‘Feminisme mag sexy zijn, maar lifestylefeminisme lost niks op’

 Leestijd: 12 minuten2

Met ‘Feminisme: terug van nooit weggeweest’ wil schrijfster en activiste Anja Meulenbelt de band tussen klassiek links en de veelkleurige moderne vrouwenbewegingen aanhalen. Daarbij is ze zeer kritisch voor het modieuze feminisme van vandaag en voor de klassieke linkse partijen. Maar ook opvallend mild voor (sommige) mannen.

Anja Meulenbelt is een veterane van de Tweede Feministische Golf in de Lage Landen. Veertig jaar geleden zette ze met de roman ‘De schaamte voorbij’ op scherp hoe het was om als jonge, alleenstaande moeder overeind te blijven in een maatschappij die er hoegenaamd nog niet van overtuigd was dat vrouwen en mannen gelijk zijn. Mede door de compromisloze, persoonlijke toon van het werk werd het een schandaalsucces, dat van Meulenbelt een invloedrijke stem maakte binnen het altijd woelige wereldje van de vrouwenrechtenbeweging.

Dat Meulenbelt in diezelfde periode ook een boek schreef over de band tussen socialisme en feminisme, is veel minder blijven hangen. Maar net over die voor haar noodzakelijke koppeling, heeft ze nu een nieuw boek geschreven.

Nieuw feminisme

“Ik speelde al een tijd met de gedachte om dat idee te vernieuwen. Het feminisme van vandaag is niet meer het feminisme van toen, en dat geldt evenzeer voor het socialisme en voor de wereld om ons heen. Die ontwikkelingen hebben nieuwe vraagstukken opgeleverd. Een voorbeeld: vorig jaar woonde ik Manifiesta in Bredene bij. Ik was opgetogen om daar ne-gen-tien-duizend mensen te zien die zich als links definiëren, en om vast te stellen dat het zo vrolijk was en zo divers. Dat animo was voor mij de aanleiding om opnieuw aan het schrijven te gaan.”

“Links is in België leuker dan in Nederland, mag je wel zeggen”

“Tijdens het schrijven kwam Donald Trump op. Dat was op zichzelf al een reden om me de vraag te stellen in wat voor wereld we in godsnaam terechtgekomen waren. Net als de respons daarop: wereldwijd gingen 4,5 miljoen mensen de straat op uit protest, aangestuurd door vrouwen. Het is mooi als er zoveel mensen in beweging komen, maar wat gebeurt er daarna? Je kunt niet een keertje demonstreren en zeggen “dat was het dan.” Ik ben erg geïnteresseerd in de bewegingen in Nederland, die deels parallel lopen met die in België, met enkele verschillende accenten. Links is in België leuker dan in Nederland, mag je wel zeggen.”

Hoezo?

“Wij krijgen geen 19.000 mensen bij elkaar voor een links festival. De drie politieke partijen in Nederland die zich links noemen, hebben het moeilijk.”

Dat is in België niet per se anders.

“Maar bij jullie zit de PVDA in de lift en krijgt veel aandacht. Peter Mertens’ boek is een bestseller. Voor een economisch boek! En jullie hebben nog een linkse uitgever en boekhandel. Dat hebben wij allemaal niet. Voor mij een goede reden om het bij EPO uit te geven. Ik waarschuw mijn vrienden: “Als jullie te vervelend gaan doen, emigreer ik naar België.” En dan zeggen ze in Vlaanderen: “Wacht even, zo leuk is het hier ook weer niet!” (lacht)

“Ik waarschuw mijn vrienden: als jullie te vervelend gaan doen, emigreer ik naar België”

“Er is een levendig links buiten de politieke partijen, maar erg gestructureerd is dat nog niet. In Nederland is er vooral een sterke renaissance van het antiracisme. De nieuwe generatie zwarte mensen begint zich te bewegen. Moslims hebben eigen organisaties en invalshoeken, het feminisme komt weer terug in allerlei initiatieven.”

