Hoe de mens een pandemie veroorzaakte

 Leestijd: 13 minuten0

Sloeg het noodlot toe of was het coronavirus een verrassing? Het zijn aannemelijke uitvluchten voor de verantwoordelijken van de crisis en de wereldwijde verspreiding van het virus. Nochtans waarschuwde jarenlang epidemiologisch onderzoek voor de gevaren die op ons afkomen. Economische activiteiten en verstedelijking hebben mens en dier gevaarlijk dicht bij elkaar gebracht. Daardoor zijn ziektes die van dier op mens overgedragen worden vermenigvuldigd sinds de Tweede Wereldoorlog. Er zijn mogelijke oplossingen om ons voor te bereiden op ‘Ziekte X’. Op voorwaarde dat we niet langer passief toekijken.

Voor Donald Trump is het de schuld van Chinezen, ongeacht of die uitspraak Chinees-Amerikanen en Aziaten in zijn eigen land in gevaar brengt, want er zijn al slachtoffers van xenofoob geweld. Anderen wijzen de vleermuis als boosdoener aan, of een tussengastheer, (de piste van het schubdier blijft zeer hypothetisch) die meegebracht werd naar een open markt waar zeevruchten naast ‘bushmeat’ liggen.

De kraampjes van garnalenverkoper Wei Guixian, één van de eerste mensen die gehospitaliseerd werd met het virus, stonden op 250 meter van een treinstation waar dagelijks tienduizenden reizigers passeren.

Terwijl de plaats van overdracht tussen mens en dier nog steeds onzeker is, en terwijl een patiënt daarvoor, zonder link met de markt, maar uit dezelfde provincie, gevonden werd, bezochten verschillende anderen die plaats voor ze ziek werden.

Naarmate het Chinees Nieuwjaar naderde, en het jaar van het varken plaatsmaakte voor het jaar van de rat, een symbool van vernieuwing in de Chinese kosmologie, profiteerde het virus van de miljoenen Chinezen die naar familie terugkeerden om te feesten. Het is een periode waarin sommige Chinezen al eeuwenlang, en meer dan op andere tijdstippen van het jaar, dol zijn op gerechten die wij als exotisch bestempelen, en waarin ratten en slangen verwerkt worden. De Chinese staat raadde overigens in 2015 aan om die dieren met Nieuwjaar niet te eten.

Wild vlees is in China zowel een kwestie van smaak als van eeuwenoude tradities.

Wild vlees is in China zowel een kwestie van smaak als van eeuwenoude tradities. In de oudste schriften over traditionele Chinese geneeskunde, de Hangdi Nei Jing (de klassieker van de interne geneeskunde van de gele keizer, 2800 v.C.) lezen we naast een groot aantal voedingsadviezen die voor de gemiddelde Europeaan volkomen logisch lijken, ook dat hondenvlees wordt aanbevolen om leverproblemen aan te pakken. Recent voegde de traditionele Chinese geneeskunde eraan toe dat het eten van schubdiervlees bevorderlijk is voor het genezen van reuma.

Begin maart verbood de Chinese overheid de verkoop van wild vlees (een markt die 76 miljard dollar waard is), waardoor 14 miljoen mensen zonder werk vielen. De vrees bestaat dat die dieren, en de virussen die ze met zich meedragen, nog meer onder de radar verdwijnen omdat ze op de zwarte markt verkocht worden.

Vleermuisvrouw

Wanneer de pandemie afneemt en plaats ruimt voor de economische crisis, die er nu al is, zal ook gezocht worden naar schuldigen. We moeten niet op Shi Zengli rekenen om vleermuizen de schuld te geven. Ze kent vleermuizen door en door. Op 30 december 2019 was zij het die naar het centrum voor ziektebeheersing en preventie (CDC) van Wuhan werd geroepen. Ze moest een conferentie laten vallen om een nieuw coronavirus te onderzoeken dat aangetroffen werd bij twee patiënten die aan een longontsteking leden.

In wetenschappelijke kringen heeft Shi Zengli de bijnaam ‘vleermuisvrouw’. Sinds 2004 doorkruist ze Chinese grotten op zoek naar vleermuizen en hun coronavirussen. Het magazine Scientific American schetste op 11 maart een fascinerend portret van haar.

Hoefijzervleermuis (Foto (CC) Wikimedia / Bernard Dupont)

Hoefijzervleermuis (Foto: CC Bernard Dupont (Wikimedia))

Haar eerste speleologische expeditie, ver weg van het comfort van labo’s, volgde op de verschrikkelijke SARS-corona-epidemie van 2002 en 2003. De ziekte verspreidde zich via een civetkat, een klein vleesetend zoogdier uit tropische gebieden in Afrika en Azië, die werd verkocht in de provincie Guangdong in het zuiden van China. In een oogwenk verspreidde het virus zich naar 27 landen, waarbij 8.000 mensen werden besmet en 774 personen omkwamen. Dat coronavirus kreeg de titel van eerste pandemie van de eeuw.

Shi Zengli en andere onderzoekers ontdekten, na enkel dagen tussen stalactieten lopen, enkele ‘hoefijzerneuzen’ (een vleermuizensoort met een neus in de vorm van een hoefijzer) die anti-lichamen tegen het coronavirus hadden ontwikkeld. Na jaren van vergelijkend onderzoek en analyses konden ze bevestigen dat die wellicht de bron zijn van de SARS-pandemie, en in 2013 de ziekte nog in zich hadden. Eén van die vleermuizen had een coronavirusstam die voor 97% vergelijkbaar was met SARS.

Honderden coronavirussen ontdekt

Coronavirussen leven helaas niet alleen in Chinese hoefijzervleermuizen. In 2012 heeft in Saudi-Arabië een nieuwe uitbraak plaats. Het MERS-Cov (Middle East Respiratory Syndrome Coronavirus) slaat toe met koortsaanvallen en doodt 30% van de besmette personen. Op het einde van de crisis werden 640 doden geteld en een gastheer aangeduid: een dromedaris. Maar vleermuizen dragen nauw verwante vormen van het virus en zouden opnieuw wel de drager van de hardnekkige ziekte kunnen zijn. Sindsdien zijn op vijf continenten vleermuizen gevonden die drager zijn van het MERS-Cov-virus.

Na zestien jaar onderzoek in donkere hoeken van grotten en oneindig veel microscopisch werk, heeft Zengli bijgedragen tot de identificatie van honderden coronavirussen, de meeste zonder gevaar

Na zestien jaar onderzoek in donkere hoeken van grotten en oneindig veel microscopisch werk, heeft Zengli bijgedragen tot de identificatie van honderden coronavirussen, de meeste zonder gevaar. “Maar tientallen behoren tot dezelfde groep als SARS”, schrijft Jane Qiu in Scientific American. “Ze kunnen menselijke longcellen aantasten en veroorzaken bij muizen SARS-achtige ziektes.” Die ontdekking dateert van 2013. Zeven jaar voor de huidige pandemie.

In december 2018 publiceerden Zengli en twee collega’s in Nature Reviews Microbiology een samenvatting van de verzamelde kennis over coronavirussen. Hun conclusie klinkt als een waarschuwing voor wat zou komen:

“De voortdurende besmetting van mensen of andere dieren met virussen is grotendeels te wijten aan menselijke activiteiten, waaronder moderne landbouwpraktijken en verstedelijking. Grenzen bewaken tussen natuurlijke besmettingsbronnen en de maatschappij is de beste manier om virale zoönosen (ziektes die van dier op mens overgaan, of omgekeerd, red.) te vermijden.”

Korte termijn

Momenteel zijn er verschillende vaccins in ontwikkeling. Minstens twee daarvan worden in fase 1 getest bij mensen, zowel van het Amerikaanse biotechbedrijf Moderna als van de Universiteit van Oxford in het Verenigd Koninkrijk.

Vaccinoloog Corrine Vandermeulen: ‘We hopen dat we, net als bij het griepvirus, niet elk jaar hoeven te vaccineren, al zal het een hele tijd duren om iedereen te kunnen vaccineren’

Het goede nieuws is dat het virus voorlopig stabiel lijkt, zegt Corinne Vandermeulen, hoofd van de eenheid Vaccinologie aan de KU Leuven. “We hopen dat we, net als bij het griepvirus, niet elk jaar hoeven te vaccineren, al zal het een hele tijd duren om iedereen te kunnen vaccineren.”

De overheid blijft in essentie gefocust op de korte termijn: maskers, tests, behandelingen, en cijfers over zieken en doden. Dat is niet onlogisch, gezien de omvang van de crisis. Ten tijde van SARS in 2003 werden vaccinatieproeven opgestart en vervolgens stopgezet. Wanneer de pandemie voorbij was, bleek de markt niet langer geïnteresseerd in een crisis die de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) als ‘onder controle’ beschouwde.

Coronavirus (Sars-CoV-2) (3D animatie (c) wearecovert.com)

Coronavirus (Sars-CoV-2) (3D animatie wearecovert.com)

“Het ontwikkelen van een vaccin zou indertijd 200 tot 300 miljoen dollar gekost hebben. Een belachelijk lage kost in vergelijking met de impact vandaag”, schreef Johan Neyts onlangs. Zijn onderzoeksgroep aan de KU Leuven werkt momenteel aan een vaccin, vertrekkende vanuit een vaccin voor gele koorts.

Het coronavirus waartegen we momenteel vechten, komt voor ongeveer 70 procent overeen met het toenmalige SARS-CoV. Gezien de omvang van de huidige crisis, en omdat de ziekte makkelijker behandeld kan worden dan tuberculose of malaria, kan die zonder twijfel bestreden worden met een vaccin. Maar Covid-19 laat ons ook zien hoe weinig onze politieke leiders lijken te luisteren naar de signalen uit de wetenschappelijke wereld, om achteraf te ontdekken dat ze gepakt worden in snelheid door een virus dat zich snel verspreidt in onze geglobaliseerde samenlevingen.

Het moest niet tot 2020 duren vooraleer de eerste bewijzen te zien waren dat de grenzen tussen virussen en mensen opgeblazen worden, zoals Shi Zengli beschreef. Ecosystemen en gemeenschappen (zowel dierlijke als menselijke) worden geconfronteerd met een nieuwe sociaal-economische orde, door menselijke activiteiten opgelegd.

Veroveraars

De geschiedenis herinnert ons eraan hoe gevaarlijk zoönosen zijn, maar ook hoe ze in de hand gewerkt worden door menselijk gedrag

In de 16de eeuw brachten de ‘conquistadoresmazelen, tyfus en pokken in hun galjoenen mee. Hun ziektekiemen hebben tientallen miljoenen mensen in Latijns-Amerika gedood. Dat zijn er evenveel, zo niet meer, dan hun zwaarden. Salmonella in hun vee veroorzaakte een fatale golf van tyfus die het einde van de Azteekse beschaving betekende.

Op het einde van de 19de eeuw heeft de runderpest, die in minder dan tien jaar van Azië naar Kenia werd gebracht, 90% van de rundveestapel van de kaart geveegd en hongersnood veroorzaakt bij een derde van de bevolking. Runderveepest werd pas in 2011 uitgeroeid.

Rivierpootkreeft (Foto (CC) Wikimedia / Biodiversity Heritage Library)

Rivierpootkreeft (Foto: CC Biodiversity Heritage Library (Wikimedia))

Cholera, waaraan elk jaar tussen de 1,3 en 4 miljoen mensen besmet geraken, heeft zich ook niet zelf uitgenodigd. Het waren de Britse kolonisten die in het midden van de 18de eeuw besloten om bijna alle regenwouden in de Gangesdelta te kappen om plaats te maken voor rijstvelden, legt wetenschapsjournaliste Sonia Shah uit in haar boek ‘Pandemics. Tracking Contagions, from Cholera to Ebola and Beyond’.

De menselijke bewoning in die regio kwam in de 18de en 19 eeuw voortdurend in contact met een klein eenoogkreeftje, de tussengastheer van een bacterie die cholera veroorzaakt. De ziekte muteerde na contact met de mens, aanvankelijk zonder veel impact. Na enkele decennia kon één besmet persoon op zijn beurt een dozijn anderen besmetten. Er was slechts één tropisch onweer nodig om boerderijen in mangroves te doen overstromen met zeeën van die rivierpootkreeftjes. Dat gebeurde in 1817 en de daaropvolgende cholera-epidemie trof heel de Bengalen en verder daarbuiten.

De mens

Die dodelijke gebeurtenissen, naast vele andere, dienen niet alleen om lessen wetenschapsgeschiedenis te vullen. Ze herinneren er ons aan hoe gevaarlijk zoönosen zijn, maar ook hoe ze in de hand gewerkt worden door menselijk gedrag en veranderingen in bepaalde regio’s op onze planeet, met name in de landbouw.

In een artikel dat in 2008 in Nature gepubliceerd werd, zetten een handvol wetenschappers al enkele uitdagende trends uiteen. Van 1940 tot 2004 werden er 335 nieuwe infectieziektes vastgesteld op de planeet. Zestig procent daarvan waren zoönosen, waarvan het merendeel (70%) afkomstig van in het wild levende dieren.

In zeer neutrale bewoordingen legt het artikel uit dat de bevolkingsdichtheid een belangrijke voorspeller blijkt te zijn voor opkomende ziektes. In essentie spreekt het artikel over “een verborgen kost van de economische ontwikkeling”. Maar de ziektes gaan sneller over van mens op dier en we tellen ook twee keer zoveel mensen als in 1940.

Bevolkingsdichtheid blijkt een belangrijke voorspeller te zijn voor opkomende ziektes

Ontbossing, herinnert Sonia Shah, in een recent gepubliceerd artikel in The Nation, speelt in het voordeel van Ebola-epidemieën door “vleermuizen te dwingen om te slapen in tuinen en boerderijen”, waardoor ze dichter bij mensen en huisdieren komen. Didier Sicard, specialist in infectieziektes, legde eind maart op Frans Culture uit dat treinen en stations midden in de Laotiaanse jungle, krachtige ziektedragers waren, ook richting China.

Om nog maar te zwijgen van de intensieve veehouderij. De oorzaak van vogelgriep is genoegzaam bekend. In 2016 dook een epidemie van varkensdiarree (SADS) in Chinese industriële boerderijen, die de dood van 25.000 veroorzaakte. In de buurt zat een vleermuis met een coronavirus, met een genoom dat voor 98% identiek is aan SADS.

Ziekte X

Sinds 2016 houdt de Wereldgezondheidsorganisatie een lijst bij van ziektes bij die de grootste bedreiging vormen voor de volksgezondheid omwille van hun “epidemisch potentieel en/of omdat er te weinig maatregelen zijn om ze te bestrijden”. Onder hen ziektes met beruchte namen: de coronavirussen, Ebola, Zika. Daarnaast ook minder bekende ziektes zoals het Nipa-virus dat mensen besmet via varkens of palmolievet, Lassa-koorts (vergelijkbaar met Ebola, een sterftecijfer van 23% en 132 sterfgevallen in Nigeria dit jaar), Rift Valley-koorts en, tenslotte de beruchte ‘Ziekte X’.

Die ‘Ziekte X’ sloeg op de volgende pandemie, de ziekte die we (nog) niet kennen. De term werd in 2018 bedacht en sloeg op een ziekte die werd veroorzaakt door een onbekende ziekteverwekker die zonder twijfel van dier op mens overgaat op een plaats met een hoge bevolkingsdichtheid, waar landgebruik recent wijzigde, en waar mensen en dier in elkaars buurt komen.

‘Ziekte X’ heeft nu een naam: Covid-19Maar de term ‘Ziekte X’ blijft op de lijst staan. Om de volgende ‘Ziekte X’ aan te duiden

Peter Daszak, voorzitter van de ngo EcoHealth Alliance, die zich inzet voor de bescherming van wilde dieren en de volksgezondheid bij opkomende ziektes, zei op 27 februari in The New York Times: “Ziekte X zal in het begin verward worden met andere ziektes, zich snel en geruisloos verspreiden, via van handels- en reisnetwerken (…), en de inperkingsmaatregelen doorkruisen. (…) Ziekte X zal ook een hoger sterftecijfer hebben dan de seizoensgriep, maar verspreidt zich ook makkelijker. De ziekte zal de financiële markten door elkaar schudden, nog voor de status van pandemie is bereikt.”

Coronavirus (Sars-CoV-2) (3D animatie van virus dat cel binnendringt (c) wearecovert.com)

3D animatie van het coronavirus (Sars-CoV-2) dat een cel binnendringt (wearecovert.com)

Deze ‘Ziekte X’ heeft nu een naam: Covid-19 (SARS-CoV-2 is de naam van het virus dat de ziekte veroorzaakt). Maar de term ‘Ziekte X’ blijft op de lijst staan, net om de volgende ‘Ziekte X’ aan te duiden. “Toen sommigen van ons de term aan de lijst toevoegden, bedoelden we vooral dat het niet genoeg is om vaccins en geneesmiddelen te ontwikkelen voor ziektes die al bestaan, omdat de volgende grote uitbraak om een andere ziekteverwekker zou gaan”, stelde Daszak.

Predict

EcoHealth Alliance speelde, samen met andere instellingen, een sleutelrol in het voorspellingsprogramma Predict, in 2009 gelanceerd met steun van USAID, het humanitair agentschap van de Verenigde Staten. Hun doel: lokale gezondheidsbedreigingen opsporen.

Twee jaar lang werkte de Belgische eco-epidemiologe Anne Laudisoit (EcoHealth Alliance) voor het project. Ze onderzocht vergeten ziektes (zoals rivierepilepsie) of opkomende ziektes (zoals apenpokken). Die laatste ziekte werd grotendeels genegeerd in de media tot in 2003, toen ze in Texas via geïmporteerde ratten uit Ghana prairiehonden en zeventig mensen besmette. Die stierven niet, want apenpokken uit Ghana zijn niet dodelijk, in tegenstelling tot de variant in Congo.

Anna Laudisoit merkt op:

“Wat EcoHealth zegt over de link tussen menselijke activiteiten en de ontwikkeling van ziektes, werd voor Covid-19, vaak beschouwd als intellectuele prietpraat. Nu beseffen we dat het niet zo is. Met het Predict-programma hebben we risicovolle gemeenschappen in kaart gebracht, en ratten, vleermuizen en apen gevangen – en terug losgelaten – die bekend staan als tussengastheer.”

Van die gevangen dieren werden neus-, mond-, en bloedmonsters genomen. Bij elke ‘hotspot’ werden ook mensen gecontroleerd uit de gemeenschappen die dicht bij de dieren leefden. “Er werden 980 virussen gevonden in al die dieren, waaronder veel coronavirussen”, zegt Laudisoit.

Anne Laudisoit (EcoHealth Alliance): ‘Tot nu was de reactie altijd dezelfde: grote humanitaire acties wanneer een epidemie uitbreekt, waarna alles uitdooft’

In de lijst staan virussen uit Jordanië (11), Rwanda (14), Brazilië (10), China (42) en Bangladesh (54). “Eind 2019 werden de budgetten niet verlengd. Het was surrealistisch. In december sloten we het programma af en een maand later ontstond de coronaviruspandemie.” Het programma had daarnaast ook 5.000 mensen opgeleid in dertig Afrikaanse en Aziatische landen om een lokaal bewakingsmechanisme op te zetten. Op 31 maart kreeg het programma een noodverlenging van zes maanden, om zich op Covid-19 te concentreren.

Het programma Predict koste iets meer dan 200 miljoen dollar. Ter vergelijking: de Amerikaanse humanitaire hulp om de Ebola-epidemie in West-Afrika te bestrijden, kostte vijf miljard dollar.

Anne Laudisoit en verschillende epidemiologen die ziektes van de toekomst volgen of er al mee bezig zin, hopen in stilte dat Covid-19 tot een gedragsverandering zal leiden. “We zien dat dit alles niet alleen gevolgen heeft voor mensen in de jungle, maar ook hier. Tot nu was de reactie altijd dezelfde: grote humanitaire acties wanneer een epidemie uitbreekt, waarna alles uitdooft. Binnenkort is er niemand die zich nog afvraagt of er in de landen waar de hotspots zich bevinden nog dierenartsen zijn om te begrijpen waarom dieren aan deze of gene ziekte sterven”, merkt de Belgische onderzoekster op.

