Het coronavirus aan het begin van de Goede Week *

 Leestijd: 11 minuten1

Wat hebben we de voorbije drie weken geleerd over het virus en over de wijze waarop we er als maatschappij mee omgaan? Een stand van zaken aan de vooravond van de week van de waarheid.

In de week van 6 april moet het effect van de draconische coronamaatregelen echt zichtbaar worden. Er zijn duidelijke aanwijzingen dat de epidemie de voorbije week aan kracht verloor. Pas wanneer het echt buiten kijf staat dat we de piek hebben bereikt, kunnen we de toekomst in cijfers vatten. Dan zal duidelijk worden of onze gezondheidszorg overeind blijft en of we dus het ultieme doel van de lockdown zullen bereiken.

Wat hebben we de voorbije weken, onderweg naar wat hopelijk geruststellend nieuws wordt geleerd? Over het virus, maar ook over de wijze waar we er als maatschappij mee omgaan.

Vertraging

Donderdag 2 april telde België 16.770 bevestigde Covid-19 gevallen. 7.294 mensen werden opgenomen in het ziekenhuis, waarvan 1.205 op de afdeling intensieve zorgen. Sinds 10 maart zijn er al 1.143 mensen overleden aan de gevolgen van een besmetting met het coronavirus SARS-CoV-2. Sinds de uitbraak van de epidemie mochten intussen ook 2.872 mensen het ziekenhuis verlaten.

De meest zinvolle parameter die we ter beschikking hebben om een inschatting te maken van de evolutie van de epidemie is het aantal ziekenhuisopnames

Dagelijks krijgen we via het Crisiscentrum een update van de cijfers. Daar wordt logischerwijze elk dag nieuws uit gepuurd. De vraag is toch vooral wat de cijfers ons op de iets langere termijn vertellen over de evolutie van de epidemie.

De meest zinvolle parameter die we ter beschikking hebben om daarvan een inschatting te maken is het aantal ziekenhuisopnames (en het aantal dat daarvan op intensieve zorgen verblijft).

Het aantal mensen dat positief test, vertelt immers relatief weinig. Het gros van de mensen met klachten die wijzen op een besmetting met het coronavirus worden niet getest. Het aantal reële besmettingen zou bovendien fors hoger kunnen liggen omdat nogal wat mensen nauwelijks of geen ernstige symptomen ontwikkelen.

Nieuwe gegevens uit een rusthuis doen wetenschappers in dat verband de wenkbrauwen fronsen. In een rusthuis in Wingene bleek uit een test dat op een gang waar een aantal patiënten ziek werden door het coronavirus, liefst dertien van de vijftien andere bewoners positief testten (voorlopig) zonder symptomen. Wetenschappelijk heeft zo’n eenmalige bevinding weinig waarde, maar ze sluit wel aan bij andere bevindingen die aangeven dat het virus mogelijk een heel stuk besmettelijker en breder verspreid zou kunnen zijn dan aanvankelijk gedacht.

Goed beeld

Wat alleszins vaststaat, is dat het aantal positieve tests veel meer vertelt over hoe frequent er wordt getest dan over het werkelijk aantal mensen dat besmet is met het virus.

Het aantal ziekenhuisopnames vandaag vertelt ons vooral iets over de verspreiding van de infectie ongeveer twee weken terug

Het aantal ziekenhuisopnames is dan een veel duidelijkere parameter om de evolutie van de epidemie in te schatten. Ook die cijfers zijn niet volledig waterdicht. Er kunnen vertragingen optreden en er wordt geen, of toch niet altijd rekening gehouden met gegevens van rust- en verzorgingstehuizen. Daar wordt in overleg met patiënten soms beslist om patiënten niet (meer) naar het ziekenhuis over te brengen.

Toch kunnen we er van uitgaan dat de cijfers op z’n minst een goed beeld geven van het aantal mensen dat met zeer ernstige symptomen naar het ziekenhuis gaat. Zodanig ernstig dat een opname noodzakelijk is. Daarbij moeten we wel rekening houden met een incubatieperiode van gemiddeld 5,2 dagen en met het feit dat een ziekenhuisopname doorgaans pas in week 2 van de ziekte aan de orde is.

Het aantal ziekenhuisopnames vandaag vertelt ons daarom vooral iets over de verspreiding van de infectie ongeveer twee weken terug. Voor de overlijdens geldt overigens een gelijkaardige redenering, alleen lopen die cijfers nog verder achter en vertellen ze ons bijgevolg iets over de toestand van de epidemie nog wat verder terug in de tijd.

Plateau

Wat wetenschappers hoopvol stemt, is de vaststelling dat het aantal nieuwe ziekenhuisopnames de voorbije dagen min of meer stabiliseerde. Met de nodige omzichtigheid en gesteld dat het fenomeen zich voldoende doorzet, kunnen we daar uit afleiden dat we de ‘plateaufase’ van de curve hebben bereikt en dat de epidemie dus ruim twee weken geleden aan kracht is beginnen verliezen.

Dat valt samen met het moment waarop de lockdown werd afgekondigd. De inspanningen lijken met andere woorden te renderen, maar het is belangrijk om ze consequent vol te houden, willen we de epidemie helemaal onder controle krijgen.

Wat wetenschappers hoopvol stemt is de vaststelling dat het aantal nieuwe ziekenhuisopnames de voorbije dagen min of meer stabiliseerde

Daarbij kijken epidemiologen vooral naar de fameuze factor R. Dat is een virtueel cijfer dat staat voor het aantal personen dat door één drager wordt besmet, gesteld dat die persoon zich beweegt in een wereld waarbij nog geen enkele weerstand tegen het virus is opgebouwd. Bijzonder besmettelijke virussen zoals bijvoorbeeld het virus dat de mazelen veroorzaakt, hebben een zeer hoge R. Andere virussen hebben een veel lagere R en zijn dus minder besmettelijk.

Voor het SARS-CoV-2 virus werd de R initieel door de Wereldgezondheidsorganisatie geschat op 1,4 à 2,5. Studies geven echter aan dat het virus infectieuzer is dan eerste gedacht met een R van ongeveer 3,28.

De omgeving waarin dragers van het virus terechtkomen, bepaalt mee de waarde van factor R. Vaccinatie, de opbouw van groepsimmuniteit, maar dus ook de maatregelen die vandaag in voege zijn rond ‘social distancing’ maken dat de ‘afzetmarkt’ voor het virus aanzienlijk krimpt. Het doel bestaat erin om de R beneden de 1 te krijgen. Lukt dat, dan dooft de epidemie langzaam uit en komt na de plateaufase een daling. Het Johns Hopkins Institute vat voor elk land samen in welke fase we (vermoedelijk) zijn.

Het goede nieuws is dat voor heel wat landen de plateaufase intussen is bereikt of dat de curve zelfs al een (licht) dalende tendens toont. Andere landen zoals bijvoorbeeld de Verenigde Staten of Groot-Brittannië lopen helaas achter. Daar lijkt de piek nog niet meteen in zicht.

Mondmaskers

Graffiti in Polen (Foto: Adam Nieścioruk (Unsplash))

Het zou best kunnen dat we de voorbije week, als we later terugblikken op het verloop van de epidemie, niet enkel zullen onthouden als de week waarin de curve begon af te vlakken. Het lijkt ook de week te zijn waarin de emotie definitief op de voorgrond trad. Media hadden afgelopen week opvallend meer aandacht voor persoonlijke verhalen.

Niet enkel voor de getuigenissen van gezondheidswerkers of andere mensen die vanop de frontlinie verslag uitbrengen van het gevecht met het virus, maar ook voor verhalen van nabestaanden, van mensen die in rouw zijn. De pagina ‘De gezichten achter de cijfers’ die Het Nieuwsblad daarover bijhoudt, is daar wellicht het meest sprekende voorbeeld van.

Ook voor veel emotie zorgt de saga van de mondmaskers. Minister van Volksgezondheid Maggie De Block (Open Vld) kreeg de hulp van haar partijgenoot Philippe De Backer die nu een ‘taskforce shortages’ leidt om de zoektocht naar mondmaskers en ander medisch materiaal in goede banen te leiden. De Backer werd aangesteld als hoofd van die taskforce kort nadat een bestelling van miljoenen mondmaskers in extremis en op basis van bijzonder twijfelachtige argumenten door het kabinet van De Block werd afgeblazen.

De hele kwestie van de mondmaskers werpt een smet op het blazoen van minister De Block die tot voor kort nog geprezen werd omwille van haar kordate aanpak en heldere communicatie

Eerder was er al het verhaal over het vernietigen, en vooral het niet opnieuw aanvullen – van een strategische stock aan mondmaskers, maar ook het onderzoek dat het parket voert naar mogelijke fraude bij een eerdere bestelling mondmaskers die nooit werd geleverd.

De pandemie verstoort de markt voor medisch materiaal volledig. De zoektocht naar mondmaskers is bijgevolg geen sinecure. Maar de hele kwestie werpt wel een smet op het blazoen van minister De Block die tot voor kort nog geprezen werd omwille van haar kordate aanpak en heldere communicatie. Daarop ent zich de discussie over zin en onzin van het dragen van een mondmasker in het openbaar. België volgt daarbij de richtlijnen van de Wereldgezondheidsorganisatie.

Die richtlijnen zijn duidelijk: voor mensen die gezond zijn is er momenteel geen reden om een mondmasker te dragen, behalve voor gezondheidswerkers of andere mensen die zorg dragen voor patiënten die besmet zijn met SARS-CoV-2. Wie ziek is, kan wel een masker dragen.

Een belangrijke voorwaarde daarbij is wel dat het correct gebeurt. Dat impliceert een behoorlijk uitgebreid ritueel waarbij het wassen van de handen, het correct aanbrengen, het niet aanraken van het masker met de handen, en het correct verwijderen noodzakelijk zijn. Zo niet is het dragen van een masker zinloos of zelfs contraproductief.

Extreemrechts tracht de discussie over het al dan niet dragen van mondmaskers al langer op de spits te drijven. De boodschap daarbij is dat de overheid en het wetenschappelijk comité dat het beleid adviseert, cruciale informatie zou achterhouden en de burgers doelbewust in de steek zou laten.

Een softere variant van die boodschap werd ook verspreid door prominente N-VA’ers zoals Kamerfractieleider Peter De Roover en voormalig Kamervoorzitter Siegfried Bracke. Die laatste trok openlijk de wetenschappelijke integriteit van viroloog Marc Van Ranst in twijfel en schilderde hem af als een betaalde buikspreker van de overheid die bewust de waarheid achterhoudt.

Het is niet de eerste keer dat N-VA openlijk de integriteit van wetenschappers, rechters of journalisten in twijfel trekt. Maar of de partij er deze keer veel zieltjes mee zal winnen, is twijfelachtig. Het besef dat wetenschappers broodnodig zijn om ons door deze crisis te loodsen, lijkt breed gedragen binnen de bevolking.

Voorlopige rapporten

De wetenschap zit intussen ook niet stil. Het aantal wetenschappelijke publicaties over het nieuwe coronavirus is nauwelijks bij te houden. Dat leidt doorlopend tot nieuwe inzichten die kunnen bijdragen aan de wijze waarop de strijd tegen het virus best kan worden gevoerd. De Wereldgezondheidsorganisatie monitort doorlopend al die nieuwe studies en gegevens. Op basis daarvan past ze haar aanbevelingen aan, maar een probleem daarbij is de wetenschappelijke waarde van het wetenschappelijk werk.

Veel wetenschappelijk onderzoek wordt vandaag gepresenteerd zonder een zogenaamde ‘peer review’. Dat is gegeven de bijzondere omstandigheden een verdedigbare keuze. Al is het geen sinecure om cruciale beslissingen en aanbevelingen te nemen op basis van wetenschappelijke gegevens die (nog) niet altijd voldoende gevalideerd en bevestigd zijn. Tegelijk vinden die onderzoeken – ook al even begrijpelijk – gretig aftrek in de media.

Soms zijn het boodschappen van hoop – bijvoorbeeld over mogelijke nieuwe geneesmiddelen. Even vaak gaat het om verontrustende nieuwe gegevens. Die bevindingen worden massaal verspreid via klassieke en sociale media zodat er een gewicht aan wordt toegekend dat niet strookt met de realiteit.

Op de website van BioRxiv, dat fungeert als een zogenaamde preprint-server voor biowetenschappen (prepublicaties, nog voordat de studies door vakgenoten zijn beoordeeld) staat de boodschap bovenaan de artikels uitdrukkelijk vermeld:

“Dit zijn voorlopige rapporten. Er is nog geen peer-review gebeurd. De resultaten kunnen niet beschouwd worden als definitief. Ze kunnen niet gebruikt worden als basis voor de klinische praktijk of voor eender welk gezondheidsgerelateerd gedrag. Media kunnen ze niet gebruiken als bevestigde informatie.”

Eén van de studies die op BioRxiv werd gepubliceerd geeft aan dat het virus zich mogelijk zou kunnen verspreiden via luchtpartikels. Er zijn nog andere studies die gelijkaardige conclusies naar voor schuiven. Zo was er de voorbije week veel te doen over een studie die aangeeft dat virussen mogelijk tot acht meter ver kunnen uitwaaien. Een andere studie geeft dan weer aan dat virussen tot 24 uur kunnen overleven op kartonnen oppervlakten en nog langer op plastic materiaal.

Dergelijke onderzoeken zijn belangrijk, ze werpen cruciale kwesties op, maar ze laten ook nog veel vragen onbeantwoord. Het is niet omdat er viruspartikels in de lucht of op karton aangetroffen worden dat ze ook een belangrijke rol zouden spelen in de verspreiding van SARS-CoV-2 De onderzoeken laten vandaag (nog) geen grote conclusies toe, wat niet betekent dat ze op termijn niet zouden kunnen leiden tot aangepaste of nieuwe maatregelen in de strijd tegen SARS-CoV-2.

Johnson & Johnson

Ander belangrijk wetenschappelijk nieuws kwam er de voorbije week van farmagigant Johnson & Johnson. Die kondigde aan de productie van een mogelijk vaccin tegen Covid-19 aan te vatten, nog voordat de effectiviteit en de veiligheid ervan bewezen is.

De farmareus neemt dat risico naar eigen zeggen omdat het er rotsvast van overtuigd is de sleutel in handen te hebben, zodat de tests enkel positief kunnen uitdraaien. Door niet te wachten op de resultaten van het onderzoek kan de firma het vaccin – eens de testen afdoende blijken – veel sneller op de markt brengen. Dat het Amerikaanse ministerie van Volksgezondheid een miljard dollar investeert in het hele project, helpt natuurlijk om het risico op een gigantische financiële kater bij een onverwachte mislukking beperkt te houden.

Farmareus Johnson & Johnson neemt het risico om de productie van een vaccin op gang te brengen voordat de effectiviteit en de veiligheid ervan bewezen is

Net zoals dat het geval is met andere bedrijven die de voorbije weken uitpakten met veelbelovende resultaten, en tests opzetten voor een nieuw vaccin, ging ook de beurskoers van Johnson & Johnson stevig de hoogte in na de aankondiging van de nieuwe plannen. Op 23 maart was een aandeel 111 dollar waard, een week later 133 dollar. Een bijzondere prestatie in een periode waarin de beurzen bloedrood kleuren.

Big Pharma wil bovendien lang niet op alle fronten meemarcheren. Zeker voor de strijd op korte termijn is de zoektocht naar antivirale middelen even belangrijk als de investeringen in de zoektocht naar een vaccin. Daarbij wordt in de eerste plaats gekeken naar bestaande geneesmiddelen. Die moleculen hebben al aangetoond dat ze voldoende veilig zijn, waardoor ze veel sneller op de markt kunnen komen.

In het artikel ‘The race to find a coronavirus treatment has one major obstacle: big pharma’ legt professor Ara Darzi, voormalig Brits minister van Volksgezondheid en directeur van het Institute of Global Health Innovation aan het Imperial College London, uit hoe Big Pharma die zoektocht naar een remedie tegenwerkt.

Het zoeken gebeurt op basis van artificiële intelligentie. Uit de ruime stock aan geneesmiddelen en op basis van de data die erover bestaan, kunnen computers geneesmiddelen selecteren die potentieel hebben als therapie tegen het nieuwe coronavirus. Niet alle farmaceutische bedrijven zijn echter bereid om hun data vrij te geven.

Bluetooth

Ook hoogtechnologisch van aard zijn de intussen vergevorderde plannen om een app te bouwen die moet helpen om de epidemie verder aan banden te leggen of een eventuele nieuwe heropflakkering in de kiem te smoren.

Er liggen verschillende werkwijzen op tafel, maar er zou vooral gekeken worden naar een systeem waarbij mensen vrijwillig een app laden die via bluetooth potentieel gevaarlijke contacten achteraf meldt. De hele kwestie roept nogal wat vragen op, zeker vanuit het oogpunt van privacy. Al verzekeren de mensen die er mee bezig zijn dat daar de broodnodige aandacht voor zal zijn.

Vandaag gebeurt het ‘contact tracing’ in België door mensen die de contacten letterlijk in kaart brengen. Onder meer Marc Van Ranst waarschuwde er deze week voor dat de groep mensen die vandaag in België kan worden ingeschakeld om de contact tracing in goede banen te leiden te klein en overbevraagd is. Nochtans zullen we ze, eens de epidemie onder controle, keihard nodig hebben om nieuwe uitbraken te voorkomen.

Rust- en verzorgingstehuizen

De contact tracers zijn overigens niet de enigen die de voorbije weken over het hoofd werden gezien. Verschillende groepen luidden de alarmbel. Er werd aandacht gevraagd voor kinderen die leven in zeer kwestbare en precaire situaties. De lockdownmaatregelen bezwaren problematische thuissituaties. Hulpverlening ligt aan banden en jongeren die verblijven in instelingen kunnen geen bezoek meer ontvangen.

De lockdownmaatregelen bezwaren problematische thuissituaties. Hulpverlening ligt aan banden en jongeren die verblijven in instelingen kunnen geen bezoek meer ontvangen

Hetzelfde geldt voor psychiatrische centra, gevangenissen, asielcentra en bij uitbreiding alle plekken waar mensen dicht bij elkaar moeten samenleven. Dat kort op elkaar leven en de bijhorende angst voor besmetting bemoeilijken dit samenleven.

En dan zijn er natuurlijk de rust- en verzorgingstehuizen. Had de overheid de voorbije weken wel voldoende aandacht voor de plek waar de groep samenleeft die het meest kwestbaar is voor SARS-CoV-2? Die vraag klinkt steeds luider. Er kwamen signalen over een tekort aan beschermend materiaal voor de zorgverleners, maar ook het testmateriaal liet de voorbije weken op zich wachten.

Patiënten die zich aanmelden met klachten die wijzen op Covid-19 krijgen in principe enkel een test bij opname in het ziekenhuis. Andere patiënten die een milde variant van de ziekte doormaken moeten thuis uitzieken en in quarantaine blijven.

