‘Steden gaan spijt krijgen dat ze publieke gronden verkochten’

 Leestijd: 3 minuten3

Kunnen we de resterende publieke gronden inzetten voor lokale voedselstrategieën? En hoe? Om dat te kunnen doen is er sowieso een lokaal bestuur met een duidelijke visie nodig dat in de eerste plaats bereid is om de landbouwgronden niet te verkopen, maar evengoed wil investeren in infrastructuur en ondersteuning. Dat stelden experten en ervaringsdeskundigen in Café Apache.

Apache en het Gentse kunstencentrum Vooruit nodigden woensdagavond (23 oktober) experten en ervaringsdeskundigen uit om over lokale voedselstrategieën te discussiëren. Centraal stond de vraag: (hoe) moet een lokaal bestuur lokale voedselproductie, -distributie, en -consumptie vormgeven en aanmoedigen? En kunnen daarvoor publieke landbouwgronden worden ingezet?

Verouderde pachtwet

Apache Lokaal
Op drie jaar tijd verkochten Vlaamse steden en gemeenten 32 km² publieke grond. Met Apache Lokaal duiken we in de (uit)verkoop van publieke gronden en eigendommen.

De Gentse milieuschepen Tine Heyse (Groen) hielp in een videoboodschap alvast het misverstand uit de wereld dat de stad zomaar kan bepalen wat pachtende landbouwers op publieke landbouwgronden kunnen en mogen doen. De pachtwet is verouderd. Daar is ook de Vlaamse regering van overtuigd. De wet zorgt er dus ook voor dat een eigenaar, in dit geval de stad, niet zomaar voorwaarden kan opleggen aan pachters. De stad kan niet zomaar een bioboer voorrang geven op een ‘gangbare’ boer.

Voor De Goedinge, een jonge bioboerderij die gratis de gronden van het Gentse OCMW gebruikt, zocht en vond de stad een omweg. De boeren sloten een gebruiksovereenkomst af, en pachten dus niet, wat het opleggen van voorwaarden wel mogelijk maakt. Dat ze de gronden gratis in bruikleen krijgen, betekent voor de stad geen al te grote delving van inkomsten, aangezien de jaarlijkse pacht voor een hectare akkergrond gemiddeld slechts 300 euro bedraagt. 

‘Met gratis bruikleen kan de stad wel sturen wat er op haar gronden gebeurt, en verliest ze niet zoveel inkomsten’

“Pacht brengt slechts peanuts op voor de stad”, stelt Hans Vandermaelen, doctoraatsonderzoeker agro-ecologische stadsontwikkeling aan de UGent. “Met een gratis bruikleen en een bijhorende gebruikersovereenkomst kan een stad wel sturen wat er op haar gronden gebeurt, en verliest ze niet zoveel inkomsten.”

Landbouwer Maarten Cools van De Goedinge is wel beducht voor het opleggen van al te veel extra voorwaarden. De Goedinge is namelijk verplicht om onder meer aan arbeidszorg te doen, een vorm van sociale tewerkstelling, en dat zorgt soms voor extra lasten. “Die voorwaarden maken het zwaar. Het is niet altijd evident om zowel sociaal werker als landbouwer te zijn. Dat is niet iedereen gegeven.”

Nood, maar gebrek aan totaalvisie

‘We moeten de organisatie van de stad in vraag te stellen om voedselproductie opnieuw mogelijk te maken’

Stad Gent deed voor De Goedinge dan wel een inspanning, maar één lokaal landbouwproject op publieke gronden maakt de lente niet. Bij veel lokale besturen in Vlaanderen staat een voedselstrategie zelfs helemaal niet op de agenda. “Korte ketenlandbouw soms wel, maar van een totaalvisie op voedsel, van productie over distributie tot consumptie, is er nog te weinig”, stelt Annelies Beyens van De Landgenoten, een coöperatie die landbouwgronden opkoopt en verhuurt aan bioboeren.

“Steden hebben de voorbije eeuwen het voedselvraagstuk verwaarloosd”, geeft Vandermaelen aan. “Steden zijn landbouwkennis kwijt, want voedsel kwam overvloedig van buiten de stad. We hebben keuzes gemaakt over de stad, en dat heeft geleid tot een stad waar voedselproductie geen deel meer van uitmaakt. We moeten de organisatie van de stad in vraag te stellen om voedselproductie opnieuw mogelijk te maken”, vindt de doctorandus.

In Brussel krijgt die totaalvisie op voedselvoorziening wel vorm, legt Catherine Fierens van BoerenBruxselPaysans uit. Al leeft bij veel beleidsmakers nog steeds het idee dat er voor landbouw in de stad geen plaats meer is, wegens niet productief genoeg. “Er is nog 250 ha landbouwgrond in Brussel, wat heel weinig is. De Brusselse boeren produceren echter niet per se voor Brussel, maar voor de hele wereld.” 

Volgens haar is een combinatie van concrete, lokale (piloot)projecten en een voedselstrategie onontbeerlijk. Met ondersteuning van het beleid kan een project volgens Fierens meer bereiken. Tegelijk kan het beleid lessen trekken uit die concrete projecten, die ook aantonen dat het kan en zo andere projecten aanmoedigen.

Infrastructuur en (publieke) gronden

Behalve concrete projecten, zal een stad volgens Vandermaelen ook moeten nadenken over de infrastructuur die nodig is om lokaal te produceren, distribueren en consumeren. “We creëren nu ook al een bepaalde context voor voedselproductie, meer bepaald voor globale voedselproductie. We laten bijvoorbeeld zeehavens landbouwgrond inpalmen. Als je een lokale voedselstrategie uitbouwt, zal je dus ook moeten nadenken over infrastructuur.”

‘Als stad zelf eigenaar blijven, is nog altijd de meest rechtstreekse manier om beleid te voeren’

De Goedinge experimenteert zelf met emissieloze leveringen, via de fiets, en ook langs het water. Op die manier zou de boerderij bijvoorbeeld ook horeca in het centrum kunnen bevoorraden. “Nu experimenteren we zelf, maar de stad zou hierbij wel kunnen helpen. Voor korte keten is er nu weinig infrastructuur. Er komt maar weinig in Gent geproduceerd voedsel in Gentse monden terecht”, betreurt Cools.

(c) Michiel Devijver Vooruit Debat stadslandbouw

Café Apache in Vooruit (Foto © Michiel Devijver)

Het staat buiten kijf dat lokale besturen ook de boeren zelf moet betrekken in de discussie over het lokale voedselbeleid. Volgens Vandermaelen is dat nu echter meestal niet het geval. “Men moet wel met hen in debat gaan, zo niet blijft het bij fantaseren vanuit het stadscentrum. Als we boeren bijvoorbeeld te veel verplichtingen en andere doelstellingen dan voedselproductie opleggen als voorwaarde om publieke grond te kunnen gebruiken, dan gaan we niet veel boeren overhouden”, vreest hij.

Publieke gronden kunnen dus wel een rol spelen in dat lokaal voedselbeleid, maar dat moet doordacht gebeuren. “Als stad zelf eigenaar blijven, is nog steeds de meest rechtstreekse manier om beleid te voeren”, is Annelies Beyens overtuigd.

Over de nood aan publieke gronden voor een lokaal voedselbeleid is Maarten Cools zeer duidelijk. “Wat is een stad zonder voedsel? Wat als het zeer kwetsbare model van industriële landbouw stilvalt? Wat als arbeiders in de Spaanse serres staken? Dan gaan steden en gemeenten spijt hebben dat ze hun publieke gronden verkocht hebben.”

Herbekijk hier het volledige panelgesprek van 23 oktober 2019

Auteur: Jan Walraven

Onderzoeksjournalist Jan Walraven schrijft sinds 2015 voor Apache. Zijn eerste boek, ‘De diefstal van de eeuw’, over privacy en de tentakels van technologie, verscheen in 2018 bij Van Halewyck.

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid