België niet klaar om na coronatesten ook te ‘tracen’

 Leestijd: 4 minuten3

Singapore, Taiwan en Zuid-Korea krijgen het coronavirus onder de knoet door massaal mensen te testen en vervolgens hun contacten te traceren. België heeft daarvoor amper twintig personen in dienst. Viroloog Marc Van Ranst pleit voor een structurele uitbreiding.

Accurate en heldere informatie is noodzakelijk om de verdere verspreiding van het virus tegen te gaan. Deel dit artikel dus gerust met de cadeaulink, zo kunnen vrienden en familie het gratis lezen. Om je persoonlijke link te creëren, klik je op het cadeau-icoontje rechts-midden van je computerscherm of links-onder bij mobiel.

Testen, testen, testen. Het nieuwe ordewoord in de strijd tegen de verdere verspreiding van het coronavirus klink logisch. Maar heeft testen ook zin? Een absolute voorwaarde is alleszins dat de testresultaten ook opgevolgd worden. Daarvoor is een legertje ‘contact tracers’ nodig dat de risicovolle contacten van besmette mensen in kaart kan brengen en opvolgen, ook wanneer dat aantal toeneemt.

In België ontbreekt het noodzakelijke personeel daarvoor. Viroloog Marc Van Ranst pleit voor een structurele ingreep. “We hebben nauwelijks één gezondheidsinspecteur per provincie. Die mensen en hun beperkte equipe werken zich uit de naad, maar ze dweilen niet gewoon met de kraan open, maar met het water aan de lippen.”

Nieuwe infectiehaarden

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) zegt het, virologen zeggen het, en ook politici vragen er steeds nadrukkelijker om: we moeten massaal testen. De bedoeling daarvan is duidelijk. We moeten nagaan of mensen besmet zijn met het coronavirus en vervolgens ook nagaan met wie ze in contact zijn geweest zodat die mensen in quarantaine kunnen. Het ene is zinloos zonder het andere.

Marc Van Ranst: ‘Gezondheidsinspecteurs dweilen niet gewoon met de kraan open, maar met het water aan de lippen’

Wie de plaatsen kent waar het virus huishoudt, kan de epidemie gerichter aanpakken. Of zoals de directeur-generaal van de WHO Tedros Adhanom Ghebreyesus het uitdrukte: “Je kunt vuur niet met een blinddoek bestrijden.”

De dubbele aanpak – testen en contacten in kaart brengen – is vooral van belang in de beginfase van een epidemie, wanneer het aantal besmettingen nog overzichtelijk is. Naargelang het virus zich breder verspreidt, wordt de opvolging van patiënten en hun contacten logischerwijze steeds moeilijker.  Ook wanneer de epidemie uitdooft en het ontstaan van nieuwe infectiehaarden nauw dient te worden gemonitord, wint testen en ‘contact tracing’ opnieuw aan belang.

In tegenstelling tot vooral Zuidoost-Aziatische landen zoals Singapore, Taiwan of Zuid-Korea waar heuse legers ‘contact tracers’ klaarstaan, lijkt ons land niet voldoende voorbereid voor die taak. Vlaanderen moet het stellen met een twintigtal personen.

Te weinig ‘contact tracers’

In België is preventie een bevoegdheid van de gemeenschappen. “Per provincie is er één arts-gezondheidsinspecteur die verantwoordelijk is voor het opvolgen van epidemieën en voor ‘contact tracing‘”, zegt Marc Van Ranst. “Vandaag zijn niet eens alle posten in de provincies in ons land ingevuld. Ze worden bijgestaan door een aantal mensen, maar het zijn er te weinig om op een adequate manier aan ‘contact tracing’ te doen.”

Marc Van Ranst: ‘Het aantal mensen dat sommige Zuidoost-Aziatische landen kunnen inzetten om de ziekte te monitoren, testen uit te voeren, en contacten in kaart te brengen is absoluut niet vergelijkbaar met de situatie bij ons’

Volgens Van Ranst volstaat de huidige ploeg om een beperkt aantal gevallen te traceren, maar kan ze een uitgebreide monitoring niet aan. “Die mensen moeten bijgevolg al snel keuzes maken en trancheren. Uiteindelijk moeten ze de handdoek in de ring werpen, simpelweg omdat het niet behapbaar is. Dat is schrijnend om te moeten vaststellen.”

Die situatie in ons land staat in schril contrast met bijvoorbeeld Singapore, een van de landen die er in slaagden om de epidemie onder controle te houden dankzij de succesvolle combinatie: testen en ‘contact tracing’. “In Zuidoost-Aziatische is er misschien meer discipline bij de opvolging van de maatregelen die de overheid oplegt, maar de landen waren toch vooral veel beter voorbereid”, zegt Marc Van Ranst.

“De uitbraken van SARS en vogelgriep hebben ervoor gezorgd dat deze landen maximaal hebben geïnvesteerd in outbreak-preventie. Ze waren er gewoon klaar voor. Het legertje mensen dat ze kunnen inzetten om de ziekte te monitoren, testen uit te voeren, en contacten in kaart te brengen is spectaculair. Die situatie is absoluut niet vergelijkbaar met de situatie bij ons.”

Viroloog Marc Van Ranst, (Foto © Nicolas Maeterlinck - Belga)

Viroloog Marc Van Ranst (Foto © Nicolas Maeterlinck (Belga))

Bluetooth

Sommige landen gaan ook heel ver in het gebruik van digitale tools om contacten tussen mensen in kaart te brengen. Vooral bluetooth – een draadloze verbinding langswaar apparaten verbindig kunnen maken – kan daarbij een belangrijke rol spelen.

“Staat bluetooth ingeschakeld, dan kan je in theorie uit de geschiedenis afleiden of je in de buurt bent geweest van mensen die besmet zijn”, zegt Marc Van Ranst. “De afstand en de tijdsduur van een contact zijn bepalend. Zo’n systeem vertelt heel veel, al is het natuurlijk niet sluitend. Staat er bijvoorbeeld een gyproc wand tussen twee toestellen, dan kan een contact langdurig en dichtbij lijken, terwijl het toch niet gevaarlijk was voor besmetting.

“Er worden nu volop apps ontwikkeld om dat soort zaken in kaart te brengen”, zegt Van Ranst. Ook in België werken ondernemers aan technologische oplossingen, op basis van geanonimiseerde data. In België gelden er natuurlijk strenge privacyregels. “In theorie kan men die data anonimiseren, maar het lijkt toch wel heel sterk op Big Brother in het kwadraat.”

“Bovendien kunnen sommige mensen ook niet goed omgaan met dergelijke gegevens. Het kan misschien in autoritaire regimes, maar in België zullen we het op de ouderwetse manier moeten doen”, stelt Van Ranst.

Post-corona

Net daar wringt het schoentje. Volgens Joris Moonens, woordvoerder van het Agentschap Zorg & Gezondheid bestaat de equipe in Vlaanderen momenteel uit een twintigtal personen. “Per provincie is er één arts. Die wordt ondersteund door drie of vier personen in Brussel. Zij hebben ook enkele verpleegkundigen die ze kunnen inzetten.”

Vandaag zijn ze volgens Moonens vooral bezig met gerichte problemen, bijvoorbeeld in woonzorgcentra. “In de eerste fase van de epidemie was het bijzonder hectisch. We hebben de ploeg toen gelukkig kunnen uitbreiden met een aantal mensen uit zusteragentschappen zoals Kind & Gezin die bijsprongen. In de fase waarin de epidemie zich vandaag bevindt is ‘contact tracing’ minder van belang.”

Woordvoerder minister Beke: ‘Om op zeer uitgebreide schaal te gaan testen, lijkt het belangrijk om ook structureel inspanningen te doen om de ploeg die aan ‘contact tracing’ doet uit te breiden’

Eens de epidemie onder controle, wordt de opvolging van contacten bij eventuele nieuwe infectiehaarden echter opnieuw cruciaal. “Er wordt zeker en vast nagedacht over een structurele uitbreiding van de equipes, maar dat betekent natuurlijk ook extra middelen”, zegt Joris Moonens. “In afwachting daarvan komt het er op aan om mensen van andere diensten tijdelijk in te schakelen en een eventueel bijkomende opleiding te geven.”

Of dat volstaat om België straks met succes door het prille post-coronatijdperk te loodsen, is nog maar de vraag. Volgens Marc Van Ranst is het alleszins nog niet te laat om in actie te komen. ”Als we snel schakelen, kan er nog veel. We kunnen bijkomende mensen aantrekken en versneld opleiden. Maar dat is natuurlijk een politieke beslissing.”

Volgens bevoegd minister Wouter Beke (CD&V) hangt die beslissing in eerste instantie af van een andere knoop die moet worden doorgehakt. “Momenteel ligt de keuze om op zeer grote schaal te gaan testen op tafel”, zegt zijn woordvoerder Steffen Van Roosbroeck.

“De keuze om structureel mensen aan te trekken om aan tracing te doen, hangt daar vanzelfsprekend nauw mee samen. Wordt er gekozen om op zeer uitgebreide schaal te gaan testen, dan lijkt het belangrijk om ook structureel inspanningen te doen om de ploeg die aan contact tracing doet uit te breiden zodat we ook echt iets hebben aan de testresultaten.”

Auteur: Tom Cochez

Licentiaat criminologie. Werkte van 1997 tot 2008 voor De Morgen. Hij volgde er vooral gezondheidszorg, sociale zaken en milieu en verdiepte zich in de politieke partijen Vlaams Belang en Groen. In 2008 koos hij ervoor om opnieuw op freelance basis te werken onder meer ook voor Knack en Humo. Een jaar later stond hij mee aan de wieg van De Werktitel, het latere Apache.be. Vandaag werkt hij als redacteur en coördinator.

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid

Word nu lid van Apache en geniet van deze voordelen:

  • Toegang tot alle ruim 4.000 artikels
  • Deel de artikels gratis met je vrienden
  • Toegang tot alle dossiers en het volledige archief
  • Treed in discussie met journalisten en andere lezers
  • Korting op events en andere journalistieke producten, zoals e-books