De nood aan expressie en aan kunst is geen luxe

 Leestijd: 4 minuten1

Deze dagen lees ik veel argumenten voor subsidies. Ik lees ook veel argumenten voor solidariteit. Daarbij hoopt men dan dat een actie voor meer cultuurmiddelen onderdeel zou blijven van het verzet tegen een onmenselijk en asociaal besparingsbeleid. 

Ik lees ook vaak de commentaren op de site van Het Laatste Nieuws. Ik doe dat vaak ’s avonds laat als ik moe ben. Daarin wordt keer op keer herhaald dat we nu geen geld kunnen steken in bijkomstigheden zoals kunst en cultuur. Dat zou de kers op de taart zijn. Een luxe waar alleen de elite tijd en middelen voor heeft. 

Ik lees soms ook de recensies en teksten over mijn eigen theaterwerk, of over het theater waar ik aan meewerk. Dan lees ik over de verhalen uit de rafelrand van de stad. Verhalen van mensen die een precair bestaan leiden. Ik lees ook over participatie en ‘met de mensen zelf gaan werken’, en empathie. Dat soort van mooie dingen. De kracht van verhalen vertellen, nietwaar. 

Dat vertellen van die verhalen is heel praktisch werk: warm eten maken bijvoorbeeld. Warm eten marcheert altijd. 

Ik heb immers al vaak met mensen gewerkt die na de repetitie geen plek hebben om naartoe te gaan. De kostuumontwerpster stelt dan voor een deel te gebruiken van de begroting voor decor en kostuums. Plots zijn er medicijnen gekocht voor dat decor, samen met warme kleren. Iedere repetitie nieuwe sokken en een desinfecterend voetbad. We hadden het kunnen weten: de première is in december, dus dat is om problemen vragen. De week voor de première is het niet duidelijk of de scènes gaan lukken, de man zijn voeten zijn zo opgezwollen dat zijn schoenen niet meer uitgaan. Het stinkt in de studio. Gelukkig is het een grote en verscheiden groep spelers. Mensen brengen zelf ook spullen mee. 

Die man is niet de enige, er zijn er nog. En bij sommigen zie je het niet. U zou het nooit merken. Er is er één die altijd perfect gekleed is. Fris gewassen en geschoren. Ik draag eigenlijk altijd mijn werkkleren en hij kijkt soms een beetje afkeurend naar de vlekken op mijn trui en broek. Als blanke kunstenaar kan je je zoiets permitteren. Hij daarentegen verstaat de kunst om geen enkele gratis badkamer, lavabo of toilet over te slaan. Ook probeert hij zo lang mogelijk op de repetitie te blijven, en hij is er altijd op voorhand. Toevallig vier uur te vroeg. Ik eet dan samen met hem het eten van de vorige avond op. Ik doe alsof ik niet merk dat de repetitie pas over vier uur begint. En er is altijd nog wel een scène waar we nog eens naar moeten kijken. Dat is een leugen, want hij weet perfect hoe alles moet. Hij is overigens een ongelofelijk goeie zanger. 

Ik heb ook geleerd dat als iemand zijn tekst niet kan lezen, je hem dan kan vragen om zijn gsm uit te zetten ’s nachts. Ik bel die persoon dan ’s nachts en spreek de tekst in twee stemmen in op zijn gsm. Zo heeft hij zijn tekst altijd bij en kan hij ernaar luisteren. Aan een tekstbrochure heeft hij niets. 

Ik heb met de ploeg geregeld dat de techniek doet alsof ze niet merken dat er mensen in de loge slapen. Tijdens de repetitie de ene, overdag een andere. Ik zet ze zelf na de repetitie terug op straat. Ze doen niet moeilijk, maar u kan niet geloven hoe slecht dat voelt. Ik ben maar een freelancer. Het is ook mijn theater niet. 

Op een avond slaapt iemand de hele repetitie door. Ik wek hem na de repetitie en dan eet hij in een lege keuken alles wat hij opkan. Hij gaat als allerlaatste naar buiten. Wanneer ik de voordeur afsluit kotst hij alles er terug uit tegen de gevel van het theater en zakt dan ineen. Gelukkig is er nog een andere deelnemer in de buurt en samen sleuren we hem terug naar binnen. Ik weet eigenlijk niet goed of hij nu bewusteloos is of niet. We leggen hem opnieuw in de loge. Ik bel naar mijn vrouw om te zeggen dat ik later zal zijn. Nog later dan gebruikelijk tijdens een repetitieperiode. Mijn vrouw is theatermaakster. Ze weet heel goed waar het over gaat.

Ik bel naar de Dienst en wacht tot ze de man een paar uur later komen halen. Maar wanneer ze toekomen wil hij niet mee. Hij wil niet naar de nachtopvang omdat ze daar van hem pikken. Hij kan zich niet weren in de nachtopvang. Uiteindelijk gaat hij dan toch mee. Ik mag u niet vergeten te zeggen: die man is een heel goeie speler en met de première doet hij dat fantastisch. Met heel weinig repeteren. 

Na de repetities en na de voorstelling gebeurt het vaak dat iemand me apart vraagt, en dan om geld vraagt. Na een tijdje zie je die vraag van ver aankomen. Er is al een vergoeding voor het werk, maar er is natuurlijk altijd meer nodig. Sommigen beloven het terug te betalen, anderen beloven dat niet eens. Zal ik U eerlijk vertellen, hoe ik dat oplos? Ik doe dat zo: als ik zelf geld over heb, misschien. Als ik goed gezind ben, misschien. Misschien, als ik goesting heb om iets te geven. Ik heb geen beter antwoord. Zo dwaas is het. 

De première gaat heel goed. Wat een prachtige verhalen uit de stad. Wat een prachtige participatie. 

In de goeie dagen denk ik aan het werk dat gelukt is, en besef ik waartoe mensen in staat zijn binnen zo een groep. Hoe straf ze dat doen op scène. In de slechte dagen kan het mij allemaal gestolen worden. Dan wil ik geen cultuur. Maar centrale verwarming en veel sokken. Een veilig adres voor de mensen waar ik mee werk en een voordeur die dicht kan.

Maar dat is dus een vergissing. En ik word keer op keer op die vergissing gewezen door de mensen waar ik mee werk. De mensen waar ik hier over spreek zijn ontzettend begaan met het stuk dat we maken. Hoe graag ze ook warm eten, ze komen vooral voor die voorstelling waar zij in meespelen. Er zijn nog plekken waar ze gratis eten vinden (meestal toch).

Maar dit is de voorstelling die zij mee gemaakt hebben. Ze willen zowel eten als theater: het is niet het één of het ander. Ze raken makkelijker door de winter als er warm te eten is, maar het zijn ook de woorden die zij uitspreken voor een publiek. Het is ook de muziek die ze spelen en de daden die ze stellen. Zij spelen op scène en mensen kijken, dat helpt hen de winter door. Cultuur en erkenning is levensnoodzakelijk voor rijk en arm. Of de expressie nu in de abstractie ligt van beeldende kunst, of in de klank van de tuba van een dorpsfanfare – de nood aan expressie en aan kunst is geen luxe. U kan op uw hoofd gaan staan als u hier niet mee akkoord gaat. 

Sommige van de mensen die hierboven beschreven worden zijn er nu heel goed aan toe en ik heb nog vaak met hen samengewerkt. Met één van hen werk ik volgend jaar voor de derde keer samen (aanvraag projectsubsidie is lopende). Hij heeft ondertussen een goede warme thuis gevonden. Dat is overigens niet mijn verdienste, maar de verdienste van het sociaal werk. Een andere van hierboven is verdwenen. 

Het is niet uitzonderlijk wat hierboven staat. Iedereen die dit werk kent, kent deze verhalen. Ik haat het om de miserie op te schrijven. Ik schrijf dit op met schaamte en met tegenzin. Ik denk dat ik dit alleen kan vertellen onder protest. Als protest. Als ik schrijf dat dit werk noodzakelijk is, voelt het alsof ik een open deur intrap. 

Maar ik wilde u dus schrijven om te zeggen dat het werk noodzakelijk is.

We ijveren voor meer middelen voor kunst. Deze week gaat de winteropvang open en hebben we 680.000 arme Vlamingen geteld. Er bestaat geen contradictie tussen de vorige twee zinnen. 

Beste meneer Jambon,

We’re all in this together. 

 

Uitgelichte foto: © Laura Groeseneken

Auteur: Simon Allemeersch

Simon Allemeersch is kunstenaar en theatermaker met een grote interesse in sociaal-artistieke projecten.

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid