‘Grond is rijkdom, grond is macht’

 Leestijd: 6 minuten0

Tussen eind 2014 en eind 2017, het zwaartepunt van de vorige legislatuur, verkochten lokale besturen 3.200 ha publieke grond of het equivalent van Brussel-stad. De strijd om (groot)grondbezit lijkt misschien iets middeleeuws, maar is dat allesbehalve. Want als we over grondbezit praten, dan praten we over klimaat, wonen, landbouw, maar ook over rijkdom, en macht.

Café Apache
Apache en Vooruit organiseren een debat over publieke gronden. Hoe valt de uitverkoop van publieke gronden te rijmen met lokale voedselstrategieën? Hoe kunnen gronden in publieke eigendom helpen om de uitdagingen van de komende eeuw het hoofd te bieden? Welkom in Café Apache op woensdag 23 oktober, vanaf 20u in de Balzaal van Vooruit. Toegang is gratis, inschrijven kan via deze link

De voorbije maanden ploeterde Apache in de Vlaamse klei. Soms letterlijk, maar meestal figuurlijk. Op zoek naar het lot van gronden in bezit van lokale besturen. 

Waarom? Eén verkoop van publieke gronden bracht al in augustus 2017 de bal aan het rollen. Toen onthulde Apache dat het Gentse OCMW 450 hectare Zeeuwse landbouwgrond een jaar eerder voor 17,5 miljoen euro had verkocht aan een dochterbedrijf van een Luxemburgse vennootschap van havenbaas Fernand Huts. 

Over die verkoop is ondertussen al heel veel geschreven en gezegd, ook in de rechtbank. Deze ‘zaak Huts’, is een symbooldossier geworden dat vele mensen de ogen heeft geopend. Ook de onze. 

Waarom zag het Gentse OCMW zich genoodzaakt om landbouwgronden te verkopen die in 1840 nog als ‘het heerlijkste sieraad’ van het Gentse Bijlokehospitaal werden beschreven? Was dit een uitzonderlijke verkoop, of staat de publieke grond in de uitverkoop? Is het Gentse OCMW het enige lokale bestuur dat zijn historische gronden van de hand doet?

32 km²

Die laatste vraag kan alvast volmondig met ‘Nee’ worden beantwoord. In de jaren 2015, 2016 en 2017 verkochten alle Vlaamse steden en gemeenten samen in totaal maar liefst 32 km² publieke grond. Gent was met 1.111 hectare (waarvan 450 aan Huts) wel de absolute koploper in diezelfde periode. De grondverkopen brachten de Gentse stadskas in totaal ruim 60 miljoen euro op. 

De opbrengst is de belangrijkste drijfveer om gronden te verkopen, het liefst aan een zo hoog mogelijke prijs

Die opbrengst is voor Gent en de meeste andere steden en gemeenten een belangrijke, zo niet de belangrijkste drijfveer om gronden te verkopen. Die verkoop gebeurt het liefst aan een zo hoog mogelijke prijs. Winstmaximalisatie staat voorop. Met de opbrengst van de verkoop aan Huts wil het Gentse OCMW bijvoorbeeld een deel van de bouw van een rusthuis bekostigen.

Een goede zaak dus, die verkoop? Het OCMW is tenslotte geen landbouwbedrijf, en met de opbrengsten uit de verkoop van historisch verworven landbouwgronden kan het investeren in andere zaken. Als lokaal bestuur moet je daardoor minder lenen, wat dan weer als boekhoudkundige meevaller geldt. 

Bovenstaande redenering mag dan al logisch klinken, vroeg of laat komt er onvermijdelijk een einde aan: op een bepaald punt is er namelijk geen publieke grond meer om te verkopen. Behalve die eindigheid zijn er nog andere hiaten in de argumentatie te vinden.

Speculeren met macht

Onder meer landbouwers kunnen deze hoofdzakelijk financiële gedachtegang maar moeilijk aanvaarden. Zij zien dat ook in Vlaanderen financieel sterke spelers landbouwgrond opkopen als belegging.

Met grond heb je als lokaal bestuur een onontbeerlijke hefboom in handen om beleid mee te voeren. Op grond kan je wonen, je verplaatsen, voedsel kweken, sporten, ontspannen, en ga zo maar door

Deze speculatie met landbouwgronden maakt de toegang ertoe steeds moeilijker. Dat rijmt niet met de verkoop van duizenden hectaren publieke grond. Boeren hopen daarom dat de overheid ingrijpt en de verkoop stopzet. Ze verwachten een grondbeleid zoals lokale besturen vaak wel voeren voor industriegrond. Ze staan daar bovendien niet alleen in. Ook de Vlaamse Landmaatschappij wil meer mogelijkheden om die toegang tot landbouwgrond te kunnen blijven garanderen.

Lang niet in elke gemeente neemt het publieke grondbezit af. In Lommel bijvoorbeeld groeide het stedelijk patrimonium van eind 2014 tot eind 2017 met 48 hectare aan. “Om bepaalde doelstellingen op vlak van duurzaamheid, mobiliteit en natuur te halen heb je soms grond nodig”, legde burgemeester Bob Nijs (CD&V) eerder al uit aan Apache.

Met grond heb je als lokaal bestuur een onontbeerlijke hefboom in handen om beleid mee te voeren. Op grond kan je wonen, je verplaatsen, voedsel kweken, sporten, ontspannen, en ga zo maar door.

“Grond is rijkdom. Grond is macht”, vat de Britse professor Brett Christophers de grondkwestie samen. Christophers is verbonden aan het departement Sociale en Economisch Geografie van de Zweedse universiteit van Uppsala en schreef vorig jaar ‘The New Enclosure’, een lijvig boek over de massale verkoop van publieke gronden in Groot-Brittannië. 

Hij noemt deze verkoop zonder blikken of blozen ‘de grootste privatisering’ in Groot-Brittannië sinds 1979. In dat jaar kwam de conservatieve premier Margaret Thatcher aan de macht. Terwijl de spoorwegen of publieke huizen misschien het meest tot de verbeelding spreken, bleef het grootste privatiseringsproject van de neoliberale revolutie die de Iron Lady initieerde grotendeels onder de radar.

Volgens Christophers is die privatisering nochtans van essentieel belang. Ongeveer de helft van alle gronden die eind jaren zeventig in publieke handen waren, kwam in de loop van die veertig jaar in private handen terecht. Dit komt neer op zo’n 2 miljoen hectare grond.

Van belang

Als je als bestuur steeds afhankelijk bent van de goodwill van een private eigenaar, wordt het moeilijk om je lot zelf in handen te nemen

Deze ‘moeder aller privatiseringen’ laat zich voelen op tig andere vlakken, van wonen tot gezondheidszorg. Met zijn boek probeert Christophers het ooit zo essentiële debat over grondbezit nieuw leven in te blazen.

“Grondbezit is op zoveel manieren van belang”, legt hij aan Apache uit. “Een grondeigenaar verdient geld door zijn land in gebruik te geven, te verpachten. Dit is de zogeheten grondrente. De eigenaar beslist wie het land wel en niet mag gebruiken, en onder welke voorwaarden”, duidt Christophers het belang van grondbezit.

Behalve een essentiële factor voor economische productie, naast arbeid en kapitaal, is grond ook essentieel voor onderdak, “maar je hebt ook land nodig voor ontspanning, of om publiek te protesteren. Een grondeigenaar kan dit alles mogelijk maken, maar evengoed onmogelijk”, stelt Christophers. 

In zijn boek haalt hij een opmerkelijk citaat van Edward Stanley aan, de vijftiende Graaf van Derby, die in 1881 als één van ’s lands grootste grondbezitters het belang van grondbezit als volgt samenvatte:

‘Het doel dat mensen nastreven wanneer ze bezeten worden door grond op de Britse Eilanden, kan als volgt worden ontleed. Eén: politieke invloed. Twee: sociaal aanzien gebaseerd op territoriale bezittingen, de meest zichtbare en onmiskenbare vorm van rijkdom. Drie: de macht over pachters, het plezier om het landgoed te bestieren en te verbeteren. Vier: residentieel plezier, inclusief wat je sport noemt. Vijf: de financiële return, de rente.’

Dit alles krijgen private partijen dus min of meer in handen wanneer ze grond kopen van lokale besturen in Vlaanderen. De winst die de lokale besturen op korte termijn boeken, wordt dan ook overschaduwd door het verlies op lange termijn, vindt onderzoekster Anna Verhoeve (ILVO). Dat sommige overheden menen dat eigendom niet nodig is om beleidsdoelstellingen te realiseren, noemt ze “een ongelooflijke verenging van het beleid”. 

Volgens haar is er namelijk “een aanzienlijk verschil in slagkracht” tussen besturen die hun doel enkel via wetten willen realiseren en overheden die actief hun eigendommen in kunnen zetten. Denk maar aan het realiseren van de betonstop, het bouwen van voldoende, betaalbare woningen, of meer natuur en groen voorzien. Als je als bestuur steeds afhankelijk bent van de goodwill van een private eigenaar, wordt het moeilijk om je lot zelf in handen te nemen. 

Onder meer in Lommel beseffen ze dat. Om een fiets- en wandeldoorgang te maken naar het randstedelijk groengebied, en om een rustpunt te creëren in een drukke winkelstraat in het centrum van de stad, kocht de stad zelf twee panden aan, om ze vervolgens plat te gooien. “Je kan niet verwachten dat private eigenaars dit zelf gaan doen”, klinkt het eerlijk bij burgemeester Nijs.

In de Antwerpse Zuidrand maakte een coalitie van lokale besturen en natuur- en landbouwverenigingen waar wat elders zo moeilijk lijkt: grond in publieke handen houden en zo landbouwers én natuurliefhebbers tevreden stellen.

Neoliberaal project

Terwijl de verkoop van stedelijke gronden in Vlaanderen hoofdzakelijk ingegeven lijkt door financiële, boekhoudkundige argumenten, is de uitverkoop van publieke gronden aan de andere kant van het Kanaal veel meer ideologisch gedreven. In zijn boek toont Christophers aan dat 40 jaar uitverkoop een essentieel onderdeel was van het neoliberale project van Thatcher en haar discipelen.

‘Het is geen goed idee om van privatisering van gronden het standaardbeleid te maken, bijna zonder nadenken, wat het in het VK al vier decennia is’

Net die privatisering is volgens Christophers het onderscheidende kenmerk dat neoliberalen zo ‘neo’ maakt. Toen Thatcher aan de macht kwam, was heel veel grond – en niet alleen grond – in publieke handen. Een situatie die pas na de Tweede Wereldoorlog ontstond vanuit het idee dat de staat wel degelijk een rol had te spelen in de economie. Dat idee sloeg Thatcher aan diggelen. De markt moest en zou de klus alleen klaren, zonder de bemoeizucht van de overheid. Privatiseren werd zo een noodzaak. Ook grond moest worden vermarkt.

“De publieke sector zou een inherent spilzuchtige en inefficiënte grondeigenaar zijn”, legt Christophers de redenering hierachter uit. “Grond zou altijd beter beheerd worden in private handen, en verhandeld via de markt. Meer nog, er werd consequent geargumenteerd dat de private sector land te weinig heeft om jobs en groei te genereren, en om huizen te bouwen.”

Die argumenten houden volgens Christophers geen steek. “Er is geen bewijs dat de private sector een betere, efficiëntere of productievere grondeigenaar is, of de markt beter in staat is om gronden te verdelen en toe te wijzen. Er is ook geen enkel bewijs van een tekort aan gronden in de private sector, integendeel: speculatie en het hamsteren van gronden door de private sector is aantoonbaar toegenomen.”

Toch is er volgens hem geen sprake van een simpele dichotomie tussen privaat en publiek. “De privatisering van grond is over het algemeen wel negatief gebleken, maar dat heeft evenveel te maken met de manier waarop die privatisering uitgevoerd is. De overheid legde bijvoorbeeld nauwelijks betekenisvolle verplichtingen of beperkingen op aan private kopers”, legt Christophers uit.

“Ook de publieke sector is en was vaak een zeer slechte eigenaar of beheerder van gronden. Van privatisering het standaardbeleid maken, bijna zonder nadenken, is een slechte zaak. In het VK is het al vier decennia het geval. De veronderstelling dat grond altijd beter af is in private handen, onafhankelijk van de ligging en het beoogde gebruik, is een vreselijke, en zelfs verwoestende fout geweest”, besluit Christophers.

Auteur: Jan Walraven

Onderzoeksjournalist Jan Walraven schrijft sinds 2015 voor Apache. Zijn eerste boek, ‘De diefstal van de eeuw’, over privacy en de tentakels van technologie, verscheen in 2018 bij Van Halewyck.

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid

Word nu lid van Apache en geniet van deze voordelen:

  • Toegang tot alle ruim 4.000 artikels
  • Deel de artikels gratis met je vrienden
  • Toegang tot alle dossiers en het volledige archief
  • Treed in discussie met journalisten en andere lezers
  • Korting op events en andere journalistieke producten, zoals e-books