Hoe geraken we uit de coronacrisis? *

 Leestijd: 7 minuten6

Aan het einde van de vierde week lockdown kunnen we, met een kleine slag om de arm, stellen dat we deel één van de opdracht hebben volbracht: de piek van de uitbraak van de epidemie is afgevlakt. We zijn er in geslaagd om een overbelasting van ons systeem van gezondheidszorg te vermijden. Zonder die collectieve inspanning was de dodentol veel hoger geweest en waren mensonterende situaties zoals we ze hebben gezien in Italiaanse of Spaanse ziekenhuizen onvermijdelijk. Iedereen die daartoe heeft bijgedragen – van vasthoudende beleidsadviseurs over niet versagende gezondheidswerkers tot bewuste burgers – verdient alle lof.

Je kan dit artikel uitzonderlijk gratis lezen. Niet alle artikels van Apache over het coronavirus zijn gratis te lezen. We vinden het wel belangrijk dat iedereen correct geïnformeerd wordt over het virus.

Wil jij ook de andere artikels kunnen lezen en onze kritische en diepgravende journalistiek mee mogelijk maken? Word dan lid van Apache. Ben je al lid? Deel dit artikel gerust met je vrienden en familie, zodat ook zij breed geïnformeerd worden.

Helaas gebeurde de hele operatie niet zonder slag of stoot. De wijze waarop de woonzorgcentra wekenlang in de kou bleven staan, is wraakroepend. De cijfers over het aantal sterftes in woonzorgcentra die vrijdag (10/04) door de Crisiscel werden voorgesteld, geven een eerste aanduiding van het drama dat zich daar afspeelt en wellicht de komende dagen verder zal voltrekken.

Daarnaast zijn er de aanslepende problemen met beschermingsmateriaal en met medische tests. Samen met de situatie in de woonzorgcentra werpen ze een forse smet op het blazoen. In volle crisis lijken de politieke gevolgen daarvan uit te blijven, maar eens het stof is gaan liggen, komt de vraag naar de verantwoordelijkheid ongetwijfeld opnieuw op tafel.

Nationale gemoedsgesteldheid

Intussen ligt de vraag op tafel hoe we uit deze crisis geraken. De Groep van Experts belast met de Exitstrategie (GEES) onder leiding van infectiologe Erika Vlieghe presenteert daarover dinsdag (14/04) een eerste rapport aan de Nationale Veiligheidsraad. Die zal een dag later, op basis van die aanbevelingen, oordelen over een eventuele verderzetting of afzwakking van de bestaande maatregelen.

Zullen de scholen opnieuw open gaan? Of kunnen we met mondjesmaat al eens een paar vrienden of familieleden thuis uitnodigen?

Heel België wacht gespannen af of de maatregelen versoepeld zullen worden. Zullen de scholen opnieuw open gaan? Mogen we straks langs de doe-het-zelf-handel om wat te klussen in huis, nu we er tijd voor hebben? Of kunnen we met mondjesmaat al eens een paar vrienden of familieleden thuis uitnodigen?

De beslissingen daarover zullen een impact hebben op het verdere verloop van de epidemie én op de gemoedsgesteldheid van het land. De verwachting is niet dat de GEES plots de teugels zal vieren. Het lijkt waarschijnlijker dat de maatregelen worden voortgezet tot en met het verlengd weekend van 1 mei.

Maar hoe bepalend de antwoorden op die vragen nu ook lijken voor de inrichting van ons dagelijks leven, de vraag naar hoe het verder moet, overstijgt onze landsgrenzen. Hoe zal het prille en het iets verdere post-corona tijdperk eruit zien? Hoe organiseren we de komende maanden en jaren onze samenleving en onze economie?

Mondiale samenwerking

De snelheid waarmee we de medische crisis bezweren en de wijze waarop we dat doen, zullen cruciaal blijken voor het antwoord op die vraag.

Wetenschappelijke vaststellingen zouden het inzicht moeten doen rijpen dat een verdeelde strijd tegen corona en verloren strijd dreigt te worden

De ijzers die we in het vuur hebben om het virus aan te pakken zijn intussen bekend. Helaas zijn ze lang niet allemaal voorradig: geneesmiddelen die de werking van het virus remmen, de snelle ontwikkeling van een vaccin, een uitgebreide ‘test en trace’ capaciteit, maatregelen rond social distancing en een ruimer uitgebouwde medische infrastructuur.

In dat lijstje ontbreek één ding. Een element waar wetenschappers – zowel medici als economen – het steeds nadrukkelijker over eens zijn: mondiale samenwerking. Of het nu gaat om maatregelen met een medische finaliteit of om economische maatregelen: landen en regio’s die solo gaan, bemoeilijken en vertragen de aanpak van de pandemie. Zonder gedeelde afspraken komen we er niet, of op z’n minst veel trager.

Om daar toe te komen is een soort mondiaal besef nodig, zoals het wel eens opduikt in sciencefiction-films waarin buitenaardse wezen de aarde aanvallen: alleen samen slaan we ons hierdoor. De wereld tegen het virus.

Alleen samen slaan we ons hierdoor: de wereld tegen het virus

De eerste signalen over de haalbaarheid van zo’n mondiale samenwerking zijn niet bepaald gunstig. In Wit-Rusland raadt president Aleksandr Loekasjenko zijn bevolking wodka aan als remedie, in Zweden speelt de staatsepidemioloog Russische roulette en in Hongarije gebruikt premier Viktor Orbán de crisis om zijn macht steeds meer dictatoriale trekken te geven.

Als zelfs binnen de Europese Unie de violen niet gelijk gestemd raken, hoe kan het dan ooit lukken om tot een mondiale consensus te komen over de aanpak van de coronacrisis? In het allerbeste geval wordt nu kostbare tijd verloren en groeit vroeg of laat toch nog het besef dat duidelijke afspraken op mondiaal vlak finaal iedereen ten goede komen.

Professor Devi Sridhar (University of Edinburgh), gespecialiseerd in mondiale gezondheidszorg, geeft argumenten waarom belangrijke afspraken op wereldschaal niet helemaal utopisch zijn. Hij pleit voor een afspaak waarbij alle landen samen tijdelijk de grenzen sluiten tot het virus onder controle is. “Die aanpak lijkt onwaarschijnlijk”, schrijft hij. Maar er zijn volgens hem drie redenen waarom het realistisch zou kunnen worden: antivirale middelen zijn er nauwelijks, een vaccin laat op zich wachten – zeker voordat het mondiaal gebruikt kan worden, en de immuniteit na infectie zou in tijd beperkt kunnen zijn.

Die wetenschappelijke vaststellingen zouden het inzicht moeten doen rijpen dat een verdeelde strijd een verloren strijd dreigt te worden.

Spaanse griep

Ook economen zien in dat het onder controle krijgen van de pandemie een eerste belangrijke stap is om de economie uit een onvermijdelijk dal te tillen. Een interessante studie toont de positieve impact van maatregelen op het vlak van volksgezondheid op de economie ten tijde van de Spaanse griep.

Een vergelijking tussen de steden Philadelphia en Cleveland levert boeiende resultaten op. Cleveland nam na de uitbraak van de Spaanse griep in 1918 snel harde quarantainemaatregelen en hield die ook langer vol dan Philadelphia, ondanks de zware economische druk om snel terug naar een ‘business as usual’-scenario te gaan.

De strenge aanpak in Cleveland leverde niet enkel minder doden op – 600/100.000 inwoners tegenover 900/100.000 inwoners in Philadelphia – de aanpak resulteerde ook in een beduidend sterkere economische groei. In het jaar na de uitbraak groeide de economie in het ‘strengere’ Cleveland met 5%. In ‘laks’ Philadelphia bedroeg de groei 2%.

Foto: Alexander Cook (U.S. Air Force)

Virale afzetmarkt

Ondanks bemoedigende resultaten met geneesmiddelen, beloftevolle aankondigingen in de zoektocht naar een vaccin ,en investeringen in tests en apps om de verspreiding van het virus te monitoren, zal een groot deel van de nabije toekomst bepaald worden door het antwoord op de vraag hoe sterk verspreid het virus vandaag (al) is.

Wanneer een voldoende groot deel van de bevolking is geïnfecteerd – en dus antistoffen heeft opgebouwd tegen het virus – valt de epidemie plat. Eens die groepsimmuniteit voldoende groot is, wordt de afzetmarkt voor het virus te klein zodat het zich niet meer verder kan verspreiden.

In afwachting van een vaccin of geneesmiddelen lijkt een Processie van Echternach de enige uitweg: de maatregelen stapje voor stapje loslaten en misschien tussendoor weer even aanscherpen

Vandaag wordt die afzetmarkt als het ware kunstmatig klein gehouden door de maatregelen rond social distancing. Ook zo wordt de verspreiding van het virus tegengegaan, maar op het moment dat de maatregelen worden stopgezet, kan het virus zich weer verder verspreiden.

Een realistische exitstrategie zal er dus in bestaan om voorzichtig maatregelen af te bouwen en – indien een nieuwe besmettingsgolf zich zou aandienen en een nieuwe overbelasting van de gezondheidszorg dreigt – opnieuw maatregelen in te voeren of lokale haarden binnen te perken te houden via een fijnmazig test- en tracing-apparaat. In afwachting van een vaccin of geneesmiddelen lijkt een Processie van Echternach de enige uitweg: de maatregelen stapje voor stapje loslaten en misschien tussendoor weer even aanscherpen.

Groepsimmuniteit

De grote onbekende factor daarbij is de mate waarin het virus de voorbije weken werkelijk verspreid is geraakt. We weten dat het aantal bevestigde gevallen van Covid-19 slechts een fractie is van het totaal aantal mensen dat intussen in contact is geweest met het virus en wellicht ook de nodige antistoffen heeft opgebouwd. We weten alleen niet hoe groot dat aantal mensen is.

Wat wel steeds duidelijker wordt, is dat het aantal behoorlijk hoog is en dat er dus mogelijk een goed begin is gemaakt met het opbouwen van de noodzakelijke groepsimmuniteit. De voorbije dagen stond vooral een lopend onderzoek in het Duitse Heinsberg in het brandpunt van de belangstelling. De eerste resultaten van een steekproef waarbij werd gekeken naar hoeveel mensen antistoffen in hun bloed hebben, leert dat ongeveer 15% van de bevolking van Heinsberg in contact is geweest met SARS-CoV-2.

De grote onbekende factor is de mate waarin het virus de voorbije weken werkelijk verspreid is geraakt

De tussentijdse resultaten die zijn gebaseerd op 509 stalen moeten met de nodige omzichtigheid worden behandeld. Berichten erover in verschillende media hadden soms ook een zeer uiteenlopende toonzetting. Sommigen zien er een duidelijke reden in om de maatregelen te versoepelen, anderen vinden het cijfer ontnuchterend laag is.

De eerste voorzichtige cijfers wijzen er wel op dat het mortaliteitscijfer wellicht een stuk lager ligt dan aanvankelijk gedacht. De tussentijdse resultaten geven een mortaliteit van 0,37% aan. Dat is heel wat lager dan de 1,5 à 2% die wetenschappers doorgaans naar voor schuiven.

In Frankrijk zijn er dan weer inschattingen over de verspreiding van SARS-CoV-2 op basis van het klachtenpatroon waarmee mensen de voorbije weken aanklopten bij de huisartsen. De extrapolatie van de cijfers leert dat in de periode tussen 17 maart en 3 april wellicht 1,67 miljoen Fransen symptomen vertoonden die wijzen op Covid-19. Dat is ongeveer 2,5 procent van de bevolking. Die cijfers houden geen rekening met mensen die lichte symptomen hadden en geen arts raadpleegden of menen die helemaal geen symptomen hadden en toch in contact kwamen met het virus.

Antistoffen

Dat het virus zich veel ruimer heeft verspreid maar niet noodzakelijk tot (ernstige) klachten leidt, kan wijzen op een bredere groepsimmuniteit en een lagere mortaliteit. Al is er mogelijk ook een belangrijke keerzijde. De vraag of, en zo ja, hoe lang mensen die in contact zijn geweest met het virus vervolgens ook resistent zijn tegen het virus is nog onbeantwoord.

Een verontrustende Chinese studie die nog in peer review is, en voorlopig nog geen wetenschappelijke garanties biedt, maakt duidelijk dat blijkbaar niet iedereen die Covid-19 doormaakt ook (voldoende) antistoffen aanmaakt om beschermd te zijn tegen een nieuwe infectie. De onderzoekers bestudeerden de aanwezigheid van antistoffen bij 175 patiënten die een relatief milde infectie doormaakten. Bij 30% van hen werden zeer lage dosissen antistoffen teruggevonden, wellicht onvoldoende om bescherming te bieden. Bij enkele patiënten werden zelfs helemaal geen antistoffen aangetroffen.

Als het virus – bij een deel van de mensen – niet leidt tot de aanmaak van antistoffen, dan is de kans reëel dat een vaccin dat is gebaseerd op een verzwakte versie van het virus dat ook niet doet

De verklaring daarvoor ligt wellicht bij het feit dat het virus met succes werd bevochten door zogenaamde T-cellen en cytokines, zeg maar een ander deel van de immuunrespons op de aanwezigheid van het virus. Daardoor is er ook geen aanmaak van gerichte antistoffen die beschermen tegen een eventuele nieuwe aanval door het virus.

Als die vaststelling wordt bevestigd, is dat mogelijk ook slecht nieuws voor de ontwikkeling van een vaccin. Als het virus – bij een deel van de mensen – niet leidt tot de aanmaak van antistoffen, dan is de kans immers reëel dat een vaccin dat is gebaseerd op een verzwakte versie van het virus dat ook niet doet.

Goede richting

De evidente conclusie is dat er nog heel wat onzekerheid bestaat over de factoren die de dynamiek van de epidemie bepalen. Vanzelfsprekend bemoeilijkt dat gebrek aan definitieve inzichten ook een eenduidig wetenschappelijk antwoord op de vraag naar de ideale aanpak.

De bevolking vraagt duidelijkheid, maar de wetenschap kan die niet volledig bieden. Wetenschappers moeten zich voor hun adviezen bijgevolg baseren op de zaken die wel bekend zijn en zich daarbij beroepen op het voorzichtigheidsbeginsel.

Dat zal volgende week naar alle waarschijnlijkheid leiden tot een verlenging van het gros van de maatregelen tot begin mei. Er komt wellicht ook een draaiboek met een hiërarchie van maatregelen die kunnen worden gelost of opnieuw dienen aangehaald te worden, afhankelijk van de evolutie van de epidemie.

Voor een maatschappij is die onzekerheid loodzwaar om dragen. Maar het alternatief oogt nog minder fraai, en in verhouding tot de situatie vandaag zullen we stappen vooruit zetten. Kleine stapjes op een lange weg, maar wel in de goede richting.

Auteur: Tom Cochez

Licentiaat criminologie. Werkte van 1997 tot 2008 voor De Morgen. Hij volgde er vooral gezondheidszorg, sociale zaken en milieu en verdiepte zich in de politieke partijen Vlaams Belang en Groen. In 2008 koos hij ervoor om opnieuw op freelance basis te werken onder meer ook voor Knack en Humo. Een jaar later stond hij mee aan de wieg van De Werktitel, het latere Apache.be. Vandaag werkt hij als redacteur en coördinator.

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid