’18 >> ’19: Waarom de klimaattop in Katowice flopte


Katowice, Polen, 12 december 2018, bijna middernacht. In onze toespraak voor de Verenigde Naties brengen we onze meest triviale boodschap ooit.

‘We’, dat is de stuurgroep die het wereldwijde netwerk van wetenschappelijke organisaties binnen de VN klimaatonderhandelingen vertegenwoordigt. Als stuurgroep zijn we sinds de klimaatconferentie van 2006 in Nairobi door de VN erkend als de officiële stem van de globale wetenschappelijke wereld.

We doen dat werk als vrijwilligers, naast ons eigen onderzoekswerk, maar daarom niet minder geëngageerd. Sinds de conferentie in Marrakesh in 2016, de eerste na de belangrijke conferentie in Parijs, is onze stem kritischer geworden. Waarom was onze boodschap in Katowice die avond triviaal?

Omdat we iets onder de aandacht brachten wat iedereen al lang weet en we opriepen om iets te doen waarvan de overgrote meerderheid al lang weet dat het meer dan ooit nodig is: de wetenschap toont aan dat de door de mens veroorzaakte klimaatverandering een probleem is, en we riepen die avond de verzamelde landen gewoon op die wetenschap serieus te nemen.

Hoe triviaal ook, de aanleiding was wel concreet: het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC), de organisatie die met VN mandaat analyses en syntheses van de laatste wetenschappelijke inzichten in verband met klimaatverandering maakt, heeft een rapport gepubliceerd met een voor het IPCC ongebruikelijk sterke boodschap: als we er niet in slagen de stijging van de gemiddelde temperatuur op aarde te beperken tot 1,5 °C (de voorwaarde van het VN Akkoord van Parijs) zullen de gevolgen voor mens en milieu dramatisch zijn

Zelfs bij een opwarming van anderhalve graad moeten we ons voorbereiden op extremere droogtes en overstromingen en op nog meer armoede en migratie als sociale gevolgen daarvan

Een verdere opwarming van 2 graden zou bijvoorbeeld leiden tot een stijging van de zeespiegel met een halve meter en tot het verdwijnen van alle koraal uit de oceanen. Maar zelfs bij een opwarming van anderhalve graad moeten we ons voorbereiden op extremere droogtes en overstromingen, aldus het IPCC, en op nog meer armoede en migratie als sociale gevolgen daarvan. Een beperking tot anderhalve graad is in principe nog mogelijk, maar dan moeten we de volgende 10 jaar drastische maatregelen nemen. Praktisch gezien zou de totale CO2 uitstoot tegen 2030 moeten halveren en zou de wereld tegen 2050 koolstofneutraal moeten zijn…

Het voorzorgsprincipe als ethische gids

We komen van ver. Het oorspronkelijke VN Kaderverdrag rond Klimaatverandering uit 1992 waarschuwde voor de gevolgen van klimaatverandering maar stelde nog dat landen voorzorgsmaatregelen moeten nemen en dat het ontbreken van volledige wetenschappelijke zekerheid niet als excuus mag gebruikt worden om die maatregelen uit te stellen.

Het voorzorgsprincipe blijft één van de belangrijkste ethische beleidsprincipes: gewoon het idee dat we twee keer moeten nadenken als we vermoeden dat een bepaalde actie of praktijk negatieve gevolgen kan hebben. Het vooropstellen van dat principe was belangrijk in 1992. Het fenomeen van het broeikaseffect was gekend, maar de wetenschap van de inschatting van de reële gevolgen was nog niet zo ontwikkeld als vandaag.

Het voorzorgsprincipe komt erop neer dat we twee keer moeten nadenken als we vermoeden dat een bepaalde actie of praktijk negatieve gevolgen kan hebben

De wetenschappelijke wereld formuleert haar inzicht en oordeel vandaag met meer zekerheid dan toen, maar het voorzorgsprincipe blijft belangrijk. We kunnen niet bewijzen dat de hittegolf in Europa in 2018 rechtstreeks het gevolg is van door de mens veroorzaakte klimaatverandering. Maar dat is ook niet nodig: het laatste IPCC rapport toont nogmaals overduidelijk de zorgwekkende algemene trends aan. En dat zou meer dan voldoende moeten zijn om tot actie over te gaan.

Handig monddood

Terug naar Katowice. Een cruciale en symbolische discussie tussen de VN lidstaten ging over de vraag of ze in de eindconclusies het IPCC rapport gingen ‘verwelkomen’ of er toch maar gewoon ‘nota van gingen nemen’.

U leest dat goed. Hebben we echt nog tijd voor dit soort holle diplomatische discussies?

De Verenigde Staten, Saoedi-Arabië, Rusland en Koeweit verdedigden de tweede optie, de rest van de wereld de eerste. Er zit natuurlijk meer achter dit woordspel. Het rapport ‘verwelkomen’ zou kunnen geïnterpreteerd worden als de erkenning van een noodzaak tot actie. Er ‘nota van nemen’ impliceert geen specifieke eigen verantwoordelijkheid.

Het zou echter verkeerd zijn om de vier landen die enkel bereid waren om ‘nota te nemen’ van het onheilspellende rapport als enige saboteurs van de onderhandelingen te zien. Ook in Katowice bleven veel andere VN-lidstaten een afwachtende houding aannemen. De Europese Unie en een aantal landen van de zogenaamde High Ambition Coalition hebben tijdens de conferentie hun engagement om meer inspanningen te doen herbevestigd, maar dat blijven voorlopig intentieverklaringen.

De door N-VA georkestreerde regeringscrisis rond het VN-migratiepact maakte de Belgische delegatie in Katowice monddood. Maar dat kwam haar eigenlijk goed uit, want veel positiefs bracht België toch niet mee naar de onderhandelingen

Bovendien kan elk van die landen, als er bij volgende nationale verkiezingen een andere politieke kleur aan de macht komt, zich zonder sanctie terugtrekken uit het engagement. België doet niet mee aan dat initiatief voor meer ambitie. Op de koop toe had een door de N-VA georkestreerde regeringscrisis rond het VN-migratiepact de Belgische delegatie in Katowice eigenlijk monddood gemaakt. Maar dat kwam haar eigenlijk goed uit, want veel positiefs bracht België toch niet mee naar de onderhandelingen.

De Belgische beperkte ambities werden niet alleen hier maar ook in Polen becommentarieerd en bekritiseerd. Lobbywerk van de industrie en een versnippering van bevoegdheden vormen samen de directe oorzaak van het uitblijven van een krachtdadig engagement, maar we hebben geen wetenschap nodig om in te zien dat dit niet noodzakelijk een Belgisch probleem is.

Mislukking

Er is nog een diepe zee tussen het verwelkomen van een wetenschappelijk ondersteunde globale oproep tot actie enerzijds en het overgaan tot concrete actie thuis anderzijds. De klimaatconferentie in Polen wordt algemeen als teleurstellend geëvalueerd.

Er is een overeenkomst over hoe het Akkoord van Parijs in de praktijk te brengen, maar dat gaat enkel over technische details: hoe kunnen we bijvoorbeeld emissieverlagende acties van landen meten, rapporteren, verifiëren en vergelijken? Het Akkoord van Parijs van 2015 is uniek, omdat voor de eerste keer alle landen ter wereld zich engageren. Maar het engagement is vrijwillig (dat was de enige mogelijkheid om landen in Parijs tot een globaal akkoord te bewegen), en het is nu al duidelijk dat de ‘name and blame’ strategie waarbij landen geviseerd en eventueel diplomatiek en economisch afgestraft zouden worden als ze zich niet aan hun beloftes houden, niet werkt.

Het volstond dat een grootmacht (en grote vervuiler) als de VS gewoon verklaarde dat ze eruit stappen om de kracht en symbolische waarde van het globale akkoord te ondermijnen. Het resultaat is bijvoorbeeld dat ook China de noodzaak van het akkoord in twijfel ging trekken en terug wil gaan inzetten op de piste van verschillende verantwoordelijkheden voor rijke versus arme landen. Maar goed, het Akkoord van Parijs geniet nog steeds officiële steun en is ondertussen geratificeerd door de overgrote meerderheid van VN lidstaten.De sfeer in Katowice was constructief en er is technische vooruitgang gemaakt. Maar de conferentie is essentieel een mislukking omdat er geen akkoord bereikt is over de extra inspanningen die landen zouden moeten doen om de temperatuurstijging binnen de perken te houden. In de slotteksten van de conferentie worden de landen ‘uitgenodigd’ om ‘gebruik te maken’ van de informatie in het alarmerende wetenschappelijke rapport van het IPCC, maar daar is het bij gebleven. Voor diegenen die houden van nog meer formele droge taal voorbij het ‘verwelkomen’ versus ‘nota nemen’: het volledige overzicht van de besluiten genomen in Katowice vindt u op de officiële site van de conferentie. Een iets beter behapbare samenvatting staat hier.

