De ene badmeester is goedkoper dan de andere


In sommige publiek-private zwembaden geniet het personeel minder sociale bescherming en slechtere loonvoorwaarden dan in andere. De overheid wijst private uitbaters van gemeentelijke zwembaden namelijk niet aan dezelfde paritaire comité’s toe. Zo kan de redder van het ene zwembad in de toeristische sector werken, terwijl een redder van het ander in de sociaal-culturele sector werkt, en dat betekent andere arbeidsvoorwaarden.

De hele kerstvakantie lang lees je gratis de stukken die je volgens het team achter Apache in 2019 niet mocht missen. Dit artikel werd geselecteerd door onze coöperanten.

Word ook mede-eigenaar van Apache en bouw mee aan een unieke en noodzakelijke nieuwssite

> bekijk ook de keuze van de rest van het team

Werknemers in de privé zijn goedkoper dan ambtenaren. Dit is een vaak geciteerde reden om openbare zwembaden in PPS-constructie uit te baten. Het zorgde aanvankelijk voor enkele sociale drama’s.

Het wettelijk kader beschermt vandaag beter dan vijftien jaar geleden personeel dat van eigenaar maar niet van job verandert. Toch is het opvallend dat zwembaden naargelang de exploitant onder verschillende paritaire comités vallen.

In die paritaire comités worden onder meer de cao’s onderhandeld die loon- en andere arbeidsvoorwaarden vastleggen. Een werknemer van het ene zwembad kan daardoor tewerkgesteld zijn in de toeristische sector, terwijl iemand die hetzelfde werk doet in een ander zwembad onder de voorwaarden van de socio-culturele sector kan vallen.

Goedkoper

Personeelskosten zijn vaak een doorslaggevende factor om publieke diensten te verkassen naar een publiek-private samenwerking

Een vijftal jaren geleden ging het provinciale Olympiabad te Brugge over in handen van een publiek-private samenwerking. Het kuispersoneel werd gehoord in het Brugsch Handelsblad: overnemer Sport & Recreatie (S&R, merknaam LAGO) wilde de vijf kuisvrouwen wel overnemen. Ze zouden echter 25% loon verliezen en interessante toeslagen zoals weekend- en risicopremies.

Toenmalig provinciaal gedeputeerde voor personeel Carl Vereecke was in datzelfde Brugsch Handelsblad niet helemaal gelukkig met de situatie, betreurde het gebrek aan flexibiliteit van de dames maar liet eveneens het achterste van zijn tong zien: “Het spreekt vanzelf dat een privé-firma personeel niet aan dezelfde voorwaarden kan tewerkstellen als de provinciale overheid.”

Personeelskosten zijn inderdaad vaak een doorslaggevende factor om publieke diensten te verkassen naar een publiek-private samenwerking. Het budget voor personeel neemt een enorme hap uit de exploitatiekosten van een zwembad, meestal worden cijfers tussen 50 en 60% van het totaal geschat.

Baantjeszwemmen of uitstapjes?

Publiek-private samenwerking is gebonden aan de algemeen geldende collectieve arbeidsovereenkomsten (cao) voor de zwembadsector. De zaken worden politiek-technisch op scherp gesteld door een onderscheid te maken tussen zwembaden met of zonder winstoogmerk en zwembaden die al dan niet ontworpen zijn voor het beoefenen van de zwemsport.

Voor een uitbater is het goedkoper om onder het stelsel van de toeristische sector gerekend te worden

Een uitbating zonder winstoogmerk valt onder paritair comité (pc) 329 voor de socio-culturele sector. Een uitbating met winstoogmerk en gericht op het beoefenen van de zwemsport valt onder pc 121 voor het kuispersoneel en pc 200 voor bedienden. Indien de uitbating met winstoogmerk niet gericht is op het beoefenen van de zwemsport valt ze onder bevoegdheid van pc 333 voor de toeristische sector.Saillant detail: pc 333 vermeldt expliciet niet bevoegd te zijn voor “zwembaden die ontworpen zijn voor het beoefenen van de zwemsport”. Trouwe baantjeszwemmers mogen dus rustig concluderen dat deze zwembaden er eigenlijk niet zijn voor hen maar eerder voor gezinnen die eens een uitstapje doen.

Wanneer we de verschillende pc’s vergelijken, wordt duidelijk dat het pc voor de toeristische sector alvast voor werknemers niet het meest genereuze is. Er is geen sprake van premiestelsels voor weekendwerk of voor risicovolle taken – denk aan het kuispersoneel dat in bepaalde ruimtes een masker dient te dragen.

Qua maandloon kan het gaan om aanzienlijke bedragen, zoals het geval in Brugge illustreerde. Het is voor een uitbater dus goedkoper om onder het stelsel van de toeristische sector gerekend te worden.

Subtropische hoofdactiviteit

Er lijkt bovendien sprake van enige willekeur. Nemen we als voorbeeld de twee zwembaden in Noord-Limburg, LAGO Dommelslag Pelt en Optisport De Soeverein in Lommel. Beide zwembaden zijn qua infrastructuur perfect vergelijkbaar: sportzwembad, subtropisch gedeelte met peuterbad en glijbanen, wellness en horecaruimte. LAGO Pelt werft aan onder pc 333 terwijl de buren van Optisport Lommel niet onder pc 333 vallen.

Diether Thielemans van LAGO bevestigt dat het bedrijf opereert onder het stelsel van de toeristische sector. “Enkele jaren geleden veranderde de groep LAGO van pc 200 naar pc 333. Dit is een overheidsbeslissing. Aangezien werknemers door de verandering van paritair comité bepaalde voordelen verloren, compenseren wij dit met een aanvullend premiestelsel, bijvoorbeeld voor weekendwerk.”

Een uitbater van pretparken kan een zwembad openen als toeristische attractie

De Federale Overheidsdienst (FOD) Werk licht de algemene filosofie toe. “In principe weet de werkgever zelf onder welk paritair comité de werknemers vallen. Bij twijfel of klachten komt de sociale inspectie in actie. Uiteindelijk wordt gekeken naar de hoofdactiviteit van een bedrijf. Deze bepaalt welk paritair comité bevoegd is.”

Een uitbater van verschillende pretparken die morgen een zwembad opent, kan dit dus perfect laten opereren als een toeristische attractie, niet gericht op het beoefenen van de zwemsport.

De situatie van LAGO wordt eveneens bevestigd door Diederik Van Briel van Sport Vlaanderen. “Een paar jaar geleden werd voor de groep LAGO in samenspraak met de sociale inspectie een wijziging doorgevoerd. De bepaling is goedgekeurd onder het principe dat de bijzaak de hoofdzaak volgt. Voor LAGO geldt dat het subtropisch gedeelte de grootste omzet genereert, de grootste oppervlakte in beslag neemt en het meeste aantal werknemers telt.”

Van Briel wijst overigens op nog een verschil: de Noord-Limburgse buren van Centerparcs Vossemeren Lommel vallen onder pc 302 (horeca) vanwege de chalets als hoofdzaak binnen de bedrijfsvoering. Zij mogen hierdoor als enige in de zwembadsector werken met flexi-jobbers.

“Het gevolg is dat zwembaden onder verschillende paritair comités kunnen vallen”, zegt Van Briel.” Voor de sportsector en de uitbaters is het niet altijd evident om in een concurrentiële omgeving te opereren waarin diverse pc’s gelden, met voor uitbaters uiteenlopen voordelen. De sportsector is vragende partij om de voordelen voor de flexi’s ook te kunnen toepassen.”

Sociaalrechtelijke bescherming

Nog complexer wordt het wanneer een PPS-constructie een publiek zwembad overneemt. Dan komt immers de rechtspositie van ambtenaren in het gedrang. Het wettelijke kader regelde aanvankelijk wel de overgang van werknemers tussen privébedrijven, maar niet die van ambtenaren die door de privé worden overgenomen. Dit was bijvoorbeeld het geval in het geciteerde Olympiabad te Brugge, in Sportoase Leuven en bij Optisport De Soeverein te Lommel.

Michaël Trio van ACLVB legt de situatie uit: “Werknemers die betrokken zijn bij een overgang van onderneming worden in België sociaalrechtelijk beschermd door de Europese richtlijn 2001/23/EG en cao 32bis. Deze wetgeving garandeert dat de werknemers van een contractueel overgenomen onderneming aan dezelfde loon- en arbeidsvoorwaarden aan de slag kunnen bij de nieuwe werkgever.”

Aangezien cao 32bis enkel van toepassing is op werknemers uit de privésector geniet overheidspersoneel niet volledig dezelfde bescherming. Trio wijst op een grijze zone in de rechtspraak. “De meerderheid van de rechtsleer neemt aan dat de private overnemer in een PPS-constructie niet verplicht is om de overgenomen ambtenaren dezelfde loon- en arbeidsvoorwaarden te bieden als dewelke zij genoten als ambtenaar. Slechts bepaalde rechtspraak neemt een ander standpunt in.”

Er kan wel naar het Europese niveau gekeken worden. Trio: “Contractuele ambtenaren kunnen zich beroepen op de rechtstreekse horizontale werking van de Europese richtlijn 2001/23/EG om dezelfde bescherming te genieten als werknemers uit de privé.” Op die manier kunnen zij dus aanspraak maken op gelijke arbeidsvoorwaarden bij overname door een PPS-constructie.

Statutaire ambtenaren zijn de achilleshiel voor besparingen op personeel

Statutaire ambtenaren vallen echter niet onder het toepassingsgebied van de richtlijn en genieten evenmin de bescherming van cao 32bis. Zij kunnen zich wel op een andere manier verweren: terugvallen op het recht binnen de overheidsinstellingen te blijven werken.

Omdat de regels van cao 32bis en de richtlijn niet van toepassing zijn, kan de overheidswerkgever zich niet beroepen op een automatische overgang van de werknemer op de overdrager. De statutaire ambtenaar kan zich dus verzetten tegen de overgang naar de private overnemer en een overplaatsing naar een andere dienst afdwingen. De initiële idee waarin een PPS-constructie voor de overheid een besparing vormt, blijft dan echter niet behouden.

Dit maakt van statutaire ambtenaren een achilleshiel van de PPS-overname wat betreft besparingen op personeel. Zij staan omwille van hun rechtspositie uiteraard reeds langer onder druk. De facto wordt de verhouding in het aantal statutaire versus contractuele ambtenaren reeds jaren afgebouwd en de huidige Vlaamse regering wil zelfs volledig van het statuut af.

Leergeld betalen

In de praktijk zien we eveneens een voortschrijdend inzicht. Bij de oprichting van de Leuvense PPS Sportoase, een van de early adopters, betaalden beide partners leergeld. In haar beleidsnota (2001-2006) maakte het toenmalige Leuvense stadsbestuur duidelijk dat de keuze voor een PPS-zwembad onder andere een besparing op stadspersoneel betekende. Het bestuur maakte er geen geheim van dat het goedkoper uitbesteden van bepaalde activiteiten, zoals schoonmaak en onderhoud van sportinfrastructuur, geen principekwestie was.

Het nieuwe PPS-zwembad op de Philipssite nam echter geen enkele werknemer over van de oude zwembaden ’t Celestijntje in Heverlee en het stadszwembad op het Hogeschoolplein. Het betekende een verlies aan expertise voor het zwembad en een verplichte herbestemming voor de betrokken ambtenaren binnen de stadsdiensten. Sportoase kende een moeilijke opstart en de stad realiseerde niet de verhoopte besparing. Het bleek dus geen na te volgen model.

Leuven maakte er geen geheim van dat het goedkoper uitbesteden van bepaalde activiteiten, zoals schoonmaak en onderhoud van sportinfrastructuur, geen principekwestie was

In de Lommelse opstartdocumenten van enkele jaren geleden is men wel vooruitziend. Statutair personeel blijft in de sportwerking van de stad, contractueel personeel (redders en badmeesters) wordt voor minimaal twee jaar overgenomen door de exploitant onder de bestaande voorwaarden. Het in geld waardeerbaar verschil zal worden vergoed door de stad Lommel, zo staat er.

Het Belang van Limburg volgde eveneens de stevige debatten in de Truiense gemeenteraad inzake het te realiseren project LAGO Haspengouw. Schepen van Sport Jurgen Reniers bevestigde recent in de krant dat 25 personeelsleden met behoud van loon worden overgenomen door de uitbater.

Eenvormigheid wenselijk

Het personeel is in PPS-zwembaden qua loonvoorwaarden en sociale bescherming globaal genomen dus minder goed af. Dit komt enerzijds door de evidente verschillen tussen ambtenaren en werknemers, maar wordt versterkt door de keuze om sommige PPS-zwembaden te categoriseren als toeristische attracties en niet als infrastructuur om de zwemsport te beoefenen.

Zowel de overheid als private partners leveren echter inspanningen om eventueel verlies van voordelen voor werknemers omwille van overname door een PPS te compenseren. De complexe situatie inzake de bevoegde paritair comités zorgt echter voor een ongelijke behandeling voor zowel uitbater als werknemers. Eenvormigheid voor de sector is wenselijk maar kan voor werknemers ook in de minst gunstige richting evolueren.


Over dit artikel

BronApache [https://www.apache.be]
TitelDe ene badmeester is goedkoper dan de andere
Auteur(s)Herman Loos
Permalinkhttps://www.apache.be/?p=104104
Gepubliceerd 15 oktober 2019 @ 08:04. Met update op 24 december 2019 @ 10:22
Opgevraagd25 oktober 2020 @ 20:09
Klik hier om te printen