‘Het dragen van leed van anderen wordt onderschat, het is als spam’

 Leestijd: 9 minuten0

Onlangs vroeg iemand of ik niet moe werd van al die burn-out gesprekken. Nee dus, integendeel. De queeste naar de zin ervan geeft me energie. Vooral omdat ik steeds meer het gevoel heb de kern te raken. Stilaan worden parallellen zichtbaar tussen de geïnterviewden in deze reeks. Niet evident, want ze zijn qua omgeving, achtergrond en leeftijd heel uiteenlopend. Het enige wat hen meteen verbond, is dat ze op een of andere manier met het begrip burn-out te maken kregen.

Sommigen louter als ervaringsdeskundige, anderen als coach, vaak ook beiden. Want er zijn heel wat mensen die na hun verrijzenis met hun opgedane inzichten aan de slag gaan. Dat is al zo’n parallel: hun nood om zich breder maatschappelijk in te zetten, meer open naar anderen. Er doet zich een waardenverschuiving voor.

Burn-out als remedie
Chris Van Camp focust zich de komende weken op het fenomeen burn-out.
Hoewel de ziekte steeds meer en steeds jongere slachtoffers treft, neemt Apache de groep van ‘uitgeblusten’ onder de loep die zich niet zonder slag of stoot terug naar de (werk)stal laten drijven: de zelfhelende mens die naar zingeving zoekt.

Verder valt het me op hoe ze plots gedwongen worden om de vergeten of verdrongen trauma’s uit hun jeugd te verteren. En die parallel is er ook: het laattijdige verzet tegen opgedrongen patronen. Het is alsof ze de stress en frustraties van hun ouders absorbeerden en er alsnog onder zwichtten.

Ook Steven Peeters beantwoordt onvermoed aan dit profiel. Steven, die altijd vrolijk was, superenthousiast en sociaal. De gast met de onuitwisbare lach op zijn gezicht en de pretoogjes. Hij die zijn collega’s en vrienden ‘broeder’ noemt en ‘onder de mensen’ als zijn natuurlijke habitat beschouwde. Steven die al twintig jaar een job doet waarvan niemand zal ontkennen hoe zinvol die wel is. Hij begeleidt kwetsbare jongeren en probeert hen weer op weg te helpen. Hij zet vogels voor de kat weer op een tak, want in hun nest lopen ze vaak nog meer gevaar. Steven die tieners van alle slag aanspoort om zich in te zetten als jeugd@viseurs, omdat uiteindelijk peer-to-peer nog altijd het meeste impact heeft. Een project waar hij zo vol van was. En toch liep hij leeg.

Steven Peeters (Foto: Apache © Sigrid Spinnox)

Steven: “Wat meespeelde is natuurlijk die twintig jaar dat ik professioneel in de hulpverlening voor jongeren zit. Die secundaire traumatisering mag je niet onderschatten. Wanneer iemand je in vertrouwen neemt en zijn problemen over je uitstort, blijft er altijd iets van in je systeem hangen, ook energetisch. Je moet dat zien als spam. Als je twintig jaar focust op de meest kwetsbare mensen, dan is op een bepaald moment dat vaatje vol. Dat wordt zwaar onderschat.”

“Wanneer iemand je in vertrouwen neemt en zijn problemen over je uitstort, blijft er altijd iets van in je systeem hangen, ook energetisch. Je moet dat zien als spam”

‘Ça va, jongen?’

“Zelf sta je daar ook niet bij stil, je merkt niet hoe het zich opstapelt, je gaat maar door. Eigenlijk zou er een pro-actief beleid moeten zijn rond de verwerking hiervan, maar daar wordt in de praktijk aan voorbijgegaan. Uiteraard bespreek en deel je die dingen onder elkaar, maar dat is niet voldoende. Dan neem je dat van collega’s ook nog eens binnen. Ze zagen wel dat het niet goed met mij ging. Nog voor ik echt crashte werd me op planningsvergaderingen duidelijk gemaakt dat ik niet te veel hooi op mijn vork moest nemen.”

Ik wil me iets kunnen voorstellen bij het punt waarop je aan jezelf toegeeft dat het mis gaat. Ik wil weten of er zoiets was als een officieel startpunt van zijn burn-out. Een moment waarop hij zich overgaf aan de desintegratie.

Steven: “Ja, dat punt was er zeker. Hoe moe en leeg ik mij ook voelde, ik ging eens naar een groot familiefeest. Daar zag ik mijn moeder, die uiteraard voelde dat er iets schortte. Toen ze gewoon ‘ça va jongen?’ zei, brak mijn pantser volledig. Ik heb haar letterlijk meegesleurd achter het huis en ben haar huilend om de hals gevallen. Het was ongelofelijk belangrijk voor mij dat zij op dat moment zei: ‘het is ok dat je even stopt’. Dan pas kon het echt. Dat was ook niet niks, want ik was het van haar gewoon dat ze me aanspoorde om positief te blijven, om iets op te bouwen, een huis te kopen … Nu zei ze dat ik mocht rusten. Een heel significant moment. Je moet weten dat ik een heel energieke moeder heb, eigenlijk een grotere ADHD’er dan ikzelf.”

“Maar dat kwam wel van ergens. Mijn vader had zo zijn issues – uitgerekend tijdens mijn puberteit, daardoor was hij wat afwezig. Mijn moeder hield de boel draaiende. Het was een rare periode, daarom ben ik ook zo extreem loyaal aan mijn moeder. Ze moest al vroeg die kracht om de kar te trekken opbrengen. Als tiener had ze het al zwaar. Haar ouders hadden thuis een beenhouwerij en op een gegeven moment werd haar moeder depressief. Een toestand die tien jaar duurde. Ondertussen was mijn moeder als oudste een vervangmoeder voor de andere kinderen, stond ze in de winkel en studeerde ze ook nog.”

“De ADHD’er in mij is er gewoon. Daar heeft eigenlijk niemand schuld aan. Mijn omgeving lijkt soms gewoon trager of suffer of saaier”

“Door met mijn vader te trouwen, kon ze die thuissituatie ontvluchten. Maar de drive die de nood haar had ingegeven, behield ze. Mijn moeder bleef maar doorgaan, nu nog trouwens. Hoe meer volk hoe liever, altijd in de weer. Ik vond dat normaal, ik wist niet beter. Zij bepaalde eigenlijk mijn ritme. Ze zag in mij haar evenbeeld, en dat probeerde ik wellicht al die tijd bij te benen.”

“In gesprek met mijn therapeut kwam aan de oppervlakte dat dit een van de bepalende factoren is voor wie ik ben en wat ik doe. Belangrijk is dat je dat vanuit TPD (Dabrowski’s Theorie van Positieve Desintegratie) en therapie ook kunt kaderen. De ADHD’er, hyperkineet of hypomaan in mij is er gewoon. Daar heeft eigenlijk niemand schuld aan. Mijn omgeving lijkt soms trager of suffer of saaier. Nu kan ik mezelf zien en aanvaarden dat ik vaak zelf te snel ga, denk, pieker, beweeg en handel.”

Steven Peeters (Foto: Apache © Sigrid Spinnox)

Steven Peeters (Foto: Apache © Sigrid Spinnox)

Het is niet de eerste keer, zelfs in deze interviewreeks, dat kinderen van al te nijvere moeders ze heel hun leven proberen bij te benen. Een chronische overdrive die hen blijkbaar duur komt te staan. Plots vraag ik me af of ik zelf wel genoeg respect opbreng voor het natuurlijke temperament en ritme van mijn naasten. Sleep ik hen soms niet mee in mijn drang naar vernieuwing? Zet ik zo de toon voor mijn dochter, die ik soms een diesel noem omdat ze de tijd neemt om op full force te komen?

Misschien moet ik – nu we in een lage-emissiezone wonen – die term achterwege laten, vooraleer die negatieve connotaties krijgt. Niks mis met de kat uit de boom kijken. Wellicht was de ADHD-diagnose het eerste waarmee Steven zich bij zijn psychiater kenbaar maakte. Het breekmoment op het familiefeest was de gedroomde shortcut naar de diepere problematiek.

Verlies van dierbaren

Steven: “Dat mijn directe collega waar ik een team mee vormde plots kanker kreeg en voor zijn leven vecht, was ook een doorslaggevende factor. We waren een goed team, heel aanvullend. Ik de draver, hij de bezadigde. We hebben samen EHBJ (Eerste Hulp voor Jongeren en Jeugdwerk) uit de grond gestampt. En dan gebeurt er zoiets.”

Later in het proces kwam Steven erachter dat verlies van loved ones een leitmotiv was in zijn leven. Een spoor van vrienden die te jong het leven lieten, wat in zijn jeugdjaren begon. Iets wat hij verdrongen had, oog in oog met de problemen waar hij vanuit zijn beroepservaring mee geconfronteerd werd; hele zware verhalen waarbij zijn eigen verhaal verbleekte. Jongeren van 18 of 19 jaar, die vaak met seksueel misbruik te maken kregen en die tien jaar ouder leken omdat ze gebroken waren. Dan denk je algauw ‘bij mij was alles dik in orde’. Er bestaat natuurlijk geen hiërarchie van problemen. Pas wanneer hij toch crashte, herbekeek hij de inhoud van zijn eigen rugzak.

Steven: “Iets wat ik nooit verwerkt heb of kunnen plaatsen, was de dood van een vriend die voor mij ‘de broer’ was die ik nooit had. Hij was de zoon van een bevriend koppel van mijn ouders. We waren veel samen, bleven bij elkaar slapen. Zoals toen, de laatste keer dat ik hem zag. Een fijne avond doorgebracht en tot laat zitten praten, een filmpje gezien… Hij moest vroeg op, had de volgende dag een job aangenomen om een verhuis te regelen in Wallonië. Hij zag er tegenop en twijfelde om af te zeggen, maar hij ging toch.”

“Je leert nergens hoe je moet omgaan met het verlies van dierbaren. Je blijft gewoon achter, en je doet verder. Dat kruipt in je kleren”

“De te zwaar geladen bestelwagen met de inboedel sukkelde van de weg. Ik heb hem nooit meer teruggezien. Dat was het. Dood, weg. Je leert nergens hoe je daarmee moet omgaan. Ook niet wanneer in de jaren daarna nog meer vrienden mij ontvielen. Je blijft gewoon over, of liever achter, en je doet verder. Dat kruipt in je kleren. Dus naast de oorsprong van mijn ADHD, was uitgestelde rouwverwerking zeker aan de orde.”

Uitgerekend tijdens zijn burn-out wordt Steven bovendien geconfronteerd met het mysterieuze, plotse overlijden van een collega/vriend die dezelfde gedrevenheid vertoonde dan hij. Steven is niet op de begrafenis. Hij kan op dat moment de confrontatie met ongeveer de hele sociale sector niet aan. Een sector waar vriendschappen tussen collega’s blijkbaar de lijm zijn waarmee alles bijeengehouden wordt en ervoor zorgen dat wie het moeilijk krijgt toch nog lang aan boord blijft. Maatschappelijk assistenten hebben wel vaker een groot gevoel voor loyaliteit.

Wetsuit

Ik kan me voorstellen dat Steven geen gemakkelijke cliënt is voor een therapeut. Hij heeft zijn eigen zoektocht, en op dat absolute nulpunt vooral veel vragen. Bovendien is hijzelf een bedreven coach, wat heel wat technieken te doorzichtig maakt. Wanneer hij eind vorig jaar nog niet lang startte met de sessies, schrijft hij dit in een chatbericht:

Het gaat met stevige downs & ups, zoals het hoort bij positieve desintegratie. Ik voel mij bij die theorie trouwens compleet beschreven en dus begrepen. De psychiater vond mijn hulpvragen ‘complex’ can you believe it? Volgens mij zat hij gewoon met een te volle agenda. De avond erna had ik een zeer zinvol, deugddoend en diepgaand gesprek met een vriend/ex-collega.

Een paar weken eerder, in de marge van een uitbundige trouwpartij waar Steven nogal wezenloos figureerde, had hij mij voor het eerst over zijn burn-out gesproken. Over het schuldgevoel dat hij had over zijn niet meer functioneren. Hoe hij het gevoel had niemand meer te zijn omdat hij niet meer meedraaide. Terwijl er op de dansvloer wild geshaket werd, graafden we naar de zin van wat hem overkwam. Ik moet zeggen dat ik verrast was: Steven, de energiebom, uitgeput? Die avond vertelde ik hem over mijn eigen aha-erlebnis met Dabrowski’s Positieve Desintegratie Theorie, meer niet. Steven ging aan het vorsen, zoveel is zeker.

Steven: “TPD is voor mij een interpersoonlijk proces, dat lijkt op het uittrekken van een wetsuit. Je wordt als het ware binnenstebuiten getrokken. De kwetsbare, tere zielskant komt naar buiten en de oppervlakkige ego-kant keert naar binnen. Zoals het uittrekken van een wetsuit is dat eerder een traag en moeizaam proces, zeker als dat snel moet en eraan getrokken wordt. De beste manier om deze rebirth te laten gebeuren is op eigen tempo te werken, je goed laten verzorgen en diep ademen… zoals bij een bevalling.”

Een heel boeiend aspect aan Dabrowski is dat hij persoonlijke interpretatie van zijn theorie aanmoedigde. Dat levert heel mooie vergelijkingen en verwoordingen op. Steven houdt het niet bij één theorie, hij grijpt elke kans om dichter bij zichzelf te komen. Alle bronnen waar hij uit kon putten waren goed. Psychologie, theater, spiritualiteit …

Ben vorige week bij broeder Michael geweest voor een Reiki Healing session. Was TOP en klopt allemaal! Mijn therapeut zei me gisteren dat ik een zeer groot BEWUST-ZIJN aan het ontwikkelen ben. Voelt goed, heel goed. Minder DOEN meer ZIJN.

Steven sluit zich niet af, maar hij wordt selectief wat zijn gezelschap en tijdsbesteding betreft. Hij ervaart veel steun van een aantal mensen die hem hebben geholpen, gewoon door er te zijn, door te mailen, of een berichtje te sturen. Hij somt ze allemaal op. Ook zijn vrouw, die hij consequent LiziLove noemt, weet voor hem ruimte te creëren waarin hij kan herstellen.

Ik schrijf ‘hij kan herstellen’ alsof het een automonteur betreft, maar het hele proces dat Steven gaandeweg als positief ervaart, is dan ook een actief proces. Vooral de niet-aflatende gedachtenstroom, het tegen 300 per uur vermalen van ideeën, kennis, inzichten, is doodvermoeiend. Zijn lichaam zei halt, maar zijn geest maalt door. Iets waardoor hij niet weigerachtig is voor medicatie, die enigzins de zware pieken indijkt. Rust moet hij vinden. Toch heeft Steven het gevoel dat hij zelfs dan er nog niet helemaal is. Kan hij overigens terug naar een sector die hij als niet effectief ervaart? Wat wil de ‘nieuwe Steven’?

Vooral de niet-aflatende gedachtenstroom, het tegen 300 per uur vermalen van ideeën, kennis, inzichten, is doodvermoeiend

Steven: “Wat ik hierna wil doen? Iets dat zin heeft en zin geeft. Wat weet ik nog niet zeker maar termen zoals ‘verbinding’, ‘herstel’, ‘creëren’ en ‘maatschappelijk relevant’ staan hoog in mijn vaandel. Dus zeker geen bedrijfswagens verkopen. Iets wat ik graag doe, met passie en overtuiging, in een fijne omgeving.”

Steven Peeters (Foto: Apache © Sigrid Spinnox)

De dag na ons gesprek moet hij naar het ziekenfonds ter verantwoording van waarom het hardnekkige probleem nog niet is opgelost. Burn-out wordt immers gezien als een ziekte waarvan je zo snel mogelijk moet genezen. Hij schertst dat hij zal zeggen dat positief desintegreren nu eenmaal lang duurt. De druk om terug in de maatschappij te stappen, wordt na zeven maanden erg groot. Met afstand van die maatschappij, zoals we onze economische machine noemen, heeft Steven er een heel heldere, kritische kijk op ontwikkeld.

Ontgoocheld

Steven: “Mensen hebben veel meer begrip voor pakweg een gebroken heup dan iets ongrijpbaar als een burn-out. Er wordt veel te weinig aandacht gegeven aan innerlijke processen en groei. Eigenlijk zou dat in de eindtermen moeten zitten: psychologie, filosofie en meer spiritualiteit. We moeten leren hoe we als mens, elk met onze al te menselijke trekjes, samen iets kunnen opbouwen. En dat je daar je hele leven moet aan blijven werken, op gezette tijden moet herbronnen, dat moet men zich realiseren.”

“Mensen hebben veel meer begrip voor pakweg een gebroken heup dan iets ongrijpbaar als een burn-out”

“Want – het ziekenfonds, noch mijn werkgever zullen dat graag horen – een burn-out is natuurlijk meer dan werkgerelateerd, het is ook omdat je dringend innerlijke conflicten moet uitvechten. En als je daarmee klaar bent, zal je zien dat de maatschappij en haar dubbele omgang met waarden en mensen, je ontgoochelt. Er moet zoveel veranderen.”

Ik vraag me af of de wereld klaar is voor de grote waarden waar Steven aan hecht. Ik zie ook hoe er bij heel veel van zijn lotgenoten een serieuze wig zit tussen hun – niet eens utopisch – ideaalbeeld en de maatschappij die aan heling toe is.

Misschien brengt de burn-out-golf een nieuw collectief bewustzijn, en vinden we alsnog de graal temidden van deze individuele catharsis? Misschien is het niet kunst die de wereld kan redden, maar wel de crash waar we massaal op afstevenen? Iets zegt me dat het zin heeft, maar ik ben dan ook een positieve fatalist. Steven blijkbaar ook, hij stuurt me:

 

Amai, ik was zover weggeslingerd van mijn echte zelf. This is happening right on time!

 

Steven Peeters (Foto: Apache © Sigrid Spinnox)

Steven Peeters (Foto: Apache © Sigrid Spinnox)

Auteur: Chris Van Camp

Chris Van Camp deed alles wat je schrijvend (voorlopig) ongestraft kan doen. Ze schreef columns voor Apache, De Morgen, Klara en Knack, theaterteksten en boeken.

Word nu lid van Apache en geniet van deze voordelen:

  • Toegang tot alle ruim 4.000 artikels
  • Deel de artikels gratis met je vrienden
  • Toegang tot alle dossiers en het volledige archief
  • Treed in discussie met journalisten en andere lezers
  • Korting op events en andere journalistieke producten, zoals e-books