Uw geld of uw leven: de coronastrijd tussen overheden en Big Pharma

 Leestijd: 7 minuten2

Een vaccin of een geneesmiddel tegen Covid-19: wie zal dat (kunnen) betalen? Het antwoord schuilt in een andere vraag: kunnen en willen de overheden Big Pharma de baas?

Om de snel om zich heen grijpende pandemie met het coronavirus op korte termijn in te dijken, kunnen we voorlopig niet rekenen op vaccins of op therapieën die het virus zelf te lijf gaan of die de schade die het virus aanricht beperken.

Ondanks hoopvolle berichten laat een voldoende getest en functioneel vaccin wellicht nog anderhalf jaar op zich wachten. Ook antivirale middelen zijn niet voor meteen. Er wordt koortsachtig gezocht en mogelijk zullen antivirale middelen sneller voorhanden zijn dan een doeltreffend vaccin, maar ook daar komt een eventuele doorbraak te laat om de huidige uitbraak te keren.

Extra pijnlijk: het is een keuze dat er vandaag geen antivirale middelen tegen het coronavirus bestaan. Viroloog Johan Neyts (KU Leuven) liet vorige week verstaan dat overheden en farmaceutische bedrijven de voorbije jaren simpelweg verzuimden om te investeren in de aanmaak van zo’n antivirale middelen:

“We kenden al zes coronavirussen, waaronder twee kwalijke: SARS en MERS. Als we al hadden geïnvesteerd in een virusremmer tegen die bekende varianten, dan had die wellicht ook tegen het nieuwe virus gewerkt. Dan hadden we in de eerste weken na de uitbraak in Wuhan die paar honderd patiënten kunnen behandelen en de uitbraak in de kiem smoren.”

De juiste prijs

De hamvraag is natuurlijk wie dat soort investeringen had moeten of kunnen doen. Kan je zoiets overlaten aan de grote farmaceutische bedrijven die een louter economische ratio volgen en dus enkel investeren als er een gerede kans is dat de investeringen opbrengen? Of is het aan de overheid om dat soort ‘virale defensie’ te verzorgen?

Eens een vaccin of therapie tegen het coronavirus is, komt onvermijdelijk de volgende vraag: aan welke prijs komt het op de markt?

Volgens Johan Neyts kost het een paar honderd miljoen euro per virusfamilie om virusremmers te maken. Een investering die in het niets verzinkt bij de schade die het coronavirus momenteel aanricht, zowel op het vlak van volksgezondheid als economisch.

Intussen liggen de kaarten anders: de klok tikt en de race om als eerste een vaccin of een antiviraal middel of een andere therapie te vinden, loopt volop. Zowel klassieke farmaceutische bedrijven als universitaire of andere aan de overheid gelieerde onderzoekscentra zoeken koortsachtig naar het ultieme redmiddel.

Eens dat er is, komt onvermijdelijk de volgende vraag: aan welke prijs komt het op de markt? Komen de overheden aan zet en kunnen ze prijzen opleggen? Of mag de markt ongebreideld spelen? Er hoeft geen tekening bij dat een gigantische mondiale vraag in combinatie met een monopolie op de productie tot ongeziene excessen kan leiden.

Trump

De eerste signalen zijn niet bepaald geruststellend. In de Verenigde Staten verklaarde minister van Volksgezondheid Alex Azar al dat hij Big Pharma geen haarbreed in de weg wil leggen. Van een door de overheid afgedwongen prijszetting die er kan voor zorgen dat een vaccin of therapie betaalbaar wordt, kan volgens hem geen sprake zijn. “We moeten de prijs niet controleren als we willen dat de private sector investeert. Het gaat er nu om vaccins en therapieën te ontwikkelen. Prijscontrole brengt ons nergens.”

De potentiële winsten voor een bedrijf dat als eerste een therapie of vaccin ontwikkelt, kunnen ongezien zijn. Tegelijk staan overheden immense druk om een vaccin of therapie aan een verdedigbare prijs te kunnen aanbieden

Helemaal verrassend is die opmerking van Azar niet. Hij was vijf jaar lang voorzitter van de raad van bestuur van de Amerikaanse pharmagigant Eli Lilly en bestuurder bij de lobbyorganisatie Biotechnology Innovation Organization.

Eerder hadden 45 Democratische parlementsleden al een brief gestuurd naar Amerikaans president Donald Trump met de vraag er strikt op toe te zien dat de prijs van een eventueel vaccin toegankelijk en betaalbaar zou zijn voor iedereen.

Trump van zijn kant zou volgens de Duitse krant Welt am Sonntag een poging hebben ondernomen om het Duitse (bio)farmaceutisch bedrijf CureVac op te kopen. Dat bedrijf werkt aan de ontwikkeling van een vaccin. Trump zou een monopolie voor de Verenigde Staten hebben willen bedingen en daarbij veel geld op tafel hebben gelegd om onderzoekers simpelweg ‘te kopen’.

De Duitse overheid liet intussen echter verstaan dat de pogingen van Trump met een sisser afliepen. Een eventueel vaccin zou dus door alle landen besteld kunnen worden. De Europese Comissie kwam intussen zelfs met 80 miljoen euro aan steun voor het bedrijf over de brug.

Worst case scenario

Dergelijk getouwtrek achter de schermen verraadt behalve grote zenuwachtigheid ook grote belangen. Die spelen ook bij andere belangrijke doorbraken in de wereld van geneesmiddelen en vaccins. Denk aan het peperdure medicijn voor baby Pia waarvoor afgelopen najaar een spectaculaire sms-campagne op poten werd gezet.

Bijna vier jaar terug publiceerde het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg een rapport waarin enkele pistes op tafel werden gelegd over hoe de overheid zich in het debat van prijszetting voor (nieuwe) geneesmiddelen kan positioneren. In het voorwoord pleiten de auteurs ervoor om “ook buiten de gebaande paden na te denken over de contouren van een duurzame ontwikkeling van onze farmaceutische zorg”.

Het Kenniscentrum legt drie pistes op tafel die betaalbaarheid moet laten sporen met voldoende innovatie. Het klassieke argument wil dat farmaceutische bedrijven enkel investeren als de winsten die ze in het vooruitzicht hebben hoog genoeg zijn. Daar staat tegenover dat heel veel toegepast onderzoek van Big Pharma haar basis vind in onderzoek dat werd gefinancierd met publieke middelen.

Professor Lieven Annemans: ‘De vrees leeft dat de investeringen die zijn gebeurd met publiek geld uiteindelijk geprivatiseerd en gemonopoliseerd zullen worden’

Volgens professor gezondheidseconomie Lieven Annemans (UGent) bestaat ook in verband met de zoektocht naar een therapie of een vaccin tegen het coronavirus de vrees dat de investeringen die zijn gebeurd met publiek geld uiteindelijk geprivatiseerd en gemonopoliseerd zullen worden. “Dat is natuurlijk het worst case scenario. Het Federaal Kenniscentrum zet daar een aantal pistes tegenover. De eerste piste is een privaat-publieke samenwerking tussen overheid en farmaceutische industrie waarbij voorafgaand heel duidelijke onderlinge commerciële afspraken worden gemaakt.”

“Een tweede optie is om als overheid zelf te investeren in onderzoek aan de universiteiten die dan op eigen kracht, parallel aan de farmaceutische industrie hun onderzoek voeren. Een derde piste bestaat erin de farmaceutische industrie haar gang te laten gaan, waarna de overheid het octrooi op eventuele nieuwe medicijnen koopt en de commercialisatie in handen neemt.”

Het juiste moment

Het eerste spoor waarbij een soort PPS-constructie wordt voorzien wordt momenteel in de Europese Unie op grote schaal uitgetest in de schoot van het Innovative Medicines Initiative (IMI). “Alles wordt in het werk gesteld om het worst case scenario te vermijden waarbij de industrie de winsten van publieke investeringen integraal afroomt”, zegt Annemans.

“Het Innovative Medicines Initiative wordt deels gefinancierd door de Europese Unie en deels door de farmaceutische industrie. De bedoeling zou moeten zijn dat farmaceutische bedrijven er correct vergoed worden voor hun inbreng, maar dat de geneesmiddelen vervolgens ter beschikking worden gesteld aan kostprijs.”

Annemans: ‘IMI zou kunnen tonen hoe een correcte en eerlijke samenwerking tussen overheid en farmaceutische bedrijven de bevolking ten goede kan komen’

Op die manier worden excessen volgens Annemans vermeden. “Het is nu het juiste moment om het juiste signaal te geven. IMI zou kunnen tonen hoe een correcte en eerlijke samenwerking tussen overheid en farmaceutische bedrijven de bevolking ten goede kan komen.”

In de schoot van het IMI wordt momenteel niet naar een vaccin tegen het coronavirus gezocht. De organisatie lanceerde eerder deze maand wel nog een ‘call’ van 45 miljoen euro waarop consortia die op zoek gaan naar een therapie of naar een snellere manier om de diagnose te stellen, kunnen kandideren.

“Natuurlijk zijn er ook andere bedrijven bezig met het zoeken naar mogelijke therapieën”, zegt Lieven Annemans. “De verwachting is dat wat er eerst komt de toon zal zetten en vervolgens ook breed zal worden gebruikt.”

“Men zoekt bijvoorbeeld ook naar antivirale middelen of naar middelen die de impact van het virus op het lichaam tegengaan. Het komt erop neer dat die medicatie de inflammatoire reactie die volgt op een besmetting met het virus tegengaat en zo dus de symptomen drukt. Daarbij maakt men gebruik van zogenaamde ‘repurposing’: men gaat na of bepaalde stoffen waarvan de werkzaamheid voor bepaalde aandoeningen bewezen is, niet ook werkzaam kunnen zijn tegen het virus. Men werkt daarbij met andere woorden met ‘bestaande moleculen’. Een bedrijf dat daar eerst is, kan er dan veel geld voor vragen. Dat moeten we als maatschappij vanzelfsprekend absoluut vermijden.”

