De miljoenenbusiness achter universitaire leerstoelen

 Leestijd: 5 minuten

1

Elk jaar hoesten bedrijven ettelijke miljoenen op voor leerstoelen en onderzoeksprojecten aan universiteiten. Een welgekomen bron van inkomsten voor universiteiten, maar tegelijk roept het vragen op. Zoals: hoe zit dat met de onafhankelijkheid van het onderzoek?

De naam doet allicht wenkbrauwen fronsen, maar hij bestaat echt: de W.K. Kellogg-leerstoel voor Cereal Science and Nutrition aan de KULeuven. Andere voorbeelden: de leerstoel BNP Paribas Fortis Chair in HR Management aan de KULeuven, de Bayer ForwardFarming-leerstoel aan UGent en de Merck-Novartis Pharma aan de VUB. Leerstoelen zijn een miljoenenbusiness voor Vlaamse universiteiten. Bij de KULeuven brachten ze vorig jaar 6 à 7 miljoen euro op, bij UAntwerpen 13,8 miljoen euro. Een aardige stuiver in armlastige tijden. Niet verbazend dat het fenomeen de jongste jaren in de lift zit. Alleen UGent hinkt als grote universiteit achterop, met amper 267.000 euro vorig academiejaar. Maar de universiteit haalde wel 25 miljoen euro uit andere samenwerkingen met de industrie. Zoals andere universiteiten ook miljoenen halen uit project- en onderzoekssamenwerkingen.
Maatschappelijk relevant en innovatief
Vlaanderen is een koploper als het gaat om sponsoring door bedrijven. Enkele jaren geleden nog maar, in 2013, stelde het interuniversitair Expertisecentrum Onderzoek en Ontwikkelingsmonitoring (ECOOM) vast dat de industrie nergens ter wereld meer academisch onderzoek betaalt. Bedrijven bestellen en financieren 16,1 procent van alle research. Meer dan in de VS of in Groot-Brittannië, waar een veel opener mentaliteit heerst tegenover sponsoring door de bedrijfswereld. “Een duidelijk en beduidend teken van de kwaliteit en de relevantie van het wetenschappelijk werk dat aan onze academische instellingen gebeurt”, concludeerde het ECOOM. Uit het onderzoek bleek ook dat de meeste leerstoelen uit de farmaceutische, financiële en voedingssector komen.

Dit artikel is enkel toegankelijk voor leden