De schimmige oorlogsboer achter Donald Trump

7 april 2017 Dominique Soenens
BELGAIMAGE-84428083-compressor
Erik Prince (Foto: © Belga/AFP)

Op een zowat 24 vierkante kilometer groot terrein in North-Carolina weerklinkt het geluid van vuurwapens. Harde, droge knallen, waar amper iemand van opkijkt. Er klinken ook bevelen. Soldaten klimmen, lopen en duiken alsof hun leven ervan afhangt. Dit is het terrein waar Academi, voorheen Blackwater International, elk jaar veertigduizend soldaten opleidt. Voor het Amerikaanse leger, maar ook voor een privéleger of beveiligingstroepen, die het bedrijf ter beschikking stelt van overheden. Blackwater is het geesteskind van Erik Prince, een voormalige Navy SEAL en zoon van een ondernemer, die het bedrijf in 1997 oprichtte.

Trump in nauwe schoentjes

Het is diezelfde Erik Prince, vandaag geen baas meer van Academi of Blackwater, maar wel nog steeds ondernemer, die deze week president Donald Trump in nauwe schoentjes bracht. Luttele dagen voor Trump in januari de eed aflegde als president van de Verenigde staten, vond op de Seychellen een geheime ontmoeting plaats tussen Prince en een naaste medewerker van Russisch president Vladimir Poetin, zo bericht The Washington Post. Bedoeling van de ontmoeting was een geheime communicatielijn opzetten tussen de VS en Rusland.

Prince zou nagegaan zijn of Rusland te overtuigen viel om de band met Iran en Syrië af te zwakken. In ruil zou de VS bereid zijn de sancties tegen Moskou in te perken, sancties die ingesteld werden nadat Rusland de Krim annexeerde. De onthulling maakt deel uit van een alsmaar groter wordend web van contacten tussen Trump en Poetin, waar de FBI een onderzoek naar voert. Een web dat de Amerikaanse president in steeds moeilijkere papieren brengt.

Erik Prince schonk ook een kwart miljoen dollar aan Trump tijdens de kiescampagne en doneerde nog eens tien miljoen dollar aan de overige Republikeinse kandidaten

Prince stelde zich bij de tweedaagse ontmoeting op de Seychellen voor als een onofficiële gezant van Trump, aldus The Washington Post. De zakenman heeft officieel geen banden met de Amerikaanse president, maar is er wel op verschillende manieren aan te linken. Prince is de broer van minister van Onderwijs Betsy DeVos, die de naam van haar man draagt, en is goed bevriend met Stephen Bannon, de chief strategist van Trump, die deze week ontslagen werd uit de Nationale Veiligheidsraad.

Erik Prince schonk ook een kwart miljoen dollar aan Trump tijdens de kiescampagne en doneerde nog eens tien miljoen dollar aan de overige Republikeinse kandidaten. Hij is ook een goeie vriend van Robert Mercer, een multimiljonair en computerwetenschapper die miljoenen pompt in ultraconservatieve, rechtse organisaties en de Brexit mee ondersteunde. Prince werd in december ook gezien in de kantoren van het transitieteam van Trump in New York. Opmerkelijk, voor een man die in de VS en daarbuiten een zeer bedenkelijke reputatie geniet.

BELGAIMAGE-84428083-compressor
Erik Prince (Foto: © Belga/AFP)

Geldverslindend, bureaucratisch monster

Die reputatie heeft Prince te danken aan Blackwater, dat hij uitbouwde tot succesvol bedrijf. In een sector die heel omstreden is, maar dat kan hem geen moer schelen. Integendeel: volgens hem moeten maatschappelijke problemen zoveel mogelijk door de privésector opgelost worden. Ook militaire problemen. De overheid is voor hem niets meer dan een geldverslindend, bureaucratisch monster.

Ironisch genoeg heeft Erik Prince zijn fortuin te danken aan dezelfde overheid die hij veracht

Hij zag zijn ideeën bevestigd toen hij aan het begin van zijn carrière heel even stagiair in het Witte Huis was. “Ik zag een heleboel dingen waar ik het niet mee eens was. Homoseksuele groepen die op uitnodiging langskwamen, het akkoord over het budget, de Clean Air Act.” Sindsdien ziet Prince – een overtuigd rooms-katholiek – zich als een mix van Indiana Jones, Rambo, Captain America en paus Benedictus.

Ironisch genoeg, maar misschien ook niet verrassend, heeft hij zijn fortuin te danken aan dezelfde overheid die hij veracht. Tussen 1997 en 2010 kreeg Blackwater twee miljard dollar aan contracten van de Amerikaanse overheid. Tussen 2001 en 2010 kende de CIA zo’n zeshonderd miljoen dollar aan opdrachten toe aan het bedrijf, onder meer voor het bewaken van ambassades. Volgens Prince volbracht hij de missies op een manier die de overheid veel geld en middelen bespaarde. Blackwater werkte – in opdracht van de CIA – in Afghanistan samen met lokale krijgsheren om de Taliban omver te werpen en Al Qaeda te verdrijven.

In opspraak

Maar in 2007 komt het bedrijf van Prince in opspraak. Werknemers van het veiligheidsbedrijf openen het vuur op het drukke Nisourplein in Bagdad, terwijl ze een konvooi van diplomaten begeleiden. Er vallen 17 burgerslachtoffers en twintig gewonden. Er waren volgens een rapport geen aanwijzingen dat er gevaar dreigde. Drie van de soldaten worden in de VS veroordeeld voor doodslag, één voor moord.

Prince zelf ontspringt als CEO de dans, maar vindt dat Blackwater gefnuikt werd door linkse politici en democraten, terwijl het net belangrijke missies uitvoerde voor de CIA. Het bedrijf komt nog meer in opspraak. The New York Times onthult hoe personeel van Blackwater zich moeide met een onderzoek naar omstreden gedragingen van Blackwater in Irak en daarbij de hoofdonderzoeker afdreigde. Het gevolg: het onderzoek werd stopgezet. Toch krijgt Blackwater daarna nog minstens 242 miljoen dollar aan overheidsopdrachten.

The New York Times onthulde hoe personeel van Blackwater zich moeide met een onderzoek naar omstreden gedragingen van Blackwater in Irak en daarbij de hoofdonderzoeker afdreigde

In 2010 vertrekt Prince naar Abu Dhabi, nadat er een reeks onderzoeken in het Congres, een reeks strafrechtelijke vervolgingen en enkele rechtszaken kwamen tegen Blackwater en personeelsleden van het bedrijf. In augustus 2010 worden vijf leidinggevenden van Blackwater aangeklaagd voor overtreding van de wapenwet en samenzwering. Twee aannemers van het bedrijf kijken aan tegen een aanklacht voor moord na een schietpartij in Afghanistan een jaar eerder. Hij verkoopt Blackwater aan investeerders. De grond onder zijn voeten is in de VS te heet geworden.

In Abu Dhabi zorgt Prince voor nog meer controverse. In de Verenigde Arabische Emiraten richt hij een leger van achthonderd buitenlandse soldaten op, maanden voor de Arabische Lente een golf van opstanden door de Arabische wereld jaagt. Hij helpt het land ook met het oprichten van Reflex Reponses, een bedrijf dat soldaten rekruteert en opleidt. Controversieel? Kan hem niet schelen, de kritiek glijdt van hem af. Oorlog is een business als een andere.

Hij pleit met regelmaat voor privatisering van militaire operaties. Zo suggereert hij dat huurlingen ingezet moeten worden tegen IS en zegt hij aan het magazine Foreign Policy dat privébedrijven de beste manier zijn om het Ebolavirus te bestrijden. In 2011 leidt Prince tweeduizend Somali’s op voor het bestrijden van piraterij in de regio. Vandaag is hij voorzitter van Frontier Services Group, een paramilitair bedrijf dat samenwerkt met de Chinese overheid. Momenteel loopt er in de VS een onderzoek naar de pogingen van Prince om paramilitaire diensten aan te bieden aan Libië en andere Afrikaanse landen. Hij zou daarbij de steun gekregen hebben van Chinese inlichtingendiensten. Hij wordt ook verdacht van witwaspraktijken.

Strijd tegen IS

Erik Prince ziet in Trump de geknipte figuur om het ‘Islamitisch fascisme’ van IS te bestrijden en zijn paramilitaire business verder te laten bloeien. “In tegenstelling tot zijn voorganger is hij wel bereid om de strijd aan te gaan”, aldus Prince. Hij staat ook positief tegenover het plan van Trump om Iraakse olie op te eisen als vergoeding voor de inspanningen die de VS leverden om Sadam Hoessein omver te werpen en stabiliteit te brengen in de regio. Dat de val van Hoessein mee de geboorte van IS betekende, het land in chaos stortte en dat Prince een fortuin verdiende aan de oorlog in Irak, lijkt van geen tel te zijn. Wat goed is voor zijn business is ook goed voor het land.

Prince vindt het ook legitiem om toenadering te zoeken met Rusland om IS te bestrijden. Dat hij in de Seychellen opdook, waar net dat onderwerp op de agenda stond, is dus niet zo vreemd. Intussen liet het Witte Huis weten niets te weten van een ontmoeting tussen Erik Prince en een medewerker van Poetin. Een woordvoerder van Prince ontkent op zijn beurt dat de ontmoeting iets met Trump te maken had. Het belet niet dat de FBI intussen het rendez-vous bekijkt in een breder onderzoek naar de banden die Donald Trump en Rusland. De Amerikaanse president heeft steeds meer reden om zich zorgen te maken.

LEES OOK