‘We moeten minstens dubbel zoveel recycleren’

 Leestijd: 6 minuten3

Wereldwijd wordt 6 procent van alle materialen gerecycleerd. Europa doet het ongeveer dubbel zo goed en binnen Europa behoort België tot de beste leerlingen van de klas. Toch mogen we niet op onze lauweren rusten, vindt professor Duurzaam Materialenbeheer Karel Van Acker van de KULeuven. “We moeten minstens dubbel zoveel recycleren.”

Eind volgende maand stelt een interdisciplinaire groep wetenschappers van de KULeuven het boek ‘Wat met recyclage?’ voor. Daarin wordt uitgelegd hoe we de afvalberg kunnen verkleinen en grondstoffenschaarste kunnen vermijden. Want hoewel we alsmaar meer recycleren, wordt zo’n 90 procent van alle producten van nieuwe grondstoffen gemaakt.

Dat getal is gebaseerd op werk van de Technische Universiteit van Wenen, die een materiaalstroomanalyse heeft gemaakt voor de hele wereldeconomie. “Ze bekeken hoeveel materialen er jaarlijks op de markt gebracht worden en hoeveel materiaal gerecycleerd wordt”, legt professor Duurzaam Materialenbeheer Karel Van Acker van de KULeuven uit. Hij is coördinator van de werkgroep achter het boek.

Professor Karel Van Acker

Professor Karel Van Acker

Downcycling

Karel Van Acker: “Uit deze materiaalstroomanalyse blijkt dat we wereldwijd slechts 6 procent van alle materialen recycleren. Europa doet het ongeveer dubbel zo goed. ‘Alle materialen’ houdt ook energiedragers en voeding in. Het gaat dus niet enkel om staal dat in beton wordt gebruikt, of zand voor wegenwerken, maar ook om de sla op uw broodje of aardolie die opgebrand wordt om energie op te wekken. Als je energiedragers en voeding uit de analyse zou halen, kom je op een recyclage van 12 procent uit, al vind ik dat we daar ook over moeten spreken, want daar zit ook veel afval bij.“

“Wereldwijd recycleren we slechts 6 procent van alle materialen”

U plaatst verschillende kanttekeningen bij deze recyclagecijfers.

Van Acker: “Ze gaan over recyclage van materialen in de economie, maar houden geen rekening met afval in de mijnbouw. Enkel de pure materialen worden meegerekend, niet de ertsen. Het gaat bijvoorbeeld om zovele miljoenen tonnen koper die jaarlijks geproduceerd worden, maar daarvoor moet je eerst een veelvoud aan kopererts delven.”

Kwaliteit van recyclage wordt ook niet in rekening gebracht.

Van Acker: “Veel materialen die gerecycleerd worden, worden in lagere kwaliteitstoepassingen gebruikt. Downcycling dus. Neem nu gerecycleerd staal uit het koetswerk van een auto. Dat wordt niet gebruikt om nieuw koetswerk van te maken. Daarvoor wordt vers staal gebruikt. Staalproducenten zeggen dat de vraag naar staal voor lagekwaliteittoepassingen zodanig groot is dat dat het aanbod van gerecycleerd staal voldoende kan absorberen. Dat is een terechte opmerking, maar dat kadert wel in een model waarbij de vraag naar staal blijft stijgen. Als de vraag stabiel zou zijn, gaat dat niet meer op.”

Karel Van Acker: “Veel materialen die gerecycleerd worden, worden in lagere kwaliteitstoepassingen gebruikt. Downcycling dus”

“Ook als je materialen recycleert, moet je oog hebben voor het volgende gebruik. Of het nieuwe materiaal terug kan gerecycleerd worden tot iets dat bruikbaar is. Een petfles kan je tegenwoordig bijvoorbeeld meerdere keren recycleren tot petfles. Of van een oud pvc raamprofiel kan je opnieuw een pvc raamprofiel maken. Toch gebeurt dat niet altijd.”

“Ook als je materialen recycleert, moet je oog hebben voor het volgende gebruik”

Is er vandaag sprake van schaarste van materialen?

Van Acker: “Dat is een genuanceerd verhaal. In absolute termen zijn de meeste materialen niet schaars. Geologen zullen zeggen dat er geen schaarste is. Maar sommige materialen zijn alsmaar moeilijker te leveren, omdat de ertsen waaruit ze komen armer worden, of moeilijker te vinden zijn. Hoe meer moeite je moet doen om eraan te geraken, hoe meer energie je ervoor nodig hebt, hoe hoger je milieu-impact zal zijn en hoe duurder je product wordt.”

Recyclage papier en karton (Foto © Lisa Develtere)

Recyclage van papier en karton bij Suez Environnement in Gent (Foto © Lisa Develtere)

 

“Het grootste probleem is eigenlijk dat wij in Europa voor al onze materialen afhankelijk zijn van andere continenten. Sommige landen hebben voor bepaalde materialen een monopolie. China heeft bijvoorbeeld een monopolie op antimoon. Dat klinkt misschien als iets exotisch, maar het wordt in heel veel plastics gebruikt als brandvertrager. Wanneer de vraag naar antimoon verder stijgt zonder dat het aanbod volgt, zullen de prijzen de pan uitrijzen. Dat kan het voor onze economie heel moeilijk maken.”

Is dat waarom Europa beter recycleert dan de rest van de wereld?

Van Acker: “De Europese Commissie en verschillende landen zoals België werken er al een hele tijd gericht aan om op vlak van materialen iets meer zelfvoorzienend te worden. In vergelijking met andere landen doen we het in België ook goed, zowel wat de recyclage van huishoudelijk als industrieel afval betreft. Toch wil dat niet zeggen dat het niet nog beter kan. We hebben alle kennis in huis om de volgende stappen te zetten. Het is dus zeker niet de moment om op onze lauweren te gaan rusten.”

“België doet het goed. Dat wil niet zeggen dat het niet nog beter kan.”

“In elk geval moet het verbruik van materialen nog verder verminderen. De recyclagegraad van materialen moet serieus stijgen, op zijn minst verdubbelen.”

Hoe kan de recyclagegraad verbeteren?

Van Acker: “Er zijn heel veel pistes waar aan gewerkt moet worden. Het komt er op neer dat je de materiaalkringloop moet proberen sluiten. Afval beter verzamelen, sorteren, maar evenzeer producten zodanig ontwerpen dat ze gemakkelijker te recycleren zijn. Het gaat voor een deel om technologische oplossingen, maar in een circulaire economie moeten bedrijven in de keten ook beter samenwerken en samen naar oplossingen zoeken.”

“Een ander aspect is het efficiënter inzetten van de materialen die we nu gebruiken. We zijn in onze onderzoeksgroep bijvoorbeeld bezig met de hoeveelheid materiaal die nodig is om een auto te produceren te verminderen door lichtgewicht materialen te ontwikkelen. Maar je kan die auto ook intensiever gaan gebruiken door er met meer personen in te gaan zitten. Of je kan de auto delen. Dan maak je ook intensiever gebruik van je materiaal. Zo kan je er voor zorgen dat de vraag op zijn minst stabiliseert.”

Van Acker: “We hebben alle kennis in huis om de volgende stappen te zetten. Het is dus zeker niet het moment om op onze lauweren te gaan rusten”

“De reden waarom er zoveel producten uit nieuwe materialen gemaakt worden, is niet alleen omdat we te weinig of te slecht recycleren, maar ook omdat de vraag naar nieuwe producten nog zo enorm stijgt. Die vraag kunnen we drukken door de materialen efficiënter te gebruiken. Door nieuwe businessmodellen te ontwikkelen, producten langer te gebruiken en vaker te herstellen.”

U zegt dat producten zodanig moeten ontworpen worden dat ze gemakkelijker gerecycleerd kunnen worden. Zijn veel producten vandaag dan niet gemakkelijk te recycleren?

Van Acker: “Het is een misverstand dat de technologie vandaag zo ver gevorderd is dat je alle metalen en plastics zomaar van elkaar kan scheiden. Er zijn veel complexe componenten. Die moeten je dus zodanig gaan ontwerpen dat die scheiding achteraf mogelijk is.”

“Het enige wat je met een iPad kan doen als je die wil recycleren, is het in stukken hakken”

“Wij kijken bijvoorbeeld naar elektronische materialen. Ik heb collega’s die onderzoeken hoe je een computer gemakkelijker uit elkaar kan halen. Computers die helemaal vastgelijmd worden, dat vind ik absoluut niet kunnen. Je moet een product kunnen demonteren om componenten te vervangen en verschillende onderdelen te kunnen scheiden voor recyclage.”

“Het enige wat je met een iPad kan doen als je die wil recycleren, is hem in stukken hakken. Daarbij verlies je heel veel en wat je naar de verschillende recyclageroutes zendt, is altijd een mengsel. Daar is nog veel verbetering mogelijk.”

Hoe belangrijk is het ontwikkelen van alternatieven voor schaarse materialen en materialen met een grote milieu-impact?

Van Acker: “Dat is de meest geavanceerde strategie in de weg naar de circulaire economie. Die steunt sterk op technologische ontwikkeling. Er wordt veel van verwacht, maar de verwachtingen zijn soms iets te hooggespannen. Het is vaak niet zo gemakkelijk om een evenwaardig alternatief te vinden voor een materiaal. Het is meer een langetermijnoplossing.”

“Het is vaak niet zo gemakkelijk om een evenwaardig alternatief te vinden voor een materiaal”

Welke rol kan een overheid spelen in het realiseren van de circulaire economie?

Van Acker: “Het beleid kan op veel verschillende manieren een rol spelen. De overheid is zelf een grote klant. Ze legt wegen aan, bouwt grote gebouwen, maar koopt ook kleinere dingen aan, zoals computers en papier. Daar kan ze dus een voorbeeldfunctie in opnemen.”

Recyclage van elektronisch materiaal door Umicore (Foto © Lisa Develtere)

“Het systeem van het Groene Punt van Fost Plus is een voorbeeld van hoe de overheid ook een sturende rol kan opnemen. Producenten worden verplicht om verantwoordelijk te zijn over het terug inzamelen en recycleren van de verpakkingen die ze op de markt brengen. Die verenigden zich vervolgens in Fost Plus.”

“Al kunnen we ons afvragen of die normen, die zoveel jaren geleden vastgelegd zijn, niet herbekeken moeten worden. Nu is er een stimulans om te recycleren ingebouwd. Misschien kan een deel van die financiering ook gebruikt worden om producenten te stimuleren om aan ecodesign te doen en recycleerbaar materiaal te maken.”

Ecodesign is een populaire term. Wat is het gevaar van gevaar van greenwashing?

Van Acker: “Dat gevaar is er altijd. Zelfs als je met de beste bedoelingen de materialenketen probeert te verbeteren, moet je altijd nagaan welke effecten of verschuivingen je hiermee veroorzaakt in andere fasen van de materiaalketen. Je mag niet alleen kijken naar dat deeltje dat jij probeert te verbeteren.”

“Je mag niet alleen kijken naar dat deeltje dat jij probeert te verbeteren”

“Soms kan er een verschuiving van de milieu-impact zijn. Bijvoorbeeld wanneer je een oliegebaseerde kunststof verpakking vervangt door een biogebaseerde kunststof verpakking. Voor de productie van sommige biogebaseerde kunststoffen heb je meer energie nodig dan die oliegebaseerde kunststof. Je kan je afvragen of dat dan wel de moeite is, of je dan geen beter recyclagesysteem kan opzetten.”

Biogebaseerde kunststoffen zijn niet noodzakelijk beter te recycleren. Dat maakt het voor consumenten wel verwarrend.

Van Acker: “Veel biogebaseerde kunststoffen hebben net dezelfde eigenschappen als gangbare kunststoffen. Ze zijn even recycleerbaar, of niet-recycleerbaar. Daarnaast heb je bioafbeekbaare kunststoffen. Sommigen daarvan zijn makkelijk afbreekbaar, anderen zullen enkel in specifieke omstandigheden, zoals verhoogde temperaturen, afbreken.”

“Het klopt dat het niet eenvoudig is voor de consument die zijn steentje wil bijdragen. Het is complexe materie. Ik heb daar ook geen pasklaar antwoord voor. We zouden kunnen pleiten voor een CO2-label op elk product, maar dat zegt dan weer niets over recycleerbaarheid of andere impact op het milieu. Goede informatie kan je niet in één cijfer omvatten.”

“Ik pleit er wel voor dat er veel meer gegevens vrijgegeven worden over producten. Tegelijkertijd moeten producenten ook zelf hun verantwoordelijkheid opnemen en geen dingen op de markt brengen die sterk vervuilend zijn of erg grondstoffenintensief.”

Auteur: Lisa Develtere

Lisa Develtere volgde na haar master Internationale Betrekkingen aan de KULeuven een opleiding fotografie. Ze is sinds 2011 aan de slag als freelance journalist en fotograaf en schrijft vooral over sociale en milieu-thema’s.

Word nu lid van Apache en geniet van deze voordelen:

  • Toegang tot alle ruim 4.000 artikels
  • Deel de artikels gratis met je vrienden
  • Toegang tot alle dossiers en het volledige archief
  • Treed in discussie met journalisten en andere lezers
  • Korting op events en andere journalistieke producten, zoals e-books