Onbekende virussen identificeren

In februari uitte Peter Daszak in The New York Times kritiek op de reactie na pandemieën. “We wachten tot ze losbarsten en hopen dat er snel een vaccin of medicijn kan ontwikkeld worden.” EcoHealth Alliance stelt een radicaal andere aanpak voor. “We kunnen naar de plekken gaan waar het gebeurt, naar de dieren kijken, uitzoeken waar de virussen zich bevinden, en de overdracht tegengaan”, zei Daszak. Hij gaat ervan uit dat die niche voor farmaceutische bedrijven niet groot genoeg is om onderzoek en ontwikkeling te stimuleren.

Is dat niet zoeken naar een speld in de hooiberg die onze planeet is? EcoHealth Alliance schat dat er momenteel 1,6 miljoen onbekende virussen circuleren in wilde dieren. De helft hiervan kan mensen besmetten. Een artikel in Science beschrijft dat de helft van die onbekende virussen potentieel heeft om van dier op mens over te gaan. Andere onderzoekers gaan uit van lagere cijfers.

Peter Daszak (EcoHealth Alliance): ‘We kunnen naar de plekken gaan waar het gebeurt, naar de dieren kijken, uitzoeken waar de virussen zich bevinden, en de overdracht tegengaan’

In Nature beschrijft Colin Carlson hoe 10.000 van de 40.000 virussen in dieren potentieel gevaarlijk zijn. Hotspots zijn geanalyseerd en in kaart gebracht: China, Zuidoost-Azië, Centraal-Afrika, Nigeria, Noord-Egypte, Ethiopië, India en de Himalaya en delen van Centraal-Amerika.

De grootste Europese metropolen komen ook in beeld, maar dan eerder omdat veel opkomende micro-organismen resistent worden tegen antibiotica (zoals de bacterie E-coli bijvoorbeeld).

Het ‘Global Virome’-project wil al die virussen binnen de tien jaar identificeren om zich voor te bereiden op pandemieën in plaats van erop te reageren. De kosten lijken aanzienlijk: tussen de 1,2 en 3,5 miljard dollar. In werkelijkheid is dat weinig, volgens EcoHealth Alliance, afgezet tegenover de kosten om Ebola tegen te gaan (10 miljard), SARS in 2003 (50 miljard), en de kosten voor Covid-19 die nog veel pijnlijker zullen zijn. Om nog maar te zwijgen van de economische schokgolf die ermee gepaard gaat.

Sommige wetenschappers uitten twijfels over dergelijke alomvattende aanpak, uit vrees het bos door de bomen niet meer te zien. Het medisch tijdschrift The Lancet herinnerde er bij de aankondiging van het initiatief aan dat het gebrek aan informatie leidde tot “fatale en kostbare vertragingen bij het diagnosticeren van en het reageren op menselijke ziektes waaronder nieuwe griepstammen, Ebola- en Marburgvirussen, AIDS, of tuberculose bij veeboeren en hun kuddes in Ethiopië”.

Voorspellen en voorbereiden

Het nauwkeurig voorspellen van de volgende epidemie lijkt misschien ‘wishful thinking’. Verschillende wetenschappers en instellingen zetten enkele maanden geleden in op een griep, in plaats van een coronavirus. Onder hen het Amerikaanse ministerie van Volksgezondheid dat in 2019 een griepepidemie simuleerde, die, komende uit China, 110 miljoen Amerikanen besmette en het zorgwekkende niveau van voorbereiding en een mogelijke blunder van ’s werelds grootste mogendheid aantoonde.

Volgens EcoHealth Science kunnen we ons in elk geval beter voorbereiden op de volgende grote uitbraak en proberen de schade te beperken. In een artikel in het tijdschrift Biosafety & Health van februari stellen drie onderzoekers van EcoHealth Science een drieledige aanpak voor: monitoren van risicodieren, maar ook de gemeenschappen die ermee in contact komen, in het bijzonder gebieden met weinig gezondheidszorg, en de bioveiligheid verbeteren bij de handel van wilde dieren en op wilde dierenmarkten.

Verschillende ngo’s die het opnemen voor inheemse volkeren, voor wie dierlijk vlees vaak een belangrijke bron van eiwitten is, uitten al kritiek op een wereldwijd verbod, zonder dat er alternatieven beschikbaar zijn

Dat laatste brengt enorme uitdagingen met zich mee. De wereldwijde consumptie vertegenwoordigt honderden miljoenen dieren per jaar in een groot aantal landen. Het vergt ook samenwerking tussen verschillende bestuurslagen op mondiaal niveau, en de verplichting om op de juiste plaatsen te handelen. Verschillende ngo’s die het opnemen voor inheemse volkeren, voor wie dierlijk vlees vaak een belangrijke bron van eiwitten is, uitten al kritiek op een wereldwijd verbod, zonder dat er alternatieven beschikbaar zijn. Zij stellen voor om regels aan te scherpen daar waar het verbruik meer een luxe is dan een noodzaak.

Ook de intensieve landbouw mag niet ontsnappen aan de waaier aan oplossingen. Het is de druk om meer te produceren en te voeden. Dit zorgde in het verleden voor een versoepeling van gezondheidsvereisten, wat leidde tot de gekke-koeiencrisis in Europa of toeliet dat het H5N1-virus zich op boerderijen in Zuidoost-Azië en China kon doen gelden.

Universeel vaccin

De rol van vaccins mag ook niet uitgesloten worden in deze preventiecocktail. Veel wetenschappers pleitten niet alleen voor de ontwikkeling van één enkel vaccin tegen Covid-19, maar voor een universeel vaccin tegen coronavirussen, steunend op de ontdekking van honderden varianten die het afgelopen decennium zijn ontdekt.

“Daarnaast hopen we dat het publiek wantrouwen tegenover vaccins, aangewakkerd door geruchten en fake news op internet, vervaagt, en dat deze crisis leidt tot een bewustwording dat vaccins veilig zijn en werken”, zegt Corinne Vandermeulen, hoofd van de afdeling Vaccinologie aan de KU Leuven. Zij merkt op dat de opflakkering van mazelen in Europa vooral te wijten is aan een afname van vaccinatie door ouders, onder invloed van fake news over vaccins.

Vaccinoloog Corinne Vandermeulen: ‘We hopen dat het publiek wantrouwen tegenover vaccins vervaagt en dat deze crisis leidt tot een bewustwording dat vaccins veilig zijn en werken’

De plaats van het onderzoeksbeleid is essentieel. Het laboratoriumwerk moet worden gekoppeld aan beter gefinancierd veldwerk. Zoals Didier Sicard al aangaf, zijn er steeds minder mensen die zich ‘omscholen tot ontdekkingsreiziger’, eraan herinnerend dat Louis Pasteur boeren en hun kuddes opzocht.

Om ons voor te bereiden op een volgende pandemie, moeten we dus verder onderzoek doen naar besmettingsbronnen, dierziektes en omliggende gemeenschappen monitoren. En dat niet alleen in bossen, maar ook nabij intensieve veehouderij. Daarnaast moeten we ook inzetten op doeltreffende eerstelijnsgezondheidszorg in plattelands- en afgelegen gebieden.

We zullen tot slot een stevige dosis nederigheid moeten injecteren. Microben en bacteriën leefden lang voor ons op aarde. Ze vertegenwoordigen 60% van de levende massa van onze planeet. En wanneer wij verdwenen zijn, zullen zij nog overleven. Ook al lijkt het te laat om het te doen, het zijn de grenzen tussen hen en ons die moeten worden bewaakt, en niet afgeschaft voor onze eigen kortstondige ontwikkeling.


Dit artikel verschijnt ook in Franstalige media. Vertaling: Steven Vanden Bussche

Auteur: Quentin Noirfalisse

Quentin Noirfalisse is onafhankelijk journalist, medeoprichter van het tijdschrift Médor en medewerker van Le Vif/L’Express. Daarnaast is hij regisseur en producent bij Dancing Dog Productions. Hij maakte de documentaire ‘Le ministre des poubelles’ en werkt momenteel mee aan de volgende documentaire van journalist David Leloup.

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid

Word nu lid van Apache en geniet van deze voordelen:

  • Toegang tot alle ruim 4.000 artikels
  • Deel de artikels gratis met je vrienden
  • Toegang tot alle dossiers en het volledige archief
  • Treed in discussie met journalisten en andere lezers
  • Korting op events en andere journalistieke producten, zoals e-books