Trouw aan de rode vaan

10

“Dat zie ik toch niet graag”, wijst mijn moeder met haar kin naar een vrouw op het voetpad die een hoofddoek draagt. “Hoezo?”, vraag ik verbaasd. Ik verwacht een of ander feministisch statement over kledingvoorschriften die vrouwen naast zich neer moeten leggen, maar tot mijn ontsteltenis zegt ze: “Wat doen die hier eigenlijk? Profiteren van onze sociale zekerheid? Moet die vrouw niet op haar werk zijn in plaats van op straat?”

HILDEEven weet ik niet meer wat gezegd. Is dit mijn moeder? Mijn moeder, levenslang overtuigd zij het onnadrukkelijk socialist, opgegroeid in een rood nest. Mijn moeder, die ons in de auto, als herinnering aan haar tijd als monitrice in Kindervreugde in Nieuwpoort, liedjes leerde zingen met als refrein: “Wij zweren ook voortaan, trouw aan de rode vaan.” Mijn moeder, die geen 1ste mei liet voorbijgaan zonder ons eraan te herinneren hoeveel we aan de socialisten te danken hadden: betaald verlof, een werkdag van acht uren, werkloosheidsuitkering, pensioen.

“Je weet toch beter?”, zeg ik. “Misschien heeft die vrouw geen job. Zo makkelijk is het niet om aan werk te raken als je een vreemde achternaam hebt. En waarom zou ze niet over straat lopen? En dat ‘die’ ons alleen maar geld kosten: dat is toch niks voor jou, om zo over mensen te denken? Wie bewéért zulke dingen?”. Een beetje onwillig vertelt ze dat X, die af en toe boodschappen voor haar doet, geregeld zulke opmerkingen maakt. “Wel, het klopt niet”, zeg ik ferm. Even schiet de gedachte door me heen X te kapittelen, maar gedachten zijn vrij. Bovendien zorgt ze beter voor mijn moeder dan ik.

Oud vuur

Het voorval blijft door mijn hoofd spoken. Is mijn moeder rechts en xenofoob geworden? Ik probeer me in te leven in haar gemoedstoestand: 86, nog weinig mobiel wegens een barst in haar heup, voor bijna alles aangewezen op de hulp van een paar vertrouwde gezichten van buitenaf. Zo’n sterke vrouw, die altijd midden in het leven stond, en nu zowat compleet afhankelijk van anderen. Ik kan alleen maar gissen wat dat met een mens doet. Hoe kwetsbaar je je dan voelt, de wereld niet langer veilig en vertrouwd, maar een vreemde plek waar onbekende mensen al snel een bedreiging vormen.

In de maanden die volgen, peil ik af en toe naar verdere commentaren van X, maar mijn moeder is slimmer dan dat en zwijgt. Af en toe hebben  we het – hoe kan het anders – over de vluchtelingencrisis. Met de wanhopige mensen die oorlog proberen te ontvluchten leeft ze mee – haar eigen vader vluchtte tijdens WOI naar Frankrijk – maar ze blijft gereserveerd. “We kunnen ze toch niet allemaal opvangen?”, zegt ze , en ik vraag een beetje geïrriteerd hoeveel vluchtelingen er in Kortrijk rondlopen. Ze houdt het allemaal liever op afstand, en ik begrijp het wel, maar ben toch een beetje teleurgesteld.

Misschien moet een aantal politici zo laf en laaghartig uit de hoek komen dat mensen vanzelf wakker worden en vaststellen dat de grenzen van het fatsoen bedreigd worden

Tot ik haar op een avond met een ander stemtimbre aan de lijn krijg. “Wat die gouverneur, die Carl Decaluwé, nu beweert, dat is toch een schande”, zegt ze, met iets van het oude vuur. “Mag je mensen die honger hebben al geen boterham meer geven? Waar gaat het naartoe?”

Misschien, schiet het even hoopvol door me heen, moet een aantal politici zo laffelijk en laaghartig uit de hoek komen dat mensen vanzelf wakker worden en verontwaardigd vaststellen dat de grenzen van het fatsoen en de medemenselijkheid bedreigd worden. Hoewel: er zullen vast  kiezers zijn die vinden dat Decaluwé gelijk heeft. Maar goed: ik ben in ieder geval blij dat ik mijn moeder even terug heb.

Auteur: Hilde Sabbe

Hilde Sabbe liet afwisselend de vrouw, moeder, minnares, feministe en rebel in zichzelf aan het woord in kranten als De Morgen, De Standaard, Het Laatste Nieuws en verschillende tijdschriften.

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid