Na de Paradise Papers: wie wil de miljarden niet terughalen?

 Leestijd: 8 minuten4

Er zijn in de voorbije decennia wereldwijd biljoenen winst en vermogen aan het zicht van de fiscus ontsnapt. Iedereen dacht dat deze vogels gevlogen waren en dat we ze nooit meer zouden terugzien. Maar in snel tempo krijgen academici, onderzoeksjournalisten en belastingadministraties een zicht op deze wondere wereld van het verborgen fortuin. Dat geeft alvast goede hoop voor de toekomst. Maar hoe zit het met het verleden? In dit stuk pleit ik ervoor om dat niet zomaar te laten rusten.

Ontwijking of ontduiking?

Onlangs verklaarde Louis Michel (MR) in een interview: ‘Ik ben ervan overtuigd dat de offshore constructies in de overgrote meerderheid van de gevallen wettelijk zijn; dat is net het probleem’.

Louis Michel is niet niemand: hij was in het verleden vicepremier, minister van Buitenlandse Zaken, Europees commissaris en maakt nu deel uit van de onderzoekscommissie ‘Panama Papers’ in het Europees Parlement die net haar eindverslag en aanbevelingen had afgeleverd.

De uitspraak van Louis Michel was vreemd; ze staat namelijk niet in dat eindverslag. Ze staat ook lijnrecht tegenover wat wij al tien jaar verdedigen. Elke vennootschap of trust is uiteraard opgericht volgens een wettelijk statuut van een welbepaald land, en dat statuut wordt door de meeste andere landen vervolgens erkend.

Elke vennootschap, elke trust, en dus ook elke offshore constructie, is dus per definitie een wettelijke structuur. Louis Michel had dus beter gezegd dat ze allemaal wettelijk zijn. Maar dat zou dan weinig meer zijn dan een tautologie: ‘een vennootschap is een wettelijke structuur’.

Dat betekent uiteraard niet dat alles wat die doet, geoorloofd of legaal is. Het verbergen, verhullen, wegsluizen of afromen van belastbare materie is in alle ‘ernstige’ fiscale stelsels onwettelijk.

Drie weken later kreeg de demarche van de Franstalige liberaal een nieuwe betekenis. Op 8 november onthulden de journalisten van de Paradise Papers dat zelfs de Belgische staat aandelen aanhield in een postbusfirma op de Britse Maagdeneilanden.

Met name minister van Financiën, Didier Reynders (MR), en de topman van de FOD Financiën, Hans D’Hondt (CD&V), speelden daarin een rol. De journalisten van de Papers hadden al weken op voorhand rondgebeld voor bevestiging van de feiten en voor eventuele commentaar.

‘Ontwijking is geen fraude’, het is een veelgehoorde bewering. Je ziet politici en fiscale specialisten het woord ‘ontwijking’ of het woord ‘ontduiking’ gebruiken naargelang ze zelf vinden dat het beschreven fenomeen legaal of illegaal is

Het ziet er naar uit dat de quote van Louis Michel een soort vooruitgeschoven actie was om de toplui van Financiën, en tegelijk ook die van de wereldwijde fiscale industrie, uit de wind te zetten.

‘Ontwijking is geen fraude’, het is een veelgehoorde bewering. Je ziet politici en fiscale specialisten het woord ‘ontwijking’ of het woord ‘ontduiking’ gebruiken naargelang ze zelf vinden dat het beschreven fenomeen legaal of illegaal is.

Ik denk dat het bij het fenomeen van de offshore constructies altijd beter is het woord ‘ontwijking’ te gebruiken, maar dan vooral zonder dat dat een oordeel inhoudt over de wettelijkheid ervan.

Recent maakten enkele wetenschappelijke onderzoekers opnieuw ontstellende cijfers bekend. Gabriel Zucman (University of California, Berkeley) berekende dat de rijken wereldwijd veel geld buiten hun eigen land aanhouden, de Russen en de Arabieren op kop, maar ook de Belgen zitten vooraan in het peloton.

Zijn Oostenrijkse collega Friedrich Schneider (Johannes Kepler University Linz) maakte nieuwe cijfers bekend van het aandeel van de schaduweconomie in het totale binnenlands product: daar steekt België met kop en schouders boven de buren uit. Beide academici vermijden terecht het woord ‘fraude’.

Uit de statistische totalen en percentages kunnen zij immers niet afleiden of de onderliggende individuele handelingen legaal of illegaal zijn. De onderzoeksjournalisten van de Leaks en de Papers doen hetzelfde. Ook zij nemen op dit punt een neutrale houding aan. Zelfs al beschrijven zij wel individuele dossiers; de feiten op zich zijn interessant en ernstig genoeg.

Panama, toevluchtsoord van ‘ontweken’ kapitaal  (Foto: Flickr © Insel Zapatilla Panama)

Jammer maar helaas?

Bij Louis Michel slaat deze neutraliteit om in een affirmatie. In feite zegt hij: ‘Het is jammer, maar er is niks aan te doen. We moeten het verleden laten rusten. Laten we in de commissie adviezen opstellen om daar voor de toekomst verandering in te brengen’.

Samenvattend is dit zowat de teneur van het verslag van de parlementaire onderzoekscommissie naar de grote fiscale fraude in 2009 en van de beide verslagen van de commissies naar aanleiding van de Panama Papers, zowel in het Europees Parlement als in de Kamer van Volksvertegenwoordigers.

Deze houding, om vooral naar nieuwe wetgevende maatregelen te zoeken, ondersteunt de strategie van de financiële sector en de fiscale advieswereld in concrete dossiers om tegenover de fiscale administratie en het openbaar ministerie aan te tonen dat zij geen punt hebben.

De discussies gaan enkel nog over de te nemen maatregelen voor de toekomst, waar de enen wat verder willen gaan dan de anderen, maar niet over het verleden.

Jammer maar helaas. De vroegere wet volstond niet. Men had er maar betere moeten maken’. De politieke ‘rechterzijde’ in de wetgevende vergadering is het roerend eens met die stelling; en de politieke ‘linkerzijde’ spreekt die stelling ook niet echt tegen.

Gevolg? De discussies gaan enkel nog over de te nemen maatregelen voor de toekomst, waar de enen wat verder willen gaan dan de anderen, maar niet over het verleden. De topverantwoordelijken van de administratie, die veelal uit de politieke wereld komen, nemen een vergelijkbare houding aan.

‘We kunnen ze niet allemaal pakken. Laat ze daarom maar lopen. In de toekomst wordt het anders’. Helemaal droevig wordt het als ook een gerenommeerde en gedreven onderzoeksrechter als Michel Claise (PS) zich defaitistisch uitlaat: ‘Het geld dat vertrokken is naar belastingparadijzen mogen we als definitief verloren beschouwen’.

Daartegenover stond het optimisme van voormalig staatssecretaris voor Fraudebestrijding, John Crombez (sp.a), die op bezoek bij Optima kwam zeggen dat de meeste tussenpersonen in de financiële sector zuiver op de graat zijn: ‘Voor de meeste tussenpersonen durf ik dan ook mijn hand in het vuur te steken’.

Zowel dit soort defaitisme als optimisme hebben tot gevolg dat de soldaten op het terrein het laten hangen.

Zijn de vogels gaan vliegen?

Vijftien jaar geleden dacht ik hetzelfde als Michel Claise. ‘Als de vogels zijn gaan vliegen, zien we ze nooit meer terug’. Alles was moeilijk in de internationale fiscaliteit: het vinden van de informatie, binnen de korte verjaringstermijnen blijven, de bewijsregels en ten slotte de effectieve inning in andere landen.

Sinds 1990 is witwassen in België strafbaar. Dat geldt voor iedereen die de opbrengst van een misdrijf verheelt of verhult.

Tien jaar geleden, zo rond de tijd dat ik gewestelijk directeur van de BBI werd, stelde ik mijn mening echter bij, met dank aan het Hof van Cassatie en de strafwet inzake witwassen. Sinds 1990 is witwassen in België strafbaar. Dat geldt voor iedereen die de opbrengst van een misdrijf verheelt of verhult.

In het geval van fraude is dat in de eerste plaats de fraudeur zelf en daarnaast iedereen die de oorsprong kende of moest kennen. Naast gevangenisstraf is de verbeurdverklaring van het vermogensvoordeel de voornaamste sanctie. Deze mogelijkheid overstijgt de mogelijkheden van de fiscus, vooral nadat het Hof van Cassatie (na meer dan tien jaar discussie) met een aantal arresten bepaalde dat witwassen een autonoom misdrijf is.

Met andere woorden: het maakt niet uit of het verhulde geld van een bankoverval of van fiscale fraude is, ‘het volstaat dat de illegale herkomst bewezen is zonder dat de rechter het juiste misdrijf kent, op voorwaarde dat hij elke legale herkomst of oorsprong kan uitsluiten’.

Ik zou deze arresten een geweldloze versie van de Oktoberrevolutie noemen. Niemand echter die ze had opgemerkt behalve toenmalig minister van Financiën, Didier Reynders (MR). Hij lanceerde in 2004 de eenmalige bevrijdende aangifte (EBA), een mogelijkheid om fraudegeld te regulariseren aan zeer goedkope tarieven. Zonder succes.

Pas de derde ‘eenmalige’ regularisatie in 2013 kende een beperkt succes. Intussen hadden met name de parketten in Antwerpen en Gent toch bewezen dat zwart geld verbeurd kon worden verklaard. Met inbegrip van het zogenaamde verjaard kapitaal, dat is het geld waar de fiscus al lang niet meer aan kon.

Het Hof van Cassatie heeft het bewijs van witwassen dus aanzienlijk vergemakkelijkt. In de wiskunde heet dat een bewijs uit het ongerijmde, het aantonen dat alle andere (legale) mogelijkheden uitgesloten kunnen worden.

Deze redenering geldt in de eerste plaats voor vermogende individuen die kapitaal verborgen hielden. Of ze dit bijvoorbeeld in het zwart verdiend of geërfd hebben, maakt dan niet meer uit; de rechter moet het ‘juiste’ misdrijf zelfs niet weten.

Iets moeilijker ligt met de opgebouwde reserves van multinationale ondernemingen in belastingparadijzen. Europees commissaris voor Mededinging, Margrethe Vestager, komt de verdienste toe duidelijk gemaakt te hebben dat deze vorm van ‘ontwijking’ evenmin legaal is.

Een onderneming die haar winsten uit verschillende landen laat samenvloeien naar één centraal punt, overtreedt tegelijk Europese concurrentieregels en fiscale regels van verschillende landen

Een onderneming die haar winsten uit verschillende landen laat samenvloeien naar één centraal punt, overtreedt tegelijk Europese concurrentieregels en fiscale regels van verschillende landen. Vraag is dan wel of de EU het illegale vermogensvoordeel zal laten restitueren, dan wel al die verschillende ‘benadeelde’ landen. De witwaswetgeving is in de meeste landen ook lang niet zo ‘radicaal’ als in België.

Het was al eens bijna gelukt

In 2009 velde de correctionele rechtbank van Antwerpen een bijzonder interessant vonnis. Een Russische groep voerde olie in uit Rusland, raffineerde die in Antwerpen en verkocht die overal in de wereld.

De winst werd geboekt in een vennootschap met adres in Dublin en de Bahama’s. De onderzoekers hadden aangetoond dat deze Bahamese vennootschap daar niet meer was dan een brievenbus en feitelijk vanuit Antwerpen geleid werd.

Dat betekent dat alle winst als Belgische winst te beschouwen was. De procureur (Peter Van Calster, wie anders?) had beslag gelegd op de aandelen van de hele groep. België kon dus eigenaar worden van een oliebedrijf, zo schreef De Tijd; noem het een poging tot ‘fiscale nationalisering’.

De rechtbank sprak inderdaad een veroordeling voor fiscale fraude uit, maar niet de verbeurdverklaring. Dat zou de fiscus dan nog zelf moeten klaar krijgen. In beroep ging de zaak evenwel helemaal verloren. De verdediging kon allerlei tegenstrijdige fiscale visies tegen elkaar uitspelen.

Intussen was ook de Russische fiscus op het toneel verschenen. Die meende dat de winst aan de Russische Federatie toekwam en had daar een belachelijk lage taks op geheven. Het was inderdaad zo dat de winst zowel uit Rusland als uit België weggezogen was. In plaats van de Russische aanspraak van de Belgische af te trekken, liet het Hof van Beroep de hele zaak vallen.

Verschuiving van financiën naar justitie

Het is nu, zeker in België, niet meer zo moeilijk om zwart geld te vangen. Maar de oplossing is verschoven van de fiscale wet naar de strafwet. Van Financiën naar Justitie.

Bij Financiën zijn ze met veel, maar zij kunnen het niet meer. Bij Justitie zijn ze met te weinig om tienduizenden offshore rekeningen en -constructies de baas te kunnen

De moeilijkheid verlegt zich ook van iets dat juridisch ingewikkeld is naar iets wat organisatorisch veel capaciteit vraagt. Bij Financiën zijn ze met veel, maar zij kunnen het niet meer. Bij Justitie zijn ze met te weinig om tienduizenden offshore rekeningen en -constructies de baas te kunnen.

Michel Claise – weer hij – liet optekenen: ‘Het parket kan niet eens de huidige werklast van zo’n 500 financiële dossiers aan. Die 61.000 dossiers [van Anthonissen] gaan recht de vuilbak in. Tegen zware inbreuken dien je alle middelen in te zetten maar aan die regularisatiedossiers moet je geen energie meer verspillen’.

Precies wat ook zijn tegenstanders willen. In de strijd tegen misdaad en fraude moet de staat inderdaad doen wat zij kan doen. Dat is een kwestie van openbare orde en behoorlijk bestuur.

Is het nu echt een onbegonnen werk om nog tienduizenden en enkele multinationals af te rekenen op hun verleden? Moeten we ons dan maar beperken tot het verbeteren van de toekomst?

Het zijn dan oplossingen, zoals de kaaimantaks of CFC-regelingen, die erop neerkomen dat men zegt: ‘Vanaf nu gaat u het spel een beetje fair spelen’. Mijn antwoord is nog altijd: ‘Yes, we can’. Maar dan komen we op een punt waar zowel Michel Claise als John Crombez het moeilijk mee hebben: de regularisatieregeling, intussen al de vierde.

Ik begrijp dat partijen als sp.a en PS het daar moeilijk mee hebben. In 2013 spraken ze al over ‘de allerlaatste kans voor een fiscale amnestie’. Het siert met name ook John Crombez, en zijn toenmalige kabinetschef, dat het de eerste regeling was met een ernstig tarief: namelijk 35% op het verjaarde kapitaal.

Iedereen lachte ons daarmee uit. ‘Je bent zot. Niemand gaat dat betalen’. Toch is er een half miljard euro binnengekomen. Vanzelf. Daarvoor moeten 600 ambtenaren van de Bijzonder Belastinginspectie (BBI) twee jaar werken. En het zou nog meer geweest zijn als er wat druk op de ketel was gezet vanuit Justitie en Financiën.

Maar niemand propageerde het. Voor de één was het te veel, voor de ander te weinig.

Oproep

Toegegeven: de mogelijkheid om zwart geld vlot verbeurd te laten verklaren, is niet alleen een geweldloze versie van de Oktoberrevolutie, het is ook een light versie. Het gaat niet over een volledige onteigening van de kapitalisten.

Het tarief is nu 37% en in de volgende jaren komt er telkens een procentje bij. De nieuwe regularisatiewet geeft – als men volledig is – een absolutie van fiscale en strafrechtelijke vervolging.

Het enige wat Michel Claise en zijn collega’s-procureurs zouden moeten doen, is offshore kapitalisten bij bosjes uitnodigen en hen duidelijk maken dat er nog serieus iets moet worden rechtgezet

Neen, het enige wat Michel Claise en zijn collega’s-procureurs zouden moeten doen, is offshore kapitalisten bij bosjes uitnodigen en hen duidelijk maken dat er nog serieus iets moet worden rechtgezet. Als de fiscus in de voorbije jaren al 60.000 ‘spontane’ rechtzettingen kon verwerken, kunnen ze dat in de komende jaren ook nog.

Alleen moet iemand hun ‘klanten’ een beetje aanmoedigen. Het is duidelijk dat de kansen op onthulling nog zullen toenemen. Het moet ook duidelijk gemaakt worden dat de kansen op vervolging en verbeurdverklaring, niet zullen blijven liggen. Ook zou het al iets geven als de minister van Justitie, Koen Geens (CD&V), een en ander zou ondersteunen.

Dit artikel verscheen eerder in het tijdschrift Sampol. www.sampol.be

Auteur: Karel Anthonissen

is gewestelijk directeur van de Bijzondere Belastinginspectie Gent