Ernstig mishandelde kinderen moeten soms lang op hulp wachten 

 Leestijd: 4 minuten0

Het Kinderrechtencommissariaat krijgt elk jaar klachten over de trage manier waarop bevoegde diensten ingrijpen bij ernstige vormen van kindermishandeling. Het gaat over meldingen die te lang blijven hangen op het parketniveau én over de lange wachttijden bij de jeugdhulpverlening. Het Vertrouwenscentrum Kindermishandeling bevestigt de lange wachttijden. 

Een jongen van 12 jaar legt in december een videoverhoor af over het seksueel misbruik bij de vader. Alles werd overgemaakt aan het parket, maar twee maanden later staat de zaak nog nergens en luidt de boodschap: het onderzoek loopt.

Kinderrechtencommissaris Caroline Vrijens: ‘Het gaat om minderjarigen in ernstig verontrustende situaties waar snel moet worden gehandeld en het is onaanvaardbaar dat deze kinderen lang moeten wachten op de juiste hulp’

Het is een soort melding die het Kinderrechtencommissariaat elk jaar meerdere keren ontvangt. De klachten hebben betrekking op justitie én op de vrijwillige jeugdhulpverlening. “Het gaat om minderjarigen in ernstig verontrustende situaties waar snel moet worden gehandeld. Het is onaanvaardbaar dat deze kinderen lang moeten wachten op de juiste hulp”, zegt kinderrechtencommissaris Caroline Vrijens.

Het Kinderrechtencommissariaat benadrukt dat er ook situaties zijn waarbij meldingen wel snel worden opgevolgd en waar de veiligheid opnieuw kan worden gewaarborgd. Vrijens: “Maar als het over kinderrechten gaat, moet elke melding correct en snel worden opgevolgd.”

In de steek gelaten

Een andere situatie die bij het Kinderrechtencommissariaat werd gemeld: ‘Een moeder vertelt dat haar zesjarige dochter in februari met verhalen thuiskomt over seksueel grensoverschrijdend gedrag tijdens het verblijf bij de vader. In augustus ontvangt ze een brief van de onderzoeksrechter dat de zaak geseponeerd wordt. Voor de moeder is het alsof justitie haar in de steek laat.’

Een derde voorbeeld: ‘De ouders van een zevenjarig meisje maken zich zorgen als hun dochter na bezoeken aan haar grootvader thuiskomt. Ze zien telkens een gedragsverandering bij het meisje na logeerpartijtjes bij opa. Het meisje vertelt uiteindelijk over de geheimpjes en de spelletjes die opa met haar speelt. Ze dienen uiteindelijk klacht in. Na 7 maanden ontvangen ze een bericht dat de zaak wordt geseponeerd wegens te weinig bewijslast.’

Kinderrechtencommissaris Vrijens: “Behalve dat het onderzoek lang duurt, is een seponering voor mogelijke slachtoffers een zware opdoffer omdat het de indruk geeft dat ze niet worden geloofd. Het is niet eenvoudig om het verschil uit te leggen tussen niet worden geloofd en het ontbreken van een sterke juridische bewijslast.”

Verontrustende situatie

Vermoedens van kindermishandeling kunnen bij verschillende instanties worden gemeld, denk aan de hulplijn 1712, Kind & Gezin, een Centrum voor Leerlingenbegeleiding (CLB), een Jongeren Adviescentrum (JAC) of het Vertrouwenscentrum Kindermishandeling (VK) voor meldingen van professionelen. 

Bij elk van deze instanties gaat een jeugdhulpverlener met het kind in gesprek. In eerste instantie wordt er gekeken naar een oplossing binnen de vrijwillige hulpverlening. Dat kan over begeleiding in de thuissituatie zijn of plaatsing in een pleeggezin. 

Weigert het betrokken gezin de noodzakelijke hulp dan kan de hulpverlener het gezin doorverwijzen naar een ‘gemandateerde voorziening’. 

Er zijn in Vlaanderen twee gemandateerde voorzieningen. Dat zijn de Ondersteuningscentra Jeugdzorg (OCJ) en de Vertrouwenscentra Kindermishandeling (VK). Zij onderzoeken of het noodzakelijk is om professionele hulp in te schakelen. Als deze hulp stroef verloopt of niet wordt aanvaard, kan de OCJ en het VK het dossier doorsturen naar het parket dat via de jeugdrechter hulpverlening kan opleggen. 

Kostbare tijd gaat verloren

Zowel bij het spoor van de vrijwillige hulpverlening als bij het parket gaat er regelmatig veel kostbare tijd verloren. “Het duurt soms lang voor de parketmagistraat beslist of de jeugdrechter moet worden ingeschakeld. Als die stap is genomen, wordt er een consulent aangesteld en kunnen de gesprekken met de sociale dienst jeugdrechtbank van start gaan. Ondertussen bestaat de kans dat de minderjarige zich nog steeds in een verontrustende situatie bevindt,” zegt kinderrechtencommissaris Vrijens.

“Daarnaast ontvangt onze klachtenlijn ook verhalen over de duurtijd alvorens de gerechtelijke diensten een klacht over kindermishandeling of seksueel misbruik strafrechtelijk gaat onderzoeken én over de wijze van afronding en meer bepaald bij seponering.”

Peter Jan Bogaert woordvoerder van Jeugdhulp, onderdeel van het Agentschap Opgroeien nuanceert het probleem. “Zowel het VK, de OCJ als het parket reageren wel gepast, maar zijn in de uitvoering soms gehinderd door wachtlijsten waar ze geen invloed op kunnen uitoefenen. Het idee dat een dossier dat naar parket wordt doorgestuurd sneller tot hulpverlening leidt, klopt niet. Enkel bij procedure hoogdringendheid is er voorrang, mits bepaalde voorwaarden.”

Nijpende tekorten

Vertrouwenscentrum Kindermishandeling Antwerpen: ‘Het kan tot 1,5 jaar duren voor de hulpverlening van start gaat’

Het Vertrouwenscentrum Kindermishandeling Antwerpen bevestigt de uitspraken van de kinderrechtencommissaris. “In sommige regio’s kan het bij intensieve hulpvormen 1,5 jaar duren voor de jeugdhulpverlening van start gaat”, zegt directeur Stef Anthoni. 

“Het gaat dan om een vrijwillig traject in een complexe situatie waarbij er verschillende problematieken spelen. Dat is onaanvaardbaar, maar helaas kampt de jeugdhulpverlening al lange tijd met nijpende tekorten. De trajecten zijn ingekort en gemoderniseerd. In sommige gevallen werkt dat goed. Maar het heeft ook fragmentering in de hulpverlening gezorgd. Kinderen met een ingewikkelde hulpvraag moeten langer wachten.”

Over de snelheid van handelen bij het parket kan Anthoni weinig zeggen. “Vanaf het moment dat wij een klacht doorgeven aan de jeugdrechtbank hebben we er geen zicht meer op.” 

Ingrijpen is steeds vaker noodzakelijk 

In de loop van 2018 ontvingen de Vertrouwenscentra Kindermishandeling 6.769 nieuwe meldingen, waarbij 8.669 verschillende minderjarigen betrokken waren, blijkt uit cijfers van Kind en Gezin. Zo’n twaalf procent van deze kinderen was al minstens één keer eerder aangemeld in de jaren ervoor. De meeste meldingen worden gedaan door schoolse of buitenschoolse voorzieningen of welzijnsorganisaties.

Jeugdhulp: ‘Meldingen bij de jeugdrechtbank zijn met tien procent gestegen’

Het aantal meldingen van kindermishandeling is al enkele jaren stabiel. Niet alle meldingen leiden tot een procedure. Of anders gezegd: niet bij elke melding acht men een maatschappelijk ingrijpen in de vorm van een vrijwillig traject of een melding bij de jeugdrechtbank noodzakelijk. Maar steeds vaker is dit wel het geval, benadrukt Peter Jan Bogaert van Jeugdhulp. “We zien een stijging van ongeveer tien procent.”

Wanneer maatschappelijk ingrijpen noodzakelijk wordt geacht, eindigt die in 28 procent van de gevallen in een doorverwijzing naar het jeugdparket. Gegevens over de duur tussen een melding en het ingrijpen van een jeugdrechter zijn er niet, omdat elke melding een ander karakter heeft en daarom een ander parcours aflegt.

Ongeveer één derde van de klachten bij de Vertrouwenscentra Kindermishandeling heeft betrekking op lichamelijke mishandeling of verwaarlozing. Emotionele mishandeling of verwaarlozing is ook goed voor één derde van de meldingen. In dertien procent van de gevallen gaat het om seksueel misbruik waarbij incest het meeste voorkomt.

Incest onderbelicht probleem

‘Tachtig tot vijfentachtig procent van de daders van kindermishandeling bevinden zich in de eigen familie van het kind’

Het Vertrouwenscentrum Kindermishandeling Antwerpen vraagt sinds kort meer aandacht voor het schadelijke effect op kinderen wanneer ze getuige zijn van geweld. “Dit is een vorm van kindermishandeling die lang is onderschat”, zegt directeur Stef Anthoni. “Getuige zijn van geweld laat geen fysieke sporen na, maar de psychische schade is enorm. Denk maar constante ruzies tussen ouders waarbij iedereen denkt dat de kinderen niets in de gaten hebben. En ook: er is tegenwoordig veel aandacht over grensoverschrijdend seksueel geweld tegen vrouwen, maar wie kijkt naar het welzijn van de betrokken kinderen in dit verhaal.”

Seksuele kindermishandeling blijkt een hardnekkig fenomeen, stelt Anthoni. “De cijfers zijn al jaren hetzelfde ondanks de vele campagnes die er worden gevoerd.”

Mensen aanzetten tot het melden van kinderporno zoals seksuologe Goedele Liekens doet met haar zogenaamde pornofilm Chalet, vindt Anthoni een goede zaak. Maar seksueel geweld binnen het gezin is een veel groter probleem. “Tachtig tot vijfentachtig procent van de daders van kindermishandeling bevinden zich in de eigen familie van het kind. Dat zegt genoeg over de bedreigde positie waarin het kind zich bevindt. Het is des te schrijnender dat de juiste zorg dan vaak lang op zich laat wachten.” 

Bron: Kind en Gezin

Wil je weten hoe kinderen het ervaren als hun ouders voortdurend ruzie maken? In samenwerking met het Vertrouwenscentrum Kindermishandeling verscheen het boek ‘Als je blaft’ van Stefan Boonen en Julie Van Geel. De kortfilm ‘Bewijsstuk A’ is hier te zien.

 

Uitgelichte foto: David Clarke (Unsplash)

Auteur: Janine Meijer

Janine Meijer is freelance journaliste en werkt onder meer voor Gazet van Antwerpen, De Standaard en verschillende andere opdrachtgevers.

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid

Word nu lid van Apache en geniet van deze voordelen:

  • Toegang tot alle ruim 4.000 artikels
  • Deel de artikels gratis met je vrienden
  • Toegang tot alle dossiers en het volledige archief
  • Treed in discussie met journalisten en andere lezers
  • Korting op events en andere journalistieke producten, zoals e-books