen zien om aan de bestaande orde te morrelen. De statistieken blijven confronterend: bij 45-plussers keldert Bernie naar 20%, meer dan een halvering van zijn steunpercentage van 61% bij mensen jonger dan 30. Biden kan rekenen op de steun van 42% van de 45-plussers.

Een deel van die antipathie blijft cultureel. Amerikaanse babyboomers leven op een radicaal ander mediadieet en krijgen hun informatie vooral via televisiekanalen binnen. Millennials en Gen X’ers, daarentegen, leven in een voornamelijk door het internet bemiddelde buitenwereld: van de hyperinformatie van Twitter tot het chaotische groepsleven op Facebook.

De voornaamste drijfwielen van het generatieconflict in de partij blijft echter materieel. Boomers bezitten activa en beheren een klein vermogen; veel van hen leven nog van een dertig jaar oude arbeidsmarkt waarbij vaste contracten en genereuze gezondheidszorg (doorgaans met polissen bij werkgevers afgesloten) couranter waren. Pensioen op zestig betekent dat vele ‘boomers’ amper vijf jaar moeten wachten op Medicaid, wat hun revolutionaire aanleg danig vermindert.

Een huurappartement betekent nog geen kwaliteitsvolle gezondheidszorg, en gezondheidszorg bij een werkgever betekent weinig als die werkgever je net ontslagen heeft

De generatie die in de jaren zestig nog op de barricaden stond heeft zich nu teruggetrokken in hun voorsteden, overlevend op hun klein vastgoed of rentenierskapitaal. De uitvinders van het generatieconflict vechten nu hun laatste generatieconflict uit.

Pijnlijk genoeg beschermen zulke reserves boomers amper tegen de gezondheidscrisis waar Bernie voor waarschuwde. Corona heeft een pijnlijk universele dimensie. Zowel jongeren als ouderen gaan eraan ten onder in de VS; de ene door de economische maatregelen, de andere door biologische infecties.

Daarmee is het ook het hardste bewijs geleverd voor een robuuste publieke sector, die schokken voor oud en jong kan opvangen, ook buiten crisistijd. Een huurappartement betekent nog geen kwaliteitsvolle gezondheidszorg, en gezondheidszorg bij een werkgever betekent weinig als die werkgever je net ontslagen heeft.

Tot voort kort was er een man die voortdurend op die punten hamerde, een kleine senator uit Vermont. Die man gaat nu met politiek pensioen.

Word nu lid van Apache en geniet van deze voordelen:

  • Toegang tot alle ruim 4.000 artikels
  • Deel de artikels gratis met je vrienden
  • Toegang tot alle dossiers en het volledige archief
  • Treed in discussie met journalisten en andere lezers
  • Korting op events en andere journalistieke producten, zoals e-books