‘De deeleconomie kan een globale culturele revolutie veroorzaken’

 Leestijd: 5 minuten1

Deeleconomieën zijn een antwoord op de overconsumptie in een wereld waarin grondstoffen steeds schaarser worden. Daarnaast bieden ze volgens Harvard-professor Yochai Benkler ook een uitdaging voor de dominante economische logica van de voorbije 40 jaar. “Privébezit, patenten en de vrije markt zijn niet de enige manier om een maatschappij efficiënt in te richten.”

De deeleconomie in België

In deze tweedelige reeks neemt Apache deeleconomieën onder de loep. De exponentiële groei van de deeleconomie doet immers veel vragen rijzen, en genereert heel wat verwarring en discussie.

Lees hier deel 2.

Spullen en diensten delen is vandaag makkelijker dan ooit tevoren. De tent van de buren, de beamer van een collega of een autorit: dankzij een online platform met een breed netwerk is het een fluitje van een cent. Ook de schaal waarop we delen is een pak groter, wat een efficiëntere en duurzamere economie mogelijk maakt.

Neem nu een auto, die staat voor het grootste deel van de tijd stil. Waarom niet de onderbenutte capaciteit invullen door ook anderen er tegen een vergoeding gebruik van te laten maken? Zo kun je je auto delen met platformen zoals CarAmigo of Dégage, of gebruikmaken van een collectieve vloot zoals bij Cambio of Partago.

Autodelen zorgt ook voor een bewuster consumptiegedrag. Je wordt immers verplicht om doordachter en meer collectief om te gaan met je mobiliteit.

Kinderfietsenbibliotheek

Bedrijven blijven eigenaar van hun producten, maar bieden deze aan als een dienst in plaats van als een product.

De vzw Netwerk Bewust Verbruiken werkt aan de ontwikkeling van circulair ondernemen en promoot de overgang van een bezitsmodel naar een gebruiksmodel. Bedrijven blijven eigenaar van hun grondstoffen of producten, en bieden deze als een dienst aan in plaats van als een product.

Een van hun pilootprojecten is Op Wielekes, een bibliotheek van kinderfietsen. Voor 30 euro per jaar kun je een fiets op maat van je kind gebruiken. Is de fiets te klein geworden, wissel je hem om voor een groter exemplaar. Winst is daarbij geen doelstelling, de bedenkers willen zo veel mogelijk fietsen herstellen en in het systeem laten circuleren. De vzw wil zo een nieuw ecosysteem initiëren, waarbij de toegang tot spullen centraal staat.

Foto: Pixabay (c) cocoparisienne

Delen met je buren

Peerby, het recentste project van vzw WijDelen, is een online deelplatform voor gebruiksvoorwerpen tussen peers (gelijken) die zich bij elkaar in de buurt bevinden. Heb je bijvoorbeeld stoelen en tafels nodig voor een tuinfeest? Geen probleem, log in op het platform en doe een oproep. Peerby verstuurt je vraag naar 250 leden in een straal van 7,5 kilometer rondom je woonplaats. Andere leden kunnen vervolgens reageren en voorwaarden stellen om de spullen te mogen lenen.

(Foto: Peerby)

(Foto: Peerby)

De Peerby-community heeft in België in drie jaar tijd 25.500 leden verworven. Elke maand versturen zij 1.200 oproepen. Vooral in de steden heeft een oproep kans van slagen. Daar wordt een overgrote meerderheid met succes behandeld. De dienst is bovendien volledig gratis: er worden geen commissies geheven en je moet geen verzekering afsluiten.

Maar volgens Lieven D’hont, de initiatiefnemer van Peerby, aarzelen de gebruikers nog te veel om zaken te vragen: “We durven te weinig spullen lenen van een ander omdat we dan een ‘schuld’ aangaan.” Door laagdrempelige experimenten leert het platform zijn gebruikers hoe makkelijk en leuk het is om te delen. “Zo willen we langzaamaan een gedragsverandering instellen. Uiteindelijk helpen mensen elkaar graag, het maakt gelukkig.”

Verdienmodel

Om het platform gratis te kunnen aanbieden, ontwikkelde de vzw ook een betalend luik voor groepen. Bedrijven of verenigingen kunnen een gesloten peer group oprichten waar leden onderling spullen uitwisselen. Op die manier kunnen medewerkers genieten van een extra dienst en worden kosten uitgespaard. Bovendien promoot de organisatie duurzaamheid en versterkt het sociale cohesie. Zo kunnen bijvoorbeeld ook lokale sportverenigingen materiaal uitwisselen.

De oprichters hopen vooral om een mentaliteitsverandering teweeg te brengen bij burgers

Het lidmaatschap voor een peer group kost tussen de 250 en 500 euro per maand. In ruil zorgt Peerby voor het online platform, de administratie, promotie en bemiddeling bij conflicten. Momenteel maken Ikea, Colruyt en Green Track Gent – een koepelorganisatie in de Gentse cultuursector – gebruik van de dienst. Peerby hoopt dit jaar minstens tien groepen op te richten en zo de vzw te laten doorgroeien tot een coöperatieve vennootschap.

Mentaliteitsverandering

Peerby heeft niet de ambitie om de Airbnb van het spullendelen te worden. Winst is niet de drijfveer en ‘groeien om te groeien’ evenmin. De oprichters hopen vooral om een mentaliteitsverandering teweeg te brengen bij burgers en een keten van stimuli te creëren om diensten te organiseren bovenop het Peerby-platform. Dat kunnen zowel ondernemers, burgerinitiatieven als bedrijven zijn. Een verhuurbedrijf van werktuigen zou zo op het deelplatform haar spullen kunnen aanbieden als er geen buur is die over bijvoorbeeld een kettingzaag beschikt.

Deze initiatieven kunnen onder de vorm van een coöperatie antwoorden zoeken voor het complexe probleem van overconsumptie in een wereld waarin grondstoffen steeds schaarser worden. Het concept van de peer groups is één antwoord, maar er zijn ongetwijfeld nog talloze projecten denkbaar.

De toegang tot goederen en diensten worden steeds vaker door digitale platformen beheerd. Dat levert de die platformen een enorme macht op.

Gevaar van deeleconomieën

Het beheermodel van deeleconomieën is een heikel punt. De toegang tot goederen en diensten worden steeds vaker door digitale platformen beheerd. Dat levert die platformen een enorme macht op. Wanneer die toegang in privéhanden ligt zonder dat de gebruikers kunnen meebeslissen en er voldoende transparantie kan worden gegarandeerd, ontstaat er een sterke afhankelijkheid van de gebruikers tegenover de beheerders.

Daarom kunnen we ons afvragen of we de digitale platformen niet beter beschouwen en beheren als een gemeengoed, een soort basisinfrastructuur van alle burgers waarop particulieren en bedrijven hun diensten kunnen bouwen, en niet omgekeerd.

Belang van andere organisatiestructuren

Peerby is zich daar bewust van en wil een netwerk creëren met een organisatiestructuur die flexibeler is dan die van klassieke ondernemingen. Het wil ook minder afhankelijk zijn van de visie en drijfkracht van diegenen bovenaan de hiërarchische ladder. D’hont definieert het project als een vlakke organisatie waarin iedere autonome groep wil bijdragen aan het totale project. “Samenwerking rond een gemeenschappelijk doel is veel krachtiger dan samenwerken in functie van winst, waarbij bovendien slechts enkelen beslissen wat er met die opbrengst gebeurt”, stelt hij.

Als productieverantwoordelijke in een familiebedrijf zag D’hont hoe een klassieke bedrijfsstructuur ervoor zorgt dat een bedrijf niet op volle kracht draait. “Het is een bottleneck die de hele structuur inefficiënt maakt”, getuigt hij. “Ik heb ervaren hoe de directeur alle lasten draagt en het hele bedrijf moet trekken en duwen. Daarom geloof ik dat kleinere organisaties die zich aan elkaar koppelen veel beter werk leveren”.

Een economische crisis biedt de samenleving de gelegenheid om te experimenteren met andere vormen van organisaties

Een economische crisis en stagnatie van de economische groei bieden de samenleving de gelegenheid om te experimenteren met andere vormen van organisaties. De traditionele centraal geleide en hiërarchische structuren staan haaks op de netwerklogica van het internet, dat veel efficiënter werkt wanneer kleine, autonome groepen decentraal beslissingen nemen.

Wereldwijd zijn er steeds meer interessante voorbeelden van nieuwe organisatievormen te vinden, zoals software- en serviceontwikkelaar Enspiral uit Nieuw-Zeeland. Het is een collectief van zelfstandigen die in een open structuur samenwerken rond aparte opdrachten. Er komt geen centrale hiërarchie aan te pas. De zelfstandigen zélf beslissen op welke manier en met wie ze samenwerken, en dat steeds binnen de waarden van de organisatie en onder haar naam.

Yochai Benkler (Foto: Apache (c) Bart Grugeon Plana)

The winner takes all

In de visie van Yochai Benkler, professor aan de universiteit van Harvard en gespecialiseerd in de impact van het internet op de maatschappij en economie, zijn er twee modellen voor deeleconomieën. Het zijn twee mogelijke scenario’s voor de toekomst van de digitale economie.

Het ene model, vertegenwoordigd door Airbnb of Uber – in feite digitale marktplaatsen van toeristische appartementen of taxiritten – heeft met delen weinig te maken. “Het gaat veeleer om een transformatie van de markteconomie, die zich aanpast aan de nieuwe digitale mogelijkheden. Ze profiteren bovendien van het legaal vacuüm om aan sociale en arbeidswetgeving te ontsnappen, terwijl via betwistbare taksconstructies ook aan fiscale verplichten wordt ontkomen”, aldus Benkler.

Dit type platformen gelooft in de economische logica ‘the winner takes all’. Daarom willen ze een unicorn zijn: een startup met een potentiële waarde boven een miljard dollar die zichzelf door zijn monopoliepositie onontkoombaar maakt. Het is een model dat waarde uit de lokale economie overhevelt naar het platform. Op termijn zorgt het voor een structurele ongelijkheid tussen de eigenaars van de platformen en de gebruikers, wat leidt tot een onevenwichtige spreiding van de beslissingsmacht.

Zelforganisatie en gemeengoed

Wat buren of bekenden vroeger konden afspreken dankzij vertrouwen, kan nu georganiseerd worden op veel grotere schaal.

Het tweede model vertrekt vanuit de toegenomen mogelijkheden van sociale zelforganisatie om systemen op te zetten waarbij het beheer van goederen en diensten bij de gebruikers zélf ligt. Wat buren of bekenden vroeger konden afspreken dankzij vertrouwen kan nu georganiseerd worden op veel grotere schaal.

Dit model toont de levensvatbaarheid van organisaties die niet opereren volgens een marktlogica en evenmin door de overheid zijn georganiseerd. Het zijn spontane initiatieven, gecreëerd door een gemeenschap om praktische noden te vervullen. Ze opereren volgens regels die door de gemeenschap worden uitgewerkt.

Dit organisatiemodel is een common, een gemeengoed. Benkler gelooft dat deze digitale commons een globale culturele revolutie kunnen veroorzaken: “Ze bieden een alternatief op de dominante ideologie van de voorbije 40 jaar, die tot aan de economische crisis van 2008 heeft kunnen volhouden dat privébezit, patenten en de vrije markt de enige manier zijn om de maatschappij efficiënt in te richten.”

Auteur: Bart Grugeon Plana

Bart Grugeon is historicus en werkt als journalist voor La Directa in Barcelona en ook voor andere internationale nieuwssites. Hij schrijft over culturele en maatschappelijke thema’s en heeft een bijzondere interesse voor de deeleconomie en nieuwe vormen van “commons based peer production”. Zijn publicaties kan je vinden op zijn website: www.contributing2commons.org

Word nu lid van Apache en geniet van deze voordelen:

  • Toegang tot alle ruim 4.000 artikels
  • Deel de artikels gratis met je vrienden
  • Toegang tot alle dossiers en het volledige archief
  • Treed in discussie met journalisten en andere lezers
  • Korting op events en andere journalistieke producten, zoals e-books