Vijftig jaar na Mei ’68: de Commune van Leuven

 Leestijd: 12 minuten0

Vijftig jaar Mei 1968 wordt herdacht als een jaar van linkse protesten, van opstand tegen het establishment. Revolutie hing overal in de wereld in de lucht behalve in Vlaanderen. Hier eist het Vlaamse politieke spectrum de herdenking van het wonderjaar ‘68 voor zich op. In het tweede deel reconstrueert soixantehuitard Herwig Lerouge de geschiedenis van ‘Leuven Vlaams’ vanaf 1966.

(Foto Ron Kroon Fotocollectie Anefo)

Staking Vlaamse studenten in Leuven, januari 1968: voor de Leuvense gevangenis wordt de menigte uit elkaar geslagen. (Foto: © Ron Kroon, Fotocollectie Anefo)

“Toen Ludo Martens mij in de vakantie van 1966 in een of ander bruin café vroeg om mee te werken bij Ons Leven, het blad van KVHV, was mijn eerste bedenking: ik ben geen Vlaams-nationalist, ik ben links, voor studentensyndicalisme.

‘Dat is precies wat we zoeken’, was zijn antwoord. ‘We willen de studentenbeweging losmaken van dat nationalisme en dat kunnen we het best via Ons Leven.’ Zo is het begonnen. Mijn eerste artikel was een interview met Boudewijn de Groot, die na de Mars op Leuven in oktober ‘66 kwam optreden. Mijn tweede ging over Bob Dylan, die toen nog niet erg bekend was. Daarna ben ik redactiesecretaris van Ons Leven geworden.”

Ons Leven

“De hele zomervakantie van 1966 werkten we aan een voettocht door Vlaanderen, geïnspireerd door de Meredith-mars in Amerika. Op 4 oktober gingen in Oostende 150 studenten van start. Een foto hiervan op de voorpagina van Ons Leven, het meest gelezen studentenblad van Leuven, zorgde voor veel commotie in nationalistische kringen. Stel je voor, in hun blad!”

‘De hele zomervakantie van 1966 werkten we aan een voettocht door Vlaanderen, geïnspireerd door de Meredith-mars in Amerika’

“De eis ‘Leuven Nederlands’ werd nu in democratische termen verwoord als een universiteit in dienst van de gemeenschap en gekoppeld aan de eis van een Franstalige universiteit in Wallonië. De voettocht zag zijn aantal deelnemers gestadig aangroeien en uiteindelijk marcheerden ongeveer duizend man van Mechelen naar Leuven.

De artikels van Ludo Martens in Ons Leven lokten in de maanden na de voetmars overal discussies en controverses uit. Paul Goossens trok het hele jaar ‘67 in Leuven rond, gewapend met een megafoon. Hij pleitte voor actie en voor protest. Zelden werd meer dan tweehonderd man bereid gevonden hem te volgen.”

“Ikzelf deed vooral organisatorisch werk om de Studentenvakbeweging (SVB) uit de grond te stampen, waar Ludo Martens de bezieler van was. In februari 1967 werd Martens door de bisschoppen van de Leuvense universiteit gebannen naar aanleiding van het ‘seksnummer’ van Ons Leven.

Die editie handelde voornamelijk over het ideologische fundament van de Studentenvakbeweging, maar bevatte ook twee gewaagde artikels over seksueel misbruik bij de clerus.”

“Martens moest zijn studies gaan voortzetten aan de Universiteit van Amsterdam. Ik heb vervolgens mee het blad 13 mei van de SVB opgericht en trok naar de faculteitskringen om SVB-groepen uit de grond te stampen. Dit ondankbare werk, dat niet zoveel resultaat opleverde, vormde wel een kern van activisten. Zonder dit moeizame wroetwerk zou de januari-revolte van 1968 er nooit zijn gekomen. Het was de periode van het zaaien dat tot de oogst van januari 68 zou leiden.”

De commune van Leuven

“Op 14 januari 1968 maakten de bisschoppen een nieuw expansieplan bekend, dat opnieuw op Groot-Brussel mikte en expliciet het behoud van de Franstalige faculteiten in Leuven bevestigde.

En alweer spatte de arrogantie en vermeende onaantastbaarheid van hun verklaring af. De Studentenvakbeweging was toen al de belangrijkste, best georganiseerde (en dat was dan nog zeer relatief) studentenorganisatie geworden.”

“Er braken hevige rellen uit, van een heel andere orde dan in mei ‘66. Paul Goossens stond nu voor nokvolle zalen. Vanaf 16 januari wordt ‘Walen buiten’ voorgoed vervangen door ‘Bourgeois buiten’.

De massa trekt op naar de Hallen waar ze tafels, stoelen, fichebakken en andere huisraad naar buiten draagt en opstookt. Het vuur slaat in de Leuvense pan …

Het geroep van 2.000 betogers galmt tussen de huizen, als ‘s avonds om 22 uur de eerste avondwandeling van start gaat. De rijkswacht arresteert die nacht 325 jongeren. Woensdag 17 januari staakt heel Leuven-Nederlands.”

‘Leuven werd wekenlang door de studenten bezet. Tienduizenden scholieren sloten zich bij de beweging aan. In alle Vlaamse steden vonden scholierenstakingen en betogingen plaats’

“Aan de huizen van de faculteitskringen, aan de studentenhuizen, aan de Alma’s: overal verschenen muurkranten met uiteenlopende maar vaak zeer radicale visies. Leuven werd wekenlang door de studenten bezet. Tienduizenden scholieren sloten zich bij de beweging aan. In alle Vlaamse steden vonden scholierenstakingen en betogingen plaats.”

“De rijkswacht probeerde vergeefs de ‘Commune van Leuven’ met repressie neer te slaan en studentenleider Paul Goossens werd van 17 tot 30 januari vastgehouden. Maar anderen namen direct zijn plaats in op de dagelijkse volksvergadering in de Alma II, waar duizenden studenten zelf de situatie bespraken met de studentenafgevaardigden die voortaan voor deze volksvergadering verantwoording moesten afleggen.”

Zwartberg

“Tijdens de januari-revolte organiseerde ik talrijke vormingsvergaderingen van de SVB waar honderden studenten opdaagden. We spraken over de democratische universiteit, het kapitalisme, het imperialisme en de rol van de staat en de rijkswacht.

Mede dankzij deze scholing en het organisatienetwerk van de SVB slaagden de studenten erin om het dagelijkse kat-en-muisspel met de gendarmen te overleven en de beweging staande te houden.”

Politicus Camille Huysmans tijdens de begrafenis van de neergeschoten mijnwerker Jan Latos. (Foto © Eric Koch, Anefo)

Politicus Camille Huysmans tijdens de begrafenis van de neergeschoten mijnwerker Jan Latos. (Foto © Eric Koch, Fotocollectie Anefo)

“De ideeën waren intussen meer gerijpt, en met de gebeurtenissen groeiden de inzichten van de studenten. Met de meirevolte kreeg de repressie tegen de stakende mijnwerkers in Zwartberg in januari 1966 een heel andere betekenis.

Twee mijnwerkers, Valère Sclep en Jan Latos, kwamen toen tijdens betogingen tegen de mijnsluiting om het leven door geweerschoten en traangasgranaten van de rijkswacht.”

“Toen we zelf kennis hadden gemaakt met hun matrakken en waterkanonnen, voelden we ons spontaan verbonden met de mijnwerkers. Dat gevoel stak opnieuw de kop op in januari ‘68. We namen deel aan een betoging van de stakende arbeiders van ABR in Leuven. Nooit gezien. Op 29 januari legde de SVB een bus in om de stakende mijnwerkers in Limburg te bezoeken en op 1 februari twee bussen naar de arbeiders in Luik.”

‘Twee mijnwerkers kwamen tijdens betogingen om het leven door repressie van de rijkswacht. Door onze kennismaking met de matrakken voelden we ons spontaan verbonden’

“Voor het eerst werd de hand uitgestoken naar de arbeidersklasse. Op 3 februari betoogden 1.700 leraars in Antwerpen om steun te betuigen aan de studenten en scholieren. Op 7 februari viel uiteindelijk de regering-Vanden Boeynants en kwam de Leuvense revolte stilaan ten einde.”

“Na de januari-revolte wilde men mij van de universiteit wegsturen voor mijn bijdragen aan het ‘illegale’ studentenblad Revolte, net zoals ze met Ludo Martens hadden gedaan.