Anja Meulenbelt (Foto: ID © Fred Debrock)

“Veel mensen die ik ken zijn geen lid meer van een partij, maar verlangen wel naar een partij die voor hen spreekt. België loopt voorop omdat de vrouwenbeweging nog enkele grote organisaties kent, zoals Furia. In Nederland is dat ‘midden’ uit de vrouwenbeweging verdwenen. Allemaal redenen om een boek te schrijven over de manieren waarop die bewegingen samenhangen. Ik geloof steeds meer dat je het niet over feminisme kunt hebben zonder ook klasse en kleur te benoemen. Hetzelfde geldt voor het socialisme: links zou moeten beseffen dat de mensen voor wie zij zeggen het te doen, meer dan vroeger vrouwen zijn, en gekleurd en migrant bovendien.”

Het proletariaat is van gezicht veranderd, kortom?

“Vraag een Belg of Nederlander wat hij zich voorstelt bij ‘proletariaat’ – als ze zich daar nog iets bij kunnen voorstellen – en dan zien ze witte arbeiders voor zich. Die zijn er nog steeds, maar het zijn er veel minder dan vroeger. En je kunt veel minder dan vroeger spreken van een duidelijk omlijnde arbeidersbeweging. Daarom stel ik aan serieus links de vraag: weten jullie nog wel voor wie en met wie jullie het moeten doen?”

Directeurenfeminisme

“Ik stel aan serieus links de vraag: weten jullie nog wel voor wie en met wie jullie het moeten doen?”

“Vandaar ook de citaten van Angela Davis in mijn boek. Vroeger had ik niet zoveel met haar: zij focuste op racisme, ik op feminisme. Maar vandaag spreken we dezelfde taal. Zij zegt ook: we moeten met alles tegelijk bezig zijn: feminisme, racisme, klimaat, antikapitalisme … We kunnen helemaal niet kiezen. Elk apart redden die bewegingen het niet. Het protest van die 4,5 miljoen mensen werd door vrouwen aangejaagd, maar het was niet enkel een feministische demonstratie: ook de Native Americans deden mee, ook Black Lives Matter, de klimaatbeweging … De wens om samen een vuist te maken was sterk. Alleen is dit nog maar de beginfase.”

Dat protest heeft ook een heel duidelijke boeman tegenover zich: Donald Trump. Elk van die bewegingen had een eitje met hem te pellen. Dan is front vormen en storm lopen allicht eenvoudiger?

“Dat denk ik ook. We mogen Trump wel dankbaar zijn om wat hij losmaakt. Veel feministische initiatieven zijn groot op Facebook en Twitter, maar je ziet ze verder niet. Dat maakt het wat schimmig. Het blijkt ouderwets prettig te zijn om die mensen ook tegen te komen en lijfelijk te zien hoeveel het er zijn en wie het allemaal zijn, en dat is nu gebeurd. Een derde van de mensen die aan de grote demonstratie deelnamen, hadden nog nooit eerder in hun leven betoogd. Jongeren, maar ook van die lieve oude mevrouwen die roze mutsen zitten te breien.”

“Wat dat gaat betekenen is nog maar de vraag. Maar steeds meer mensen voelen onvrede tegenover wat er nu gebeurt en geven daar ook uiting aan. Daar word ik wel vrolijk van. Jarenlang leek het alsof rechts de openbare discussie volledig had overgenomen. Daardoor lijken ze groter dan ze zijn en lijkt er geen tegenstem meer te zijn. Onze linkse politieke partijen laten het ook afweten op dat vlak. De Socialistische Partij, waar ik inmiddels met bloedend hart ben uitgestapt, is te bang om stemmen te verliezen aan Wilders en mijdt dus alle controverse: antiracisme, islamofobie, Palestina, vluchtelingen … Alle onderwerpen waar ik me druk over maak, hebben ze laten vallen. En dat is dan onze meest linkse partij in Nederland.”

Maar de link tussen socialisme en feminisme staat vast voor u?

“Tja, je kunt doen alsof er geen klassenverschillen bestaan. Sommige feministen doen dat ook en definiëren hun feminisme als een individuele leefstijl binnen het bestaande systeem. Het blad ‘Opzij’, dat nu bijna ten onder is, is een voorbeeld van neoliberaal feminisme. Maar als je verdedigt dat het feminisme er is voor alle vrouwen, moet je wel bezig zijn met klasseverschillen. Voor massa’s vrouwen is het feit dat ze tot een lagere klasse behoren een groter probleem dan het feit dat ze vrouw zijn.”