Waarom niemand iets doet

Ondertussen zijn de feestdagen voorbij en is Katowice uit de publieke aandacht verdwenen. Klimaatverandering is een feit, maar het lijkt alsof het fenomeen zich afspeelt in een parallelle wereld waarop de media op gezette tijden een venster openen. Of is de hete zomer van 2018 dan toch de eerste keer dat we klimaatverandering ook hier aan den lijve ondervonden? Wie zal het zeggen.

De kritiek op het gebrek aan politieke verantwoordelijkheid groeit aan, maar er is één cruciale vraag die niet genoeg aandacht krijgt: als de wetenschap meer dan ooit aantoont dat we dringend hier en nu moeten handelen, waarom gebeurt dat dan niet?

De vraag krijgt geen aandacht omdat het antwoord zogezegd gekend is: eigenbelang en korte-termijndenken. Politici willen herverkozen worden en ondernemers en hun aandeelhouders zijn gefocust op winst, en in hun strategische liaisons staan ze samen sterk. Burgers worden zich meer bewust van het probleem, maar vinden tegelijk dat ze toch ook het recht hebben om vlees te blijven eten en hun auto te blijven gebruiken; minder dan voorheen eventueel, maar het is niet aan hen om de optelsom van hun gezamenlijke acties te maken.

De enige reden waarom er überhaupt nog klimaatonderhandelingen zijn, is dat broeikasgassen geen grenzen kennen

Verder is gekend dat in multilaterale internationale onderhandelingen landen hun eigen belang steeds voorop zullen stellen. Natiestaten zijn nooit ontstaan met de bedoeling om samen te werken maar net vanuit een streven naar autonomie en zelfbescherming. Als in een gezamenlijke samenzwering blijven natiestaten dan ook de eigen en elkaars staatssoevereiniteit als belangrijkste criterium in internationale onderhandelingen hanteren.

De geschiedenis van de trage klimaatonderhandelingen is daar één van de simpele bewijzen van. De enige reden waarom er überhaupt nog klimaatonderhandelingen zijn is dat broeikasgassen geen grenzen kennen. Het wangedrag van één land brengt ook een ander in gevaar dat wel zijn best zou willen doen, en zo hebben we geen andere keuze dan samen rond de onderhandelingstafel te gaan zitten…

Representatieve democratie is deel van het probleem

Ik stel dat kritiek op eigenbelang en korte-termijndenken nutteloze detailkritiek blijft zolang we niet ook de systemen in vraag stellen die dergelijk gedrag faciliteren en in de hand werken. Het adagio dat we de problemen niet kunnen aanpakken met de systemen die ze (mee) veroorzaakt hebben is gekend, maar dat inzicht wordt vanuit links-intellectuele hoek meestal enkel op het probleem van de neoliberale markt geprojecteerd.

Globale sterkere marktregulering is inderdaad nodig, gewoon omdat een simpele marktlogica niet in staat is haar eigen ethische grenzen te bepalen. Die grenzen moeten van buitenaf politiek onderhandeld en opgelegd worden. Maar dat is niet voldoende. Niet alleen staatssoevereiniteit staat robuuste akkoorden in de weg. Ook ons systeem van representatieve democratie doet dat, wegens voorbijgestreefd. Een democratie georganiseerd als conflict tussen de historische ideologische standpunten (socialistisch, liberaal, nationalistisch, …) is vandaag niet meer in staat de complexiteit van de problemen en de genuanceerde visies op die problemen en hun oplossingen te vatten. Daardoor dient partijpolitiek via verkiezingen nu hoofdzakelijk het partijbelang en stimuleert het populisme en polarisatie.

Die complexiteit van de problemen en de nuance maakt dat democratie meer dan ooit het aanwenden van de sociale intelligentie van burgers en middenveld moet zijn. In mijn Apache-reeks Occupy Reflection Space heb ik uitgebreid geargumenteerd dat deliberatieve democratie als overlegmethode – bevrijd van partijpolitiek en georganiseerde manipulatie vanuit de markt, en met een grondige inperking van de soevereine macht van natiestaten – de enige methode is die op lange termijn effectief betekenisvolle grenzen aan de werking van onze markteconomie zal kunnen stellen, klimaatverandering en armoede kan aanpakken, en een eerlijker en efficiënter systeem van sociale zekerheid en belastingen zal kunnen verwezenlijken.

Ik heb in die reeks ook geschetst wat een praktisch doenbare vorm van die deliberatieve democratie zou kunnen zijn. Dat was in 2016, en de toename van populisme en polarisering in de politiek in de VS en in Europa heeft mijn argumentatie alleen nog maar meer onderbouwd.

De echte uitdaging van de klimaatonderhandelingen

Maar ik heb ook gezegd dat we realistisch moeten zijn, in eerste instantie omdat nieuwe vormen van politiek noodzakelijkerwijs moeten ingevoerd worden door politici die liever blijven opereren in de oude vormen van politiek. En ook omdat de mogelijkheid van een ‘nieuwe wereldorde’, met een inperking van de macht van de natiestaat en sterkere ‘transnationale’ instituten in de rol van globale bemiddelaar, verder weg lijkt dan ooit.

Daarom zei ik ook dat we subversief-solidair moeten samenspannen om, met het oog op de toekomst, dé basismethode voor gezamenlijke zingeving in onze samenleving te hervormen: het onderwijs. De reden is simpel: de mogelijkheid van politieke hervorming start bij het inspireren van mensen die kritisch-reflexief en solidair ingesteld op termijn die hervorming mogelijk kunnen maken. En omdat ze dat samen zullen moeten doen, elk vanuit de positie waarin hun levenspad hen zal brengen, moeten we hen nu in de dialoog betrekken op het moment dat ze nog ‘samen zijn’: op school en aan de universiteit.

We moeten dé basismethode voor gezamenlijke zingeving in onze samenleving hervormen: het onderwijs

Dat is voor mij de echte uitdaging van de klimaatonderhandelingen, en bij uitbreiding van de aanpak van elk globaal probleem: er is de urgentie om iets te doen aan de directe nefaste gevolgen vandaag, en tegelijk de noodzaak om de methodes en systemen te herdenken en te hervormen waarmee we die problemen willen aanpakken.

Het spreekt vanzelf dat de klimaatonderhandelingen ondertussen moeten doorgaan op de klassieke oude manier. Binnen enkele jaren zal duidelijk zijn of en in welke mate landen zich gaan houden aan hun beloftes om vrijwillig bij te dragen aan de noodzakelijke globale inspanningen. Ondertussen blijkt dat de CO2-uitstoot door de industrie en het gebruik van fossiele brandstoffen wereldwijd gewoon verder blijft stijgen, en dat de stijging met 2,7% in 2018 de snelste stijging van de laatste 7 jaar is.

De hoop dat de totale uitstoot onder invloed van klimaatonderhandelingen en al dan niet daaraan gelieerde concrete maatregelen ging pieken en vervolgens dalen is dus voorlopig ijdel. Als binnen afzienbare tijd de verlichte hervormers die we vandaag zouden kunnen opleiden het politieke veld zouden betreden zal de zeespiegel gestegen zijn. Er zal ook veel minder koraal zijn, of geen meer, maar er zal nog hoop en solidariteit zijn. Het is te zeggen: er is geen alternatief.


Over dit artikel

BronApache [https://www.apache.be]
Titel’18 >> ’19: Waarom de klimaattop in Katowice flopte
Auteur(s)Gaston Meskens
Permalinkhttps://www.apache.be/?p=91981
Gepubliceerd 08 januari 2019 @ 13:03. Met update op 27 januari 2019 @ 14:16
Opgevraagd20 februari 2019 @ 02:15
Klik hier om te printen