Europa betaalt mee voor ‘onmenselijke’ muur

25 juli 2018 Dominique Soenens
24839990287_079e3876ed_k
(Beeld Flickr)

Met de financiële hulp van de Europese Unie bouwde Turkije de voorbije jaren een meer dan 900 kilometer lange muur, inclusief bewaking op zijn grens met Syrië. Bedoeling: smokkelaars en vluchtelingen uit het door burgeroorlog geteisterde land tegenhouden. Maar de muur schendt mensenrechten, zeggen critici.

24839990287_079e3876ed_k
(Foto: Flickr)

Reyhanli

In mei 2013 is de Turkse grensstad Reyhanli wereldnieuws. Twee bomauto’s zorgen voor aanzienlijke schade en maken 43 doden en meer dan honderd gewonden. In het centrum worden kantoorblokken herleid tot puin. De omgeving biedt de aanblik van een oorlogszone: zwartgeblakerde gebouwen, ingestorte ramen en overal puin en brokstukken.

De ontzetting is groot, zowel bij de lokale bevolking als in de rest van het land. Het is een van de dodelijkste aanslagen in Turkije in meer dan een decennium. De aanslagen worden niet meteen opgeëist, maar iedereen weet dat Turkije steun verleent aan rebellen die vechten tegen de troepen van de Syrische president Bashar al-Assad.

De Turkse overheid wijst ook in de richting van de inlichtingendiensten van Assad. En ze laat weten dat geen enkele misdaad onbeantwoord zal blijven. Inwoners van de stad nemen wraak op Syrische wagens, waarvan ze de ruiten ingooien, meldt The New York Times, terwijl Syrische vluchtelingen zich massaal uit de voeten maken, uit vrees het slachtoffer te worden van represailles. Er wonen zo’n 25.000 Syrische vluchtelingen in de stad met 90.000 Turkse inwoners.

TOKI

De Turkse overheid benadrukt dat de vluchtelingen niets met de aanslag in Reyhanli te maken hebben, maar denkt tegelijk aan een manier om het geweld tegen te gaan. Amper een jaar later komt het antwoord: Turkije begint met de bouw van een muur op zijn meer dan 900 kilometer lange grens met Syrië.

Vanuit het buitenland kwam het verwijt dat de Turkse overheid te weinig deed om buitenlandse jihadisten te beletten Syrië binnen te gaan

TOKI, een bouwbedrijf in handen van de Turkse staat, is verantwoordelijk voor de bouw van het grootste deel ervan. De muur bestaat uit betonblokken van drie meter hoog met prikkeldraad erboven en heeft 120 uitkijktorens op gevoelige plaatsen, net als een veiligheidsweg waarop militairen patrouilleren, en bewakingscamera’s. Over de kostprijs lost de Turkse overheid niets.

Voor Turkije is het een bocht van 180 graden. Het land zweerde lang bij een open grenzenbeleid tijdens de oorlog in Syrië en hield een verbindingslijn open met de rebellen die strijden tegen Bashar al-Assad. Het liet hulpmiddelen richting Syrië passeren en liet in de omgekeerde richting vluchtelingen het land binnen.

Maar die politiek had ook minder aangename neveneffecten: smokkel vierde hoogtij en veel Syriërs kwamen het land binnen buiten de officiële grensposten. Smokkelen brengt door de grote prijsverschillen voor dagelijkse producten aardig op in deze regio. Suiker is in Syrië spotgoedkoop in vergelijking met Turkije. Idem voor benzine, een product dat zwaar belast wordt in Turkije.

Maar daarbovenop kwam ook het buitenlandse verwijt dat de Turkse overheid te weinig deed om buitenlandse jihadisten te beletten Syrië binnen te gaan. Ook de lokale bevolking maakte zich steeds meer zorgen over de aanwezigheid van jihadisten in de grensstreek. Turkije werd, of het dat nu wilde of niet, betrokken in het Syrische conflict. En daarom ging het over tot de bouw van een muur op grens met Syrië.

Koerden

De muur kwam er niet alleen om terroristen en smokkelaars tegen te houden.

Turkije worstelt ook met Koerden in Syrië. De Koerden – een aloude vijand van Turkije - protesteren fel tegen de muur omdat die hen uiteen haalt en families uit elkaar rukt. Op 2 september 2016 kwam het tot zware rellen tussen Turkse veiligheidsdiensten en Syrische Koerden in de Syrische grensstad Kobani.

De veiligheidsdiensten gebruikten traangas en waterkanonnen om een protesterende en stenen gooiende menigte uit elkaar te drijven. De Turkse overheid was een goeie week ervoor begonnen met het plaatsen van een stuk van de muur, op de grens ter hoogte van Kobani.

Voor de Turkse overheid vormt Kobani een bedreiging, omdat het in handen is van People’s Protection Units (YPG), een militie van Syrische Koerden.

Eufraat

Niet enkel de Koerdische kwestie verdeelt Turkije en Syrië. Ook over andere thema's heerst onvrede tussen beide landen. Syrië steunde de Grieken in het conflict met de Turken op onder meer Cyprus, terwijl het land ook nog altijd de Turkse provincie Hatay claimt.

Daarbij komt dat Turkije de controle heeft over de distributie van water afkomstig van de Eufraat. Via het Turkse waterbeheersingssysteem dreigt Syrië zonder een belangrijke waterbevoorrading te vallen. Het zorgt voor een zeer gespannen relatie.

Maar muren zaaien verdeeldheid, waar ze ook gebouwd worden. Op de Turks-Syrische grens is dat niet anders. Sommigen verliezen een stuk grond en hun bron van inkomsten, anderen worden afgesneden van familieleden.

Lokale mensen hebben ook hun twijfels of de muur veel uithaalt, meldt Reuters in een reportage in de Turks-Syrische grensstreek. “De grote smokkelaars kunnen niet gestopt worden”, zegt een man die toegeeft vluchtelingen geholpen te hebben om illegaal de grens over te steken. Zijn dochter twijfelt eraan: “Zelfs een vogel raakt er niet voorbij”.

Europa

Opvallend: terwijl het zelf een muur bouwt, roept Turkije Europa op om geen muren op te trekken om de migratiecrisis aan te pakken. Zo maande Turks minister van EU-zaken Omer Celik Europa vorig jaar nog aan om de crisis aan te pakken in plaat van “muren te bouwen” tegen migranten. “Turkije is het enige land dat vluchtelingen omarmt die op de vlucht zijn voor de dood. Europa zou geen muren mogen bouwen tegen migranten, maar bruggen. Dit is een test in menselijkheid”, zei Celik op Twitter, volgens het Turkse nieuwsagentschap Anadolu.

Het mag dan al een bizarre commentaar zijn, het klopt dat Turkije heel veel vluchtelingen opvangt: er zijn 3,5 miljoen Syrische vluchtelingen in Turkije, meer dan in eender welk land.

Opmerkelijk aan de Turkse muur is dat hij voor een groot deel werd gefinancierd door de Europese Unie, zo meldde het Duitse blad Der Spiegel eerder dit jaar, na een onderzoek waarbij het journalistieke consortium European Investigative Collaborations bij betrokken was.

Die steun is opmerkelijk omdat de EU zich officieel altijd verzet heeft tegen het bouwen van muren. Officieel klinkt het: “De EU-lidstaten hebben de regering in Ankara voorzien van veiligheids- en surveillancetechnologie ter waarde van meer dan 80 miljoen euro, in ruil voor de bescherming van haar grenzen. Daar zat 35,6 miljoen euro bij voor het Turkse bedrijf Otokar, als onderdeel voor het regionale ontwikkelingsprogramma voor de bouw van gewapende militaire Cobra II voertuigen, die nu gebruikt worden om de grens met Syrië te bewaken."

De muur heeft maar voor één duidelijk effect gezorgd: in plaats van op zee sterven vluchtelingen nu aan de muur bij de Turkse grens

Oorlogsvluchtelingen

De voertuigen zijn uitgerust met telescopische masten met warmtegevoelige camera’s die tot vier meter hoog kunnen worden uitgeschoven. Zo kunnen grensbewakers over de muur kijken en bewegingen in de gaten houden. De sensoren van de camera’s zijn zo gevoelig dat ze ook ’s nachts personen al op kilometers afstand kunnen waarnemen.

Tegelijk beloofde de EU in 2016 al 3 miljard euro in de vorm van humanitaire hulp aan Syrische vluchtelingen in Turkije. Het moest ervoor zorgen dat de enkele miljoenen Syrische vluchtelingen in het land niet naar Europa zouden komen. Dit jaar maakt de EU nog eens 3 miljard euro vrij met hetzelfde doel: vluchtelingen zoveel mogelijk in Turkije houden.

Juristen en analisten stellen zich heel veel vragen bij die steun van Europa. De steun voor het dichthouden van de grens tussen Turkije en Syrië is strijdig met een regel uit het VN-vluchtelingengedrag die stelt dat mensen niet mogen worden teruggestuurd naar een land waar ze gevaar lopen.

Ze mogen ook niet geweigerd worden aan de grens. Dat is net wat er op dit moment wel gebeurt. Volgens sommigen is Europa door het financieren van vehikels die patrouilleren aan de Turks-Syrische grens medeplichtig aan het overtreden van die regel. Veel vluchtelingen leven in kampen waar basiszorg vaak ontbreekt en waar ze vaak betrokken zijn bij het gewelddadige conflict dat er vaak nog heerst. Zo vielen er al slachtoffers door luchtaanvallen.

Nog volgens critici heeft de muur en de hulp maar voor één duidelijk effect gezorgd: in plaats van op zee sterven vluchtelingen nu aan de muur bij de Turkse grens.

Zeker nu er getuigenissen opduiken van Turkse grenswachten die schieten op Syrische vluchtelingen, zoals Human Right Watch (HRW) rapporteert, een situatie die zo mogelijk nog erger is dan de bouw van een fysieke muur.

“Syriërs die naar de Turkse grens vluchten, worden teruggedreven met kogels en misbruik. Het aantal Syriërs dat vast zit aan de grens en bereid is zijn leven te riskeren zal wellicht alleen maar toenemen”, aldus HRW.

Het is een situatie waar ook de Europese Unie verantwoordelijkheid voor draagt, via de deal die het sloot met Turkije. Maar in een reactie op de getuigenissen over Turkse soldaten die schieten op vluchtelingen zegt de Europese Commissie dat zij dat soort berichten niet kan verifiëren.

De waarheid is dat Europa vaak de ogen sluit voor wat er in Turkije gebeurt, omdat het de vluchtelingenstroom richting het continent vermindert, en daarmee ook de problemen en de interne Europese verdeeldheid die ermee gepaard gaat.

LEES OOK