‘Gecoro’s moeten slagkrachtiger worden’

 Leestijd: 5 minuten0

Steden en gemeenten krijgen steeds meer vergunningsbevoegdheden van de Vlaamse Overheid. Omdat er verschillende invullingen mogelijk zijn voor de rol van gemeentelijke commissies voor ruimtelijke ordening, dreigt de deur naar cliëntelisme wijder open te gaan. Apache grasduinde met professor Stedenbouw Tom Coppens (UAntwerpen) door het weinige onderzoek naar de werking van gecoro’s.

Eind jaren negentig kregen de provincies en de Vlaamse steden en gemeenten een grotere autonomie voor het voeren van een eigen ruimtelijk beleid. Om de kwaliteit van dat lokaal ruimtelijk beleid te verbeteren, werden gemeentelijke commissies voor ruimtelijke ordening (gecoro’s) in het leven geroepen. Die spelen een belangrijke adviserende rol in de totstandkoming van de gemeentelijke structuurplannen en uitvoeringsplannen, verkavelings- en andere verordeningen en de behandeling van planologische attesten (zoals bouw- en verkavelingsvergunningen).

Tom Coppens (Foto (c) UAntwerpen)

Tom Coppens (Foto (c) UAntwerpen)

Die gecoro’s moeten evenwichtig en representatief samengesteld worden. “Een vierde van de leden dient deskundige te zijn in ruimtelijke ordening, de andere leden worden aangeduid door de gemeenteraad als vertegenwoordigers van de maatschappelijke geledingen”, verduidelijkt professor Tom Coppens. Het gros van de Vlaamse steden en gemeenten beschikt ondertussen over een gecoro, enkel gemeenten met minder dan 10.000 inwoners kunnen vrijgesteld worden.

Op vraag van de Vlaamse Vereniging voor Ruimte en Planning (VRP) leverden experts van de universiteiten Gent en Antwerpen in 2013 een evaluatierapport op over de werking van die adviescommissies na twee legislaturen. Daarvoor werden 111 voorzitters en 500 leden bevraagd.

Weinig representatief

Uit het onderzoek bleek dat de gecoro’s doorgaans weinig representatief samengesteld zijn. Vooral oudere, hoog opgeleide mannen domineren de raden en genderquota werden soms moeizaam gehaald.  Ook de deskundigheid kon beter, vooral dan bij de maatschappelijke geledingen, aldus de experten. Bij de aanduiding van leden werd echter nogal wat politieke beïnvloeding gemeld.

Uit het onderzoek bleek dat de gecoro’s doorgaans weinig representatief samengesteld zijn.

Uit de bevraging bleek dat sommige experten louter partijpolitieke standpunten verdedigden, al gaven de meeste voorzitters aan politiek ongebonden te werken. Toch maakt de complexiteit van de wetgeving beraadslagingen niet evident. En er zijn ook verschillende opvattingen over de rol van de gecoro. Waar de ene zich strikt houdt aan de decretale taken, nemen anderen eigen initiatieven.

Verschillende rollen

Over de opvatting welke rol de gecoro heeft binnen het gemeentelijk beleid, ontwaarden de onderzoekers vier verschillende invullingen. Zo zagen sommige leden een gecoro als participatie-instrument, waarbij de representativiteit van de samenstelling belangrijk is.

Over de opvatting welke rol de gecoro heeft binnen het gemeentelijk beleid, ontwaarden de onderzoekers vier verschillende invullingen.

Andere zien de gecoro als een kwaliteitsinstrument, waarbij de expertise van deskundigen belangrijker geacht wordt.

Maar er zijn ook gemeentes die de gecoro als een controle-instrument zien, waarbij transparantie en openbaarheid belangrijk geacht wordt.

Een laatste invulling is de gecoro als arbitrage-instrument, een ‘neutrale arbiter’ tussen burger en bestuur over de gegrondheid van bezwaren.

Uit gesprekken met voorzitters bleek dat politieke vertegenwoordigers de discussie wel eens in de gewenste richting durven te sturen, en dat andere leden zich geïntimideerd voelen bij sterke politieke figuren.

Zelden verandering

Opmerkelijk ook: de adviezen leiden zelden tot verandering van het gemeentelijk beleid. “Uit onze antwoorden konden we opmaken dat we veelal te maken hadden met volgzame of slaafse gecoro’s, terwijl besturen niet altijd even overtuigd zijn van het nut van participatie via adviesraden”, klinkt het. “Verschillende mechanismen spelen hierbij wellicht een rol. Vooreerst wordt de samenstelling vanuit het college gestuurd, zodat te kritische stemmen misschien geweerd worden. Vervolgens is er de techniciteit van de dossiers, die de adviezen pas zeer laat in de besluitvorming toelaten, waardoor fundamentele bijsturing onmogelijk wordt.”

Onderzoekers stelden vast dat gecoro’s dikwijls zodanig samengesteld worden zodat vanuit die hoek geen kritiek meer kan komen. “In sommige gemeentes zijn gecoro’s een handpop van het college, in andere wel een instrument om een draagvlak te creëren”, aldus professor Tom Coppens.

Onderzoekers stelden vast dat gecoro’s dikwijls zodanig samengesteld worden zodat vanuit die hoek geen kritiek meer kan komen.

“Hoe meer dienstbetoon er is in een stad of gemeente, hoe meer besluitvorming via de politiek verloopt en hoe slechter de gecoro functioneert. We kunnen dat niet veralgemeend hard aantonen, maar dat bleek wel sterk te kloppen uit een aantal cases in een kwalitatief onderzoek. In minder goed functionerende gemeenten is er een heel sterke cultuur van dienstbetoon, overlegt de schepen rechtstreeks met de aanvragers van bouwvergunningen en vaak zonder de administratie. Daar worden dan wellicht ook dingen toegezegd, waardoor er achteraf ook geen ruimte meer is voor transparantie.”

Minder handhaving

Maar niet enkel de werking van gecoro’s zelf verdient meer aandacht. Het gros van de Vlaamse steden en gemeenten is de afgelopen jaren ‘ontvoogd’ inzake ruimtelijke ordening. Dat betekent dat ze zelf stedenbouwkundige- of verkavelingsvergunningen verlenen of weigeren. Tegelijkertijd werden de bevoegdheden van de gewestelijk stedenbouwkundige ambtenaren ingeperkt.

Een masterproef ging na wat de gevolgen zijn voor de handhaving. “We merkten dat er minder geverbaliseerd wordt in ontvoogde dan in niet ontvoogde gemeentes”, zegt Tom Coppens. “Dat kan twee zaken betekenen: ofwel gebeuren er minder bouwovertredingen in ontvoogde gemeentes, ofwel wordt er minder geverbaliseerd. Het tweede lijkt mij het meest waarschijnlijke.

Uit interviews (met betrokkenen in het kader van een masterproef, red.) kwam het erop neer dat men alleen verbaliseerde wanneer er burenruzies waren of er een groot probleem opdook. Maar het is niet zo dat men vanuit eigen initiatief bouwovertredingen opspoorde. Wanneer dat vanuit Vlaanderen gebeurde, was de afstand veel groter en de aanpak systematischer.”

(Foto (cc) VisitFlanders)

(Foto (cc) VisitFlanders)

Een steeds grotere vergunningsbevoegdheid voor gemeenten, en het kortwieken van gewestelijk stedenbouwkundige ambtenaren, zet de deur open voor allerlei mogelijke vormen van dienstbetoon en in een volgende stap zelfs corruptie. “Uit gesprekken bleek dat ambtenaren niet altijd begrijpen waarom een beslissing genomen wordt. Er kon niet altijd duidelijk gemaakt worden welke afspraken of koehandel erachter zaten.”

Nu bevoegdheden rond ruimtelijke ordening meer en meer gedecentraliseerd worden, merkt Coppens dat cliëntelisme hand over hand terug toeneemt. “We keren terug naar een situatie van de jaren tachtig. Toen zijn overigens wel ook een aantal rechtszaken geweest na gesjoemel. Al is het in die materie heel moeilijk om effectief een smoking gun te vinden.”

An Rekkers, directeur van de Vlaamse vereniging voor Ruimte en Planning (VRP) merkt vanuit de praktijk op dat het voor kleinere steden of gemeente moeilijk is om deskundigen te vinden. “Maar als er dossiers te sprake komen waarbij leden persoonlijk betrokken zijn, adviseren wij altijd om zich te onthouden van de stemming of niet aanwezig te zijn”, zegt Rekkers. “En er zijn ook een aantal gemeentes waar de werking van de gecoro niet echt gestimuleerd wordt of waar die zelfden of nooit wordt samengeroepen.”

Voor kleinere steden en gemeenten is het moeilijk om deskundigen te vinden.

Maar naast het bestaan van goedwerkende gecoro’s, ook in kleinere gemeenten zoals bijvoorbeeld Olen, worden er aanvullend steeds meer kwaliteitskamers geinstalleerd, ook in kleinere steden zoals Geel of Mechelen, merkt de VRP-directeur op. “Die kwaliteitskamers zijn meestal samengesteld uit professionelen die dossiers stedenbouwkundig beoordelen, dat zijn niet noodzakelijk mensen die zelf projecten ontwikkelen of daar persoonlijk belang bij hebben.”

Fiscaliteit

Maar niet alleen cliëntelisme dreigt een goede ruimtelijke ordening in de weg te staan. Landelijke gemeentes hebben ook meer baat om te ontwikkelen, aangezien ze vanuit de hogere overheid per inwoner en per bedrijf gefinancierd worden.

Dat lokale politici denken aan gemeentebelastingen en lokale werkgelegenheid, werd eind vorig jaar nogmaals duidelijk in de discussie over Uplace. Burgemeester Jean-Pierre De Groef (sp.a) Van Machelen ziet het mega-shoppingcenter nog steeds zitten, zijn partijgenoot Hans Bonte uit Vilvoorde wil liever een bos.

Brengen grotere gemeentes…

In een opiniestuk in De Standaard waarschuwt professor bestuurskunde Filip De Rynck dat van de verplichting van gemeentes om te verdichten en open ruimte te sparen in de verkiezingsjaren 2018 en 2019 niet veel zal overblijven. Gevolg: ontwikkelaars, eigenaars en verkavelende gemeentes krijgen vrij spel om open ruimte aan te snijden.

Illustratiebeeld (Foto (cc) VisitFlanders)

Illustratiebeeld (Foto (cc) VisitFlanders)

Ook de “Codex Trein”, die lokale besturen nog meer armslag geeft om vergunningen uit te reiken, komt eraan. “We weten al langer dat de meeste gemeentebesturen, zeker in landelijke gebieden, niet de bestuurskracht hebben om vergunningen vanuit een sterk beleid goed te beoordelen en om werk te maken van goede handhaving voor wie de vergunningsvoorwaarden niet respecteert”, aldus De Rynck. “Op dit moment meer ruimte geven aan dit soort gemeentebesturen is inciviek beleid, zou de Vlaamse Bouwmeester zeggen.”

De Rynck ziet een oplossing in grotere gemeentes en daarin staat hij niet alleen.

“Ik wil dat niet goedpraten, maar zeg maar eens als schepen van een stad met 10.000 inwoners dat een project niet kan doorgaan”, merkt directeur An Rekkers van de Vlaamse vereniging voor Ruimte & Planning (VRP). “Vandaar dat wij ervoor pleiten om al die ruimtelijke verhalen op een groter schaalniveau te behandelen. Intergemeentelijk bijvoorbeeld, zeker als het gaat om woonontwikkelingen. Als iedere gemeente blijft vergunningen afleveren voor afgelegen verkavelingen en vrijstaande woningen, dan blijft de maatschappelijke impact zeer groot. Maar dat is geen parate kennis die bij alle gecoro’s aanwezig is of waar iedereen van doordrongen is.”

…zoden aan de dijk ?

Professor De Rynck’s opiniestuk werd begin januari meteen beantwoord door Wieland De Meyer (Gemeentebelangen), schepen van ruimtelijke ordening in de West-Vlaamse gemeente Heuvelland . “Als Vlaanderen werk zou maken van een eerlijke fiscaliteit, zou er veel minder druk zijn op landelijke gemeenten om nieuwe gronden aan te snijden.”

Heuvelland (Foto (cc) VisitFlanders)

Heuvelland (Foto (cc) VisitFlanders)

De Meyer gaat ook in op de beperkte bestuurskracht die sommige kleine gemeentes hebben op vlak van ruimtelijke ordening, door te verwijzen naar de versoepelde Vlaamse wetgeving, zoals de vrijstelling van vergunning voor ophogingen of het plaatsen van tuinhuizen tot 40 vierkante meter. “Met dergelijke Vlaamse regelgeving is het inderdaad niet evident om een kwaliteitsvol beleid te voeren. Gemeenten laten fusioneren, zal geen zoden aan de dijk brengen. Een sterkere minister van ruimtelijke ordening wel.”

Auteur: Steven Vanden Bussche

Steven Vanden Bussche studeerde geschiedenis aan de UGent en mag ook lesgeven aan het secundair onderwijs. Sinds 2005 werkt Steven als journalist. Eerst als regiocorrespondent voor Het Laatste Nieuws en de VRT, daarna zeven jaar voor het persagentschap Belga. Sinds augustus 2017 schrijft Steven voltijds voor Apache.

Word lid

Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu nog aan 6,66 euro per maand.


Ja, ik word lid

Word nu lid van Apache en geniet van deze voordelen:

  • Toegang tot alle ruim 4.000 artikels
  • Deel de artikels gratis met je vrienden
  • Toegang tot alle dossiers en het volledige archief
  • Treed in discussie met journalisten en andere lezers
  • Korting op events en andere journalistieke producten, zoals e-books