Investeren in regionale berichtgeving is nodig

 Leestijd: 7 minuten2

Het gaat niet goed met de lokale en regionale journalistiek in Vlaanderen. Voorbeelden uit de buurlanden tonen aan dat innovatie in regionale berichtgeving loont. Maar daarvoor zijn een beleid en geld nodig.

Vlaams Mediaminister Sven Gatz wil de middelen voor innovatie in de journalistiek anders besteden. Innovatiesteun voor lokale en regionale journalistiek moet een aandachtspunt worden.

Minister Gatz kijkt onder meer naar Nederland, waar via het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek al jaren veel meer middelen ingezet worden op innovatie. Bovendien bevinden Vlaanderen en Nederland steeds meer in een gedeeld media-ecosysteem: 80% van de Nederlandse kranten zijn in Vlaamse handen. Het Fonds Pascal Decroos bezorgde het kabinet recent een voorstel voor een Vlaams stimuleringsfonds onder hun vleugels.

In een recent voorgesteld Vlaams-Nederlands mediarapport ‘één taal, meer stemmen’ zijn proffen, experts en mediaprofessionals het eens dat nieuw beleid niet gericht moet zijn op individuele bedrijven, maar op journalistieke infrastructuur en innovatie.

Nek uitsteken

“Er moet meer in de lokale en regionale journalistiek zitten dan wat er nu in de regiokaternen van kranten staat, maar dan moet het door de overheid opgenomen worden als aandachtspunt”, zegt professor mediastudies Leen d’Haenens (KULeuven). Om lokale en regionale journalistiek te stimuleren, moet er geld zijn.”

“In Nederland wordt 5 miljoen euro vrijgemaakt voor onder meer regionale (onderzoeks)journalistiek. In Vlaanderen moet het Fonds Pascal Decroos het voor al haar projecten stellen met 300.000 euro. Bovendien ondersteunt het Fonds Pascal Decroos enkel journalisten, terwijl ook de keten moet ondersteund worden.”

Professor d’Haenens pleit er dan ook voor om de beschikbare middelen, kennis en expertise te bundelen

Kennis en middelen bundelen

Professor d’Haenens pleit er dan ook voor om de beschikbare middelen, kennis en expertise te bundelen in een stimuleringsfonds, waarvan dus nu een voorstel bij minister Gatz ligt. “Want er wordt wel degelijk geld rondgestrooid in Vlaanderen, alleen is dat onvoldoende ‘geoormerkt’,” zegt ze.

“Innovatiesubsidies van bijna een miljoen euro voor het Mediahuis, een groep die rijk genoeg is om De Telegraaf over te kopen, dat zorgt voor een Mattheuseffect. In Vlaanderen primeert nog een industriële logica. Er wordt te weinig remediërend gewerkt. Zorg niet alleen voor middelen voor mediageletterdheid, maar ook dat het aanbod divers genoeg blijft.”

“De minister van Media moet een visie ontwikkelen. Vanuit de zorgplicht en informatieplicht mag hij niet alle initiatief overlaten aan bedrijven. Er is nood aan diversiteit en pluriformiteit, en bij dat laatste denk ik niet aan politieke kleurtjes.”

Innovatiesubsidies van bijna een miljoen euro voor het Mediahuis, dat zorgt voor een Mattheuseffect

En er is ook geen vervanger meer voor het Steunpunt Media, dat in 2015 werd opgedoekt, merkt professor d’Haenens op. “Tenzij een kleine administratie die weinig initiatief uitspreekt. Eigenlijk gebeurt daar maar iets als er een vraag komt uit de Commissie Media.”

De verantwoordelijkheid bij journalisten leggen, door hen te stimuleren om enterpreneurs te worden, vindt d’Haenens maar een deel van de oplossing. “Hoe lang houden ze dat alleen vol ? Je hebt organisaties nodig die hen ondersteunen en een duidelijke missie hebben. Er moet echt ingezet worden op de journalistieke infrastructuur.”

Stemmen

Een gezond journalistiek klimaat heeft nood aan meerdere nieuwsorganisaties of ‘stemmen’ die elkaar nuanceren door verschillende kanten van het nieuws te belichten.

“Een nastrevend ideaal zou een infrastructuur voor lokaal nieuws zijn, waarbinnen uitgevers van dag- en weekbladen en publieke en commerciële omroepen elkaar scherp houden door de concurrentie aan te gaan om het nieuws in de gemeente en dat zijn daarbij worden aangevuld door één of enkele particuliere nieuwsinitiatieven/nieuwsblogs of hyperlocals, die de burger als journalistieke stem in de meest directe zin aan het woord laten.”

Dat stond al in een Nederlands rapport over nieuwsvoorziening in de regio van 2014.

Hyperlocals

Een gebruiksonderzoek in Nederland leert dat meer dan de helft van de ondervraagden online lokale nieuwssites of hyperlocals bezoekt.

Hyperlocals zijn zelfstandige sites, los van een bestaande omroep of krant, die berichten uit en bepaalde buurt in een stad. “Meestal gaat het om eenmansprojecten, soms bemand door journalisten, maar er kunnen ook communicatiebureau’s achter zitten of aggregatoren die geen eigen nieuws maken met dat van anderen doorgeven”, zegt professor mediastudies Leen d’Haenens (KULeuven). “Net daarom ze zijn kwetsbaar. Na verloop van tijd lopen hyperlocals wat moe. Hyperlocals floreren ook alleen in die gebieden waar er al een aanjager is, zoals een regionale krant. Ze gedijen niet in blinde vlekken” zegt professor d’Haenens. “Hyperlocals alleen blijken ook geen volwaardig alternatief. Burgers willen een grotere diversiteit aan onderwerpen, genres en bronnen.”

Vers Beton bijvoorbeeld is een interessante Nederlandse hyperlocal uit Rotterdam. Vers Beton is geen platform voor snel nieuws of uitgaanstips, maar een plek voor diepgang en reflectie rond politiek, kunst & cultuur, stedelijke ontwikkeling, wetenschap, economie en human interest.

Uitzonderlijk in Vlaanderen

Hyperlocals zijn in Vlaanderen schaars. Eén van die weinige uitzonderingen die het verschil maakt, is het Mechelse online-magazine As Gau Paust, een partner van Apache. Die hyperlocal verslaat nieuws via datajournalistiek en cartoons en schuwt geen wob-verzoeken. As Gau Paust krijgt steeds meer volgers op sociale media en primeurs worden wel eens door regio-edities van kranten overgenomen.

In zekere zin zou ook het Twitteraccount van journalist Bert Staes (De Gentenaar) als hyperlocal gezien kunnen worden. Behalve promotie voor eigen stukken in de krant, lanceert Staes allerlei Gents nieuws en analyses die hij niet op papier kwijt kan en onder meer gesteund zijn op datajournalistiek en wob-verzoeken.

Experimenten

De Krant van West-Vlaanderen (KW), weliswaar geen digitale hyperlocal maar een krant die zowel online als in print inzet op lokaal en regionaal nieuws in West-Vlaanderen, beschikt sinds ruim anderhalf jaar over een onderzoekscel. KW werd recent nog genomineerd voor de Vlaams-Nederlandse onderzoeksjournalistieke prijs De Loep met een dossier over prostitutie.

Journalisten van zes Brusselse media en Transparencia sloegen vorig jaar de handen in elkaar om de lonen, onkostenvergoedingen en nevenmandaten van mandatarissen uit de 19 gemeenten publiek te krijgen.

Canada en Nederland

Nederland trekt tot 2021 jaarlijks vijf miljoen euro uit voor onderzoeksjournalistiek en lokale en regionale journalistiek. De Canadese overheid investeert de komende vijf jaar 32 miljoen euro in één of meerdere onafhankelijke ngo’s die lokale journalistiek ondersteunen in achtergestelde gemeenschappen. Met dat geld moeten onder meer verdienmodellen onderzocht worden. In Noorwegen werd vorig jaar 2,1 miljoen euro vrijgemaakt voor ‘journalism important for society’.

In de Nederlandse stad Leiden besliste het stadsbestuur vorig jaar om de komende vier jaar 250.000 euro te investeren in een fonds en ook in Breda en Almere is over soortgelijke initiatieven gesproken.

Bureau Lokale Zaken

En in Nederland broedt nog meer. In Amsterdam is het Bureau voor Lokale Zaken van start gegaan. Met een startsubsidie uit het Digital News Initiative Fund (Google) wordt een prototype van digitaal online samenwerkingsplatform gebouwd. “Bedoeling is dat lokale onderzoeksjournalisten, experts en burgerjournalisten er in een beveiligde omgeving kunnen samenwerken”, zegt mede-initiatiefnemer Pim Peterse. Momenteel voert “Bureau Amsterdam”, de Amsterdamse sectie van het platform, een haar eerste onderzoek naar de gewijzigde traditie van buurthuizen. Ondertussen werd in Gelderland ook Bureau Bronckhorst opgericht en worden nog afdelingen aangekondigd in Groningen, Leiden en Haarlem.

Pim Peterse (Foto: Apache (c) Kaja Verbeke)

Het initiatief moet leiden tot een blauwdruk die in september 2018 wordt opgeleverd. “Naast de ontwikkeling van het platform zelf, wordt ook het financieel model uitgeklaard, net als de presentatiekant”, zegt Peterse. Die publicatie zou via het platform kunnen, gefinancierd met crowdfunding, abonnementen of fondsenwerking. Maar ook (her)publicatie in andere media (syndicatie) wordt niet uitgesloten, evenmin de verkoop van data of halffabrikaten of de verhuur van het dashboard.

En dan zijn er in Nederland ook nog de regionale mediacentra, waar publieke en private regionale en lokale media innovatief samenwerken aan berichtgeving. In Noord-Brabant richtten BN De Stem en Omroep Brabant een gemeenschappelijke nieuwsdienst op waar nieuws van openbare bronnen en geagendeerde bijeenkomsten samengebracht werd. Met de vrijgekomen redactie-capaciteit werd ingezet op onderzoek, duiding, verdieping en opinie.

Een interessante dienstverlener is bijvoorbeeld LocalFocus. De datajournalistieke nieuwsdienst levert niet alleen kant-en-klaar (opgeschoond) cijfermateriaal aan, via het dataplatform kunnen journalisten ook aan de slag om visualisaties te maken. Het bedrijf levert dus geen nieuwsverhalen af, het is nog altijd aan journalisten om ermee aan de slag te gaan.

The Bureau Local

‘The Bureau Local’ in London in het Verenigd Koninkrijk helpt lokale journalisten in datasets te graven om nieuwe verhalen uit hun gemeentes te halen. Ze bouwen aan een netwerk van lokale journalisten en techneuten. The Bureau Local bestaat uit journalisten die jarenlange ervaring opdeden bij de kranten The Times, Trinity Mirror maar ook de onderzoeksafdeling van Greenpeace en een adverteerders. Hun verhalen verschijnen in verschillende media.

The Bristol Cable is een coöperatie, net als Apache, maar met bijna 2.000 aandeelhouders. Het lokaal onderzoeksplatform brengt een kwartaalblad uit en publiceert ook regelmatig online. Focus ligt op betrokkenheid van lezers, waarmee samengewerkt wordt om verhalen te maken.

Mediacités

Mediacités in Frankrijk ontstond onder meer als tegenreactie omdat geen enkele krant inzette op regionale onderzoeksjournalistiek. De initiatiefnemers vinden dat de nationale pers te weinig middelen inzet voor diepgravende berichtgeving buiten Parijs. Bovendien zorgde 35 jaar decentralisatie ervoor dat dat lokale besturen veel macht kregen. Het online medium is ondertussen actief in vier grote Franse steden (Rijsel, Lyon, Toulouse en Nantes). Via crowdfunding slaagde het project er recent in om ene kapitaalsverhoging van 350.000 euro te financieren.

Correctiv

Correctiv in Duitsland focust ook regelmatig op lokale kwesties. Het onderzoeksbureau publiceert niet alleen eigen verhalen, maar zet op samenwerkingsverbanden op met andere media. Enkel bovenlokale onderwerpen worden aangesneden, het platform werkt voor hun onderzoek samen met zestien regionale kranten. Met hun “verslaggeversfabriek”, leiden ze burgers op om zelf lokaal informatie te verkrijgen en journalistiek actief te worden.

Inspiratie?

Op 25 april organiseert het Nederlandse Stimuleringsfonds voor de Journalistiek het congres “De regio vecht terug” met een update van de stand van zaken in de regio op basis van de beste praktijkvoorbeelden, innovatieve start-ups, veelbelovende samenwerkingen en recent onderzoek naar invloed van nieuws rondom gemeenteraadsverkiezingen.

En als het gaat om het aanleren van nieuwe vaardigheden, dan organiseert de Vereniging van Onderzoeksjournalisten (VVOJ) op 21 april overigens al haar achtste trainingsdag voor Lokale en Regionale Onderzoeksjournalistiek.

Dataharvest, ook aan haar achtste editie toe, verzamelt van 24 tot 27 mei honderden Europese journalisten in Mechelen voor een vierdaagse training met focus op innovatie. De Vlaamse overheid ondersteunt het initiatief met 10.000 euro, maar de organisatie Journalismfund.eu moet veel moeite doen om haar rekeningen te doen kloppen.

Aanbevelingen

De afgelopen maanden heeft het Nederlandse Stimuleringsfonds voor de Journalistiek (SvdJ) een commissie aan het werk gezet die moest nagaan in hoeverre meer samenwerking tussen Nederland en Vlaanderen op vlak van journalistieke infrastructuur en innovatie mogelijk en wenselijk is. Daaruit kwamen zes aanbevelingen, gebundeld in het rapport ‘één taal, meer stemmen’:

  • De nood aan een permanente en onafhankelijke mediamonitoring
  • Niet langer media of bedrijven steunen maar nadruk liggen op journalistieke infrastructuur en innovatie, met daarbinnen aandacht voor regionale en lokale journalistiek
  • Media moeten samen publieke algoritmen en andere toepassingen van kunstmatige intelligentie in een redactionele context ontwikkelen
  • Mediasector, overheid en onderwijs moeten samenwerken om tot een goede en innovatieve infrastructuur te komen
  • Een afstemming van het mediabeleid tussen de landen
  • Beurzen tussen de twee landen afstemmen en uitbreiden

Het huidige journalistieke landschap in Vlaanderen en Nederland maakt het samenwerken niet altijd eenvoudig, zo klinkt het in het rapport. “Omdat er maar een beperkt aantal grote spelers is, is het lastig om onderling (concurrentiegevoelige) informatie te delen”.

Bovendien is een samenwerking tussen grote en kleine spelers vaak moeilijk te realiseren omdat de verhoudingen snel ongelijk zijn. “Dit is ook de reden dat veel bedrijven, zoals de VRT, startups in huis halen zodat er op maat gemaakte producten kunnen worden ontwikkeld.”

De experts benadrukken dat het effectief zou zijn als de sector gezamenlijk een product of gezamenlijke dienst zou ontwikkelen waar de hele (nationale) sector baat bij heeft. “Bijvoorbeeld een groot collectief nieuwsplatform dat een alternatief kan vormen voor Google News. Een dergelijk gezamenlijk product zou de sector als geheel versterken zonder op inhoudelijk vlak te beconcurreren.”

De commissie raadt overigens aan dat er een Vlaams stimuleringsfonds voor de Journalistiek komt, naar analogie met Nederland. Maar minister van Media Sven Gatz (Open Vld) vindt een ‘copy paste’ niet zomaar aan de orde. “In Vlaanderen worden al heel wat taken van dat fond verzorgd, zoals opleidingen door de Mediacademie, steun aan de Vereniging van Vlaamse Journalisten en steun aan het Fonds Pascal Decroos. Daarnaast leert het rapport ons dat de samenwerking tussen mediasector, overheid en onderwijs goed werkt in Vlaanderen.”

Maar er loopt wel een oefening rond het heroriënteren van de innovatieve journalistieke steun. “Hierbij zal nagegaan worden of het Fonds Pascal Decroos als centrale actor kan fungeren”, zegt een woordvoerder van Vlaams Mediaminister Sven Gatz (Open Vld).

Maar ook van bestuurszijde kan innovatie lokale en regionale journalistiek vooruit helpen. Lokale bestuursdocumenten zouden veel beter online ontsloten kunnen worden, wat een veel diverser beeld op de politiek en de beleidsvorming kan geven. De suggestie kwam onder ook aan bod op het Burgerkabinet Media.

Het nieuw decreet lokaal bestuur is een steuntje in de rug, maar nog veel meer bestuursdocumenten zouden ook actief geopenbaard kunnen worden. Ook het streamen van provincieraden, gemeenteraden, commissies of politieraden bijvoorbeeld, kan de berichtgeving erover stimuleren.

Auteur: Steven Vanden Bussche

Steven Vanden Bussche studeerde geschiedenis aan de UGent en mag ook lesgeven aan het secundair onderwijs. Sinds 2005 werkt Steven als journalist. Eerst als regiocorrespondent voor Het Laatste Nieuws en de VRT, daarna zeven jaar voor het persagentschap Belga. Sinds augustus 2017 schrijft Steven voltijds voor Apache.

Word lid

Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu nog aan 6,66 euro per maand.


Ja, ik word lid

Word nu lid van Apache en geniet van deze voordelen:

  • Toegang tot alle ruim 4.000 artikels
  • Deel de artikels gratis met je vrienden
  • Toegang tot alle dossiers en het volledige archief
  • Treed in discussie met journalisten en andere lezers
  • Korting op events en andere journalistieke producten, zoals e-books