’18 >> ’19: Nationalisme en identitaire bewegingen rukken op in Europa

 Leestijd: 7 minuten3

Terwijl we 2019 ingaan schrijft Apache over de opmerkelijkste gebeurtenissen en evoluties van het voorbije jaar. Vandaag buigt Vincent Scheltiens zich over de identitaire bewegingen in Europa en de oorzaken van de comeback van het nationalisme.

Het was één van de iconische beelden van 2018. Judith Sargentini, Europees parlementslid voor GroenLinks, die op 12 september geëmotioneerd haar koptelefoon aflegt, even als teken van ongeloof de handen voor het gezicht houdt, dan opstaat en met de handen op de rug, ietwat verlegen, door een deel van het halfrond getrakteerd wordt op een staande ovatie.

Net daarvoor had een tweederdemeerderheid het rapport goedgekeurd waarin ze lidstaat Hongarije hekelde voor het niet-eerbiedigen van de mensenrechten. Door haar rapport goed te keuren opteerde het Europees Parlement voor een strafprocedure tegen Hongarije, met name artikel zeven, in de wandelgangen ook the nuclear option genoemd.

Mikpunt van de zogenaamde kernaanval was premier Viktor Orbán die, aldus het rapport, rechters, academici en mediafiguren naar goeddunken had vervangen door hem welgevallige personen, die Europese subsidies misbruikte, die racisme aanzwengelde, die langs de Servisch-Hongaarse grens een hek van 175 km lang en 4 meter hoog liet optrekken om de toestroom van vluchtelingen tegen te houden.

Slachtoffers

Orbán, die zich de dag voordien binnen een hem toegewezen spreektijd van zeven minuten was komen verdedigen, bleek niet onder de indruk van de aantijgingen. Hij verweet Sargentini zijn natie te beledigen, waarschuwde dat hij zijn landsgrenzen zou blijven verdedigen en dat Hongarije geen ‘land van migranten’ zou worden. Hij beriep zich op Europese waarden als democratie en gaf als voorbeeld, alluderend op de gebeurtenissen van 1956, het verzet van zijn land tegen de communistische USSR. Hij gaf toe dat hij en anderen er een verschillende visie op nahielden over christendom, gezin en migratie.

Europees parlementslid Judith Sargentini na de stemming over de Hongaarse kwestie op 12 september 2018 (Foto: Frederick Florin, AFP)

Orbán kon op bijval rekenen, bijvoorbeeld van het Britse UKIP van Nigel Farage of het Franse Front National, waarvan een vertegenwoordiger hem ‘de echte verdediger van de waarden van de beschaving’ noemde. Een EP-lid van de Freiheitliche Partei Österreichs (FPÖ) noemde hem een ‘held’. Ook de representanten van het Italiaanse Lega namen het voor hem op. Orbán beseft dat dit door de ‘politiek correcten’ opgelegde slachtofferschap ook zijn heldenstatus versterkt, zoals afgelopen zomer nog bleek uit de beate bedevaartstocht die de door De Persgroep grootgemaakte Dries Van Langenhove ondernam om een quote, een selfie en een promoclipje met de ‘held’ te kunnen scoren.

Natie en identiteit als dam tegen internationale turbulentie, gesymboliseerd door het aankloppen van vluchtelingen, is niet alleen het recept van radicale minoritaire formaties. Het is de fonds de commerce geworden van onderling zeer heterogene politieke formaties die er elk in hun eigen land een aanzienlijke en zelfs een massa-aanhang mee verwierven en intussen in een aantal lidstaten ook mee besturen. Dat laatste is, naast Hongarije, bijvoorbeeld ook het geval voor Polen, Italië, Oostenrijk en België (tot de N-VA zelf uit de regering stapte omdat ze bakzeil haalde met haar laat verzet tegen het VN-migratiepact).

Europa: probleem of oplossing?

Europa is de naam van het probleem, maar paradoxaal genoeg misschien ook van de oplossing. Wat van in den beginne de bevolkingen van de verschillende lidstaten voorgespiegeld werd, was dat op de ruïnes van de Tweede Wereldoorlog een samenwerking – en later eenmaking – tot stand zou komen op basis van welvaart en vrede. Aanvankelijk leek dat ook het geval te worden.

Onder de Noord-Amerikaanse paraplu en op een Frans-Duitse as werd puin geruimd en heropgebouwd, werden welvaartstaten in de steigers gezet waarvoor de afspraken al tijdens de oorlog gemaakt waren. Wat absoluut achtergelaten moest worden was het nationalisme. Uiteindelijk had dat geleid tot een orgie van geweld met als hoogtepunt het zowel mechanisch als handmatig trachten te vernietigen van een heel volk.

De Europese Unie zoals we die vandaag met haar 28 lidstaten kennen is ver verwijderd geraakt van de initiële doelstellingen. Zoals geformuleerd door Jean Monnet, Robert Schuman of Konrad Adenauer klonken die doelstellingen helder en plausibel. Een economische samenwerking (aanvankelijk kolen en staal) moest de basis leggen voor een confederatie van staten. Gaandeweg, met een versnelling begin jaren negentig onder impuls van de Europese sociaaldemocratie, kreeg die supranationale integratie vorm en met de invoering van de euro in 2002 leek ze een point of no return gepasseerd te zijn.

De nationale soevereiniteit werd geleidelijk aan uitgehold. Nationale hefbomen om eigen beleid te voeren werden afgestaan aan een supranationaal niveau dat gedicteerd werd door de financiële markten. Met instellingen als het Internationaal Muntfonds, de Europese Centrale Bank en de Europese Commissie (samen de Trojka) werd een eenzijdig monetaristisch beleid opgelegd waar geen ontsnappen aan was.

Met instellingen als het Internationaal Muntfonds, de Europese Centrale Bank en de Europese Commissie werd een eenzijdig monetaristisch beleid opgelegd waar geen ontsnappen aan was

De Griekse crisis van 2015 maakte dit op een dramatische manier duidelijk. Twee gewonnen verkiezingen en een gewonnen referendum door een plaatselijke linkse partij – Syriza – konden de Trojka niet vermurwen. Syriza eiste nochtans geen revolutionaire veranderingen. Het wilde een herschikking van de aflossing van de staatsschuld teneinde in zorg en tewerkstelling te kunnen investeren.

Syriza-kopstuk Alexis Tsipras (l.) viert zijn overwinning in de Griekse nationale verkiezingen van 20 september 2015 samen met ANEL-partijleider Panos Kamenos (Foto: Louisa Gouliamaki, AFP)

Njet, klonk het vanuit ‘Brussel’. De schulden moesten afgelost. Hiervoor moest bespaard worden op pensioenen en openbare dienstverlening moest vermarkt worden. De nationale economie werd geprivatiseerd en uitverkocht aan buitenlandse kapitaalgroepen en internationale banken die zich op de ellende van de armste Grieken verrijkten.

Deze harde, meedogenloze houding en de stalen eensgezindheid van de Europese instellingen stond dan weer in schril contrast met de hopeloze kakofonie en de totale onmacht die aan de dag werd gelegd bij wat als de ‘vluchtelingencrisis’ gemunt werd.

Ten aanzien van een onmondige en onmachtige EU, begonnen nationale regeringen grenzen tussen lidstaten af te sluiten en hekken op te trekken. Deze terugplooi verschafte nationalistische en xenofobe bewegingen legitimiteit. Waar Europa zich aanvankelijk als garant wilde opwerpen tegen nationalistische terugplooi en terugkeer van uiterst rechts, lijkt ze die met haar twee gezichten (het hardvochtige en het machteloze) te voeden en te legitimeren.

Het respectabele midden

Naast een aantal gemeenschappelijke karakteristieken worden de nationalistische, identitaire partijen gekenmerkt door grote onderlinge verschillen. Doorgaans worden ze als ‘populistisch’ omschreven, een inhoudelijk nietszeggende term vermits populisme in de eerste plaats om politieke stijl en methode gaat en niet om ideologie.

De term werkt bovendien depolitiserend. Men tracht er niet alleen deze nationalistische, identitaire partijen mee te definiëren maar ook een aantal formaties die vanop links de Europese neoliberale consensus in vraag stellen. Door rechts en links over dezelfde negatieve populismekam te scheren, leidt dit tot de conclusie dat enkel een positionering in het ‘midden’ correct en respectabel kan zijn.

Laat dat net de positionering zijn die zowat alle politicologen, politieke journalisten en andere opiniemakers innemen. In een ‘postideologisch’ tijdperk zou het dan ook eenvoudigweg zaak zijn ‘verantwoordelijkheid op te nemen’ en ‘goed te besturen’ in het ‘algemeen belang’. Ook deze ogenschijnlijke apolitieke aanpak – die in werkelijkheid de consecratie van de neoliberale consensus belichaamt – voedt antipolitieke gevoelens.

Fascisme

Nog steeds op zoek naar een definiëring worden deze rechts-nationalistische partijen, doorgaans vanop links, vaak als ‘fascistisch’ gelabeld. Uiteraard kunnen er een aantal kenmerken van generisch fascistische partijen uit het interbellum herkend worden bij de huidige rechts-nationalistische, identitaire partijen. Maar de meeste van die partijen situeren zich niet in de continuïteit van het ‘klassieke’ fascisme en voeren zelfs aan dat ze er óf niets mee te maken hebben óf er radicaal mee gebroken hebben. Ze nemen ook meestal – met notoire uitzonderingen als de Griekese Gouden Dageraad – nadrukkelijk afstand van de neofascistische groupuscules.

Lezing

Op zaterdag 16 maart (10.30 uur Zuiderpershuis, Antwerpen) verzorgt Vincent Scheltiens de editie 2019 van de Paul Verbraekenlezing en verschijnt zijn essay (VUB-Press) onder dezelfde titel: ‘Het einde van de sociaaldemocratie en de queeste naar een vernieuwde linkerzijde’

Info en inschrijvingen: paul.verbraeken.lezingen@gmail.com

 

Naast een banalisering van het fascisme is deze vorm van etikettering vooral onjuist. Zoals geschiedenis zich nooit op dezelfde manier herhaalt, zijn de huidige rechts-radicale partijen het product van een specifiek historisch regime – het begin van de 21ste eeuw – met een wisselende ideologische inhoud.

Kijk bijvoorbeeld naar de evolutie van het Front National in Frankrijk tussen de stichting door vader Le Pen en de positie die de partij vandaag ideologisch bezet onder leiding van zijn dochter. Merk terloops op hoe haaks op het generisch fascisme het feit staat dat die partij door… een vrouw geleid wordt. Maar vooral, de evolutie van al deze zeer verschillende formaties is nog onafgewerkt.

Soevereiniteit, autoriteit en islamofobie

De rechts-nationalistische partijen die vandaag in Europa de wind in de zeilen hebben, kenmerken zich door een afweerhouding tegen de globalisering en de kwade gevolgen van de Europese eenmaking. Dat kan gaan van ‘eurorealisme’ over ‘euroscepticisme’ tot letterlijke terugplooi met protectionistische voorstellen en zelfs de herinvoering van een eigen nationale munt, zoals Wilders in Nederland voorstelt. In al deze gevallen staat het heroveren van een nationale soevereiniteit centraal, in sommige gevallen op het niveau van de subnatie die onafhankelijk moet worden van de natiestaat.

Ten tweede ijveren de meeste van deze partijen voor een meer autoritaire opstelling van de staat (ook die formaties die op het economische vlak minder tot geen inmenging van de staat bepleiten). Veiligheid staat hierbij centraal en dit gaat van het inzetten van het leger bij grens- of andere bewaking, het plaatsen van camera’s, tot de invoering van vingerafdrukken op de identiteitskaart. In sommige gevallen wordt ook nog de herinvoering van de doodstraf geëist en alleszins zwaardere straffen voor criminelen, zeker als ze van vreemde origine zijn (met intrekking van de nationaliteit).

