Hoe publiek is de publieke ruimte nog?

 Leestijd: 6 minuten4

Recente protesten in Gent en Brussel tonen aan dat de publieke ruimte en het gebruik ervan ook in ons land voer voor discussie is. Om de beperkte publieke ruimte woedt een constante strijd tussen de verschillende gebruikers die zich de ruimte of een stuk ervan willen toe-eigenen. Tegelijk baten private projectontwikkelaars pseudo-publieke ruimtes uit volgens eigen regels. Hoe publiek is de publieke ruimte nog?

De Britse krant The Guardian bracht onlangs de zogenaamde pseudo-publieke ruimtes in Londen in kaart. Het gaat om pleinen, parken en andere op het eerste zicht openbare ruimtes die echter in handen zijn van private eigenaars. Het zijn dus ook die eigenaars, en niet de (lokale) overheid die er de regels bepaalt én afdwingt, al dan niet via private beveiligingsfirma’s.

Tegenstanders, die zich aan verschillende kanten van het politieke spectrum bevinden, zien door deze “privatisering van de openbare ruimte” een nieuw democratisch deficit ontstaan. Labour-voorzitter Jeremy Corbyn riep op om deze ruimtes terug te vorderen van de private eigenaars. “De wetten van ons land zouden de publieke ruimte moeten regeren, niet geheimzinnige privéregels”, zei Corbyn.

Voormalig Antwerps en huidig Brussels bouwmeester Kristiaan Borret ziet de problematiek ook in ons land opduiken. “Maar het is geen recent gegeven. Ik schreef er twintig jaar geleden al over. Het is een oud zeer in de stadsontwikkeling. Al is het niet zo dat er de laatste jaren veel veranderd is en meer geprivatiseerd wordt.”

“Er is in principe niks mis mee dat private bedrijven investeren in publiek domein. Alleen moeten er duidelijke afspraken gemaakt worden tussen hen en de overheid over wat er achteraf mee gebeurt, en daar schiet men vaak tekort”, meent Borret.

Het pseudo-publieke park van Thurn & Taxis (Foto: Izaakgauze - - Creative Commons licentie)

Thurn & Taxis

Borret verwijst als voorbeeld naar het park van Thurn & Taxis in Brussel, dat eigendom is van ontwikkelaar Extensa, maar waar er geen afspraken zijn over de overdracht. “Er is wel een belofte van Extensa, maar die wil het park niet overdragen aan de overheid zolang het niet alle omliggende gebouwen heeft verkocht”, zegt Borret.

Kristiaan Borret: ‘Een overdracht van eigenaarschap is dus noodzakelijk als de overheid zeker wil zijn dat een park of plein niet plotseling afgesloten zal worden, of dat bepaalde groepen of gedragingen geweerd worden.’

Actiegroep TouT Publiek pleit er al jaren voor om er een echt publiek park van te maken. Recent keurde in navolging van de stad ook het gewest een bijzonder bestemmingsplan goed waarin het park omgedoopt wordt tot “multifunctionele openbare ruimte” die echter wel in privéhanden blijft. Maar ook na de goedkeuring van het BBP blijft het volgens TouT Publiek echter onduidelijk “of het beheer van het park en de publieke ruimte nu eindelijk zal worden overgedragen aan Leefmilieu Brussel, waarvan reeds jaren wordt gezegd dat het de bedoeling is.”

“Er zijn volgens ons te weinig garanties dat het park effectief publiek zal blijven”, meent Steyn Van Ascche van de Brusselse stadsbeweging Bral. “De overheid zou veel strenger moeten onderhandelen over het openstellen ervan.”

Verkaveling versus stadsontwikkeling

Volgens Borret vertrouwt Extensa de overheid niet. “De ontwikkelaar is bang dat de overheid het park niet goed zal onderhouden. Een park in slechte staat zou vervolgens afstralen op de gebouwen, waardoor die in waarde zouden zakken.”

Toch pleit de Brusselse bouwmeester voor het overdragen van het park. “Ik hou mij aan het principe dat wanneer het eruit ziet als publieke ruimte het ook publiek zou moeten zijn. Eigenlijk komt het erop neer om de principes die gelden voor een gewone verkaveling ook toe te passen in de stad. In een verkaveling legt de ontwikkelaar meestal de wegenis aan om die vervolgens over te dragen, in een stad zou dat niet anders mogen zijn.”

“In de stad willen ontwikkelaars echter een bepaald publiek aantrekken, en dus ook een ander publiek weren, daarom behoudt men liever de controle. In een verkaveling heeft men dat probleem minder. Een overdracht van eigenaarschap is dus noodzakelijk als de overheid zeker wil zijn dat een park of plein niet plotseling afgesloten zal worden, of dat bepaalde groepen of gedragingen geweerd worden”, stelt Borret.

Kristiaan Borret: “In de stad willen ontwikkelaars een bepaald publiek aantrekken, en dus ook een ander publiek weren, daarom behoudt men liever de controle.”

Controle

Zoals Borret al aangaf, is er ten opzichte van twintig jaar geleden weinig veranderd aan de problematiek van privatisering. Het karakter van de publieke ruimte daarentegen is wel gewijzigd. Ook stedenbouwkundige Maarten Gheysen (KU Leuven) ziet de laatste jaren wel wat bewegen in de omgang met publieke ruimtes. “Er word veel meer gecontroleerd, door de overheid, maar ook door privébedrijven. Camerabewaking is schering en inslag, en wordt steeds uitgebreid, bijvoorbeeld met nummerplaatherkenning.”

Maarten Gheysen: ‘Ook de inrichting van bepaalde publieke ruimtes kan erop gericht zijn om die ruimtes te beheren, bepaalde ongewenste groepen te weren en dus conflicten en wrijvingen uit te schakelen.’

Bij de alomtegenwoordigheid van bewakingscamera’s staan we nauwelijks nog stil, maar publieke ruimtes worden ook op andere, minder vanzelfsprekende manieren geregisseerd.

“Een bekend voorbeeld is de waterpartij voor de Proximus-torens. Dit is publieke ruimte die gebruikt wordt om een privaat gebouw af te schermen. Op andere plekken worden dan weer banken geplaatst waar je niet op kan liggen. Deze voorbeelden maken duidelijk dat ook de inrichting van bepaalde publieke ruimtes erop gericht kan zijn om die ruimtes te beheren, bepaalde ongewenste groepen te weren en dus conflicten en wrijvingen uit te schakelen”, legt Gheysen uit.

“Wie wordt uitgesloten? Welke gedragingen worden al dan niet getolereerd? Kan men er bijvoorbeeld betogen of actievoeren? Wie bepaalt wat kan en niet? Als bepaalde rechten en vrijheden beknot dreigen te worden, dan wordt dat een probleem. In Vlaanderen is de overheid vrij tolerant, al merk je de laatste twee jaar, onder meer door de terreurdreiging, wel een verenging van wat kan en niet”, meent Gheysen.

Consumeren of oprotten

Naast de toegenomen controle van openbare plekken, wijst Borret ook op de toenemende commercialisering ervan. In juli 2015 kwam in Brussel de frustratie daarrond aan de oppervlakte toen MR-schepen Marion Lemesre besloot om tien nieuwe terrassen te openen op het Sint-Katelijneplein. “Ik zie de mensen liever een pint drinken op een terras dan een blik uit de nachtwinkel op de grond,” zei ze daarover in L’Avenir.

Een reactie liet niet lang op zich wachten. De inderhaast opgerichte actiegroep Free 54 (naar cinq quat, de Brusselse bijnaam voor het plein) hekelde de uitverkoop en “Disneyficactie” van de publieke ruimte. “De honderden gebruikers van het plein zijn er niet meer welkom, tenzij ze consumeren”, klonk het in hun manifest. “Het plein is duidelijk verkocht. Wie betaalt mag het gebruiken, wie niet in het plaatje thuis hoort moet opkrassen.”

Actievoerders van Free 54 protesteerden op 21 juli 2015 tegen de "uitverkoop" van het Brusselse Sint-Katelijneplein (Foto: Jan Slangen - Creative Commons licentie)

Het Sint-Katelijneplein was per definitie dan wel niet van eigenaar veranderd, in de feiten werd het gebruik ervan fel beperkt. “De strijd rond het Sint-Katelijneplein was in feite een conflict tussen twee vormen van privatisering, van toe-eigening”, meent emeritus-professor sociale en culturele geografie Eric Corijn (VUB). “Aan de ene kant had je de jongeren die het wilden gebruiken als verzamel- en ontmoetingsplaats, en aan de andere kant de restaurants en café’s die het als hun commerciële ruimte zagen.”

“Een echt publieke ruimte moet plaats geven aan verschillende visies en deze als het ware verzoenen, maar de laatste jaren zie je dat vooral de commercialisering van de publieke ruimte aan de winnende hand is”, merkt Corijn op. “Elke stad moet koopkracht aantrekken. De stad wordt dus een product dat via city marketing aan de klanten – toeristen – verkocht moet worden. Dat het erfgoedbeleid als onderdeel van het toeristisch beleid wordt gezien, spreekt boekdelen.”

Is Gent van ons?

Ook in Gent kwam de onvrede over de commercialisering en toe-eigening van publieke ruimte onlangs aan de oppervlakte. Na een oproep van de actiegroep NuitDebout kwamen in oktober 2016 enkele honderden actievoerders met de slogan “Gent is van ons!” op straat tegen een privéfeest van projectontwikkelaar MG Real Estate op een ponton aan en op de Graslei. Het bedrijf vierde de renovatie van het nabijgelegen Postgebouw tot winkelcentrum en kreeg van de bevoegde diensten een vergunning als “cultureel evenement”.

“Voor nog geen 1.500 euro mag het bedrijf 10 dagen lang de Graslei bezetten voor de opbouw, afbraak en het feest zelf”, schreef NuitDebout op het Facebookevent. “De Graslei is een openbare ruimte en behoort toe aan de Gentenaars. Wij pikken deze uitverkoop (en de platte vercommercialisering van ons stadscentrum) niet.”

Het Gentse stadsbestuur leek het signaal begrepen te hebben. Zowel coalitiepartners sp.a als Groen vonden het “niet voor herhaling vatbaar“. Dergelijk onverholen voorbeeld van toe-eigening van publieke ruimte is er sindsdien inderdaad niet meer geweest. Toch verschenen er tijdens de laatste Gentse Feesten op heel veel plekken in de stad graffiti-opschriften met de vraag “Is Gent van ons*?”. Er broeit iets in de Arteveldestad.

Normaal gedrag

Eric Corijn: ‘De stad wordt dus een product dat via city marketing aan de klanten – toeristen – verkocht moet worden.’

De “renaissance” van de Belgische steden, heeft er volgens Borret ook voor gezorgd dat er steeds minder zogenaamde achterafplekken zijn overgebleven. “Dit waren nochtans traditioneel plaatsen waar subculturen konden groeien. Die hebben het nu veel moeilijker”, stelt Borret.

“Rond publieke ruimtes en het gebruik ervan woedt een constante machtsstrijd”, stelt Corijn. “Wat is een normaal publiek gebruik? De witte middenklasse heeft daar een visie op, maar die strookt misschien niet met wat allochtone jongeren als publiek zien. Het is maar de vraag welke visie het uiteindelijk haalt.”

Voor Borret is het cruciaal dat publieke ruimtes in handen van de overheid blijven. “In het Brusselse shoppingcenter City 2 is het bijvoorbeeld verboden om te betogen. Dat verbod wordt opgelegd door de private eigenaar, en staat dus los van democratische controle. Natuurlijk kan ook een overheid een betogingsverbod opleggen, maar dat kan je wel via democratische weg uitdagen.”

Toch mogen we ons volgens de Brusselse bouwmeester ook niet blindstaren op de dichotomie tussen privaat en publiek. “Kijk bijvoorbeeld naar de Sint-Hubertusgalerijen en de Rue des Bouchers in Brussel. De eerste is in private handen maar wordt gezien en gebruikt als publieke ruimte, terwijl de tweede een publieke straat is die volledige gecommercialiseerd is en in feite privaat gebruikt wordt. Die hybrides tref je overal in de stad aan.”

Auteur: Jan Walraven

Jan Walraven schrijft sinds 2015 voor Apache. Behalve journalist is hij ook redactiecoördinator bij Apache. Zijn boek ‘De diefstal van de eeuw’, over privacy en de tentakels van technologie, verscheen in 2018 bij Van Halewyck.

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid

Word nu lid van Apache en geniet van deze voordelen:

  • Toegang tot alle ruim 4.000 artikels
  • Deel de artikels gratis met je vrienden
  • Toegang tot alle dossiers en het volledige archief
  • Treed in discussie met journalisten en andere lezers
  • Korting op events en andere journalistieke producten, zoals e-books