“Voor massa’s vrouwen is het feit dat ze tot een lagere klasse behoren een groter probleem dan het feit dat ze vrouw zijn”

“Hoeveel vrouwen komen er in de buurt van het glazen plafond? Daarbij: hoeveel mannen? Soms lijkt het wel alsof het feminisme in Nederland vooral gaat over de issues die het belangrijkst zijn voor hoogopgeleide witte vrouwen. Dat noem ik directeurenfeminisme. ‘Opzij’ publiceert jaarlijks de top-100 van invloedrijkste vrouwen. Negen op de tien zijn dat directeuren. Ik ben niet tegen directeuren, sommige van mijn beste vriendinnen zijn directeur, maar dat kan toch niet het enige doel zijn voor de vrouwen?“

“Socialisten moeten weten dat binnen de groep voor wie zij het doen, vrouwen weer een andere positie hebben dan mannen. Vrouwen doen nog steeds het merendeel van het onbetaalde werk. In Nederland kan nog maar de helft van de vrouwen leven van hun eigen werk: zij zijn dus nog steeds afhankelijk van het inkomen van hun partner. Dan doen we wel alsof mannen en vrouwen al lang gelijk zijn, maar dat is dus gewoon niet waar.”

Onbetaald werk

“Gemeenschappelijk hebben we de strijd tegen de ongelijkheid, die sinds de crisis van 2008 enkel is toegenomen. Iedereen doet alsof die crisis voorbij is, maar heel veel vaste banen zijn voorgoed verdwenen en vervangen door onzeker flexwerk. Het kapitalisme speelt daarin een rol: de superrijken investeren liever in financiële transacties dan in productie. Het geld komt niet meer terug naar de samenleving, want het wordt niet meer omgezet in nieuw werk. Je hebt politici nodig die dat systeem ten gronde in vraag durven stellen, anders gebeurt er niets. Waarom zijn er niet meer politieke partijen die die onvrede capteren? Moet ik me, als gepensioneerde dame van 72, daar nog druk in maken, over dingen die iedereen op zijn vingers kan narekenen?“

Had u gedacht dat u veertig jaar na ‘De schaamte voorbij’ nog een boek zou moeten schrijven om de puntjes op de i te zetten?

“Eerlijk gezegd niet, neen. Ik moest eerst van mijn vooruitgangsgeloof afvallen door vast te stellen dat het helemaal niet zo goed gaat. De vrouwenbeweging uit mijn tijd, de jaren ’70 en ’80, is er niet voor niets geweest en heeft wel wat verwezenlijkt. Dat vrouwen buitenshuis gaan werken bijvoorbeeld, ook na het huwelijk. Dat geweld tegen vrouwen een publiek issue is geworden. Alleen: de praktijk loopt nog achter op de ideologie. Vraag je de man of vrouw in de straat of ze voor gelijkheid tussen man en vrouw zijn, dan zeggen ze bijna allemaal ja. Maar gaan twee mensen samenwonen en krijgen ze kinderen, dan zal het nog steeds de vrouw zijn die minder gaat werken. De ongelijke  verdeling van betaald en onbetaald werk is behoorlijk taai.”

“Wil je weten waarom seksisme en racisme weer zo opkomen bij bepaalde mannen, dan moet je ook kijken naar hun sociaal-economische positie”

“Feminisme is niet alleen goed voor vrouwen. Er zijn ook heel wat mannen die het vandaag moeilijker hebben dan vroeger. Jongeren die enkel los werk kunnen krijgen, die langer bij hun ouders blijven wonen, die gezinsvorming uitstellen omdat ze niet weten of ze de huur van een fatsoenlijke gezinswoning kunnen betalen … Als je je enkel op de vrouw focust, zie je die precariteit niet, en hoe die samenhangt met andere problemen. Als mannen het moeilijker hebben, weegt dat ook op de relaties die ze hebben.”

“Dat zag je heel duidelijk bij het proces tegen 22 online haatzaaiers die politica Sylvana Simons bedreigd hadden. Eenentwintig van hen waren man, maar ze hadden allemaal moeite met banen, waren ziek, depressief, hadden het gevoel dat ze achtergesteld zijn, dat ze geen goede deal hebben in dit leven, en allicht ook geen leuke relatie. Dan verschijnt er een beeldschone zwarte vrouw in beeld die denkt dat ze in Nederland wat te zeggen heeft, en de hele agressie stort zich seksistisch en racistisch op haar. Wil je weten waarom seksisme en racisme weer zo opkomen bij bepaalde mannen, dan moet je ook kijken naar hun sociaal-economische positie. Als feministe kan ik me er niet vanaf maken met een simpel: “Zie je wel, het zijn mannen.”

Aan de andere kant van het spectrum ontstaat een neo-masculinistische beweging. Ook een tegenbeweging, zo u wil.

“Mannen en vrouwen moeten ergens hun waardigheid en identiteit vandaan halen. Veel Trump-stemmers zien hun American Dream wegglippen. Als je maar bereid was om hard te werken, dan kwam je er wel: je kon leven, kon er een vrouw mee vinden en een gezin van onderhouden. Maar nu?”

Oude fantasieën

“Dan richten ze de agressie maar op vrouwen die hun gang gaan, die soms meer verdienen dan mannen omdat zij wel in de dienstverlening gaan, in jobs die veel mannen nog steeds beneden hun waardigheid vinden. Die vrouwen hebben geen zin om een werkloze man op de bank te hebben die ze moeten onderhouden, die bovendien te beroerd is om te helpen stofzuigen. Die economische situatie schopt mensen terug in de regressie. Oude fantasieën steken opnieuw de kop op: ‘thuis ben ik tenminste nog de baas, de vrouw moet doen wat ik zeg, dat is het enige volk waar ik nog de baas over ben.’ Van zulke mannen is het feminisme de vijand.”

“Er is echt een taak weggelegd voor linkse politici om zich bezig te houden met mannen die vroeger hun eigenwaarde uit de arbeidersbeweging konden halen”

“Deze mannen zijn gekwetst in hun mannelijkheid, en dat is ook een politiek probleem. Links moet zich met deze mannen bezighouden. De vroegere arbeidersbeweging gaf die mannen eigenwaarde, compleet met een eigen cultuur. Daarom staat er ook een heel hoofdstuk over mannelijkheid in het boek. Er is echt een taak weggelegd voor  linkse politici op dat vlak. Ik hoef daar niet te komen aanzetten, want ik bén de vijand voor die mannen: afgestudeerd, een feministische, zelfstandige vrouw die geen man nodig heeft. Ik zou hen de les moeten spellen? Als Jan Marijnissen, met zijn arbeidersachtergrond, nu eens had gezegd wat ik zeg, dan had het invloed gehad. Maar dat deed hij niet.”

Straks hebben we het meer over de mannen gehad dan over de vrouwen.

“Ja, maar jullie zijn ook het probleem, dus dat is helemaal niet erg.” (lacht)

Dat begon lang te duren, zeg.

“Mannen hebben problemen, mannen zijn problemen, en dat hangt samen, maar je kunt ze niet als één groep beschouwen.“

Omgekeerd: gezien de heterogeniteit van de vrouwelijke bevolking, is een “feminisme voor alle vrouwen” haalbaar?

“Ik denk niet dat het ooit één beweging wordt. Maar er zijn zwarte vrouwen die hun eigen accenten leggen in de zwarte beweging. Ik zou willen dat arbeidersvrouwen meer naar voren komen, net als de migrantenvrouwen. Ook in de beste tijden van de vorige feministische golf was er geen sprake van één beweging. Een tienpuntenprogramma voor àlle vrouwen bestaat niet.”

Sexy

“Ook toen zeiden arbeidersvrouwen en zwarte vrouwen: ‘Jullie hebben het niet over ons.’ Idem voor de lesbische vrouwen. Maar we kunnen wel één overkoepelende visie ontwikkelen waarin we moeten erkennen dat de helft van de bevolking niet één groep kan vormen, en dat voor elke vrouw geldt dat elke stap voorwaarts die zij moet nemen naar meer autonomie verschillend kan zijn. Grote groepen vrouwen hebben wensen die wij niet meteen feministisch vinden.”

Zoals?

“Een vrouw die thuis wil blijven voor de kinderen, vinden wij niet feministisch. We hebben te veel gekeken naar de wensen van de hogeropgeleide vrouwen en dàt tot feministische strijdpunten verheven. Een onderwerp als geweld is relevant voor alle vrouwen, dus er zijn wel gemeenschappelijke punten, maar migrantenvrouwen komen moelijker weg van een gewelddadige partner dan hoogopgeleide witte vrouwen. Want die staan op eigen benen en kunnen zeggen dat ze weg gaan.”

“We hebben te veel gekeken naar de wensen van de hogeropgeleide vrouwen en dàt tot feministische strijdpunten verheven”

“Vluchtelingevrouwen zonder duidelijk statuut kunnen al helemaal niet weg bij hun man. Die situatie bepaalt de wensen die zulke vrouwen koesteren. Is het de moed om te vertrekken? Is het de zorg om een eigen inkomen en woonst? Voor oude feministen klinken de wensen van die vrouwen aan de onderkant van het sociaal-economische spectrum niet zo feministisch. In Gaza is de wens om meer elektriciteit een feministische eis, want probeer maar eens voor je kinderen te zorgen als je niet eens een koelkast aan de praat kunt houden. Wat zij nodig hebben voor een normaal leven is meer elektriciteit. Dus dan wordt dat een feministische eis in die omstandigheden.”

“Dus: als je het principe hanteert dat het feminisme er is voor alle vrouwen, dan moet je je wel bezighouden met het feit dat vrouwen wensen hebben die op het eerste zicht niets te maken hebben met het feit dat ze een vrouw zijn.”

Feminisme is vandaag best modieus, lijkt het wel. Er is de Beyoncé-cultus, pittige opiniemaaksters als Heleen Debruyne en Simone van Saarloos. Je zou denken: het zit wel snor met dat feminisme. Maar u bent kritisch voor die ontwikkeling.

“Het is niet slecht dat feminisme weer hip en sjiek en chill is, dat het niet alleen iets is voor boze oude dames. Maar het is vooral feminisme dat enkel met leefstijl te maken heeft. Daar ben ik niet tegen, maar het helpt niet. Bij elk model nieuwe sterke vrouw, heb je dat probleem. Wonder Woman is een fantasiefiguur. Beyoncé is dat niet, maar ze is wel de helft van haar leven bezig met het opbouwen van een imago. Dat is geen model voor vrouwen. Feminisme mag sexy zijn hoor, maar wat hebben vrouwen daaraan? Hoeveel vrouwen krijgen de kans om zo’n carrière uit te bouwen als Beyoncé?”

“Feminisme mag sexy zijn hoor, maar wat hebben vrouwen daaraan?”

Het zet ze misschien wel aan het dromen?

“Het geeft zwarte vrouwen een gevoel van eigenwaarde, maar spiegelt een onwezenlijk ideaal voor. Representatie is belangrijk, maar dan moet je ook realistische rolmodellen hebben. En niet enkel pop- en filmsterren. Je hebt artsen nodig, opiniemakers, mensen uit jouw bevolkingsgroep met een mening, die meer doen dan decoratief wezen in een tv-uitzending. Wil je kinderen het gevoel geven dat de wereld voor ze open ligt, dan heb je meer nodig dan enkel een Beyoncé. Barack Obama is een lichtend voorbeeld voor zwarten, maar creëert geen posities, geen banen.”

Over presidenten gesproken: wie had u in de primaries verkozen? Hillary of Bernie?

“Bernie, absoluut. In de clash tussen Trump en Clinton was het Hillary geworden. Maar zonder enthousiasme. Ze is een verschrikkelijk neoliberale, arrogante vrouw, die neerkijkt op de ‘deplorables’ terwijl ze aan de linkse kant behoort te zitten. Ze heeft zoveel mensen zo diep gekwetst, dat die van de weeromstuit menen dat Trump hen nog beter begrijpt.”

Carrièrefeminisme

“Donald is een proleet, ondanks zijn rijkdom. Van Hillary droop de arrogantie af. Ze is volledig opgekocht door de banken. Neen, dan Bernie. Ik heb liever een man die behoorlijk feministische standpunten huldigt, dan een vrouw die dat helemaal niet is.”

Hillary Clinton is geen feministe?

“Zij vertegenwoordigt het carrièrefeminisme, het neoliberale feminisme. Daar zijn ook Nederlandse voorbeelden van. Heleen Mees, die halftijds werken een vorm van verraad vindt. Je moet je tijd niet zo besteden aan een gezin, vindt zij. ‘Doe zoals ik’, zegt zo iemand. ‘En doe zoals in Amerika: laat de migranten voor een habbekrats het huishouden doen.’ Voor dergelijke mensen zijn er drie seksen: mannen, vrouwen en personeel. Dat is het Clintonmodel. Zij kan een belangrijke vrouw zijn dankzij banken die haar geld toestoppen en een bataljon aan huishoudelijke en secretariaatshulp. Dat is toch geen model voor vrouwen? Waar is de solidariteit?”

“Voor mensen als Hillary Clinton zijn er drie seksen: mannen, vrouwen en personeel”

“Dergelijk feminisme kent vreemde uitwassen, hoor. ‘Opzij’ heeft ooit een kritiekloos interview gepubliceerd met Marine Le Pen. Mijn cynische antwoord is dan: ‘fascisme is oké als het maar tieten heeft.’ Zo kwaad werd ik daarvan: die vrouw in een feministisch blad? In dat geval zeg ik: we hebben afgesproken dat feminisme geen politbureau of paus heeft, niemand die beslist of jij feminist mag zijn, maar er zijn wel oordelen en opinies over wat vrouwen helpt als je echt rechtvaardigheid als centraal thema neemt. Voor iedereen. Ook voor mannen. Ik begrijp heel goed dat mannen tegen feministen zijn, omdat die nog betere banen willen, terwijl ze zelf denken: ‘waar heb je het over? Hoe kun jij het hebben over mannelijke privileges terwijl ik als man het gevoel heb dat ik totaal geen privileges heb?’ Ach, dan vergeten zulke mannen dat ze toch wel wat privileges hebben. Het feit dat ze ’s avonds ongestoord over straat kunnen gaan, bijvoorbeeld.”

Toch roept de term ‘privilege’ weerstand op bij veel mannen. Als het ook voor hen aanklampen is in dit leven, waarin zit het privilege dan?

“Die wrevel begrijp ik wel. Als je enkel naar genderongelijkheid kijkt, zullen mannen tegenwerpen dat je ook aandacht moet hebben voor de terreinen waarin zij het niet zo gemakkelijk hebben. Er wordt van hen verwacht dat ze een salaris mee naar huis nemen, en er zijn vrouwen die hen niet moeten als ze niet voldoende verdienen. Sociaal-economisch heeft die man helemaal geen privileges. Vandaar: je kunt niets over mannen en vrouwen zeggen als je het niet ook over de sociaal-economische ongelijkheid hebt.”

“Wat ook weer samenhangt met wie er zwart of wit is. Witte mannen hebben, ook voor de laagbetaalde banen, een voorsprong op allochtone mannen. Zelfde opleidingsniveau, alles. Migrantenjongeren die hier geboren zijn, nog steeds allochtoon genoemd, Marokkaans of Turks uitziend, ‘foute’ naam hebbend, hebben nog steeds minder kansen op een goede baan. Zelfs wanneer ze een diploma hebben. Dat kan je niet weglaten.“

Auteur: Michiel Leen

Michiel Leen (°1987) is freelance journalist voor o.a. De Standaard, Knack en Ons Erfdeel.

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid

Word nu lid van Apache en geniet van deze voordelen:

  • Toegang tot alle ruim 4.000 artikels
  • Deel de artikels gratis met je vrienden
  • Toegang tot alle dossiers en het volledige archief
  • Treed in discussie met journalisten en andere lezers
  • Korting op events en andere journalistieke producten, zoals e-books