Ieder mens is een kunstenaar

 Leestijd: 3 minuten0

Ik zoek al geruime tijd naar het woord dat kan omschrijven hoe ik mij voel ten aanzien van de drastische besparingen in de culturele sector. Ik voel mij ‘ont·red·derd’: in wanorde; in verwarring gebracht (Van Dale). Het voorvoegsel ont- geeft een beëindiging van een werking of een verwijdering aan, in dit geval m.b.t. het werkwoord ‘red·den’: uit het gevaar, de moeilijkheden helpen; klaar krijgen (Van Dale).

Want ja, die fameuze projectsubsidies (die vanaf 2020 met 60% verminderd worden) hebben mij en vele andere kunstenaars de afgelopen jaren ‘gered’. Dankzij projectsubsidies coördineren wij vanuit hell-er vzw 2 structurele kunstprojecten in de Antwerpse gevangenis waar mensen letterlijk zijn buitengesloten van cultuur: een publicerend tekenatelier onder leiding van Gerard Herman en de podcast Radio Begijnenstraat onder leiding van mezelf.

De fameuze projectsubsidies die vanaf 2020 met 60% verminderd worden, hebben mij en vele andere kunstenaars de afgelopen jaren ‘gered’

Projectsubsidies hebben mij gered van onbetaald werken en hebben investeringen op productioneel vlak mogelijk gemaakt waardoor de artistieke kwaliteit en het publieksbereik van onze projecten is toegenomen.

Ik zou net niet durven beweren dat projectsubsidies ook de (psychisch zieke) daders hebben gered die in Radio Begijnenstraat spreken, zingen en schrijven over schuld en boete, schoonheid en troost. Maar hun ‘culturele participatie’ heeft wel degelijk deelnemers uit het gevaar geholpen.

Het gevaar van opsluiting en de ermee gepaard gaande detentieschade betreft niet alleen het individu op vlak van zijn fysieke en mentale gezondheid. Waar mensen uitgesloten zijn ontstaat eenzaamheid, depressie – maar ook bitterheid, woede, rancune. Geen recidive verlagende factoren.

Iedereen doet aan kunst

Maar ik wil niet uitweiden over het belang van cultuurparticipatieve projecten in het algemeen of de maatschappelijke relevantie van kunstprojecten voor daders in het bijzonder.

Ik wil iets zeggen over het kunstbegrip dat in de huidige discussie gehanteerd wordt en hoe ik vind dat dit – zeker in de huidige neoliberale tijden waarin een hele sector, waar nauwelijks iets te rapen valt, symbolisch wordt aangevallen – misschien tekort schiet. Want kunst is niet het privilege van een elite, noch van een sector.

Kunst is een interactioneel proces van internaliseren en externaliseren. En hoewel dit dure woorden zijn, is dit iets heel gewoons.

Kunst is een relationele actie waarin mensen hun ervaring symboliseren door middel van woord, klank, beweging of beeld. Het is een aangeboren menselijke behoefte om indrukken en gevoelens vorm te geven met creatieve middelen, zich mede te delen aan de ander en zo deel uit te maken van de wereld.

Alle mensen doen of deden ooit aan kunst, actief of passief. Ze knutselen kerstdecoraties, schilderen hun minnares, fotograferen de zee, wenen bij het horen van het favoriete liedje van hun moeder

“Jeder Mensch ist ein Künstler.” Daarmee bedoelde Beuys niet dat iedereen een getalenteerd schilder of een meesterlijke muzikant is. Beuys doelt veeleer op het creatief vermogen om vorm te geven aan ons leven. De mens als schepper van de wereld zijnde een ‘Soziale Plastik’.

Misschien kan dit kunstbegrip ons, de kunstensector, helpen inclusiever te zijn, ruimte te bieden en te verwelkomen. Waardoor we niet alleen op onze onderlinge solidariteit mogen rekenen maar op een breed draagvlak binnen de maatschappij. Want laten we eerlijk zijn, de kunstensector wordt nog altijd teveel gerund door blanke oude mannen en diversiteit is een woord dat staat in seizoensbrochures en subsidiedossiers maar te weinig voelbaar is op de podia of in de zaal.

Maar terug naar ‘Jeder Mensch ist ein Künstler’. Alle mensen doen of deden ooit aan kunst, actief of passief. Ze knutselen kerstdecoraties, schrijven brieven aan een afwezige vader, verwonderen zich tijdens een toneelvoorstelling, schilderen hun minnares, schrijven gedichten voor hun overleden zus. Ze rijmen en zingen voor hun kinderen. Choreograferen hun openingsdans. Fotograferen de zee. Ze wenen bij het horen van het favoriete liedje van hun moeder.

Het enige verschil met beroepskunstenaars is dat zij van het internaliseren en externaliseren een ambacht hebben gemaakt, techniek en methodiek hebben ontwikkeld. Ze hebben het proces geprofessionaliseerd, geësthetiseerd en opengetrokken voor een publiek en zodoende de sfeer van de privé willen overstijgen. Ze hebben een sector gevormd en zich onderworpen aan externe kwaliteitsvoorwaarden en reglementeringen.

En net als andere sectoren is de sector afhankelijk van overheidssteun en wanneer die uitblijft voelen de mensen uit de sector zich bedreigt en aangevallen. Wij reageren verontwaardigd, woedend, sommigen defensief of agressief.

Allen verdedigen wij vurig ons bestaan door op de talrijke positieve effecten te wijzen die kunst zou hebben op vlak van internationale uitstraling en prestige, mentale gezondheid, sociale cohesie en ja (!) economische groei. Met cijfers en studies doen we dat en niet zelden met tranen in onze ogen. Want natuurlijk kwetst het om niet naar waarde te worden geschat.

Eekhoorns en roodborstjes

Allen verdedigen wij vurig ons bestaan door op de talrijke positieve effecten te wijzen van kunst

Jeroen Olyslaegers vergelijkt de kunstensector met een bos waarin de kleinere spelers, “de durvers, de dromers en de eigenzinnigaards” de wortels zijn van de grote bomen, de gevestigde instellingen. De wortels zorgen voor de nodige voeding, waardoor het bos zich kan blijven vernieuwen. Wanneer men de wortels kapt eindigen wij op lange termijn met kreupelhout.

Het beeld van een bos raakt me, hoewel ik Jeroens invulling wat statisch vind. Ik ben noch wortel noch boom, misschien wel struikgewas op een dorre vlakte. Of een eekhoorn.

Een bos is meer dan bomen alleen. Een bos is een complex ecosysteem van uilen en bosmieren en paddenstoelen, van vogels en dassen en vleermuizen en schimmels. Al wat in een bos leeft, staat in onderlinge afhankelijkheid van elkaar.

Een bos staat open voor toevallige voorbijgangers en verwonderde dagtrippers, voor geoefende boswandelaars met aangepast schoeisel, een meisje verliest haar onschuld onder een eik. De ene bezoeker houdt zich aan de geijkte wandelpaden, de ander gets lost in een stuk ongerept.

Een bos is geen eiland. Het bos maakt deel uit van een landschap, in dit geval een Vlaams landschap, mijn vlakke land. Wij zouden ons als bos kunnen afvragen of we misschien te ver aan de rand van dat landschap zijn gerukt waardoor de roodborstjes niet meer komen broeden. En hoe zit dat met de boswachter?

 

Uitgelichte foto: © Dirk Waem (Belga)

Auteur: Katrin Lohmann

Katrin Lohmann is actrice en psychotherapeute en speelde onder meer bij NTG/Luk Perceval, Troubleyn en Theater Zuidpool, maar ook in televisieproducties als Beau Sejour, Callboys en Salamander. Naast acteren werkt ze al 10 jaar als psychotherapeute in de gevangenis van Antwerpen en sinds maart 2019 in groepspraktijk Groenstraat.

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid