Hoe de politiek energiewaakhond CREG wist te temmen

24 februari 2016 Tom Cochez
Fauconnier
Marie-Pierre Fauconnier (Foto: screenshot rtbf)
Fauconnier
Marie-Pierre Fauconnier (Foto: screenshot rtbf)

De manier waarop Fauconnier erin slaagde de angel te halen uit een recente audit van het Rekenhof van de CREG door rechtstreeks in te grijpen, is tekenend voor de teloorgang van de ooit zeer op zijn onafhankelijkheid gerichte federale energiewaakhond. De CREG werd door de paarsgroene regering Verhofstadt I opgericht in het kader van de vrijmaking van de energiemarkt.

Curatele

De bedoeling was om als regulator een eigen koers te varen, onafhankelijk van zowel de politieke wereld als van de energiesector. De CREG waakte van meet af aan over haar onafhankelijkheid en ging meermaals op haar strepen staan. Dat leidde vaak tot stevige conflicten met Electrabel, onder meer over de nucleaire rente, en met de politieke overheden. Verwonderlijk was dat niet. De komst van een onafhankelijke energiewaakhond zorgde voor een totale stijlbreuk in een land waar de banden tussen het gros van de politieke partijen, Electrabel en andere belangrijke spelers in de energiewereld decennialang bijzonder innig waren. Of zoals Freddy Willockx het vijf jaar terug in zijn boek Hier klopt mijn hart noteerde:

Hoe kon een beperkte groep zoveel impact hebben op de politieke besluitvorming? Mijn antwoord is kort en krachtig: omdat zij, en ik wik mijn woorden, op alle niveaus – patronaal, syndicaal en politiek – een gestructureerde vorm van actieve corruptie hadden georganiseerd. De formulering klinkt scherp, maar kan hard worden gemaakt. Van hoog tot laag werden politieke partijen beïnvloed. Van kabinetten van ministers tot en met een hele gemeenteraad. Bij politieke partijen werd personeel tewerkgesteld vanuit de energiesector. In kabinetten werden hun vertegenwoordigers gratis gedetacheerd. Schepenen en gemeenteraadsleden werden systematisch verwend met snoepreizen, dure etentjes, benoemingen enzovoort. Kritische professoren werden bedreigd met het droogleggen van private en publieke studieopdrachten. Collusie dus, ook met de sociale partners.

De spanningen tussen de energiewaakhond en de politieke overheid kwamen tot een hoogtepunt in 2012 en mondden uit in een klacht van de CREG bij de Europese Commissie tegen de Belgische Staat. Met die opmerkelijke demarche was voor de politieke overheid en enkele machtige spelers in de Belgische energiesector de maat vol: de CREG moest en zou opnieuw getemd worden. Aan Franstalige kant werd een scenario uitgetekend met als einddoel de CREG onder politieke curatele te plaatsen. Marie-Pierre Fauconnier zou de dame zijn die daarvoor moest zorgen.

Elia, Electrabel en CREG

Waarom Fauconnier? Vriend en vijand van de voorzitster van de CREG zijn het over één zaak roerend eens: ze kent haar dossiers en ze heeft een zeer uitgebreide kennis van de sector. Maar er is meer. Het voorbije decennium cumuleerde de voormalige kabinetsmedewerkster van Laurette Onkelinx een aanzienlijk aantal topfuncties in de Belgische energiewereld. Die cumul botste meermaals op ongeloof en forse kritiek, tot bij de Raad van State toe. Maar steevast ontsprong Fauconnier de dans. Ze klom steeds hogerop, met het voorzitterschap van de CREG als ultieme bekroning.

Onderstaand (niet-exhaustief) overzicht van de organisaties waar Fauconnier de voorbije jaren actief was of nog steeds is, maakt duidelijk hoe prominent aanwezig de huidige voorzitter van de CREG sinds jaar en dag is in het Belgische energielandschap:

  • Directeur-generaal bij de directie Energie van de FOD Economie (tot overstap naar de CREG)
  • Algemene Raad van de CREG
  • Netbeheerder Elia (op een moment dat Elia nog in handen was van Electrabel)
  • Voorzitster van Brugel (reguleringscommissie voor energie van het Brussels Gewest)
  • Regeringscommissaris in het IRE (Nationaal Instituut voor Radio-elementen)
  • Regeringscommissaris in het laboratorium Fleurus (verwerking medische radio-isotopen)
  • Commissie voor de aanleg van nucleaire provisies
  • Apetra (beheer strategische oliereserves)
  • Niras (nationale instelling voor radioactief afval en verrijkte splijtstoffen)
  • Gemix (expertengroep die energiemix op lange termijn bestudeert)
  • Bestuurslid bij het Koninklijk Hoger Instituut voor Defensie
  • Voorzitter raad van bestuur AIE (Internationaal Energieagentschap)

Die bundeling van soms conflicterende mandaten en belangen zorgde geregeld voor problemen. Meer dan tien jaar geleden werden er al vragen gesteld bij de opmerkelijke cumul van drie functies: medewerkster op het kabinet van Laurette Onkelinx, een job bij netwerkbeheerder Elia (op dat moment nog onder controle van Electrabel) én een zitje in de algemene raad van de CREG die onder meer als taak heeft Elia te controleren.

Benoeming ongedaan

Het was het begin van een resem conflicten en botsende belangen. In 2008, op een moment dat Marie-Pierre Fauconnier al enkele jaren aan de slag was als directeur-generaal van de directie Energie binnen de FOD Economie, adviseerde de auditeur van de Raad van State om haar benoeming ongedaan te maken. Twee tegenkandidaten voor de functie waren naar de Raad van State getrokken met een klacht over de (illegale) samenstelling van de jury van Selor, het selectiebureau dat, zoals verderop zal blijken, wel vaker opduikt bij opmerkelijke keuzes en invullingen van topjobs in de ambtenarij. Zeer uitzonderlijk volgde de Raad van State het advies van haar eigen auditeur niet. Die opmerkelijke beslissing binnen de Raad van State werd genomen door Jean-Claude Geus, voormalig kabinetsmedewerker van Philippe Moureaux (PS).

Tegelijkertijd kwamen er vanuit de GERFA (Groupe d’étude et de réforme de la fonction administrative) signalen over mismanagement van de dienst onder leiding van Marie-Pierre Fauconnier. Volgens GERFA waren er klachten over verregaande vormen van pesten op het werk te wijten aan de "autocratische en kolerieke persoonlijkheid" van Fauconnier.

Er volgden nog andere klachten. Zo bleek dat Marie-Pierre Fauconnier de facto haar eigen functioneren mocht "auto-evalueren" en er lekte ook uit dat ze op jaarbasis meer dan 20.000 euro spendeerde aan "dienstreizen". Sinds het aantreden van Fauconnier in 2006 werd er jaarlijks binnen het budget "algemene uitgaven" ook 50.000 euro vrijgemaakt voor het Internationaal Energie Agentschap (AIE). La Libre Belgique kon in dat verband de hand leggen op een officiële nota waarin staat dat het geld was bestemd voor "onderzoek naar de markt voor aardgas". Onderzoek waarvoor twee onderzoekers werden betaald. Zij kregen 15.000 en 30.000 euro, respectievelijk voor één en voor drie maanden werk. De rest van het geld diende voor "administratie" en "reizen". De Franstalige krant citeerde bij het uitlekken van het verhaal betrokkenen die vertelden dat de twee onderzoekers niemand minder dan Marie-Pierre Fauconnier zelf en 'une proche' waren. De journalist werd door Fauconnier zonder succes voor de rechtbank gedaagd. Twee jaar na de eerste storting van 50.000 euro van de FOD Economie aan het AIE (iets wat de voorganger van Fauconnier altijd formeel weigerde) trad Marie-Pierre Fauconnier toe tot de raad van bestuur van de AIE.

Zelfs binnen de PS zelf werden vragen gesteld bij de opmerkelijke cumul van Marie-Pierre Fauconnier

Lastiger voor de voormalige kabinetsmedewerkster van Onkelinx was dat in dezelfde periode ook de Europese Commissie vragen begon te stellen: Marie-Pierre Fauconnier werd immers ook voorzitter van Brugel, de reguleringscommissie voor energie van het Brussels Gewest. Hoewel van een regulator absolute onafhankelijkheid wordt vereist en de wetgeving de combinatie van beide posten die Fauconnier op dat moment invulde feitelijk uitsluit, bleef ze gewoon op post. Alweer. Zelfs binnen haar eigen partij werden toen vragen gesteld bij de opmerkelijke cumul, maar ondanks alles werd in 2012 haar mandaat bij Brugel gewoon verlengd.

Voorbereidend werk

Keer op keer lijkt Fauconnier, met dank aan het machtige PS-netwerk, door de mazen van het net te glippen en haar rol als topvrouw binnen de Belgische energiewereld alleen maar verder uit te bouwen. Het laatste puzzelstukje moest in 2012 echter nog worden gelegd: de benoeming tot voorzitter van het directiecomité van de CREG. Een huzarenstukje dat een bijzondere inkijk geeft in de manier waarop politieke invloed en de macht van belangrijke spelers binnen de energiesector in de hoogste regionen samenvloeien.

Vaak wordt gedacht dat Electrabel (en andere belangrijke spelers op de energiemarkt) een stevige stempel drukken op bepaalde politieke partijen en niet op andere. De scheidingslijn tussen mede- en tegenstanders loopt echter niet zozeer tussen de partijen maar doorheen de partijen. Vooral aan Franstalige kant heeft de energiereus nog steeds veel vrienden in alle partijen. Ecolo en PTB vormen de enige uitzondering op die regel.

De CREG is sinds jaar en dag een doorn in het oog van (een groot deel van) de energiesector en het politieke machtsapparaat. Helemaal onbegrijpbaar is dat niet. De "oude CREG" streefde naar een zeer maximale invulling van haar bevoegdheden. Ook volgens mensen met een kritische blik op de Belgische energiewereld werd daarbij soms buiten de lijntjes gekleurd en (te) uitdrukkelijk het conflict gezocht. Daarmee wilde men komaf maken en met Marie-Pierre Fauconnier aan de top zou de lastige energiewaakhond opnieuw aan de ketting gaan.

Als directeur-generaal van de afdeling Energie binnen de FOD Economie kon ze de jaren daaraan voorafgaand het voorbereidend werk doen. Zo hield ze zich onder meer bezig met de omzetting van Europese richtlijnen in Belgische wetgeving. Daarbij werden de bevoegdheden van de regulator zoveel mogelijk uitgehold. Ze legde ook de taken van de vier directies binnen de CREG (voorzitter, prijzen, markt en algemeen) vast. Eens alles in wetten gegoten, was de tijd rijp om de cruciale functies met de juiste mensen in te vullen. Van meet af aan was daarbij duidelijk dat Marie-Pierre Fauconnier niet enkel de voorzitterszetel wilde, maar ook wilde bepalen wie er op de directieposten zou zitten. Bij voorkeur (politieke) vrienden of onervaren figuren.

De CREG is sinds jaar en dag een doorn in het oog van (een groot deel van) de energiesector en het politieke machtsapparaat

Selor

Om dat voor elkaar te krijgen werd in het voorjaar van 2012 een strategie uitgetekend. Documenten die Apache kon inkijken, beschrijven tot in detail het traject dat werd gevolgd om de juiste mensen op de juiste plaats te krijgen. Een eerste klip die moest wordt genomen, was Melchior Wathelet (cdH), op dat moment als staatssecretaris bevoegd voor energie. Wathelet stemde in met de strategie van de PS om de CREG onder politieke curatele te plaatsen, onder één voorwaarde: zijn protégé Laurent Jacquet, ex-kabinetsmedewerker, voormalig schepen in Libin en woordvoerder van de CREG, moest directeur prijzen worden. Na het voorzitterschap is dat de tweede belangrijkste stek binnen de CREG. De plek ook vanwaar "enfant terrible" Guido Camps vroeger geregeld in de clinch ging met ministers en machtige spelers in de energiesector.

De selectieprocedure kwam in handen van Selor te liggen. Die keuze had twee belangrijke voordelen: voor Marie-Pierre Fauconier kent Selor geen geheimen. Ze kende de werkwijze, was meermaals zelf lid van de jury en ze weet hoe de samenstelling van de jury kan gestuurd worden. Het tweede voordeel van de keuze voor Selor: veel mensen met naam en faam in de sector interpreteerden de aanstelling van Selor als een "niet meedoen" signaal. Selor stond, zeker in de energiewereld, synoniem met "politiek gekleurd".

Maar enkel een geschikte jury volstaat niet om de juiste mensen op de juiste plek te krijgen. Er stelden zich twee ernstige problemen: Fauconnier mag dan al capabel zijn en over de juiste diploma's en een geschikt CV beschikken, haar Nederlands en Engels zijn niet geweldig. Ook de protegee van Wathelet, Laurent Jacquet, had een probleem: hij heeft geen universitair diploma. Dat euvel werd verholpen door de selectiecriteria helemaal op maat te schrijven van beide kandidaten. In de "oproep tot kandidaatstelling", gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad (publicatie: 2012-07-26, Numac: 2012011288) lezen we ongewoon naar beneden geschaalde criteria voor dergelijke topjobs:

(...) bovendien is een basiskennis van de tweede landstaal en een passieve kennis van het Engels vereist. (...) houders van een basisdiploma van de 2e cyclus (bv. licentiaat) van universitair onderwijs of van hoger onderwijs van het academisch niveau (lange type).

Advocatenkantoor Janson

Eens de selectiecriteria uitgeschreven, werd de jury samengesteld. De juryleden die werden uitgekozen om de sectorkennis te beoordelen bleken "usual suspects" te zijn. Er was Jean-Marie Streydio, een professor op rust uit het klassieke cdH-establishment die door milieuorganisaties wordt omschreven als "uitgesproken pro-nucleair en actief lobbyist". Naast hem: Luc Defresne, een vertrouweling van Jean-Pierre Hansen, bevriend met Marie-Pierre Fauconnier en in het verleden ooit nog opgevoerd in het parlementair debat over de nucleaire rente als "neutrale expert" tegen de CREG, maar bij die gelegenheid inhoudelijk wel met de grond gelijk gemaakt door Guido Camps. Kort daarna werd Defresne overigens secretaris-generaal bij de nationale bank. Tot slot: Guy Block, die met zijn advocatenbureau Janson via de Dienst Energie van Marie-Pierre Fauconnier geregeld grote contracten binnenhaalde bij de kabinetten van Magnette en later bij Wathelet. Guy Block leverde ook assistentie aan Marie-Pierre Fauconnier, toen nog in haar hoedanigheid als directeur-generaal van het directoraat Energie binnen de FOD Economie, bij het afwimpelen van de opmerkingen die de CREG formuleerde tegen de wijze waarop de Europese richtlijnen in Belgische wetgeving werden omgezet. De zaak die uiteindelijk leidde tot de klacht van de CREG bij Europa tegen de Belgische Staat.

Het advocatenbureau van Guy Block kwam afgelopen voorjaar opnieuw in beeld naar aanleiding van het advies over de levensduurverlenging van de kerncentrales van federaal energieminister Marie-Christine Marghem (MR)

Het advocatenbureau van Guy Block kwam afgelopen voorjaar trouwens opnieuw in beeld toen het advies over de levensduurverlenging van de kerncentrales van federaal energieminister Marie-Christine Marghem (MR) wel heel sterk leek op een advies van het advocatenbureau Janson.

Van Ongeschikt tot geschikt

Met Streydio, Block en Defresne in de jury en selectiecriteria op maat geschreven, was de uitkomst van de sollicitatieronde vooraf duidelijk: aan Franstalige kant werden Marie-Pierre Fauconnier (voor het voorzitterschap) en Laurent Jacquet (voor de directies prijzen en markt) weerhouden. Minstens even opvallend was dat er aan Nederlandstalige kant enkele opvallende kandidaten als "ongeschikt" werden beschouwd. Onder meer Thierry Van Craenenbroeck (vandaag waarnemend gedelegeerd bestuurder bij de VREG en bij de selectie voor het vorige CREG-bestuur nog als eerste gerangschikt door de toenmalige jury, ToC). Aan Nederlandstalige kant werden er twee kandidaten wel weerhouden: een kaderlid van Infrax voor de directie prijzen (die het voor die functie moest afleggen tegen Laurent Jacquet) en Andreas Tirez voor de directie marktwerking. Voor de vierde directie "algemeen" werd niemand geschikt geacht.

De Vlaamse partijen in de toenmalige regering Di Rupo merkten dat ze in snelheid waren gepakt door de PS en gebruikten de afwezigheid van een vierde geselecteerde om de selectieprocedure een tijdlang in de ijskast te stoppen. Pas in juni 2013 (nadat de CREG het plan Wathelet had afgekraakt) werd de selectieprocedure opnieuw opgestart. Deze keer kwamen er wel twee kandidaten voor de algemene directie uit de bus. Iemand met human resources ervaring uit de mediawereld die het niet haalde en Koen Locquet. Bijzonder aan hem is dat hij in de eerste ronde door dezelfde jury nog als ongeschikt werd gekwalificeerd. Ook opvallend: Locquet woont al geruime tijd in Franstalig België en stond in 2006, samen met zijn vrouw op de lokale lijst van de PS in Edingen.

Bijzonder aan de keuze voor Koen Locquet als directeur is dat hij in de eerste ronde door dezelfde jury nog als ongeschikt werd gekwalificeerd

Tentakels

Zo kon de ministerraad op 24 juli 2013 uiteindelijk de volledige nieuwe top van de CREG benoemen. Voorzitter Marie-Pierre Fauconnier (PS), Laurent Jacquet (cdH), Koen Locquet (PS) en de relatief onervaren Andreas Tirez (Open VLD).

Toen De Standaard tijdens het verloop van de procedure melding maakte van een anonieme brief met details over het weinig fraaie schouwspel dat werd opgevoerd binnen Selor met het oog op de aanstelling van de nieuwe directie van de CREG, reageerde toenmalig topman van Selor, Marc Van Hemelrijck. Hij stak zijn hand ervoor in het vuur dat de politiek zich op geen enkel ogenblik met de selectieprocedure had beziggehouden. Van Hemelrijck zat overigens persoonlijk de selectiecommissie voor die de screening van de CREG-kandidaten deed.

Van Hemelrijck, die ooit nog kabinetschef was bij toenmalig sp.a-minister Luc Van den Bossche, stond ruim dertien jaar lang aan het hoofd van Selor. Vijf maanden geleden publiceerde De Tijd de resultaten van een audit, uitgevoerd door de federale ombudsman. Daarin werd gesteld dat er "voldoende elementen zijn om te besluiten dat zich integriteitsschendingen hebben voorgedaan". Onder meer de tussenkomst bij de promotie binnen de overheid van zijn eigen dochter werd Van Hemelrijck aangewreven. Korte tijd later stapte hij op. De audit kwam er na informatie, verstrekt door een klokkenluider binnen Selor.

Pittig detail: eens de benoemingscarrousel binnen de CREG goed en wel doorgevoerd was, wierf Marie-Pierre Fauconnier Liana Cozigou aan als medewerkster. Cozigou was medewerkster op het advocatenkantoor Janson van Guy Block. Een paar maanden later werd ze alweer gedetacheerd naar het kabinet Marghem. Binnen de CREG werd Cozigou dan weer vervangen door Isabel Casteleyn, voormalig woordvoerster en partner van Melchior Wathelet. Een aanstelling die ook binnen de CREG niet zonder conflict passeerde: het directiecomité bereikte geen consensus.

Feit is dat de CREG vandaag onder curatele van de politiek en de energiesector staat. Voor een energiewaakhond die naar Europees recht geacht wordt onafhankelijk zijn taken uit te voeren, is dat op zijn zachtst uitgedrukt opvallend. Dat het Rekenhof die gang van zaken na een audit wil aanklagen, maar teruggefloten wordt door de voorzitter van de CREG en uiteindelijk vrede moet nemen met een semikritisch rapport, geeft aan dat de tentakels van de grote spelers in de energiesector, ondersteund door hun politieke bondgenoten, heel ver reiken in ons land. Nog steeds.

LEES OOK