In sommige gevallen wordt de herinvoering van de doodstraf geëist en alleszins zwaardere straffen voor criminelen, zeker als ze van vreemde origine zijn

Maar wat ten derde dat nationalisme structureert is de vermeende dreiging van de ‘andere’ en de nood een harde afbakening door te voeren. Niet alleen de natie als ‘ding’ maar vooral de ‘nationale identiteit’ moet hierbij gevrijwaard worden.

Ook hier variëren de discours maar in het algemeen gaat het om een Leitkultur die bedreigd zou worden, die nationaal maar ook Europees of westers kan ingevuld worden. Die tracht men te omschrijven aan de hand van ‘normen en waarden’ waaraan de ‘vreemde’, zowel binnenin als degene die aan de buitengrenzen klopt, zich moet aanpassen. In tegenstelling tot het interbellum wordt die rol van de ‘andere’ niet meer vervuld door Joden. Het antisemitisme heeft plaatsgemaakt voor islamofobie, de angst voor en weerstand tegen mensen die de islamreligie aanhangen.

Het antisemitisme heeft plaatsgemaakt voor islamofobie, de angst voor en weerstand tegen mensen die de islamreligie aanhangen

Onder het mom van secularisme en Verlichting – twee begrippen die daarbij ongeproblematiseerd ingevuld en geïnstrumentaliseerd worden – wordt de vrijheid van godsdienst in vraag gesteld, wordt het bestaansrecht van het concept ‘islamofobie’ ontkend.

De ‘Mars tegen Marrakesh’ van 16 december 2018 in Brussel (Foto Belga – Jonas Roosens)

Racisme wordt dan weer in naam van de vrijemeningsuiting en de strijd tegen political correctness ‘gerelativeerd’. De evolutie die we zien is die van laïcité (scheiding van kerk en staat en neutraliteit van de staat ten opzichte van alle godsdiensten) naar laïcisme (waarbij burgers verplicht worden de neutraliteit van de staat zelf te gaan uitdragen).

In een geglobaliseerde economie en met acute uitdagingen als de klimaatverandering biedt een terugplooi op de natiestaat of de subnatie op geen enkele manier een oplossing

Niet weinige linkse mensen begeven zich op dat hellend vlak (ze onderscheiden zich dan zogezegd van ‘regressief links’) waarvan de enige consequente uitkomst degene is die in Vlaanderen vader en zoon Van Rooy bezetten: aan de zijde van Filip Dewinter.

Horror vacui

Europa als probleem maar ook als oplossing? In een geglobaliseerde economie en met acute uitdagingen als de klimaatverandering (die nota bene ook door een aantal van deze rechts-nationalistische formaties ontkend of geminimaliseerd wordt) biedt een terugplooi op de natiestaat of de subnatie op geen enkele manier een oplossing.

Bovendien staat het buiten kijf dat immigratie noodzakelijk is om het oude continent voor demografisch en economisch verval te hoeden, zelfs om de pensioenen van een vergrijzende bevolking te betalen. Die uitgangspunten én de noodzaak om de Europese constructie sociaaleconomisch en democratisch te herstichten moet de rechts-nationalistische partijen de wind uit de zeilen nemen.

Zij gedijen immers dankzij het feit dat een humaan, sociaal, egalitair perspectief niet meer als realistisch, haalbaar beschouwd wordt. Dat heeft onder meer te maken met de capitulatie van de sociaaldemocratie als emanciperende, hervormende kracht toen – met de woorden van Wim Kok – de ‘ideologische veren afgeschud werden’. Horror vacui, het doet zich ook voor in de politiek: het is het verdelende, onderdrukkende, discriminerende rechts-nationalisme dat als geperverteerde hoop voorlopig de scène bezet.

Auteur: Vincent Scheltiens

Vincent Scheltiens is doctor in de geschiedenis, verbonden aan Power in History, het Centrum voor Politieke Geschiedenis van de Universiteit Antwerpen.

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid