De Belg die vecht tegen de privatisering van het heelal

 Leestijd: 4 minuten0

De commercialisering van het heelal en de grondstoffen die verborgen liggen op de maan, asteroïden en andere hemellichamen zorgt voor juridisch getouwtrek. In de wedloop rond ruimtemijnbouw beslisten de Verenigde Staten en Luxemburg om soloslim te spelen. Ze wachtten niet op de Verenigde Naties en beloven bedrijven nu al dat wat ze in de ruimte vinden hun eigendom is. België probeert het tij nog te keren met een pleidooi voor een VN-werkgroep.

Sinds de Verenigde Staten in 2015 de commerciële ontginning van delfstoffen, mineralen en water in de ruimte in een wet heeft gegoten, heerst er hoogspanning tussen juristen gespecialiseerd in ruimtevaartwetgeving. De zogenaamde Space Act is erg controversieel. In de ogen van sommige experts, waaronder de Belg Jean-François Mayence, opent de wet een doos van Pandora.

Jurist Mayence werkt voor de Belgische overheid en maakte zijn ontevredenheid kenbaar tijdens een VN-conferentie in Wenen drie jaar geleden. Na de uiteenzetting van zijn Amerikaanse collega vroeg hij nogmaals het woord. Hij had eerder al het Belgische standpunt vertolkt, maar wilde na de Amerikaanse interventie de puntjes op de i zetten:

“Waar willen we heen?”, vroeg hij de circa 90 landen aanwezig in de zaal. “Kiezen we écht voor de ‘eerst komt, eerst maalt’-aanpak? Kiezen we écht voor een situatie waarbij enkele landen zich de facto alle ruimtestoffen toe-eigenen en wat kruimels overlaten?”

Met zijn retorische vraag uitte Mayence – en dus België – zijn ongenoegen over de gang van zaken. België sleutelt al meer dan twee decennia aan een internationale kaderwetgeving voor de ontginning van ruimtestoffen. Maar de démarche van de Verenigde Staten, en later ook Luxemburg, doorkruiste de plannen. Het commercieel exploiteren van ruimtegrondstoffen staat nu in nationale wetgevingen, terwijl een set internationale regels beter zou zijn geweest.

Het Ruimteverdrag

In het Ruimteverdrag uit 1967 werd de ruimte nog omschreven als ‘een provincie voor de gehele mensheid, soevereiniteit opeisen over de ruimte of hemellichamen werd niet toegelaten’

De Belgische jurist hunkert met heimwee naar de jaren zestig en zeventig. Hij tuigt me mee naar het museum van het Instituut voor Natuurwetenschappen. In een uithoek bevindt zich een onooglijk steentje. Het is niet groter dan een muntstuk van twee euro. Met een loep zie je in de basaltkleurige steen paarse en grijze scheurtjes. Het is een stukje maan.

De steen doet Mayence niets. Maar de tekst onder het kleinood ligt hem wel na aan het hart. Hij leest het luidop voor: “Dit deeltje werd gegeven als symbool van de eenheid in het menselijk streven. Het draagt de hoop van het Amerikaanse volk met zich mee voor een wereld van vrede”. 

De jurist pauzeert even. “Toen was de houding totaal verschillend vergeleken met vandaag. ‘Het menselijk streven’, ‘the human endeavour’, kan je je dat voorstellen? Vandaag hoor je zo’n retoriek niet meer.”

In 1967, nog vóór de maanlandingen, schreven de leden van de Verenigde Naties het Ruimteverdrag, de magna carta voor de maan en de asteroïden, zeg maar. De ruimte werd omschreven als “een provincie voor de gehele mensheid”. Soevereiniteit opeisen over de ruimte of hemellichamen werd niet toegelaten.

Het verdrag was een internationaal succes. 105 landen tekenden de tekst, waaronder de Verenigde Staten, Rusland en China. “Een ruimtevaartingenieur zal de tekst niet uit het hoofd kennen, maar tot nog toe heeft niemand de regels overtreden”, geeft Mayence mee.

Astronaut in de ruimte (Foto: NASA)

Ontginnen van ruimtestoffen

Maar het Ruimteverdrag is niet perfect. Inzake delfstoffen en de ontginning van ruimtestoffen was de tekst ambigu. Daarom werkte de Verenigde Naties in 1979 een nieuwe tekst uit, het zogenaamde Maanverdrag. Ditmaal werd er afgesproken dat er internationale regels zouden komen voor mijnbouw in de ruimte en dat alle stoffen gelijk verdeeld zouden worden. Daarbij zou er speciale aandacht naar de ontwikkelingslanden moeten gaan.

In het Maanverdrag werd afgesproken dat er internationale regels zouden komen voor mijnbouw in de ruimte en dat alle stoffen gelijk verdeeld zouden worden

“Met de tekst wilde de Verenigde Naties vermijden dat ruimtevaartnaties zoals Rusland, China of de Verenigde Staten voordeel zouden halen uit hun jarenlange ervaring”, legt Mayence uit. De tekst werd finaal wel geratificeerd, maar de belangrijkste ruimtevaartlanden ondertekenden de nieuwe verklaring niet.

Bovendien interpreteren alle landen de teksten anders. Hoe België naar de teksten kijkt, dat bepaalt Mayence. De veertig jaar oude ambtenaar is de enige ruimtejurist van ons land en werkt voor het federaal agentschap Belspo. Hij houdt zich al twintig jaar bezig met de verdragen en de wetgeving rond de ruimte. Hoewel de technologie voor de ontginning van onze ruimte nog niet op punt staat, worden de wetten nu al geschreven, geeft hij mee.

In de beginjaren van zijn carrière studeerde Mayence ’s weekends het ruimtevaartbeleid. Na enkele jaren dienst mocht hij België vertegenwoordigen in het VN-comité COPUOS. Dat comité houdt zich bezig met de vredevolle toepassingen voor de ruimte.

Mayence stelde zich tot doel België het Maanverdrag te laten tekenen. Dat gebeurde uiteindelijk in 2004. Het voorbeeld werd gevolgd door Peru, Libanon, Turkije, Saudi-Arabië, Koeweit, Venezuela en Armenië. “Er was een tweede golf van ondertekenaars”, zegt de jurist. “Geen grote landen. Maar dat is het mooie aan internationale verdragen. Ook kleine landen kunnen deelnemen.”

Welke wetten voor maanmijnbouw?

België is niet anti-ruimteontginning, verduidelijkt Mayence. “Verre van zelfs”, zegt hij. Maar ons land vindt het wel belangrijk dat iedereen rond tafel zit als er beslissingen worden genomen. “Zo respecteren we de geest van de oorspronkelijke verdragen.” Mayence zegt pragmatisch te zijn, maar hij vraagt zich wel af in welke richting de wereld wil gaan. Een vraag die prangender werd nadat de Verenigde Staten bedrijven de toelating gaf eigenaar te worden van wat ze in de ruimte vinden.

En de Verenigde Staten staat daar niet alleen in.

Luxemburg verleidde telecombedrijven en financiële firma’s met belastingvoordelen en investeringen, en wil nu hetzelfde doen met ruimtebedrijven

Ook het Groothertogdom Luxemburg heeft een eigen ruimtewet. In oktober organiseerde het land zelfs een heuse Space Mining Summit. Vice-premier Etienne Schneider lichtte de wetgeving aan een honderdtal geïnteresseerden toe.

“Uiteraard kwam er kritiek op de wetgeving. ‘De ruimte hoort de hele mensheid toe’, zeiden de criticasters. Ze klaagden de commercialisering van de ruimte aan. Maar als je de ruimte wil ontwikkelen, dan moet je bedrijven de zekerheid bieden dat wat ze uit de ruimte nemen, hen ook toebehoort.”

En dat is ook de kern van de Luxemburgse wet: de vinder wordt eigenaar. Die rechtszekerheid koppelt Schneider aan een veelbelovende werkomgeving.

Sinds 2017 heeft Luxemburg al 50 ‘nieuwe’ ruimtevaartbedrijven verwelkomd, goed voor 2 procent van het bnp

De wet zag twee jaar geleden het levenslicht en past in de strategie van Luxemburg om de ruimtevaartindustrie naar het land te lokken. Eerder verleidde Luxemburg telecombedrijven en financiële firma’s met belastingvoordelen en investeringen. Nu heeft het haar oog laten vallen op de ruimtebedrijven. Naast de wet heeft Luxemburg nog heel wat meer lekkers in petto: investeringen in onderzoek en ontwikkeling, een fonds voor risicokapitaal en dus een wetgeving waardoor de vondsten in de ruimte eigendom worden van het bedrijf.

Luxemburg heeft daarvoor een eigen ruimtevaartagentschap opgericht: het Luxembourg Space Agency. CEO is Marc Serres. Hij runt het agentschap ruim een jaar en maakt er geen geheim van de ruimte als een commerciële opportuniteit te zien. “Wij ambiëren geen onderzoeken op de maan”, zegt Serres. “Wij helpen bedrijven die ruimtestoffen willen ontginnen”. Sinds 2017 heeft Luxemburg al 50 ‘nieuwe’ ruimtevaartbedrijven verwelkomd, goed voor 2 procent van het bnp.

Het artikel gaat verder onder het kader.

Space Race 2.0

Van kleine start ups tot goed gespekte bedrijven als SpaceX; over de hele wereld wagen bedrijven hun kans in een nieuwe wedloop op de ruimte. Ze hopen allen een graantje mee te pikken van de commerciële exploitatie van de maan of andere hemellichamen. En daar gaat vaak grootspaak mee gepaard.

“We keren terug naar de maan om de aarde te redden”, aldus Jeff Bezos, oprichter van Amazon en Blue Origin. Elon Musk (SpaceX): “We hebben nood aan een permanente basis op de maan”.

MoonExpress belooft zich een weg te banen naar de maan om de grondstoffen te vinden en te oogsten. MoonExpress heeft van de Amerikaanse overheid als eerste de toelating ontvangen om op de maan te landen. Heel wat spelers trekken parallellen met de goudkoorts of de industriële revolutie.

TransAstra werkt een robot uit om asteroïden te ontginnen en noemt het de stoommachine van de ruimte-economie. TransAstra ontving 2 miljoen dollar van de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA. Het Luxemburgse iSpace ziet de maan dan weer als een uitbreiding van de activiteiten op aarde.

De bedrijven waren in eerste instantie vooral geïnteresseerd in de metalen die zich op asteroïden bevinden. Maar de voorbije jaren verschoof hun interesse naar de maan.

Wat hopen ze er zoal te vinden? Water, dat opgesplitst kan worden in waterstof en zuurstof en dienst kan doen als brandstof voor raketten. Zuurstof uit bepaalde rotsen. Aluminium, magnesium, ijzerertsen en titan voor de bouwsector. Edele metalen zoals goud, zilver en platinum. Zeldzame metalen die dienst kunnen doen in batterijen of magneten. Het op de aarde zeer zeldzame Helium 3 dat dienst zou kunnen doen als brandstof.

Omdat transport zo duur is, zullen de grondstoffen vooral ter plaatse gebruikt worden. Bovendien is het onduidelijk hoeveel stoffen gedelfd kunnen worden. Zo zouden slechts 10 asteroïden in de buurt van de aarde bruikbaar kunnen zijn. De maan is 7,4% van de oppervlakte van de aarde. Het is kleiner dan het Aziatisch continent en niet elk deel van de maan zou even rijk zijn aan grondstoffen.

Niet zonder risico’s

“De hedendaagse ‘space race’ is totaal anders”, stipt ook Sarah Moens aan. Zij is advocate bij DLA Piper Belgium en heeft zich gespecialiseerd in ruimtevaartwetgeving. “Toen de VN-verdragen geschreven werden, waren geen private bedrijven betrokken. Enkel overheden.”

De belastingbetaler betaalde voor de ruimtemissies. Maar nu investeren ook private aandeelhouders geld in de ruimte. “De ruimtemijnbouwbedrijven willen exclusieve rechten zodat ze winsten kunnen boeken.” En die exclusieve rechten garanderen net de Verenigde Staten en Luxemburg met hun controversiële wetgeving.

Advocate Sarah Moens: ‘Ruimtemijnbouwbedrijven willen exclusieve rechten zodat ze winsten kunnen boeken’

Mayence was geschokt toen hij vernam dat Luxemburg een eigen wet rond de commerciële ontginning van de ruimte had goedgekeurd. “Dat gebeurde pas twee jaar nadat ze tot COPUOS waren toegetreden”, herinnert hij zich. “Ik dacht dat ze achter het idee van een internationaal mijnbouwregime stonden; en niet kozen voor een nationale wetgeving.”

Officieel gaat ons buurland trouwens voor beide: “We zetten ons in voor een internationale oplossing, maar intussen hebben we wel onze eigen wetgeving geschreven”, zegt Mathias Link van het agentschap LSA. Link begrijpt trouwens het wantrouwen tegenover de nationale ruimtewetgeving in de Verenigde Staten en in Luxemburg. “Het is immers een straf standpunt om te zeggen dat bedrijven eigenaar zijn van wat ze in de ruimte vinden”, weet hij. Maar volgens Link moest de wetgeving vooral de Verenigde Naties in actie doen schieten.

Advocate Moens ziet overigens twee problemen met de nationale wetgevingen. Eerst en vooral is er de dreigende ongelijke behandeling van bedrijven door belastingvoordelen en verschillende reguleringen. “Bedrijven kunnen aan het shoppen slaan”, zegt ze. Ten tweede vreest Moens dat de vele nationale wetten de totstandkoming van een eengemaakt internationaal regime zal bemoeilijken.

Die laatste bekommernis deelt de Luxemburger Link ook met Moens. Ook Link ziet problemen opdoemen als elk land een eigen aparte ruimtewet heeft. Maar hij vreest dat het noodzakelijk VN-kader er nooit zal komen: “De Verenigde Naties werken op basis van consensus. Dat vereist heel veel tijd”, verklaart hij.

Een hele rist bedrijven hoopt een graantje mee te pikken van de commerciële exploitatie van de maan of andere hemellichamen (Foto: Anders Jildén (Unsplash))

Haast en spoed

Mayence heeft echter weinig begrip voor al die haast. “Dergelijke economische dynamieken zijn gevaarlijk”, zegt hij. “Als bedrijven enkel binnen nationale wetten opereren, dreigt in de wereld een nieuwe verdeling tussen de landen die klaar zijn voor de mijnbouw in de ruimte en zij die de boot zullen missen. Die laatsten zullen dan afhankelijk zijn van de assertieve landen.”

Mayence vreest ook voor een rampscenario waarbij een land de rechten van een bedrijf op een deel van een asteroïde of de maan erkent: “Op dat ogenblik zal het zeer moeilijk zijn om stappen terug te zetten”.

In april 2020 verzamelen de lidstaten opnieuw in Wenen. Ze zullen beslissen over een werkgroep voor het uitschrijven van een internationaal ruimtegrondstoffenregime. België stelde het idee voor, samen met Griekenland. Tsjechië en Australië steunen het alvast. En Duitsland gaf belangrijke opmerkingen door. De Griek Georgios Kyriakopoulos hoopt dat de werkgroep er snel zal komen.

Mayence weet niet hoe de lidstaten uiteindelijk zullen stemmen. Heel wat landen houden zich op de vlakte en hebben nog niet in hun kaarten laten kijken.

Maar waarom investeert België zoveel energie in de ruimteverdragen. Eén van de oorzaken hangt samen met de leden van de Belgische delegatie: de academici delen allen de bezorgdheid en de kritiek op de ontginning van de ruimte.

Mayence verwijst ook naar de vaderlandse geschiedenis, naar Congo: “Toen legde een klein land een claim op een gigantische oppervlakte”. Daarnaast heeft België ook een rijke ruimtevaartgeschiedenis. België was één van de 18 stichtende landen van COPUOS. Bovendien trekt ons land meestal de multilaterale kaart.

De drijvende kracht achter de aandacht voor de ruimtevaartwetgeving is echter Mayence. Tot voor kort stond hij er ook alleen voor. “We zijn zeer blij met zijn aanwezigheid in onze delegatie”, zegt Moens. “Hij draait al lang mee en volgde de ontwikkelingen op de voet.”

Twintig jaar al zet Mayence zich in voor een internationale oplossing. Het eist zijn tol. Hij is vermoeid. Maar toch zet hij door. “De mensen vragen me ‘waarom; waarom België?’, maar dan antwoord ik: ‘Waarom niet alle anderen?‘”

Médor

Dit onderzoek verscheen ook bij ons Franstalig zusterblad Médor. Het werd vertaald door Bram Souffreau.

Auteur: Laura Cole

Laura Cole is freelance milieujournalist.

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid

Word nu lid van Apache en geniet van deze voordelen:

  • Toegang tot alle ruim 4.000 artikels
  • Deel de artikels gratis met je vrienden
  • Toegang tot alle dossiers en het volledige archief
  • Treed in discussie met journalisten en andere lezers
  • Korting op events en andere journalistieke producten, zoals e-books