Maar de vicerector was te weten gekomen dat mijn vader recent overleden was en dat mijn moeder in een moeilijke financiële situatie zat. Uit medelijden met haar liet hij mij mijn jaar afmaken. Maar ik mocht niet terugkeren. Zo ging dat toen.

Ik heb mijn jaar niet afgemaakt en ben vanaf september twee jaar burgerdienst gaan doen als leraar in Congo, ook om mijn verloren studiebeurs terug te betalen. Via een briefwisseling met Ludo Martens bleef ik op de hoogte van het reilen en zeilen van de SVB. Ik heb wel nog in mei ‘68 de grote studentenbeweging en de arbeidersstakingen in Frankrijk meegemaakt, ik ben zelfs een paar dagen naar Parijs getrokken.”

Arbeiders, studenten, één front!

“Wij waren aanvankelijk helemaal geen marxisten. We begonnen met de overweging dat men de dingen ‘in hun sociaaleconomische context moest plaatsen’. De meest linkse posities voeren toen onder de vlag van: ‘Een democratische universiteit in een democratische maatschappij!’ en ‘Studenten-arbeiders, solidariteit!’

De meidagen van 1966 deden ons beseffen dat we die rechtvaardige samenleving niet zomaar zouden krijgen, omdat wie zich niet onderwerpt aan het gezag, te maken krijgt met de wapenstok, het waterkanon en de gevangenis.”

‘Een Boliviaanse student had in de guerrilla meegevochten en was nogal kritisch voor de strategie van Che Guevara. Hij duwde ons meer in de richting van de geschriften van Mao Zedong’

“We hebben theoretische teksten geschreven, over de arbeiders, over een systeem dat ten dienste zou staan van de arbeiders, dat hen op de eerste plaats stelt, dat alle machten kapot maakt. Het was zeer mooi en idealistisch maar het viel een beetje buiten de realiteit.

Wij kenden Marx alleen uit de anticommunistische cursussen. We hebben eerst zelf een weg afgelegd en bepaalde problemen benoemd. Maar we zijn op de duur zo vaak voor marxist en leninist uitgemaakt dat we gingen kijken wat die Marx eigenlijk geschreven had.”

“Natuurlijk speelde het verzet tegen het imperialisme van internationale beroemdheden als Ho Chi Minh, Che Guevara en Mao daarin een rol. En toch gaven ontmoetingen met internationale studenten de doorslag.

In de vakantie van 1967 trokken we naar het zomerseminarie van de SDS, de toen zeer linkse studentenorganisatie van de Duitse SPD onder leiding van Rudi Dutschke.

Daar leerden we Staat en Revolutie van Lenin en Monopoly Capital van Baran en Sweezy kennen. Een student uit Frankfurt had een werkje van Mao gelezen en probeerde zijn enthousiasme daarover met ons te delen.”

Coherente visie

“Terug in Leuven kwamen we in contact met Latijns-Amerikaanse studenten in het Internationaal Centrum, waar we de beste koffie van Leuven gingen drinken. Een Boliviaanse student had in de guerrilla meegevochten en was nogal kritisch voor de strategie van Che. Hij duwde ons meer in de richting van de geschriften van Mao Zedong.”

“Mao schreef over het belang om zich als intellectueel onder te dompelen in de arbeidersklasse, om niet over het volk te spreken maar er deel van uit te maken. In de Culturele Revolutie herkenden we de opstand van de jeugd tegen vermolmde structuren zoals we die in Oost-Europa vaststelden. Zo bracht de revolte van januari ‘68 een brede verspreiding teweeg van revolutionaire ideeën.”

“Tijdens de vakantie van ‘68 bestudeerde een dertigtal SVB-militanten gedurende zeven volle dagen Wat te doen? van Lenin. Zo kwamen we stilaan tot een meer coherente visie. We kwamen tot het besluit dat er een revolutionaire arbeiderspartij nodig was.

Na dit debat koos een vrij groot aantal leden voor een leven in dienst van en te midden van de werkende bevolking. Sommigen gingen als arbeider in een fabriek werken, anderen gingen als leraar, dokter of socioloog in een arbeiderswijk wonen om aan arbeiderskinderen les te geven, arbeiders te verzorgen en politiek werk doen onder de arbeiders.”

‘De grote mijnstaking van 1970 in Limburg was voor meer dan honderd militanten het langverwachte sein om los te breken uit de universitaire bubbel’

“Ludo Martens discussieerde met Kris Merckx, de voorzitter van het Faculteitenconvent in Leuven, om als dokter niet voor zichzelf te gaan werken.

Samen met Michel Leyers richtte Kris in 1971 Geneeskunde voor het Volk op, dat vandaag gratis eerstelijnsgezondheidszorg aanbiedt in elf groepspraktijken in heel België. Sommigen waren fel tegen die keuzes gekant.

Je kon evengoed aan de universiteiten en in de middelbare scholen de revolutionaire geest verspreiden, zegde Ernest Mandel, de bekende marxistische econoom van trotskistische huize.

In de fabriek gaan werken was volgens hem aan apostolaat doen, zelfkastijding en boete, een overblijfsel van de katholieke indoctrinatie.”

“De grote mijnstaking van 1970 in Limburg was voor meer dan honderd militanten het langverwachte sein om los te breken uit de universitaire bubbel. Tientallen SVB’ers kregen er een snelcursus klassenstrijd.

Zelfs de sterkste studentenrevolte, die van januari ‘68, leed al na twee weken aan zware vermoeidheid en stortte na drie weken van uitputting in elkaar. Maar de mijnwerkers, die geen stakingsgeld ontvingen en toch hun gezin moesten voeden, hielden stand gedurende zes lange weken.”

Après mai

“De taaiheid, de verbetenheid, de bereidheid tot ontbering, de afkeer voor de heersende klasse die leefde onder de arbeiders, was van een heel ander kaliber dan de antiautoritaire gevoelens in de studentenwereld. SVB werd een ‘partij-in-opbouw’ met de naam AMADA (Alle Macht Aan De Arbeiders).

Ikzelf ben eerst bij de MIVB gaan werken in Brussel en ben later samen met enkele kameraden naar Luik verhuisd om daar groepen van de partij uit te bouwen. In 1979 waren er genoeg structuren opgezet om over te gaan tot de oprichting van een echte partij. De Partij van de Arbeid is dus letterlijk uit Mei ’68 geboren.”

“Mei ’68 is eigenlijk een verzamelnaam voor de roerige jaren tussen ‘65 en ‘70 die een opgang van democratische en revolutionaire ideeën hebben voortgebracht. Mei ’68 was protest tegen de gewetenloze uitbuiting van de derde wereld en steun aan de heldhaftige strijd tegen kolonialisme, imperialisme en oorlog in Vietnam, Afrika, LatijnsAmerika. Mei ’68 is een keuze voor de strijd van de werkende mensen, tegen racisme en voor gelijkberechtiging, tegen de autoritaire gezagsstructuren.”

‘Mei ’68 heeft de PVDA in België voortgebracht. Wij waren radicaal. Dat was de tijdsgeest, maar het was ook niet niks om zich als jonge mensen los te wrikken uit de greep van een autoritaire kerk’

“Mei ’68 zijn de immense stakingen in Frankrijk, die Generaal de Gaulle aan het wankelen brachten. Mei ’68 zijn de zwarte vuisten op de Olympische Spelen in Mexico, het zijn de Black Panthers in de VS, die hele wijken organiseerden tegen het racistische politiegeweld. Mei ’68 heeft de PVDA in België voortgebracht.

Wij waren radicaal. Dat was de tijdsgeest, maar het was ook niet niks om zich als jonge mensen los te wrikken uit de verstikkende greep van een autoritaire kerk en van een onrechtvaardig en hypocriet politiek gezag. Geen enkele politieke partij steunde ons. We moesten wel iets nieuws op poten zetten want alle bestaande partijen aanvaardden het kapitalistische kader.”

Politieke modegril?

“Verschillende partijen die uit de beweging van 1968 ontsprongen, verdwenen al snel. Wij wilden niet op dat hellend vlak terechtkomen. In onze zoektocht zijn we al eens verdwaald.

De bestaande socialistische modellen in de Sovjet-Unie en Oost-Europa voldeden ons niet. De schrik om meegezogen te worden met de laatste politieke modegril versterkte bij ons ook de reflex van de belegerde burcht. We reageerden te krampachtig en slaagden er aanvankelijk niet in om echt door te breken.”

“Maar we hebben wel altijd de geest van Mei ’68 bewaard. Grote inzet en vrijwillig engagement bleven het kenmerk van de partij. Durf te strijden en te winnen, de kennis komt uit de praktijk en sta altijd aan de kant van de werkende mensen, nationaal en internationaal.

Ondanks alle dogmatische en sectaire kantjes is de PVDA altijd een partij van de arbeidersklasse geweest. En vandaag geeft de PVDA een eigentijdse invulling aan het emancipatieproject van het socialisme.”

“Mei ’68 heeft honderden, wellicht duizenden jongeren voor het leven getekend. Mensen als Paul Goossens en Walter De Bock hebben niet de stap naar AMADA gezet. Maar ze hebben wel twintig jaar lang, via de krant De Morgen, met succes het gevecht gevoerd voor een maatschappijkritische kwaliteitsjournalistiek, toen de pers vooral gekenmerkt werd door haar blinde trouw aan het gezag.”

‘Ook bij de opkomst van de groene beweging in de jaren ’70 leefden aanvankelijk de radicale democratische en anti-imperialistische ideeën van Mei ’68 voort’

“Na Mei ’68 ging de protestgeneratie zich engageren in initiatieven voor kritisch onderwijs, in juridische hulp aan jongeren en mensen die het moeilijk hebben, in de hernieuwde vredesbeweging met als hoogtepunt de rakettenbetogingen, in de vrouwenbeweging, in de vakbeweging, in progressieve cultuurinitiatieven – dikwijls verbonden met de arbeidersstrijd in de jaren zeventig – in wijkgezondheidscentra, in de antiracistische beweging, in derdewereldorganisaties en steungroepen voor Vietnam, Zuid-Afrika, Nicaragua, El Salvador, Chili, Palestina

Ook bij de opkomst van de groene beweging in de jaren ’70 leefden aanvankelijk de radicale democratische en anti-imperialistische ideeën van Mei ’68 voort.”

De terugslag

“Lang niet iedereen heeft de progressieve en rebelse geest behouden. Een deel kwam, vaak na enkele jaren van ideologische omzwervingen, terecht bij traditionele partijen. Enkelen, zoals Luc Van den Bossche, draaiden volledig hun kar en gingen voor het grote geld. Studentenleiders als Daniel Cohn-Bendit en Joschka Fischer werden vooraanstaande verdedigers van het systeem.

Nog anderen zijn hevige anticommunisten, hevige voorstanders van Westerse interventies over de hele wereld geworden, zoals de nouveaux philosophes in Frankrijk.”

“Vrijwel meteen na ‘68 reageerde het establishment met een ideologische tegenaanval. Allerhande denktanks die na 1970 vooral in de VS werden opgericht, zoals de Chicago Boys rond Milton Friedman, hadden vaak als doel om de bestaande orde met een nieuw verhaal te verstevigen.

Daarmee werden de kiemen gelegd voor de neoliberale ideologie waarmee Thatcher en Reagan een nieuwe rechtse hegemonie probeerden te vestigen, steunend op een individualistische verdraaiing van de vrijheidsgedachte van Mei ’68.”

‘Paul Goossens schreef dat na de val van de Muur de demonisering van Mei ’68 het anticommunisme vervangen heeft als bindmiddel van de rechterzijde’

“Vanaf de jaren 1980 werd een regelrechte sloopactie ingezet tegen de belangrijkste verworvenheden van toen. Je merkt dat zowel aan de maatregelen die rechtse en centrumlinkse regeringen nemen als aan het nieuwe autoritaire discours waarmee ze worden gerechtvaardigd.”

“Denk aan de hervormingen en besparingen in het onderwijs die de ongelijkheid opnieuw in de hand werken in plaats van ze te bestrijden, uit angst voor ‘nivellering’. Denk aan hoe derdewereldbewegingen die solidair zijn met het zuiden verweten worden dat ze ‘ons opzadelen met schuldgevoelens’ en voor hun financiering moeten vrezen. De manier waarop Unia met haar missie voor gelijke kansen en discriminatiebestrijding wordt aangepakt.

Het cultuurbeleid dat enkel nog commerciële projecten wil zien, zeker niets maatschappijkritisch. Of Maggie De Block voor wie de wijkgezondheidscentra met hun globale en vaak politieke aanpak nog altijd een doorn in het oog zijn.

Om nog maar te zwijgen van de criminalisering van vakbonden en sociale bewegingen. Paul Goossens overdrijft nauwelijks als hij zegt dat na de val van de Muur de demonisering van Mei ’68 het anticommunisme vervangen heeft als bindmiddel van de rechterzijde.”

Het laatste woord

Bart De Wever hoort bij de meest prominente critici van Mei ’68 in België. Hij organiseert een groot en feestelijk seminarie ter nagedachtenis van Leuven om het gespleten imago van N-VA als zogezegde anti-establishment partij in stand te houden.

Weliswaar enkel anti het Belgische establishment. Mei ’68 is voor hem de doorbraak van ‘ongeremd en zuiver materialistisch egotisme’, waar alleen de gerichtheid op het eigen ik telt.”

“Mei ’68 zou hebben geleid tot de paradoxale situatie dat onze welvaart steeds groter wordt, terwijl tegelijk tal van welzijnsindicatoren op rood staan: zelfmoorden en gezinsdrama’s, verkeersagressie, onveiligheidsgevoelens, bestaansonzekerheid, gebruik van geneesmiddelen en drugs, psychische klachten, mislukking van duurzame relaties, vereenzaming, denataliteit.

We moeten terug naar de traditionele waarden van voor Mei ’68, aldus de burgemeester van Antwerpen. Moraalfilosoof Patrick Loobuyck merkte al op hoe opvallend het is dat de oorzaak van het excessief individualisme niet bij de kapitalistische consumptiemaatschappij, maar net bij de progressieven wordt gezocht.”

“Zonder enige scrupule zwijgt De Wever als een graf over de hele neoliberale restauratie sinds de jaren tachtig. Toen heroverde de moraal van de markt waar alles te koop is de hegemonie. De moraal waar mensen enkel worden getoetst op hun ‘bruikbaarheid’, zoals elke andere waar. Waar ellebogenwerk, arrivisme, individueel succes en veralgemeende concurrentie worden verheerlijkt. Waar commercialisering van cultuur en relaties, irrationalisme, egoïsme, wreedheid in relaties tussen mensen en gewenning aan oorlog en geweld algemeen zijn.”

“Alle kwalen waar De Wever over spreekt, worden precies in de hand gewerkt door die restauratie, waar de N-VA actief aan deelneemt: de concurrentie en flexibiliteit op de arbeidsmarkt versterken, de sociale wetgeving en openbare dienstverlening afbreken, het verhogen van de militaire uitgaven, de kapitaalvlucht naar belastingparadijzen en bevolkingsgroepen tegen elkaar opzetten.

En het is net een partij als de PVDA die de strijd voert voor solidariteit, collectieve bescherming, wederzijds respect en onderlinge hulp: de waarden van Mei ’68.”

“De maatschappij waar de belagers van Mei ’68 naartoe willen, zal de kwalen van de globalisering en het neoliberalisme niet verhelpen maar enkel het verzet daartegen bemoeilijken of zelfs verbieden.

Nieuw Rechts, zoals cultuurwetenschapper Ico Maly het noemt, droomt van een samenleving waar de traditionele (christelijke) waarden en de nationale identiteit gekoesterd worden.”

“Waar de vrijheid van ondernemen absoluut is, zonder inmenging van de vakbonden of de overheid. Waar werkgevers en werknemers als een grote familie samen hetzelfde doel nastreven: het welzijn van het bedrijf, lees de aandeelhouders.

Waar de burger tussen twee kiescampagnes door onmondig en respectvol het woord van de verkozen politicus tot zich neemt. Dat is de hidden agenda achter de kruistocht van De Wever en co tegen Mei ’68.

Als de jonge generatie een andere toekomst wil, zal ze ervoor moeten vechten, net zoals wij dat hebben gedaan.”

 

Dit is het tweede deel van een artikel  dat eerder in Lava van 5 april 2018 verscheen. 

 

Lees ook:

 

Auteur: Olivier Goessens

De biografie van deze auteur is niet beschikbaar.

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid

Word nu lid van Apache en geniet van deze voordelen:

  • Toegang tot alle ruim 4.000 artikels
  • Deel de artikels gratis met je vrienden
  • Toegang tot alle dossiers en het volledige archief
  • Treed in discussie met journalisten en andere lezers
  • Korting op events en andere journalistieke producten, zoals e-books