’18 >> ‘ 19: Kapotte ruggen, nulurencontracten en gele hesjes

 Leestijd: 4 minuten4

In het najaar van 2018 speelde mijn broer een job kwijt die hij nooit heeft gehad, bijna vijf jaar niet. Een belangrijker gebeurtenis op de arbeidsmarkt kan ik me eigenlijk niet voor de geest halen. Je kan natuurlijk wat emmeren over de arbeidsdeal of ander gemorrel in de marge maar uiteindelijk blijft het systeem onveranderd.

Dat systeem is wat het vijftien jaar geleden was en wat het over vijftien jaar zal zijn: een monster dat een groepje mensen vermaalt om een grotere groep mensen wat oppervlakkige gemoedsrust te schenken.

We hebben je niet meer nodig

Mijn broer werkte meer dan vier jaar als uitzendkracht op afroeping, in een van de vele tussenvormen die je kan aanduiden als een nulurencontract. Dat is een contractvorm die niet op voorhand bepaalt hoeveel uren je werkt, enkel dat je werkt. Je wordt betaald voor de uren die je werkt, je werkt waar en wanneer het bedrijf je nodig heeft. Het wil zeggen dat je nooit langer dan een paar dagen op voorhand weet of je effectief werkt of niet. Je bent altijd beschikbaar, elke dag en elk uur van die dag en je werkt … wanneer je màg werken. Dan heb je geen werk, dan heeft het werk jou.

Met een nulurencontract heb je geen werk, maar heeft het werk jou

Afvalophaling, dat is de sector waarin hij werkt. Het is een van die sectoren op de arbeidsmarkt waar je nauwelijks nog duurzame arbeid vindt, in die zin dat je er jarenlang als gedreven en ijverige werknemer kan toeven zonder ook maar enige kans op een contract van onbepaalde duur, nog steeds de enige contractvorm die goed aansluit op andere relevante sectoren zoals de huur- en hypotheekmarkt. Net zoals de distributiesector, de kuissector, de transportsector, de vleesindustrie en vele andere is de afvalophaling een sector waarin uitbuiting en sociale dumping steeds vaker de norm zijn.

Hij was niet meer welkom bij het ene bedrijf, vandaag werkt hij bij de concurrentie. Op exact dezelfde manier: via een uitzendkantoor, met dagcontracten, op afroeping.

‘Menselijke grondstof’ verscheen in september 2018 bij EPO. (Cover & coverillustratie (c) Compagnie Paul Verrept)

Anekdotiek, hoor ik u zeggen, maar dat is het niet. Verhalen zoals dat van mijn broer kan elke journalist van elke straathoek plukken. Na elke lezing die ik geef in verband met mijn boek Menselijke grondstof en na elk debat waarin ik zetel, komen mensen met een gelijkaardig verhaal. “Ik ook. Mijn broer ook, mijn dochter ook.”

Vierendertig jaar is hij. Op zijn vierendertigste ging hij door zijn rug. Er kwam een operatie van, anderhalve maand platte rust en minstens even lang opnieuw een fysiek gezonde mens worden. Daarna de droge trap in de kloten. “Niet meer nodig, jongen. Bij ons ben je niet meer nodig.”

Hoe ligt zo’n personeelsmanager ’s avonds in bed? Ook starend naar het plafond, met een hart dat dreunt aan de achterkant van zijn oogballen? Met een van stress gistende en zwerende maagwand?

Vijftien jaar shit

Zijn middelbare school voltooide hij niet, mijn broer. Daarop staat blijkbaar levenslang. Nochtans haalde hij sindsdien zijn schade ruimschoots in. Een diploma heftruckchauffeur via Logis. Een rijbewijs C, op eigen kosten. Rijbewijs CE zou een logische volgende stap zijn maar daarvoor moet je eerst sparen – inschrijven voor een rijopleiding kost een veelvoud van inschrijven voor een ingenieursopleiding. Ingangsexamen bij De Lijn, meermaals afgewezen op basis van de psychotechnische test. Rijtesten binnen het bedrijf om met de vuilkar te rijden. Bloed, zweet en tranen. Maar op een dag zat hij achter het stuur. Raampje open, elleboog losjes in de zomerzon.

Een beloning was het. Dat oude adagium: de aanhouder wint. Vijftien jaar shit moeten verdragen, afgeblaft en vernederd door uitzendkantoren, RVA en VDAB, personeelsmanagers, ploegbazen. Eindelijk loon naar werken. Want werken deed hij wel, zo getuigde een oud-ploegbaas die hem als magazijnier bij een transportbedrijf onder zijn hoede had. Dat hij vaak dingen meermaals moest uitleggen, dat hij er poeier in moest steken. “Maar liever iemand intensief begeleiden die wil werken dan iemand met veel meer capaciteiten achter zijn veren moeten zitten omdat hij geen klop doet.”

Gewoon werken, dat heeft hij altijd gewild. Meer dan wat dan ook. Harder dan wie ook. Maar hoe gaat dat? De goede ploegbaas wordt gepromoveerd. De volgende denkt er anders over. “Twee linkerhanden! Niet meer nodig, jongen. Ik heb je niet meer nodig.”

Vuilnis

Het rijden was een bevrijding. Het lichaam begon namelijk te protesteren tegen het loodzware werk van belader. Door weer en wind achter op de kar, sleuren en smijten met te zwaar geladen vuilzakken, met grote takkenbossen, met kartonnen dozen waar een octopus nog geen vat op krijgt, met opengescheurde gft-zakken en zwermende compostbakken. De schouders zagen af, de knieën en de voeten, de polsen. De rug speelde op. Je kan vormingen tiltechnieken volgen tot je een ons weegt: de vuilkar laden doet niemand jarenlang ongestraft.

Je kan vormingen tiltechnieken volgen tot je een ons weegt: de vuilkar laden doet niemand jarenlang ongestraft

Hij reed niet elke dag maar kreeg wel meer werkdagen. Paar keer rijden, keertje laden. Dat ging. Tot een regering besloot dat de flexibiliteit op de arbeidsmarkt wat opgedreven moest worden. Toen kwamen er wat herschikkingen, een oud-chauffeur die zijn pensioentje wat wilde aandikken, een vaste werknemer die een oude ronde opnieuw opeiste. Mijn broer vloog weer voltijds achterop de kar. En ging, onvermijdelijk, finaal door zijn rug. Operatie, revalidatie, frustratie. En na vier maanden, op dag één, opnieuw achter op de kar. “Aangepast werk? Ge moet bij ons niet zijn, als ge niet wilt werken.”

Jarenlang heb je alles verdragen. Om vijf uur ’s ochtends oprijden om op het bedrijf te horen dat je die dag niet nodig bent. Terug naar huis. De volgende dag twaalf uren draaien. Uitgeput de zetel in om tien uur later al weer achterop de camion te staan. Zaterdag werken? Oké, ik zeg mijn carnavalstoet wel af. Iemand nodig vijftig kilometer verderop? Ik sta er. Alles verdragen, alles gedaan. Bijgeschoold – nieuwe vaardigheden aangeleerd, zoals dat in schoon humanresourcees heet. En dan ben je vierendertig jaar, ga je in de eerste week na je revalidatie opnieuw door je rug en word je aan de kant gezet. Bij het grof huisvuil dat je al die jaren laadde.

“Niet meer nodig, jongen. Wij hebben je niet meer nodig.”

Foto Flickr (cc) Dmitry Dzhus (1 van 1)

Gele hesjes (Foto: Flickr (cc) Dmitry Dzhus)

Structureel geweld

En waar kan je dan heen, met dit CV? Opnieuw de activeringsindustrie in? Het komt toch allemaal op hetzelfde neer. Voor werknemers als hij is er nauwelijks nog een duurzame job te vinden, daar zal geen activeringsproject iets aan veranderen. Ander bedrijf, zelfde sector. Opnieuw laden. Werken. Nieuw uitzendkantoor, zelfde werkwijze. Dagcontracten op afroeping. En hopen dat de rug het nog even houdt. Nog een dikke dertig jaar, zoals de vooruitzichten nu zijn.

Intussen blijven beleidsmakers dezelfde riedel afraffelen als twintig jaar geleden: geloof in jezelf, investeer in jezelf en je komt er wel. Ik weet niet eens wat erger zou zijn: dat ze het zelf geloven of dat ze liegen dat ze barsten.

De dag komt dat ook ik met mijn gele hesje het traject van het Schumannplein door de Wetstraat afleg

En zo trekken wij opnieuw onze gele hesjes aan, mijn broer en ik. Hij omdat een belader zichtbaar moet zijn in het ochtendsluipverkeer, ik omdat het waanzin is om niet minstens als een fluorescerende discobal langs alle grote politieke instellingen naar mijn werk te fietsen. Maar de dag komt, hij is niet veraf, dat ook ik met mijn gele hesje het traject van het Schumannplein door de Wetstraat afleg, niet om te werken maar om verantwoording te eisen, verantwoording voor het structurele geweld dat slecht beschermde werknemers dagelijks moeten ondergaan op de bodem van de Europese arbeidsmarkt.

Auteur: Herman Loos

Herman Loos is auteur van Menselijke grondstof: over leven op de bodem van de Europese arbeidsmarkt (EPO). Hij is docent filosofie en ethiek aan hogeschool Odisee (Brussel) en docent sociologie aan AP Hogeschool (Antwerpen). Hij schreef columns voor Apache en publiceert ongeregeld opiniestukken en gastbijdragen bij uiteenlopende media.

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid