Het verhaal van een onverzettelijke waarheidsvorser 

 Leestijd: 18 minuten4

Het archief van onderzoeksjournalist Walter De Bock leidde historica Klaartje Schrijvers naar een wijdvertakt ondergronds anticommunistisch netwerk. In haar pas verschenen boek verbindt ze die speurtocht met het verhaal van één van de voornaamste onderzoeksjournalisten die België ooit had. Een duik in het archief van De Bock is een duik in het recente verleden van België. ‘Zijn passie ging uit naar het vinden van de waarheid. Zijn credo was: neem nooit zomaar iets aan voor waar.’

Walter De Bock (1946-2007) behoorde samen met Maurice De Wilde en Frank De Moor tot de schansgravers van de onderzoeksjournalistiek in Vlaanderen. Niet aflatend wierp De Bock licht op de donkere kant van de Belgische politiek en haute finance. De Bock nagelde hooggeplaatsten als Paul Vanden Boeynants en Willy Claes aan de schandpaal en verwierf faam met het oplossen van de moord op PS-kopstuk André Cools en de onthullingen van het Agustaschandaal.

Minder bekend is dat de roemruchte journalist een imposant archief naliet. Historica Klaartje Schrijvers putte voor haar doctoraat over een wijdvertakt ondergronds anticommunistisch netwerk uit dat rijke archief, en promoveerde kort na het overlijden van De Bock aan de UGent tot doctor in de Nieuwste Geschiedenis. In ‘Het archief van Walter’, een bijzonder gelaagd boek, verknoopt ze haar persoonlijke speurtocht met leven en werk van De Bock.

Onderzoeksjournalist Walter De Bock

“Het archief van Walter werd de redding voor mijn doctoraat, het archief was ook Walters levenswerk, ook in mentale zin: het brein als archief van iemands leven, dat hij verloor door de ziekte Alzheimer.” Apache sprak met de schrijfster, oud-collega’s als Paul Goossens, Walter Zinzen, en andere betrokkenen over de journalistieke nalatenschap van De Bock.

“Het was niet evident een titel te vinden die al die lagen in het boek omvatte”, steekt Klaartje Schrijvers van wal. “Je hebt het verhaal van Walter, zijn levenswerk, zijn cases, maar ook zijn ziekte. Je hebt de queeste van mijn doctoraat, het onderzoek naar een neo-aristocratische elite, maar ook het netwerk zelf en de protagonisten die erin voorkomen.”

“Dan heb je onze ontmoetingen, het proberen communiceren en door te dringen tot een kennis die dreigt te verdwijnen. Als dan toch één zaak het meest eruit springt voor mij is het de gedachte: wat betekent geschiedenis wanneer kennis verdwijnt, wanneer de geschiedenis zwijgt. En het is daarom dat de keuze voor de titel uiteindelijk viel voor ‘Het archief van Walter’”, verklaart Schrijvers zich nader.

Studentenprotest

De eerste ontmoeting tussen Schrijvers en De Bock vond plaats in 2005. De historica heeft de in 2007 aan Alzheimer overleden journalist dus maar een korte periode persoonlijk gekend, maar dit lijkt weinig af te doen aan de reikwijdte van hun treffen. Wroetend in de geschiedenis en schoppend tegen de gesloten deuren van de officiële archiefinstanties leerde ze de man kennen die haar doctoraat zou redden. Op zijn beurt, schrijft ze, klampte De Bock zich aan haar vast als aan een laatste strohalm. Hij rekende op haar om een deel van zijn kennis te redden van de teloorgang.

Paul Goossens: ‘Walter had altijd een schaar en het Belgische Staatsblad bij zich, en fiches. Ook na middernacht zat hij in Leuvense cafés dat Staatsblad uit te pluizen en de mandaten van ‘le beau monde’ op steekkaart te zetten’

Toen ze hem voor het eerst in januari 2005 ontmoette was zijn archief nog in wording en werd het van zijn huis overgedragen naar de universitaire bibliotheek van Leuven op het Monseigneur Ladeuzeplein. Zijn vader Alfons, professor in de fysica, was vicerector van de KU Leuven en zelf studeerde De Bock wijsbegeerte in Leuven en leidde er tezamen met Paul Goossens en Ludo Martens het studentenprotest van mei ’68. In zijn studententijd zou hij zich eveneens ontpoppen tot journalist.

De Bock was nog geen twintig jaar oud toen hij in 1965 hoofdredacteur werd van het studentenblad Ons Leven dat verbonden was met het Katholiek Vlaams Hoogstudenten Verbond (KVHV). Onder impuls van De Bock en consorten zou een meer progressief gezinde stroming zich echter van het KVHV afscheuren en verenigen in de Studentenvakbeweging (SVB), de voorloper van het latere AMADA.

Journalist en medestander van het eerste uur, Paul Goossens, ziet de latere wapenfeiten van De Bock ontegensprekelijk geworteld in de Leuvense jaren. “Walter had altijd een schaar en het Belgisch Staatsblad bij zich, en fiches. Ook na middernacht zat hij in Leuvense cafés dat Staatsblad uit te pluizen en de mandaten van ‘le beau monde’ op steekkaart te zetten. Het was een passie, misschien zelfs een obsessie.”

“Daarnaast was er ons parcours in de contestatiebeweging en de Leuvense kwestie. Daar botsten we met ‘the powers that be’ in België (de kerk, de Société Générale, de rijkswacht; FP) en de Vlaamse elite, die burgerlijk en nationalistisch was. Dat motiveerde nogal wat mensen om achter de officiële communiqués en formele beslissingen op zoek te gaan naar de krachten die de lijnen uitzetten en het liefst in de schaduw opereren”, weet Goossens verder.

Walter Zinzen: ‘Het is weinig bekend dat Walter De Bock zijn vaardigheden als onderzoeksjournalist ook ten dienste heeft gesteld van de openbare omroep, de toenmalige BRT’

Ook in zijn latere journalistieke loopbaan zette De Bock die kritische bevraging van de gevestigde orde onverdroten verder. Hij werkte voor het grootste deel van zijn carrière – van 1979 tot 2002 – voor De Morgen, en was voordien werkzaam bij weekbladen als De Nieuwe Linie, Vrijdag, Knack en bij de toenmalige BRT. Voormalig BRT-journalist en oud-collega Walter Zinzen wijst erop dat dit met zijn rebelse verleden niet altijd even vanzelfsprekend was.

“Het is weinig bekend dat Walter De Bock zijn vaardigheden als onderzoeksjournalist ook ten dienste heeft gesteld van de openbare omroep, de toenmalige BRT”, vertelt Zinzen. “Dat dit zo is heeft alles te maken met het politieke karakter dat de BRT toen had. Panorama was in die tijd de enige actualiteitenrubriek op de televisie en de hoofdredactie had een fijne neus voor journalistiek talent, ook als dat buiten het eigen huis te vinden was.

“Tegelijk was de schrik voor de partijpolitieke pottenkijkers in de Raad van Bestuur en op het kantoor van de Administrateur-Directeur-Generaal groot. Openlijk een beroep doen op een als notoir gauchist bekend staande medewerker was te veel gevraagd van de moed van de Panorama-verantwoordelijken. Dus werd Walter wel vaak gevraagd om ingewikkelde dossiers inhoudelijk voor te bereiden, maar dan wel clandestien. Zijn naam is me dunkt dan ook nooit op een aftiteling verschenen. Naar sporen van hem in het VRT-archief zal men vruchteloos zoeken. Dat bekommerde hem weinig, gebeten als hij was om te weten”, vertelt Zinzen.

Waarheidsvinding

Schrijvers treedt met haar boek dit beeld van De Bock als onverzettelijke waarheidsvorser bij. “Zijn passie ging uit naar het vinden van de waarheid. Zijn credo was: neem nooit zomaar iets aan voor waar”, zegt ze.

“Wat je aan de oppervlakte ziet, dekt daarom niet de gehele ware toedracht. Achter elk beeld zit een andere werkelijkheid die dat beeld juist tracht te verhullen. Hij had vele interesses, gaande van de wapenindustrie, extreemrechts tot fraude. Hij werkte vaak op het raakvlak tussen boven- en onderwereld, daar waar de criminaliteit net onder de radar probeert te blijven. Verder waren voor hem economie en politiek onlosmakelijk met elkaar verbonden. In bijna elke case die hij onderzocht, wist hij die alliantie bloot te leggen”, verduidelijkt ze.

Klaartje Schrijvers: ‘Zijn passie ging uit naar het vinden van de waarheid. Zijn credo was: neem nooit zomaar iets aan voor waar’

Wat De Bock uitspitte was dan ook niet min. Zo schreef hij onder meer als eerste over de Belgische betrokkenheid bij de Iran-Contra-affaire, en over Union Minière, het Belgisch mijnbedrijf dat uranium uit Belgisch-Congo leverde voor de eerste Amerikaanse atoombommen. Voorts zijn er de ophefmakende onthullingen over het smeergeld dat de SP ontving voor een order bij het Italiaanse helikopterbedrijf Agusta, waardoor Willy Claes als secretaris-generaal van de Navo moest aftreden.

Bovenal staat De Bock bij het grote publiek bekend als de man die de moord op Luiks PS-kopstuk André Cools wist op te lossen. Nog geen jaar later kon hij nog aantonen dat de moord uit 1991 werd gepleegd in opdracht van de entourage van Alain Van der Biest. Het gerecht zou hem in 2004 gelijk geven.

Het is evenwel zijn expertise over uiterst rechts en een uiterst rechtse industriële en financiële elite in het bijzonder die ten grondslag zou liggen aan Schrijvers’ doctoraat en het nieuwe boek. 

Uiterst rechtse elite in kaart

Schrijvers en De Bock kruisten elkaars paden toen haar doctoraatsonderzoek op een dood spoor was aanbeland. Met haar doctoraat in de geschiedenis wenste Schrijvers aan te tonen hoe een welbepaalde elite in de 20ste eeuw achter de schermen van de politiek aanstuurde op een rechts Europa.

Deze elite, beschrijft ze in haar boek, was van uiterst rechtse signatuur en beschouwde het christendom als het fundament van de westerse beschaving. Zij viseerden in het bijzonder het communisme als bedreiging van de christelijke waarden en van hun status als neo-aristocratische elite. Zowel in het communisme als in het algemeen stemrecht zag deze elite zich geconfronteerd met de uitholling van invloed en macht.

Schrijvers: ‘Voor Walter De Bock waren economie en politiek onlosmakelijk met elkaar verbonden. In bijna elke case die hij onderzocht, wist hij die alliantie bloot te leggen’

De leden ervan deelden daarom ook een fundamenteel wantrouwen ten aanzien van de parlementaire democratie. De personen die tot dit netwerk behoorden, organiseerden zich in diverse organisaties die tot doel hadden een ultrarechts Europa te creëren, wars van alle linkse invloeden.

Dit soort rechts, benadrukt Schrijvers, onderscheidde zich van het extreemrechts dat collaboreerde met nazi-Duitsland. Heel wat protagonisten hadden zelfs actief, al dan niet militair, deelgenomen aan het rechts verzet in de Tweede Wereldoorlog. Dit rechts verzet in België kenmerkte zich door een uitgesproken royalisme, trouw aan koning Leopold III, en was anti-Duits, al hadden sommigen onder hen voor de oorlog duidelijk sympathieën voor de Nieuwe Orde.

Schrijvers onderstreept in haar doctoraat het feit dat de Tweede Wereldoorlog voor een specifiek soort rechts niet die cesuur was zoals die in heel wat geschiedenisboeken wordt voorgesteld. Een corporatistisch Nieuwe Orde-gedachtegoed in combinatie met een minachting voor de parlementaire democratie overleefde de oorlog haast geruisloos, juist omdat deze elite niet geplaagd werd door het stigma van de collaboratie.

‘L’Europe sera de droite, ou ne sera pas!’

Schrijvers: ‘Het rechts waar Damman en zijn kompanen voor stonden was anticommunistisch, christelijk, elitair, uiterst neoliberaal en in wezen antidemocratisch’

Schrijvers kwam aanvankelijk tot een lijst met 500 betrokkenen, maar in de officiële archieven was er nauwelijks een spoor van terug te vinden. Tijdens een eerste onderhoud met De Bock verkreeg ze van hem de ledenlijst van een sleutelorganisatie en sprak hij over de enigmatische Franstalige Gentenaar Florimond Damman die in 1969 de Académie Européenne de Sciences Politiques (AESP) oprichtte. De eigenlijke inspirator hiervan, stelt Schrijvers, was feitelijk Otto von Habsburg die een strikt conservatief verenigd Europa voor ogen had.

“Het belang van de AESP en Damman in het kader van mijn onderzoek was tweeledig”, zegt Schrijvers. “Enerzijds heuristisch: de overlevering van de ledenlijst is cruciaal geweest voor het in kaart brengen van het netwerk. Je mag niet vergeten dat een elite zelden sporen nalaat, en in het bijzonder over wie ze frequenteert buiten het professionele leven om. Dergelijk ledenlijst is daarom van onschatbare waarde. Het zorgde voor een opening naar een wereld die niet de bedoeling had ooit gekend te zijn.”

“Anderzijds is de AESP een van de belangrijkste Europeïstische organisaties die parallel met de Europese Beweging actief was. Het verzamelde uiterst rechtse lieden uit diverse Europese landen die samenkwamen om na te denken over de creatie van een rechts Europa dat als één sterk front het communistisch gevaar kon bevechten. Die Europeïstische organisaties vormen het forum waarin de protagonisten uit het netwerk elkaar ontmoetten. Damman was van al die organisaties lid of zelfs voorzitter. Omwille van zijn uitgesproken engagement werd hij de gids in mijn verhaal”, gaat ze verder. 

Met de AESP tekenden zich netwerklijnen af die Schrijvers niet alleen leidden naar aartshertog Otto von Habsburg (1912-2011), de oudste zoon van de laatste Oostenrijkse keizer Karel I. Ze gidsten haar ook naar diverse edellieden en vooraanstaande leden van de Europese financiële en industriële elite, naar invloedrijke figuren uit het Spanje onder Franco – zoals minister Alfredo Sánchez Bella, en naar uiteenlopende politieke figuren en ex-premiers zoals Antoine Pinay van Frankrijk en Giulio Andreotti van Italië.

Deze netwerklijnen leidden haar ook naar onze voormalige eerste minister en minister van Landsverdediging Paul Vanden Boeynants. Vanden Boeynants duikt dan ook voortdurend op in dit boek als de man met tentakels overal. Walter en ‘VDB ‘kenden elkaar al sinds eind de jaren 60, maar de twee mannen stonden diametraal tegenover elkaar in het politiek-ideologische spectrum. Uitgerekend in het extreemrechts waar Vanden Boeynants voor stond, was Walter bijzonder geïnteresseerd, stelt Schrijvers.

Schrijvers: ‘De aversie van de AESP voor de parlementaire democratie vloeide voort uit een streven naar economische macht zonder politieke bemoeienissen’

In weerwil van de progressieve generatie die in jaren 60 en 70 de bakens verzette, profeteerde Damman: “L’Europe sera de droite, ou ne sera pas!”. De vraag rijst of Damman achteraf bezien hiermee ver bezijden de waarheid zat.

“De vraag is welk rechts Europa Damman voor ogen had natuurlijk. Het rechts waar Damman en zijn kompanen voor stonden was anticommunistisch, christelijk, elitair en uiterst neoliberaal. Het was in wezen antidemocratisch, maar dan vanuit een elitaire visie (het algemeen stemrecht beschouwde men als de anonieme dictator) in plaats van een populistische”, antwoordt Schrijvers.

“Hun aversie voor de parlementaire democratie vloeide voort uit een streven naar economische macht zonder politieke bemoeienissen. Wanneer we Dammans uitspraak enigszins profetisch vinden, is dat niet omwille van een opmars van extreemrechtse partijen in heel Europa. Die trouwens doorgaans niet regeren. Het gaat veeleer over een rechts dat achter de schermen het sociaal-economisch beleid in een uiterst rechtse neoliberale en anti-linkse richting stuurde. Het netwerk van Damman zag voor een stuk haar doelen gerealiseerd met mensen als Ronald Reagan en Margaret Thatcher aan de macht”, concludeert ze. 

Onwaarschijnlijke verhalen

In het kader van haar onderzoek trok Schrijvers naar de Verenigde Staten om aldaar zes weken in het NARA (National Archives and Record Administration) te duiken. De schat waarnaar ze zocht trof ze evenwel aan bij haar terugkomst… in het archief van Walter.

“Wanneer je zo een netwerk in kaart wil brengen dan ben je sowieso aangewezen op alternatieve bronnen. Ledenlijsten, briefwisseling, notities, interne verslagen en reglementeringen, enzovoort…”, legt ze uit.

“Tegelijkertijd moet je je ook de vraag stellen hoe dergelijke organisaties eigenlijk werden gefinancierd. Eerst breng je ze in kaart, kom je af met namenlijsten, maar dan moet je dieper graven. Dergelijke meetings kosten geld, en je mag ervan uitgaan dat de elite dat niet allemaal zelf ophoest. Geld is dus eigenlijk de lijm die alles vasthoudt. Maar als er nu iets is waar men met alle macht sporen wil uitwissen, dan zijn het wel de eigen boekhouding en bankrekeningen”, zet Schrijvers uiteen.

Historica Klaartje Schrijvers (Foto: © Luk Monsaert)

“Gelukkig voor ons hield Damman er uitgebreide agendaboekjes op na. En in die agendaboekjes zat de ‘missing link’. Kleine notities van bedragen, soms vanuit Zwitserland, van en naar personen uit het netwerk en gelinkt aan zijn AESP en zijn Charlemagne-diners. Maar vooral gelinkt aan een van de grootste oplichtingsschandalen uit de jaren 70 in Europa. Het fameuze Renifleursschandaal.”

“Walter kreeg de fragmenten in handen die ook betrekking hadden op Dammans Charlemagne-diners en zijn werkzaamheden in de AESP en de Cercle des Nations. Zij discussieerden over hoe het Europa van de toekomst er moest uitzien en hoe zij de linkerzijde in de Europese Beweging konden indijken”, verduidelijkt ze.

Het zijn op het eerste gezicht soms onwaarschijnlijke verhalen die Schrijvers in haar boek optekent. Zo organiseerde de AESP regelmatig gastronomische bijeenkomsten voor een gelijkgestemde elite uit rechts en conservatief Europa om te netwerken en te discussiëren over een toekomstig rechts Europa. Deze diners werden vernoemd naar de in neo-aristocratische kringen hooggeachte Karel De Grote, de koning der Franken die huns inziens een duidelijke visie had op een eengemaakt en uiterst christelijk Europa, licht ze toe.

Gaandeweg echter verkeerde de AESP door gigantische uitgaven in zwaar weer. Om dit te verhelpen werd in 1978 de Cercle Charlemagne opgericht door Damman en graaf Alain de Villegas om de AESP van fondsen te voorzien. Dit gebeurde soms op een wel heel inventieve wijze.

In het schandaal van de snuffelviegtuigen (avions renifleurs) werden zowel de hoogste Franse autoriteiten misleid en de Franse staatsoliebedrijf Elf-Erap in de periode 1976-1979 voor miljarden opgelicht door twee uitvinders, de Belgische graaf Alain de Villegas en de Italiaanse professor Aldo Bonassoli. De twee beweerden via een snuffelvliegtuig oliebronnen onder het aardoppervlak te kunnen detecteren teneinde onbekende oliereserves te ontdekken.

Vele maanden verstreken vooraleer alle betrokken instanties uiteindelijk moesten constateren dat grote bedragen betaald waren voor een totaal waardeloze toepassing. De dagboeknoties van Damman tonen volgens Schrijvers echter aan dat beide uitvinders, de Villegas en Bonassoli, slechts de marionetten waren van het wijdvertakte politieke Europeïstische web, waarin Florimond Damman één van de hoofdrolspelers was. 

Het rode gevaar

‘Het Archief van Walter’ is in hoge mate ook het verhaal over de tijdsgeest van de Koude Oorlog. In de eerste plaats werden al die ultrarechtse netwerken opgezet uit angst voor het rode gevaar, of alleszins hierdoor gelegitimeerd. Dat soms paranoïde anticommunisme belemmerde de arbeid van de historicus en journalist. Schrijvers kon dit tijdens haar onderzoek aan den lijve ondervinden.

Schrijvers: ‘De Koude Oorlog heeft in België een serieuze stempel gedrukt, maar de sporen ernaar lopen steevast dood’

“Ik vond het een opmerkelijke vaststelling dat uitgerekend over het anticommunisme nauwelijks iets te vinden was in de officiële archieven. Nochtans is het anticommunisme in België verantwoordelijk voor enkele van de meest ingrijpende en spannendste bladzijden uit de Belgische geschiedenis.”

“Zoals bijvoorbeeld de moord op Julien Lahaut in 1950. Lahaut is bij het grote publiek vooral gekend door de fameuze uitspraak tijdens de inauguratie van koning Boudewijn: “Vive la république”, die abusievelijk aan hem werd toegeschreven. Ook de moord op Patrice Lumumba in 1961 kort na de onafhankelijkheid van Congo past in dit rijtje. De Koude Oorlog heeft in België een serieuze stempel gedrukt, maar de sporen ernaar lopen steevast dood.”

Ook op dit vlak is het archief van Walter De Bock een uitzondering. “Al moet je niet denken dat er een bestand in zit met ‘anticommunisme’ als titel. Het anticommunisme zit in heel wat dossiers en cases intrinsiek vervat, maar het laat zich vaak niet expliciteren. En net dat heb ik met mijn doctoraat wel gedaan”, zegt Schrijvers.

Met de opgeflakkerde aandacht voor de Bende van Nijvel in 2017 werd Schrijvers door uitgeverij EPO verzocht om haar doctoraat te boek te stellen. Maar een connectie tussen het in haar doctoraat beschreven netwerk en de in ons land veel besproken Bende Van Nijvel, die in de periode van 1982-1985 ons land terroriseerde heeft ze echter nooit gemaakt.

Schrijvers: ‘Wie dacht dat we in de jaren 70 met z’n allen in België de moderniteit binnenstapten, moet dat beeld helaas herzien’

“Dat is een heel belangrijke afweging die ik maakte en ik wijd er ook enkele bladzijden aan in mijn boek”, stelt ze. “In essentie komt het hier op neer dat ik het brute hooliganeske geweld van de aanslagen van de Bende van Nijvel niet kon rijmen met de ‘élite de l’esprit’ die ik onderzocht. Ik denk daarom ook dat het een misvatting is om te spreken in termen van een voedingsbodem, een klimaat dat als het ware door die elite werd gecreëerd waarin zo een terreur kon gedijen. Meer zelfs, het discrediteert eigenlijk mijn onderzoek. Het herleidt mijn onderzoek tot een historische contextualisering van wat later de aanslagen van de Bende moest worden.”

“Mijn onderzoek heeft daar niets mee te maken”, weidt ze verder uit. “Het brengt op zich al een spannend genoeg verhaal. Eén dat op een andere manier heel ingrijpend onze samenleving tot op de dag van vandaag beïnvloedt. Als wij terugblikken naar de jaren 60 en de emancipatorische golf die door studenten en arbeiders in gang werd gezet, dan moeten wij constateren dat een aantal van die vrijheden (of vrije gedachten) al niet meer bestaan.”

“Wie dacht dat we in de jaren 70 met z’n allen in België de moderniteit binnenstapten, moet dat beeld helaas herzien. Het netwerk dat ik onderzocht wist bijna geruisloos haar eigen anti-linkse en conservatieve prerogatieven door te drukken. De samenleving zoals wij die nu kennen, is voor een groot stuk door hen geregisseerd”, stelt Schrijvers.

Geschiedenis, journalistiek en strafonderzoek

Journalistiek wordt wel eens omschreven als de eerste ruwe schets van de geschiedenis. De Nederlandse auteur Jan Brokken deelde journalisten ooit zelfs in bij de infanterie van de geschiedenis. Ook Walter De Bock demonstreerde in zijn werk dat journalistiek en geschiedenis nauw met elkaar verbonden zijn. Hij plaatste niet alleen gebeurtenissen in een breder perspectief om een begrip te verwerven van de tijdsgeest maar woog zelf ook op de actualiteit.

“Geen enkel Vlaams journalist heeft ooit zoveel scalpen verzameld van gevallen tegenstanders”, citeert Schrijvers oud-collega, en oud-hoofdredacteur van Apache Georges Timmerman in dit verband. Omgekeerd verliet Schrijvers als historica dan weer de geijkte paden van de geschiedschrijving. Zodoende werpt het boek ook interessante vragen op over de raakvlakken tussen geschiedschrijving en onderzoeksjournalistiek.

Schrijvers: ‘De waarheid zit niet in de grote gedachten, maar in het detail, en het detail betekent complexiteit, uitweiding en twijfel’

“De journalistieke en historisch kritische methode vertonen heel wat verwantschap”, weet Schrijvers hierover te vertellen. “Ik was voor mijn doctoraat voor een groot stuk aangewezen op de journalistieke bron. Het was vanuit wetenschappelijk oogpunt dan ook noodzakelijk die kritisch onder de loep te nemen. Het werd een boeiende ontdekkingsreis doorheen de totstandkoming van de diverse journalistieke bronnen”, vertelt ze hierover.

“Het gaat hier niet om artikels, maar om primaire bronnen: ledenlijsten, agendaboekjes, notities van interviews, briefwisseling, nota’s, het Belgisch Staatsblad… Ook de onderzoeksjournalist moet die aan dezelfde kritische toetsing onderwerpen als de historicus dat doet met zijn bronnen. Die kruisbestuiving leidt tot een overkoepelende methodologie van de twijfel. Mijn devies luidt dan ook: de waarheid zit niet in de grote gedachten, maar in het detail, en het detail betekent complexiteit, uitweiding en twijfel.”  

De Bock kon minder dan een jaar na de moord de moordenaars van André Cools aanwijzen, nog voor het gerecht op het juiste spoor was gekomen. Ook bij de moorden op Julien Lahaut en Patrice Lumumba waren het historici die het baanbrekende werk wisten te verrichten. Mensen als criminoloog Paul Ponsaers en historicus Emmanuel Gerard bepleiten dan ook een grotere rol voor de historicus in de strafrechtelijke waarheidsvinding. Hoe kijkt Schrijvers daar als geschiedkundige tegenaan? 

“Historici zijn in de eerste plaats met mensen bezig”, zegt ze. “Zij proberen in de eerste plaats te begrijpen waarom mensen in een bepaalde context en in een bepaald tijdperk op een specifieke wijze hebben gehandeld. Maar we maken ook de denkoefening of het mogelijk was geweest anders te handelen. Op een bepaalde manier proberen historici – via de studie van het verleden – het tijdperk waarin we nu leven te begrijpen. In die optiek kunnen wij een heel waardevolle bijdrage leveren in de strafrechtelijke waarheidsvinding. Niet om te oordelen, maar om inzichten aan te leveren over het waarom van bepaalde handelingen en de oorsprong van specifieke gedachten.” 

Het archief van Walter vandaag

Schrijvers: ‘Het archief moet nog altijd in detail worden geïnventariseerd. Daar is echt nog werk aan de winkel’

Het archief van Walter omvat zowat 10 kubieke meter aan archiefdozen met enerzijds boeken en anderzijds documenten zoals persknipsels, briefwisselingen, uittreksels uit het Belgisch Staatsblad, notities van interviews, kopijen van gerechtelijke ondervragingen, foto’s, rapporten, persoonlijk opgestelde biografieën en chronologieën die De Bock gedurende meer dan dertig jaar onderzoeksjournalistiek verzamelde. Het bevat talloze dossiers met documentatie over onder meer het Belgische koningshuis, wapenhandel, banken en bedrijven, Centraal en Zuidelijk Afrika, en radicaal rechts in binnen- en buitenland.

Toen Schrijvers hem in januari 2005 voor het eerst ontmoette, was zijn archief nog in wording en werd het van zijn huis overgedragen naar de universitaire bibliotheek van Leuven op het Ladeuzeplein. In 2006 werd het archief volgens zijn wens officieel overgedragen aan de universiteit van Leuven.

De schenkingsakte stipuleert dat een deel van het archief (ongeveer 20% van het archief) dat beschermd is door het journalistieke bronnengeheim, gedurende een periode van twintig jaar niet toegankelijk zal zijn voor derden, tenzij mits schriftelijke toelating van de secretaris-generaal van de Raad voor de Journalistiek.

“Sinds die overdracht zijn er 25 aanvragen geweest voor de gehele toegaan tot het archief, waarvan er één geweigerd”, weet Pieter Knapen, de huidige secretaris-generaal van de Raad van Journalistiek. Dit verzoek in 2007 ter inzage ging uit van het Comité I, het externe toezichtsorgaan op de Belgische inlichtingendiensten en werd toen ter bescherming van het journalistiek brongeheim geweigerd door de toenmalige secretaris Filip Voets. 

Schrijvers was sinds haar doctoraat niet meer in het archief geweest, totdat ze aan dit boek begon. “Het archief bestaat niet meer in de vorm zoals ik het destijds gekend heb. Toen het werd overgeheveld, kreeg Walter nog enkele ruimtes op de bovenverdieping. Maar intussen is al zijn materiaal in een depot in de kelders terecht gekomen en kan je het enkel consulteren in een kleine leeszaal op de gelijkvloers. Het archief zoals ik het in mijn boek beschrijf, bestaat helaas nog enkel in die neergeschreven vorm”, verzucht Schrijvers.

“Met de eerste archivering is er al zeer waardevol werk verricht, maar het archief moet nog altijd in detail worden geïnventariseerd. Daar is echt nog werk aan de winkel. Zolang dat niet gebeurt, is het niet eenvoudig voor toekomstige onderzoekers om het te doorgronden”, stelt ze nog.

De man voor wiens pionierswerk Schijvers haar waardering uitdrukt is Paul Huybrechts. Huybrechts is de vriend en studiegenoot die De Bock hielp bij het archiveren en sedert de overdracht de beheerder is van het archief. De twee kenden elkaar al van het Leuvens Drievuldigheidscollege en werden later collega’s bij De Nieuwe Gids en nog later bij De Morgen.

“Onze wegen liepen begin jaren 80 uit elkaar, tot Guido Van Zieleghem, ook een generatiegenoot en Leuvens bibliothecaris Oude Talen, mij rond 2004 signaleerde dat het immens archief van Walter De Bock in de universiteitsbibliotheek lag en dringend wachtte op inventarisatie, liefst door iemand die met Walters werk vertrouwd was“, vertelt Huybrechts.

“Walter was toen al ziek. Ik heb dat dan met Walter en in overleg met de specialisten, vooral Marc Nelissen, van de centrale bibliotheek gedaan. Drie ochtenden per week gedurende twee jaar, telkens tot Walter te moe werd”, herinnert Huybrechts. “De immense hoeveelheid boeken van Walter is opgenomen in het bibliotheeksysteem van de universiteiten, niet alleen de KU Leuven. De vele persknipsels, gerechtelijke stukken, en dergelijke meer kunnen allemaal zeer snel worden teruggevonden met gebruik van de zoekfunctie in Word.”

Het archief is ondertussen netjes in dozen op een brandveilige (Leuven heeft daar twee wereldoorlogen ervaring mee, FP) en technisch goed uitgeruste plek. “Wat een verbetering is tegenover het lokaal Numismatiek (‘de bovenverdieping‘) waar Walter en ik de archivering deden en waar de dozen eigenlijk niet thuishoorden. Maar alles kan beter, dat besef ik wel”, vertelt Huybrechts.

Zowel Huybrechts als Schrijvers zijn dan ook doordrongen van de enorme waarde die het archief bezit voor historici en andere belangstellenden. “Ik heb het privilege gehad de samensteller ervan te hebben gekend, zelfs al was die gaandeweg aan het ‘ontweten’. Daardoor weet ik wat een schatten er in dat archief nog allemaal liggen”, pikt Schrijvers daarop in.

“Elke onderzoeker die in de toekomst nog rond collaborerend en niet-collaborerend extreemrechts en de naoorlogse Belgische (Europese) uiterst rechtse elites wil werken, moet sowieso eerst langs het archief van Walter passeren.”

Wanneer kennis verdwijnt

Het gedeelte van het boek waar Schrijvers nader ingaat op de ziekte van De Bock is schrijnend om te lezen. Er steekt dan ook een wrange ironie in het feit dat uitgerekend De Bock getroffen werd door Alzheimer. De Bock, de onderzoeksjournalist wiens gehele leven in teken stond van het zoeken naar waarheid werd allengs door zijn ziekte van de waarheid afgesloten.

‘Het is op jouw doctoraat dat mijn archief heeft zitten wachten’

“Zijn archief was zijn erfenis van toen hij nog wist en zijn kennis nog kon overbrengen. Hij klampte zich aan mij vast als aan een laatste strohalm: dat ik zijn kennis nog zou kunnen vrijwaren van een onherroepelijk verdwijnen”, noteert Schrijvers in haar boek.

Toen Schrijvers in januari 2005 het archief voor een eerste maal betrad, leed Walter De Bock al enkele jaren aan Alzheimer, de diagnose die in 2001 werd gesteld. In welke mate drukte dit een stempel op haar onderzoek?

“We komen hier terug op de belangrijkste gedachte uit mijn boek: wat betekent geschiedenis wanneer kennis verdwijnt, wanneer geschiedenis zwijgt. Walter verloor zijn eigen geschiedenis, zijn levenswerk. Toen ik hem ontmoette verzuchtte hij: het is op jouw doctoraat dat mijn archief heeft zitten wachten. Doctoreren is op zich al enorm zwaar, maar de confrontatie met Walter zijn ziekte gaf het doctoreren een diepere kleur.”

“Dit was zo bijzonder, zo confronterend ook. Het liet mij nooit meer los. Aanvankelijk kon ik met al die emoties nergens naartoe. Mijn doctoraat moest in eerste instantie een academische tekst zijn, een wetenschappelijk corpus. Maar ik wist dat ik ooit dat andere verhaal zou schrijven. En dat is dit boek geworden”, besluit Schrijvers. 

‘Het archief van Walter, De onderzoeksjournalist, de historica en de waarheid’ van Klaartje Schrijvers is verschenen bij uitgeverij EPO. Het boek kwam tot stand met steun van het Fonds Pascal Decroos voor Bijzondere Journalistiek.

Auteur: Frederik Polfliet

Frederik Polfliet (1979) studeerde moraalwetenschappen aan de Universiteit Gent en internationale betrekkingen en diplomatie aan de Universiteit Antwerpen. Hij schrijft op regelmatige basis voor Streven en leverde kritieken en interviews voor onder meer De Leeswolf, De Reactor en Vrij Nederland.

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid

Word nu lid van Apache en geniet van deze voordelen:

  • Toegang tot alle ruim 4.000 artikels
  • Deel de artikels gratis met je vrienden
  • Toegang tot alle dossiers en het volledige archief
  • Treed in discussie met journalisten en andere lezers
  • Korting op events en andere journalistieke producten, zoals e-books