Vijftig jaar Mei ’68: de aanloop

 Leestijd: 10 minuten0

Overal ter wereld wordt 1968 vijftig jaar later herdacht als een jaar van linkse protesten, van opstand tegen het establishment. Het jaar dat de revolutie in de lucht hing in Europa, de Verenigde Staten en zelfs Japan. Overal ter wereld, behalve in Vlaanderen. Hier eist het hele Vlaamse politieke spectrum de gouden herdenking van het wonderjaar ‘68 voor zich op.

Protest tegen de oorlog in Vietnam, Washington 1967: aanzet voor mei 68 in dit land. (Foto © Frank Wolfe, Lyndon B. Johnson Library)

Protest tegen de oorlog in Vietnam, Washington 1967: aanzet voor Mei ’68 in dit land. (Foto © Frank Wolfe, Lyndon B. Johnson Library)

Terwijl de linkerzijde fier Mei ’68 herdenkt als een progressief en internationaal gebeuren, blikt de rechterzijde tevreden terug op Leuven Vlaams, dat conservatief en Vlaams-nationalistisch heet.

Je hoorde en zag er dan ook heel verrassende en tegenstrijdige dingen: ‘Walen buiten’ en ‘Bourgeois buiten’, ‘Arbeiders, studenten, één front!’ en een zakenman aan het hoofd van een studentenactiecomité, of nog, een seksnummer van een conservatief studentenblad.

Het is zo paradoxaal dat men zou denken dat het om twee verschillende bewegingen gaat – en dat is ook zo. Om te ontdekken hoe de puzzelstukjes in elkaar passen ontmoeten we Mei ’68-veteraan Herwig Lerouge.

Bourgeois buiten

Herwig Lerouge: “Wij waren in de eerste plaats rebellen, maar niet zonder doel zoals in de film Rebel Without a Cause. Wij handelden vanuit een rechtvaardigheidsgevoel. Voor ons was het niet tegenstrijdig om een volledig Vlaamse universiteit in Leuven te eisen en tegelijk de verstikkende seksuele moraal van het katholicisme aan te vallen, met de rebelse muziek van Bob Dylan en The Rolling Stones op de achtergrond. Naarmate de beweging zich ontwikkelde, groeide ook ons bewustzijn. Van ‘Walen buiten’ naar ‘bourgeois buiten’.”

“Van een taalkwestie naar een sociale revolutie. Van een directe bekommernis voor onze universiteit naar het omstoten van de gehele wereldorde. Daarvoor richtten we onze eigen strijdbeweging op, de Studentenvakbeweging (SVB), die ik onder leiding van Ludo Martens, Paul Goossens, Walter De Bock en vele anderen uit de grond heb gestampt om de brug te maken tussen de spontane protesten van mei ’66 en de grote Leuvense studentenopstand in januari 1968.”

‘Toen Frankrijk zich volgens Le Monde nog verveelde, maakte uitgerekend het katholieke Vlaanderen een voorspiegeling van Mei ’68 door’

“Op een gegeven moment werd de massabeweging zo groot dat het aantal persoonlijke motieven om eraan deel te nemen niet meer te tellen viel. Onvermijdelijk lopen de interpretaties vandaag dus sterk uiteen. Maar over de feiten kan geen twijfel bestaan: de studentenbeweging nam een steeds radicalere linkse koers. Toen Frankrijk zich volgens Le Monde nog verveelde, maakte uitgerekend het katholieke Vlaanderen een voorspiegeling van Mei ’68 door. Met de maartbeweging van 1969 in Gent waren de Vlaamse studenten opnieuw aan zet.”

“Tegen dan vormde democratisch onderwijs in een democratische samenleving het uitgangspunt en was de beweging definitief uitgemond in solidariteit met de arbeidersklasse. De kern van de Studentenvakbeweging zou niet voor niets later de kern vormen van de Partij van de Arbeid (PVDA).”

Donderpreek

“Ik ben afkomstig van het dorpje Ooigem, bij Kortrijk. Opgroeien in het Vlaanderen van de jaren ‘50 en ‘60 was zoals je leest in de romans van Hugo Claus. Op school leerde je respect te hebben voor gezag en in de verplichte zondagsmis om godvrezend te zijn. Jongens en meisjes werden strikt gescheiden.”

“Jaarlijks kregen de vier arme socialisten die hun kinderen naar de staatsschool stuurden, een donderpreek in de kerk, met naam en toenaam, het hellevuur was hun onontkoombaar einde. Mijn vader werkte eerst als mijnwerker en nadien als textielarbeider. Telkens was hij ook vakbondsafgevaardigde voor het ACV. Dat verklaart deels waarom het Vlaams-nationalisme ons volledig vreemd was. Die stroming was ook toen al hevig antisyndicaal.”

‘De Volksunie bleek de enige mogelijkheid om tegen de heerschappij van de burgemeester op te komen’

“Met de steun van een priester bij wie ik kon logeren, heb ik een deel van mijn humaniora in een Franstalig college kunnen doen. Omdat, zoals men toen dacht, tweetaligheid meer kansen biedt op een baan als klerk in een bedrijf of bij een notaris of advocaat. Zoals zoveel leeftijdsgenoten was ik actief bij de KSA, de Katholieke Studentenactie, die toen, zeker in West-Vlaanderen, nog zwaar door het Vlaams-nationalisme getekend was.”

“Ik heb zelfs nog meegewerkt aan de oprichting van een Volksunieafdeling in mijn dorp. Niet zozeer vanuit Vlaamse gevoelens, dat stonden mijn thuisomgeving en tweetalige opvoeding met veel belangstelling voor de Franse cultuur in de weg. We wilden alleen de verstikkende greep van de CVP doorbreken.”

“Er bestond in mijn gemeente geen oppositiepartij. De eigenaar van veevoederbedrijf Vanden Avenne was er burgemeester. Hij bestuurde het dorp als zijn eigendom en was twee handen op een buik met de pastoor. De VU bleek de enige mogelijkheid om tegen zijn heerschappij op te komen. Mijn verzet was op het einde van mijn humaniora vooral antiautoritair, antiklerikaal. Dwepen met Brassens en Sartre, ostentatief een zwarte trui met rolkraag dragen zoals de existentialisten in Parijs: doodzonde toen in die kringen. Toen ik in 1964 in Leuven terechtkwam, was ik politiek geen onbeschreven blad.”

Vlaamse intellectuelen

“In Leuven was Vlaams-nationalisme een heet hangijzer. Bij het vastleggen van de taalgrens in 1962 kwam Leuven volledig in Nederlandstalig gebied te liggen, maar de Katholieke Universiteit Leuven (KUL) mocht volgens de taalwet wel tweetalig blijven.

Vanuit Vlaamsgezinde hoek kwam daarop veel kritiek. Ikzelf hield me aanvankelijk afzijdig van dat debat en focuste me in mijn eerste twee jaren aan de universiteit op mijn studies Germaanse talen. Ik behoorde tot de eerste arbeiderskinderen die op de universiteitsbanken terechtkwamen en wilde die kans niet verspelen.”

‘Het voornemen van de KUL om uit te breiden naar Woluwe en Waver om zo een ‘Grand-Bruxelles’ te vormen, riep opnieuw veel verontwaardiging op in Vlaanderen’

“Vlaanderen geraakte pas in de jaren ‘50 en ‘60 echt geïndustrialiseerd. De jonge Vlaamse burgerij had eigen Vlaamse intellectuelen en kaderleden nodig en dus ook voldoende Nederlandstalig hoger onderwijs.

Vooral de Vlaamse Volksbeweging, daarin gesteund door Vlaamsgezinde studentenverenigingen en de Vereniging van Vlaamse Professoren, vroeg sinds de vroege jaren ‘60 al de vernederlandsing van de Leuvense universiteit. Dat is een deel van de verklaring voor de beweging voor Leuven Vlaams.”

“De toevloed van studenten in die periode zorgde ervoor dat de KUL wilde uitbreiden. Vanaf 1965 kreeg ze toestemming om ook faculteiten op te zetten buiten het arrondissement Leuven. Het voornemen om uit te breiden naar Woluwe en Waver om zo een ‘Grand-Bruxelles’ te vormen, riep opnieuw veel verontwaardiging op in Vlaanderen. De eis tot overheveling van de Franstalige faculteiten werd vanaf dan een speerpunt van de Vlaamse beweging.”

Mei ’66: eerste revolte

“Wat mij en de meeste studenten vooral tegen de borst stuitte, was de autoritaire manier waarop het bestuur van de universiteit te werk ging. In die tijd stond de KUL nog rechtstreeks onder het gezag van de Belgische bisschoppen, die aan niemand behalve God verantwoording aflegden. Op 13 mei 1966 wezen die de eis tot overheveling af, met een sneer naar de mensen door wie ‘de universitaire eenheid publiek in gedrang wordt gebracht’. ‘Wie tot de universiteit toetreedt, onderwerpt zich vrijwillig aan hen die het gezag voeren’, zo luidde de officiële episcopale verklaring.”

‘In mei ‘66 deden de meest diverse en de meest eigenaardige opvattingen de ronde. Natuurlijk was het Vlaams-nationalisme dominant’

“Voor ons betekende dat zoveel als dat elke vorm van inspraak of democratisch bestuur onmogelijk was aan de grootste universiteit van het land. Vooral daartegen brak studentenprotest uit. Op 16 mei werden honderden studenten die in Leuven op straat kwamen, door de rijkswacht uiteengeslagen.”

“De volgende dagen zwollen de acties aan tot enkele duizenden. Ook in andere Vlaamse steden begonnen studenten en scholieren allerlei bijeenkomsten, marsen en acties te organiseren. Op 20 mei besliste de Academische Raad om het academiejaar vroegtijdig op te schorten. Maar ondertussen was het vuur aan de lont gestoken. Nog tot 31 mei kwamen jongeren overal in Vlaanderen op straat.”

"In die tijd stond de KUL nog rechtstreeks onder het gezag van de Belgische bisschoppen, die aan niemand behalve God verantwoording aflegden." Foto van Kardinaal Leo Suenens (Foto Polla ta deina)

“In die tijd stond de KUL nog rechtstreeks onder het gezag van de Belgische bisschoppen, die aan niemand behalve God verantwoording aflegden.” Foto van Kardinaal Leo Suenens. (Foto: © Polla ta deina)

“In mei ‘66 deden de meest diverse en de meest eigenaardige opvattingen de ronde. Natuurlijk was het Vlaams-nationalisme dominant. Achteraf gezien was het maar goed dat wij nog niet te links waren, dan hadden we misschien zelfs nooit de trekkers van die massabeweging willen worden.

Maar de beweging werd ook al snel antiklerikaal, tegen de bisschoppen die een rechtstreekse lijn hadden met de Heilige Geest.”

Internationaal ontwaken

“Heel snel hoorde men in het katholieke Leuven : ‘À bas la calotte…’, ‘Purperen gieren buiten!’, ‘Stop een bisschop in uw tank!’. Je hoorde ook ‘Revolutie’.

De matrakken en waterkanonnen van de rijkswacht brachten de mooie praatjes uit de cursussen over onze democratie aan het wankelen. De hymne van de burgerrechtenbeweging in de VS We Shall Overcome nam het stilaan over. De ideeën schoven steeds meer op naar links.”

“Onze generatie was er een die opgroeide in een veranderende wereld. De Tweede Wereldoorlog hadden wij net niet meer meegemaakt, maar wel de democratische en materiële vooruitgang door de overwinning op het fascisme en de totstandkoming van de sociale zekerheid.

In onze tienerjaren begon ook de naoorlogse wereldorde scheuren te vertonen en via de televisie konden wij dat allemaal volgen.”

‘We voelden aan dat een andere wereld mogelijk was, maar we hadden nog veel vragen over hoe die er zou uitzien of bereikt kon worden’

“De Cubaanse revolutie van 1959 leidde in 1962 tot een nederlaag voor de VS in de Varkensbaai. Che Guevara werd een wereldwijd icoon voor jeugdige heldhaftigheid. Ludo Martens zei dat de onafhankelijkheid van Congo in 1960, en vooral de speech van Patrice Lumumba over de misdaden van het kolonialisme – voor de neus van Koning Boudewijn! – zijn blik op de wereld had veranderd. We voelden aan dat een andere wereld mogelijk was, maar we hadden nog veel vragen over hoe die er zou uitzien of bereikt kon worden.”

Vietnamoorlog

“Zelf was ik veel bezig met de folkmuziek uit de Verenigde Staten. Mijn grote helden waren Woody Guthrie en Bob Dylan. Via Guthrie leerde ik het Amerika kennen van de deportees, migranten die omkwamen in vliegtuigcrashes en door de privémilities werden opgejaagd. En het Amerika van de hobos, arbeiders die op zoek naar werk grote omzwervingen door de VS maakten. Guthrie kwam op voor de burgerrechten van de zwarte bevolking en tegen de lynchpartijen van de Ku Klux Klan. Hij was ook sympathisant van vakbonden en communisten en op zijn gitaar prijkte de wapenkreet ‘This Machine Kills Fascists’. Ik leerde via hem de geschiedenis van het Amerikaanse volk kennen, die ik op school nooit had geleerd.”

‘Als we spreken over opgroeien in een katholiek Vlaanderen, mogen we de internationale context niet vergeten’

“Het was ook de tijd van de oorlog in Vietnam en die maakte nog meer indruk op ons. Tijdens het hoogtepunt van de Amerikaanse interventie in Vietnam waren wij al studenten en de gebeurtenissen hadden een rechtstreekse impact op het studentenleven. De hardnekkige weerstand van de bevolking tegen het grootste militaire apparaat ter wereld inspireerde ons, net als de leuze van Che Guevara voor ‘Een, twee, vele Vietnams’.”

“Het Tetoffensief van januari 1968, dat de Amerikanen in Vietnam zware slagen toebracht, toonde vooral hoe sterk het verzet wel was. Dat zorgde voor een enorm enthousiasme bij vele Leuvense studenten die op dat moment hun eigen guerrilla-oorlog aan het uitvechten waren met de rijkswacht. Als we spreken over opgroeien in katholiek Vlaanderen, mogen we die internationale context niet vergeten.”

Kantelpunt

“Eigenlijk waren er twee ‘Leuvense revoltes’. Dat verklaart waarom ook de Vlaams-nationalisten vandaag de beweging claimen. De Vlaamse Beweging flakkerde begin jaren ‘60 weer op onder leiding van Wilfried Martens en de opkomende Volksunie. In mei ‘66 was het Vlaams-nationalisme dominant.

De officiële studentenleiders hadden, uit schrik voor sancties, de leiding overgedragen aan een Vlaamse zakenman, Rik Seghers, die in zijn gloednieuwe Mercedes 230 Leuven binnenreed om zich aan het hoofd te plaatsen van het Actiecomité.”

“Tijdens de betogingen klonk in het begin vooral het dwaze ‘Walen buiten’. Een deel van de CVP en de VU steunde de revolte met een eigen agenda. De politieke vertaling van de Leuvense beweging in het parlement oversteeg het traditionele Vlaamse nationalisme niet. CVP-er Jan Verroken diende een wetsvoorstel in om de homogeniteit van de taalgebieden door te trekken tot het hoger onderwijs. Het haalde de inoverwegingneming niet, maar de groeiende tegenstellingen binnen de nog unitaire CVP-PSC zouden wel leiden tot de val van de regering Vanden Boeynants, na de januarirevolte van 1968.”

‘Voor de Vlaamse bourgeoisie was ‘de zaak Leuven’ een gelegenheid om een groter stuk van het Belgische staatsapparaat onder controle te krijgen’

“Wij herkenden onszelf niet in die traditionele politieke partijen, en dat wantrouwen was trouwens geheel wederzijds. De onverwachte opstandigheid van de studenten dreef het establishment uit Vlaanderen, Brussel en Wallonië zelfs naar elkaar toe. Voor de Vlaamse bourgeoisie was ‘de zaak Leuven’ vooral een gelegenheid om een groter stuk van het Belgische staatsapparaat onder controle te krijgen.”

De Standaard

Manu Ruys, de hoofdredacteur van De Standaard en spreekbuis van de Vlaamse Beweging op dat ogenblik, liep niet hoog op met de studentenleiders. Volgens hem werd de maatschappijkritische houding van Paul Goossens, Walter De Bock en Ludo Martens niet gedragen door de studentenmassa en luisterde het politieke milieu veel meer naar culturele drukkingsgroepen van de Vlaamse rechterzijde, vooral natuurlijk naar kranten zoals de zijne.”

“Historicus Louis Vos merkt daarover op dat Ruys de rol van de studentenleiders wel erg minimaliseert. Volgens hem waren met de studentenopstand van januari 1968 de nieuw-linkse inzichten tot in de bredere studentenwereld doorgedrongen.”

‘Een hele generatie Leuvense studenten nam in die periode afstand van het bekrompen Vlaams-nationalisme en de partijen die dat belichaamden’

“De radicale democratische verzuchtingen die de Vlaamse jeugd naar voren schoof, gingen frontaal in tegen de strategie van de Vlaamse beweging. Een muurkrant uit ‘68 richtte zich tot de Franstalige studenten.

In het Frans, maar opgesteld door een Vlaamse student. ‘La langue française est la seule chose que la bourgeoisie a de commun avec vous. Notre langue qui est aussi la vôtre, est la langue et la mentalité anti-capitaliste et anti-bourgeoise’. Dat was typerend voor de sfeer van toen.”

“Een hele generatie Leuvense studenten heeft in die periode afstand genomen van het bekrompen Vlaams-nationalisme en van de partijen die dat belichaamden. Ook de socialisten en de Kommunistische Partij waren zo goed als afwezig bij deze ‘katholieke broederstrijd’.”

“Het was dan ook vanzelfsprekend dat wij naar een eigen, nieuw politiek alternatief op zoek gingen. Het is tekenend dat AMADA en haar opvolger de PVDA wars zijn van elk nationalisme en voor solidariteit tussen de gemeenschappen. Maar toch is het ook onbetwistbaar dat de revolte de katalysator is geweest voor de verdere opsplitsing van het land en de politieke partijen.”

Wind zaaien, storm oogsten

“Het Vlaams-nationalistische establishment had de linkse storm niet zien aankomen. In 1962 was de Vlaamse Vereniging van Studenten (VVS) officieel het studentensyndicalisme gaan belijden: ze kwamen op voor de democratisering van het onderwijs, de ‘student als jonge intellectuele arbeider’ en een studieloon. Dat discours stond haaks op de elitaire en bourgeoiscultuur van de Leuvense universitaire gemeenschap.”

‘Tijdens de vakantie van 1966 trad een nieuwe generatie studentenleiders naar voren die de leiding van het Katholiek Vlaams Hoogstudenten Verbond in handen namen’

“Lieve hemel! Syndicalisme in de boven het gepeupel verheven tempel van wetenschap en geloof, in de bekrompen wereld van het klerikalisme en het nationalisme, waar de elite werd opgeleid om leiding te geven aan de vrije wereld, de vrije onderneming, waar vakbonden en inspraak synoniem waren van anarchie en verloedering. Vijf jaar daarvoor, in de winter van 1960-61, hadden studentenorganisaties nog meegeholpen om stakingspiketten voor Leuvense bedrijven aan te vallen.”

“Via een vriend leerde ik een moedige maar erg geïsoleerde groep van linkse studenten kennen die zich verenigd hadden in De Brug (tussen christenen en marxisten). Zij hadden de verdienste om ons in contact te brengen met de strijd tegen de Amerikaanse interventie in Vietnam en de strijd van de mijnwerkers van Zwartberg. Tijdens de vakantie van ‘66 trad een nieuwe generatie studentenleiders naar voren die de leiding van het Katholiek Vlaams Hoogstudenten Verbond (KVHV) – toen de enige politieke massaorganisatie van studenten – in handen namen. Daartoe behoorden onder meer Ludo Martens, Paul Goossens en Walter De Bock. Zij wilden de linkse ideeën uit het steriel gefilosofeer in kroegen en debatclubjes halen en tot actie overgaan om de massa’s in beweging te krijgen.”

 

Dit artikel verscheen eerder in Lava van 5 april 2018.

Het tweede deel behandelt de periode na 1966.

Lees ook:

Auteur: Olivier Goessens

De biografie van deze auteur is niet beschikbaar.

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid

Word nu lid van Apache en geniet van deze voordelen:

  • Toegang tot alle ruim 4.000 artikels
  • Deel de artikels gratis met je vrienden
  • Toegang tot alle dossiers en het volledige archief
  • Treed in discussie met journalisten en andere lezers
  • Korting op events en andere journalistieke producten, zoals e-books