Name and shame

Volgens de professor gezondheidseconomie is in overleg treden met de industrie de enige optie. De overheid moet zich daarbij vooral niet van het kastje naar de muur laten spelen en desnoods de harde middelen inzetten.

“De vrees is dat een ontdekking zeer snel gecommercialiseerd zal worden door een groot farmaceutisch bedrijf dat snel een miljard op tafel legt voor een overname. Zo’n scenario moeten we vermijden door heel vroeg in dialoog te gaan en door niet te aarzelen om de druk op te voeren. Bedrijven zijn gevoelig voor een publieke ‘name and shame’. Dat is een stevige stok achter de deur”, stelt Annemans.

“De vraag is natuurlijk ook om welk farmaceutisch bedrijf het zou gaan. Het ene bedrijf is al meer dan het andere gevoelig voor haar maatschappelijke taak. We zien bijvoorbeeld hoe bepaalde bedrijven in Afrika sommige geneesmiddelen ter beschikking stellen aan kostprijs. Dat zet een teneur die hopelijk navolging krijgt”, zegt Annemans.

Annemans: ‘Bedrijven zijn gevoelig voor een publieke ‘name and shame’. Dat is een stevige stok achter de deur voor de overheid.’

Met een budget van intussen bijna 3,3 miljard euro mag het IMI zich wereldwijd de grootste publiek-private samenwerking op biomedisch vlak noemen. Maar de organisatie is niet de enige in haar soort. In 2017 werd, tijdens het jaarlijks wereldeconomisch forum in Davos officieel CEPI voorgesteld. CEPI staat voor Coalition for Epidemic Preparedness Innovations en wordt gefinancierd door farmaceutische bedrijven zoals GlaxoSmithKline (GSK), maar vooral ook door filantropen zoals de Bill and Melinda Gates Foundation en door overheden waaronder ook België en de Europese Commissie.

Vandaag beheert CEPI een budget van ruim 680 miljoen euro. Een van haar doelstellingen is om vaccins aan een verdedigbare prijs ter beschikking te stellen, ook in ontwikkelingslanden.

Laboratorium (Foto: Polina Tankilevitch (Pexels))

Druk

Zowel bij IMI als CEPI wringt het schoentje op dezelfde plaats. Volgens critici heeft Big Pharma er te veel in de pap te brokken. Bij het getouwtrek haalt de industrie de overhand, onder meer wanneer het gaat om het al dan niet vrijgeven van intellectuele rechten op vaccins. In verschillende medische vakbladen, zoals Nature en Vaccine verschenen de voorbije jaren bijzonder kritische artikels over de werking van beide organisaties.

Vooral in het artikel in Vaccine werd recent gedetailleerd beschreven hoe CEPI zich genoodzaakt zag om haar oorspronkelijk verregaande stellingname op het vlak van het breed toegankelijk maken van vaccins aan te passen, onder druk van de farmaceutische partners. Van de strikte nota die oorspronkelijk 18 pagina’s telde, blijven er vandaag nog twee pagina’s over.

Volgens CEPI was de ingreep noodzakelijk om farmaceutische bedrijven blijvend te motiveren om te investeren in onderzoek naar vaccins. Tegenstanders wijzen er dan weer op dat het gros van het geld van CEPI afkomstig is van overheden en filantropen en dat ze de farmaceutische industrie toelaten mee te drijven op publieke investeringen.

Dat het massaal in onderzoek geïnvesteerde publieke geld uiteindelijk doorstroomt naar de aandeelhouders van het Big Pharmabedrijf dat straks als eerste een vaccin of therapie kan commercialiseren, is ook nu een grote zorg. De virulentie van het coronavirus, de zware impact op de volksgezondheid en de gigantische economische schade die het met zich meebrengt, zorgen er alleen maar voor dat de potentiële winsten straks ongezien zouden kunnen zijn.

Tegelijk staan ook overheden onder immense druk om hun burgers straks een vaccin of een therapie aan te kunnen bieden aan een verdedigbare prijs. Het maakt er de aankomende clash tussen overheden en industrie alleen maar groter op.

Auteur: Tom Cochez

Licentiaat criminologie. Werkte van 1997 tot 2008 voor De Morgen. Hij volgde er vooral gezondheidszorg, sociale zaken en milieu en verdiepte zich in de politieke partijen Vlaams Belang en Groen. In 2008 koos hij ervoor om opnieuw op freelance basis te werken onder meer ook voor Knack en Humo. Een jaar later stond hij mee aan de wieg van De Werktitel, het latere Apache.be. Vandaag werkt hij als redacteur en coördinator.

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid

Word nu lid van Apache en geniet van deze voordelen:

  • Toegang tot alle ruim 4.000 artikels
  • Deel de artikels gratis met je vrienden
  • Toegang tot alle dossiers en het volledige archief
  • Treed in discussie met journalisten en andere lezers
  • Korting op events en andere journalistieke producten, zoals e-books