Bowie

2

Tijdens een van de laatste formidabele songs die de helaas nu wijlen David Bowie aan de wereld heeft geschonken, hoor je ergens in het midden ervan dit: ‘Something happened on the day he died… spirit rose a metre and stepped aside. Somebody else took his place and bravely cried: I’m blackstar, I’m a blackstar.’

JEROENDe song, Blackstar, was al een paar weken eerder uitgekomen. Maar het volledige, gelijknamige album werd pas verkrijgbaar op de dag van zijn 69ste verjaardag, nu slechts enkele dagen geleden. Toen ik dit lied voor de eerste keer hoorde, was ik enorm opgetogen en wat aangedaan dat Bowie ons zo resoluut met een raadsel had verblijd tijdens een periode in de popmuziek waar geen enkel raadsel een lang leven beschoren lijkt. Terwijl ik een paar keer achter elkaar naar Blackstar luisterde, was ik me aan het afvragen hoe het komt dat hij de enige lijkt die nog steeds op een volstrekt geloofwaardige manier kunstwerken aanreikt die als boodschappen uit een andere dimensie klinken. Bowie blies me uit mijn puberbestaan toen Scary Monsters uitkwam en ik op televisie een of andere gestoorde videoclown uit een helse commedia del’ arte Ashes to Ashes zag zingen. Ik snapte er niks van, kocht het album en luisterde er uren naar in een verduisterde kamer. Mijn Bowie was de boodschapper van een andere planeet die geschenken bracht van onbehagen. Maar voor deze Bowie zijn er zovele anderen. Zijn oeuvre spat telkens weer uit elkaar en de brokstukken komen steeds bij anderen terecht die er op hun beurt hun eigen Bowie van maken. Veelzijdigheid en vernieuwingsdrang zijn gaven die een groot artiest kenmerken, maar Bowie liet iedereen achter zich door zijn rusteloze zoektocht en de kracht zich radicaal te herdenken juist tot hart van zijn oeuvre te maken.

Buitenaards mysterie

Er wordt gezegd dat Bowie ook een acteur was, maar dat lijkt me een vergissing. Bowie was een performer, iemand die elke rol zo belichaamde dat het materiaal en de regisseur zich schikte rond de performance die Bowie gaf. Hij heeft aan een paar films meegewerkt, maar de enige filmregisseur die dat aspect van Bowie écht door had was Nicholas Roeg. Wie nog eens naar The Man Who Fell to Earth kijkt, ziet Bowie zoals hij was als performer: een alien van een andere planeet, vervuld met een buitenaardse existentiële eenzaamheid, een vervreemdende tristesse die zoveel cold wave-bands uit de jaren tachtig hebben trachten na te jagen, maar wat bij de overgrote meerderheid dan uiteindelijk toch maar wat mascara en lippenstift bleek, een paar poses voor een spiegel backstage. Bowie was poseur én performer. Zijn pose was een performance en zijn performance een pose. Hij had dat inzicht beiden met elkaar te combineren om zo tot een groter, ongenaakbaar mysterie te komen, mogelijk gemaakt door ernst én ironie tegelijk.

Bowie bleek al een tijdje ziek en wilde tijdens zijn aflopende leven ons nog dit cadeau van onbehagen schenken

Vergeef me, o lezer, dat ik tijdens de voorgaande zinnen klink als een eeuwige puber die zijn fascinatie op nauwelijks rijpere leeftijd in een roes van zinnen tracht te vatten. Popmuziek leent zich daartoe. Erover schrijven op mijn leeftijd is je jeugd herontdekken en vaak is dat al te welwillend ten opzichte van de obsessies van toen. Maar zoals gezegd: het is de schuld van de laatste incarnatie van Bowie zelf, de Bowie van Blackstar, die mij weer zo heeft doen dromen. De gelijknamige song heeft hij samen met zijn producer Tony Visconti uit twee andere composities laten geboren worden, een song waar je de lasnaden nog van ziet lopen en die je keer op keer naar een wereld brengt die niet de jouwe is, muziek die je nog steeds vage angst en onbehagen inboezemt of je nu veertien bent of achtenveertig. Blackstar begint als een klaagzang voor deze tijd, bezongen door iemand die in geen enkele tijd thuis hoort, uit wiens assen dan weer een ander wezen opstaat die als een soulzanger over de dood zingt en de eeuwige wederkeer der dingen, en die op zijn beurt wordt beantwoord door een astronaut met zicht op aarde, die ons toebijt dat we ondersteboven worden geboren, in de verkeerde richting dus, waarna…

Ach, ik kan er eindeloos over doorgaan. Mijn verbeelding wordt moeiteloos op sleep genomen door deze Blackstar, dit kunstgenetisch experiment van jazz, soul, pop en elektronica. Dat dit volledige album uitkomt een paar dagen voor deze grote artiest definitief terugkeert naar de sterren maakt me juist vanwege dit stijlvol gevoel voor timing verdrietig en blij. Bowie bleek al een tijdje ziek en wilde tijdens zijn aflopende leven ons nog dit cadeau van onbehagen schenken. Buitenaardse generositeit is dat, teken van de allergrootsten. Merci, meneer Bowie, ga naar de sterren en kom terug. U kent ongetwijfeld de weg. You are a blackstar.

Auteur: Jeroen Olyslaegers

Jeroen Olyslaegers (°1967) schrijft romans, theaterstukken en columns. Zijn nieuwste roman Wil komt in augustus uit bij de Bezige Bij. Hij werkte samen met Occupy Antwerp voor acties rond armoede in de stad en richtte met vrienden de zogenaamde ‘geefpleinen’ op. In 2014 kreeg hij de Edmond Hustinx-prijs voor zijn theateroeuvre en de Ark-prijs van het Vrije Woord.

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid