Nog geen grote barsten in het systeem van de particratie

 Leestijd: 4 minuten1

De macht van de partijvoorzitters blijft in ons Belgisch federaal systeem onbetwist. Dat zegt Stefaan Fiers van het Centrum voor Politicologie aan de KULeuven.

Wanneer waarnemers een tanend leiderschap vaststellen bij de partijvoorzitters in de onderhandelingen, moeten we dat vooral begrijpen als een personele kwestie. Na de tegenvallende tot desastreuze verkiezingen van 26 mei 2019 sleutelen (vooral) de leiders uit de verliezende kampen aan nieuwe formaties.  Deze personen beschikken niet langer over een even solide machtsbasis als voorheen. De functie van voorzitter en de cruciale rol die hij/zij vervult blijven echter onaangetast.

Drieledige rol

Fiers omschrijft de rol van de partijvoorzitter als drieledig. “Hij/zij is het gezicht van de partij voor het kiezerscorps, hij bewaakt de partijlijn met het oog op het gevoerde beleid en hij verdedigt de positie van de partij in de harde concurrentiestrijd met de andere partijen.” De voorzitter is als het ware het knooppunt. “Hij zet de lijnen uit waarachter alle partijleden, dus ook de ministers, zich moeten scharen.”

Afgelopen week werd in verschillende kranten al gespeculeerd over de in te vullen ministerposten voor de Vlaamse regering. Dat heikel punt krijgt meestal pas aan het eind van de formatie zijn beslag. En ook daarin heeft de partijvoorzitter in het Belgisch bestel het laatste woord. “Benoemingen en ontslagen van ministers zijn het voorrecht van de partijvoorzitter.”

Brusselse puzzel

Het Brusselse magazine Bruzz analyseerde in een artikel op dinsdag al wie de kanshebbers zijn voor een Brusselse ministerpost. Levert NV-A die met Cieltje Van Achter of Karl Vanlouwe? Volgt trouwe partijsoldaat Els Ampe (Open VLD) haar balorige rivaal Sven Gatz op, die heeft gekozen voor een ministerpost in de Brusselse regering? Keert Bianca Debaets voor CD&V terug op het toneel? Of kiezen de christen-democraten voor Benjamin Dalle, die aan het hoofd staat van de studiedienst van de partij?

Open-Vld-voorzitter Gwendolyn Rutten (Foto: Dirk Waem, Belga)

Eigengereid

De afgang voor Rutten was compleet toen ‘haar’ minister Sven Gatz cavalier seul speelde en tegen de partijorders in toch toetrad tot de Brusselse regering

In juni was er consternatie alom bij politici, bij de media(watchers) en bij Open-VLD. Ondanks herhaaldelijke inspanningen haalde partijvoorzitter Gwendolyn Rutten bakzeil in de Brusselse saga rond Sven Gatz. Ruttens pogingen om in te breken in de Brusselse coalitiegesprekken mislukten, en zusterpartij MR werd niet mee aan boord gehesen.

De afgang voor Rutten was compleet toen ‘haar’ minister Sven Gatz cavalier seul speelde en tegen de partijorders in toch toetrad tot de Brusselse regering. Een heel arsenaal spreekwoorden werd bovengehaald om aan te geven hoe ongehoord en ongezien dit was. Gatz’ ondertekening van een “links akkoord” leverde hem de toorn van voorzitter Rutten op, die “haar handen van hem af trok”. De Jettenaar “viel uit de gratie” en vloog “op het strafbankje”.

Tot dan nog superminister, moest Gatz al zijn bevoegdheden met uitzondering van de Brusselse aangelegenheden afgeven aan partijgenoot Lydia Peeters. Wie de officiële documenten erop naslaat, vindt op de pagina’s van de Vlaamse regering een zogenaamd bevoegdheidsbesluit. Daarin lezen we simpelweg: “Door de eedaflegging van Sven Gatz als lid van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering wordt de bevoegdheidsverdeling binnen de Vlaamse Regering aangepast.”

Wat zegt de Grondwet?

Juridisch gezien zijn er weinig handvatten om te bepalen wie de politieke beslissingen neemt over de vorming en het ontslag van een regering of een regeringslid

Gatz’ opstandigheid sloeg een zeldzame bres in de vesting van de partijdiscipline. Stefaan Fiers: “Het is uitzonderlijk dat een minister zich tijdens onderhandelingen niet plooit naar de lijn die de partij uitzet. Immers: precies de voorzitter beheert de verschillende niveaus in het complexe Belgische bestel. Dat de partijvoorzitter normaal gezien het laatste woord heeft in formatiegesprekken, is echter slechts een gewoonterecht, dat voortvloeit uit een particratische praktijk van na WO II.”

Grondwetsspecialist Toon Moonen van de Universiteit Gent bevestigt dat er juridisch gezien weinig handvatten zijn om te bepalen wie de politieke beslissingen neemt over de vorming en het ontslag van een regering of een regeringslid. Op federaal niveau bepaalt de Grondwet, formeel gesproken, dat de Koning de regering benoemt. Dat het federaal parlement, op aansturen van de partijen, zijn vertrouwen moet geven aan een nieuwe regering is logisch vandaag. Maar die norm blijkt slechts onrechtstreeks uit de tekst van de Grondwet. Moonen: “Ook recenter reppen juridische teksten niet over de specifieke rol van de politieke partijen in het democratische spel op de verschillende niveaus, behalve voor wat betreft het verloop van de verkiezingen en de financiering van de partijen.”

“Onder juristen bestaan meningsverschillen of een verdere regelgeving al dan niet wenselijk is”, zo zegt Moonen. “Je kan ervoor pleiten om de rol van politieke partijen juridisch duidelijker te omschrijven, zoals dat bijvoorbeeld in Duitsland het geval is. Daar moeten de partijen aan bepaalde democratische spelregels voldoen en is er een verbod op anti-democratische partijen. Men kan ook de vraag stellen of er meer macht moet gaan naar de politieke leiders binnen de wetgevende vergaderingen zelf, ten nadele van de partijen en hun voorzitters. Een te verregaande juridisering is echter niet wenselijk. Je kan het politieke spel niet helemaal in regels gieten.”

De persoon en de functie

‘Sinds de verregaande federalisering is de partijleider de figuur bij uitstek die nog een overzicht heeft over de verschillende niveaus, van gemeentelijk tot Europees’

Voor een analyse van de huidige situatie moeten we een onderscheid maken tussen de positie van de voorzitter enerzijds, en zijn persoon anderzijds. “De positie van de voorzitter is onbetwist. Hij blijft de centrale positie bekleden”, zo zegt Stefaan Fiers. Bovendien is de partijleider sinds de verregaande federalisering de figuur bij uitstek die nog een overzicht heeft over de verschillende niveaus: federaal, regionaal, provinciaal, gemeentelijk en Europees. “Het gaat in de praktijk wel degelijk over andere werelden, in die mate dat parlementsleden uit de deelstaatparlementen en het federale parlement elkaar soms nauwelijks kennen.”

Fiers: “De zogenaamd ‘traditionele’ partijen en de N-VA hebben echter allemaal veel kiezers verloren ten opzichte van 2014. Bij CD&V, CDH, sp.a, MR en NV-A was dat elk 20 tot 25%, bij de PS 18,5%, en bij Open VLD 12% van de kiezers.”

Het gezag van de voorzitters van die partijen is daardoor niet langer onaangetast, al blijven ze allen – voorlopig toch – op post. Als persoon zijn de partijleiders van wie de partijen tijdens de vorige legislatuur aan de macht waren dus wel degelijk sterk verzwakt. Fiers: “Ook daar zitten we met een uitzonderlijke situatie, aangezien mogelijke troonpretendenten zich nog niet nadrukkelijk hebben gemanifesteerd. Bij een vorige zware verkiezingsnederlaag van CD&V in 2003 gaf toenmalig voorzitter Stefaan De Clerck meteen aan plaats te ruimen voor zijn opvolger, Yves Leterme.” Momenteel is alleen nog maar gesuggereerd dat de functie wel eens naar Hilde Crevits zou kunnen gaan.

Op alle niveaus zijn verschillende partijen nodig om een regering te vormen, terwijl bijvoorbeeld in de Vlaamse regering de posten zijn ingeperkt. Wettelijk gezien mag de Vlaamse regering 11 ministers tellen, maar zij heeft zelf de ambitie vooropgesteld om het aantal ministers te beperken tot 9. De plaatsen zijn duur, wat de oefening voor de voorzitters om alle strekkingen in de partij tevreden te houden, er niet gemakkelijker op maakt.

Fiers: “In de vorige Vlaamse regering gingen 4 posten naar NV-A, 3 naar CD&V en 2 naar Open VLD. Dat zijn maar een beperkt aantal posities per partij, waarbij de voorzitter ook rekening moet houden met een regionaal evenwicht.”

De jobs van Charles Michel

In de federale onderhandelingen doet zich nu een bijzondere situatie voor. Premier Michel heeft de plaats van partijvoorzitter en toponderhandelaar ingenomen. Intussen bereidt hij zich voor op zijn verhuizing van de Wetstraat 16 naar het Schumanplein, waar hij nog voor het einde van het jaar voorzitter wordt van de Europese Raad. “De combinatie van al die rollen levert een moeilijke evenwichtsoefening op”, zo zegt Stefaan Fiers. “Als premier heeft Michel een brugfunctie tussen de partijen. Als partijvoorzitter moet hij de belangen van de eigen partij, haar leden en haar kiezers verdedigen.”

Auteur: Frank Olbrechts

Na een studie Arabisch en Hebreeuws verdiepte Frank Olbrechts zich in de hedendaagse Arabische literatuur. Hij combineerde dit met een taak als lesgever in het Hoger Onderwijs en het Volwassenenonderwijs. Zijn aandacht gaat uit naar de openbare debatcultuur, het cultuur- en erfgoedbeleid, de identiteits- en diversiteitsproblematiek en het militantisme/ activisme in de samenleving.

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid

Word nu lid van Apache en geniet van deze voordelen:

  • Toegang tot alle ruim 4.000 artikels
  • Deel de artikels gratis met je vrienden
  • Toegang tot alle dossiers en het volledige archief
  • Treed in discussie met journalisten en andere lezers
  • Korting op events en andere journalistieke producten, zoals e-books