Na de cumul: politieke partijen worden steenrijk

 Leestijd: 3 minuten4

Het eigen vermogen van de Belgische politieke partijen blijft spectaculair groeien. De recent in de Kamer neergelegde partijboekhoudingen voor het jaar 2016 tonen aan dat alleen al de Vlaamse politieke partijen samen een eigen vermogen van ruim 64 miljoen euro hebben opgebouwd.

Dat is bijna 8 miljoen euro meer dan in 2015. Op tien jaar tijd werden de oorlogskassen van de Vlaamse politieke partijen meer dan dubbel zo groot: van 28,7 miljoen in 2007 tot 64 miljoen in 2016. Ongeveer 85 procent daarvan is belastinggeld.

Daarbij valt vooral op dat N-VA met net geen 25 miljoen euro tekent voor bijna 40 procent van het eigen vermogen van alle Vlaamse partijen samen. De partij zag haar fortuin de voorbije jaren groeien als kool: van goed 3 miljoen euro (in 2007) tot bijna 25 miljoen (in 2016). Met een eigen vermogen van bijna 11,5 miljoen euro hinkt de PS als tweede rijkste Belgische partij al een flink eind achterop.

Kijken we naar de totale activa van de politieke partijen dan worden de cijfers nog sprekender. De Belgische partijen, vertegenwoordigd in de Kamer, beschikten in 2016 samen over 142 miljoen euro. Ruim 99 miljoen euro daarvan is in ‘Vlaamse handen’. De Franstalige partijen beschikken samen over net geen 43 miljoen euro aan activa.

 

‘Graaien’

Dat het vermogen van de Belgische politieke partijen blijft groeien terwijl de bevolking gevraagd wordt de broeksriem aan te spannen, is sommigen al langer een doorn in het oog. Politicologen zoals Bart Maddens, Jef Smulders en Luc Huyse hekelden al meermaals de uitbundige manier waarop politieke partijen in ons land hun eigen financiering verzorgen.

Daarbij vallen harde woorden als “overheidsdoping”, “abnormaal hoge financiering”, “omerta” en “zelfbediening”. Woorden die de voorbije maanden ook centraal stonden in de discussies over de politieke schandalen. Publifin, Publipart, Samusocial, het bijklussen van Kamervoorzitter Siegfried Bracke (N-VA), de cumul van Geert Versnick (Open VLD), … Steevast ging het over de ongeoorloofde bijverdiensten van individuele politici, al dan niet gemandateerd door hun eigen partij.

 

Maar nooit ging het over de politieke partijen zelf, terwijl de cijfers in de boekhoudingen aangeven dat het belastinggeld dat naar de politieke partijen stroomt ettelijke malen hoger is dan de bedragen die naar buiten kwamen in het kader van de individuele schandalen. De term “graaien” lijkt soms meer op zijn plaats voor wat politieke partijen doen, dan voor het individuele gedrag van een aantal individuele politici.

Particratie

Tekenend voor het probleem is dat de werkgroep politieke vernieuwing die een maand geleden met een aantal praktische maatregelen kwam rond transparantie en verdiensten van individuele politici, met geen woord repte over de te hoge partijfinanciering.

Daar komt bij dat de politieke partijen hun eigen boekhouding in de bijzondere commissie verkiezingsuitgaven zelf controleren. Over de werkzaamheden daar bestaat nauwelijks transparantie. Het aanstellen van onafhankelijke experten enkele jaren terug, bleek al snel een vrij ‘Belgische’ oplossing te zijn waarbij via een half verdoken advertentie vooral ‘onafhankelijken’ werden aangeduid met een soms zeer sterke partijpolitieke binding.

De term “graaien” lijkt soms meer op zijn plaats voor wat politieke partijen doen, dan voor het individuele gedrag van sommige individuele politici.

De analyse dat politieke partijen veel te veel macht hebben en dat België de facto een particratie is, werd al vaker gemaakt. De politieke zelfbediening via het financieringssysteem versterkt die almacht verder. Het ondergraaft de onafhankelijke positie van politici tegenover hun eigen partij.

69 miljoen euro

Het overgrote deel van de inkomsten van politieke partijen – ongeveer 85 procent – is belastinggeld. Via de Kamer en via de regionale parlementen stroomt er jaarlijks 60,8 miljoen euro naar de partijen die actief zijn in die parlementen. Dat bedrag omvat de dotaties per stem en de toelagen voor de werking van de politieke fracties.

Dat bedrag ligt ook hoger dan voor de zesde staatshervorming waarbij de Senaat werd afgebouwd. Om de verliezen van de inkomsten voor de politieke partijen via de Senaat te compenseren, werd beslist het bedrag dat per uitgebrachte stem binnenstroomt via de Kamer te verdubbelen. In ruil worden de fractietoelagen via de Senaat weliswaar verminderd, maar in 2014 becijferden Bart Maddens en Jef Smulders al dat de politieke partijen er via het nieuwe systeem netto nog eens 4,3 miljoen euro bij krijgen.

Dat weerspiegelt zich ook in de boekhoudingen: de teller staat vandaag op 60.8 miljoen euro. Aangevuld met de subsidies in de provincieraden en de subsidies in Franstalig België voor aan de partijen verbonden instellingen stroomt er jaarlijks ongeveer 69 miljoen euro belastinggeld naar de Belgische politieke partijen.

Te hoog

Wie de evolutie van het vermogen van de partijen bekijkt, kan niet anders dan vaststellen dat de hoeveelheid belastinggeld die de politieke partijen jaarlijks aan zichzelf overmaken veel te hoog ligt.

Er is geen enkele reden waarom het eigen vermogen op tien jaar tijd dient te verdubbelen. Een bescheiden ‘oorlogskas’ met het oog op verkiezingen en een mogelijk verlies aan inkomsten bij electoraal verlies, is verdedigbaar, maar bescheiden kunnen de oorlogskassen al lang niet meer worden genoemd. Integendeel, ze worden enkel groter.

 

Leggen we de evolutie van het eigen vermogen van de partijen naast de evolutie van hun electorale scores, dan wordt helemaal duidelijk dat de politieke partijen (veel) te veel geld krijgen. Partijen die fors groeien, zoals N-VA zien hun fortuin nog sneller toenemen dan hun electorale groei. Bij partijen die hun electoraat fors zien slinken, zoals het VB, blijft er verhoudingsgewijs toch veel geld in kas.

Maar ook bij partijen waarbij de electorale neergang relatief trager verloopt – sp.a en Open VLD zijn daar de beste voorbeelden van – stellen we vast dat de neergang weinig effect heeft op het eigen vermogen, integendeel zelfs.

De tijdelijk terugvallen in het fortuin van de politieke partijen hangen samen met verkiezingsjaren. In verkiezingsjaren gaat er heel veel geld naar propaganda en communicatie. Dat vreet soms (licht) aan de vermogens, maar de jaren die daarop volgen wordt de stijgende lijn vlot weer hernomen. De samenvallende verkiezingen en de bijhorende verkiezingsloze jaren sinds 2014 maken dat de oorlogskassen enkel sneller groeien.

Morgen in deel 2 brengen we de meest opmerkelijke evoluties van de verschillende partijen in beeld. Hoeveel geld hebben ze en wat doen ze ermee?

Noot: PVDA/PTB is een Belgische partij. In de berekening van de verhouding tussen Vlaamse en Franstalige partijen hebben we ze als een ‘Vlaamse’ partij meegerekend.

Auteur: Tom Cochez

Licentiaat criminologie. Werkte van 1997 tot 2008 voor De Morgen. Hij volgde er vooral gezondheidszorg, sociale zaken en milieu en verdiepte zich in de politieke partijen Vlaams Belang en Groen. In 2008 koos hij ervoor om opnieuw op freelance basis te werken onder meer ook voor Knack en Humo. Een jaar later stond hij mee aan de wieg van De Werktitel, het latere Apache.be. Vandaag werkt hij als redacteur en coördinator.

Word nu lid van Apache en geniet van deze voordelen:

  • Toegang tot alle ruim 4.000 artikels
  • Deel de artikels gratis met je vrienden
  • Toegang tot alle dossiers en het volledige archief
  • Treed in discussie met journalisten en andere lezers
  • Korting op events en andere journalistieke producten, zoals e-books