In rusthuizen zouden patiënten met klachten die wijzen op Covid-19 nu wel een test krijgen. Vlaams minister van Welzijn Wouter Beke (CD&V) vraagt nu ook dat er ‘ad random’ tests zouden gebeuren in rusthuizen, ook op plekken waar (nog) geen besmettingen zijn gesignaleerd. Op die manier zou een eventuele uitbraak op de meest kwetsbare plekken in onze samenleving vroegtijdig gedetecteerd kunnen worden en tijdig aangepakt.

Regionale verschillen

Omdat de wereld nu eenmaal bestaat uit natiestaten en er niet echt een werkbaar alternatief voorhanden is, bulkt het internet van lijsten en grafieken waarin landen met elkaar worden vergeleken. Nochtans trekt het virus zelf zich van grenzen bitter weinig aan.

Net als de Verenigde Staten loopt ook de curve in Groot-Brittannië ‘achter’ op het gros van de andere Westerse landen. In beide landen werd de epidemie langer onderschat

Nu veel grenzen zijn gesloten liggen de kaarten anders, maar wie de uitbraken in de verschillende landen bestudeert, stelt vast dat het verschil in heftigheid waarmee het virus huishoudt tussen regio’s in eenzelfde land soms aanzienlijk groter is dan tussen landen onderling. Dat is zichtbaar in België, waar het verschil tussen de provincies onderling soms aanzienlijk is, in landen die zeer zwaar getroffen zijn zoals Italië en Spanje, maar zeker ook in de Verenigde Staten.

In New York stond de teller van het aantal doden vrijdagochtend (03/04) op 2.538. Dat is bijna 42 procent van het totaal aantal doden in de Verenigde Staten. Net als in de VS loopt ook de curve in Groot-Brittannië ‘achter’ op het gros van de andere Westerse landen. In beide landen werd de epidemie langer onderschat. De maatregelen rond ‘social distancing’ werden er later ingevoerd.

Lentezon

Ook elders in de wereld miskenden politieke leiders lange tijd de ernst van de epidemie lange tijd. Ze maakten zich samen met Donald Trump meer zorgen over de economische schade dan over de gezondheidszorg. Maar met enige vertraging lijkt uiteindelijk zowat iedereen toch de bocht te maken. Zelfs de extreemrechtse Braziliaanse president Jair Bolsonaro, die de epidemie eerder als een hysterisch mediaverzinsel afdeed, lijkt intussen bijgedraaid.

In eigen land schijnt intussen de zon. De aangekondigde lentedagen en het begin van de paasvakantie worden een belangrijke test. Wetenschappers vrezen dat de positieve signalen over een afplattende curve in combinatie met de zon het gevoel zullen aanwakkeren dat het ergste leed is geleden en de riem er stilaan af mag.

Niets is minder waar. Pas wanneer in de loop van de komende week een dalende trend wordt ingezet, kunnen min of meer betrouwbare becijferingen worden gemaakt over het te verwachten verdere verloop van de curve, en vooral over de impact ervan op het aantal benodigde ziekenhuisbedden en bedden op intensieve zorg. Dan pas zal blijken of onze gezondheidszorg standhoudt, en kan de berekening worden gemaakt of het haalbaar is om de strenge maatregelen die nu nog in voege zijn na de paasvakantie (deels) te lossen.

Auteur: Tom Cochez

Licentiaat criminologie. Werkte van 1997 tot 2008 voor De Morgen. Hij volgde er vooral gezondheidszorg, sociale zaken en milieu en verdiepte zich in de politieke partijen Vlaams Belang en Groen. In 2008 koos hij ervoor om opnieuw op freelance basis te werken onder meer ook voor Knack en Humo. Een jaar later stond hij mee aan de wieg van De Werktitel, het latere Apache.be. Vandaag werkt hij als redacteur.

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid