De derden, dat zijn wij

1

Nadat ze eerder al verdwenen van het tv-scherm, zijn ze nu ook niet meer te horen op de radio: uitzendingen door derden. De VRT belooft wel dat de levensbeschouwelijke strekkingen geïntegreerd zullen worden in de programmatie. Die denkoefening moet nu starten. Laat ons die kans aangrijpen om de VRT eraan te herinneren wie de ‘derden’ echt zijn: wij allemaal.

(Foto: screenshot VRT)

(Foto: screenshot VRT)

De Vlaamse Radio en Televisie krijgt jaarlijks iets meer dan 290 miljoen euro aan subsidies. Dat is een pak geld. Ter vergelijking: in datzelfde jaar had Vlaanderen 215 miljoen euro veil voor àlle kunstinstellingen en musea. Sociaal-cultureel werk kreeg 190 miljoen en de hele jeugdsector 71,5 miljoen euro. De openbare omroep is dus in zijn eentje goed voor iets minder dan 40 procent van het volledige Vlaamse cultuurbudget (min sport).

Dat de overheid zo fors tussenkomt in de financiering van de publieke omroep en de cultuursector, is een bewuste keuze die België in 1972 maakte bij de afsluiting van het cultuurpact.

De openbare omroep is in zijn eentje goed voor iets meer dan 40% van het volledige Vlaamse cultuurbudget

Tot 1970 – toen België nog volledig unitair was – hielden de grote ideologische strekkingen in ons land elkaar netjes in evenwicht: Wallonië was grotendeels vrijzinnig (en socialistisch) en Vlaanderen vooral katholiek (en sociaaleconomisch liberaler). Bij de eerste staatshervorming (die leidde tot de oprichting van de taalgemeenschappen) ontstond de vrees dat Vlaanderen en Wallonië ‘monocultureel’ zouden worden, zeker omdat de PS en de CVP in ‘hun’ landsdeel  zo dominant waren. Onder impuls van de toenmalige Volksunie werd gewerkt aan afspraken die gestalte moesten geven aan artikel 11 van de Grondwet dat stelt “dat het genot van de rechten en vrijheden aan de Belgen wordt toegekend zonder enige discriminatie.”

In 1972 werd het cultuurpact ondertekend, een revolutionair document dat samen met het oudere schoolpact zorgde voor de levensbeschouwelijke pacificatie van het land.

Cultuurpact

Hoeksteen van de overeenkomst was dat de overheid neutraal blijft en de culturele infrastructuur (dat gaat van cultuurcentra over sporthallen tot de openbare omroep) ter beschikking stelt van de ‘gebruikers’. Die waren in die tijd opgedeeld in verschillende ideologische zuilen: de twee grote (katholieken, vrijzinnigen), maar ook kleinere erkende godsdiensten (islam, protestantse, joodse, orthodoxe) en later de Gezinsbond, mochten eigen programma’s maken voor radio en televisie. Ook de politieke partijen kregen zendtijd als ze verkozenen hadden in het Vlaamse parlement.

Maar het cultuurpact ging nog veel verder. Het zijn niet het parlement of de gemeenteraden die mogen bepalen wat u op de planken van het cultuurcentrum of op uw tv-scherm te zien krijgt, de verantwoordelijkheid daarvoor moet bij de ‘gebruikers’ liggen. In het ‘verzuilde’ België werd dat opgelost door een ‘politieke’ vertegenwoordiging. Alle partijen – en daar hoorde in die tijd ook de communistische partij bij – moesten een zitje krijgen in de raden van bestuur.

Dat systeem betekende meteen ook het failliet van het cultuurpact. Iedereen kreeg al snel een hartsgrondige hekel aan de ‘politisering’ van onze cultuursector waarbij zowel het personeelsbeleid als de programmatie altijd het resultaat waren van koehandel. Sinds geruime tijd wordt er dus gesleuteld aan die regeling, maar dat kan niet zonder het cultuurpact te wijzigen.

Iedereen kreeg al snel een hartsgrondige hekel aan de politisering van onze cultuursector waarbij personeelsbeleid en programmatie het resultaat waren van koehandel

En daar knelt nu het schoentje. Het cultuurpact is verankerd in een Belgische wet en in decreten van de gemeenschappen. Dat is vreemd aangezien cultuurbeleid de eerste bevoegdheid is die destijds werd gesplitst. Onder voogdij van de federale eerste minister opereert nog steeds een Vaste Cultuurpactcommissie die klachten behandelt. Zo kan een sportvereniging die géén toegang krijgt tot een gemeentelijke sporthal (terwijl een andere club daar wel mag spelen) verhaal halen bij die commissie. Ook kan een politieke partij of een erkende levensbeschouwelijke vereniging die geen zitje krijgt in een raad van bestuur, dat via deze weg afdwingen. In realiteit is die Vaste Commissie een relict uit een ver verleden en heeft ze te weinig impact op het terrein.

Nog zo’n relict uit het verleden waren de ‘Uitzendingen door Derden’ op radio en televisie. Het principe was simpel en volledig in lijn met de bepalingen van het cultuurpact: de VRT stelde mensen, middelen en zendtijd ter beschikking van een aantal levensbeschouwelijke organisaties en zij mochten die naar best vermogen en eigen goeddunken invullen. Een ‘vrij podium’, zeg maar. Dat leverde soms schitterende programma’s op zoals de interviews die Piet Piryns jarenlang mocht maken voor Lichtpunt (een programma van de Humanistisch Vrijzinnige Vereniging). Ook het Willemsfonds en het Vermeylenfonds haalden soms interessante stemmen voor de microfoon. De radiopraatjes van Frank Marivoet op de Protestantse Omroep konden wedijveren met de betere column van Rik Torfs. Toegegeven, sommige programma’s leken wel parodieën. Zo had het praatje van de Orthodoxe Uitzendingen veel weg van Grieks voor op verlof, een item uit Sketch a gogo waarin Stany Crets en Peter Van den Begin respectievelijk Dolf Van Dam en Stavros Koukalouris speelden. En de jingles van sommige ‘derden’ leken dan weer weggelopen uit een schreeuwerige vrije radio uit de jaren ’80.

Oorspronkelijk hadden ook de politieke partijen eigen programma’s (Librado, SOM,…) maar die zijn al langer verdwenen… vooral om het destijds erg grote Vlaams Blok van het scherm te houden.

Pluralisme troef?

Sinds 1 januari zijn nu alle uitzendingen door derden verdwenen van radio en televisie. Die beslissing vloeit voort uit de nieuwe Beheersovereenkomst 2016-2020 van de VRT. Zonder gekheid: het is een goeie zaak dat de programma’s van derden verdwijnen… in hun huidige vorm, tenminste. Ook al kan een mens soms heimwee krijgen naar de televisie of radio van de jaren zestig of zeventig en hunkeren naar een ‘traag’ gesprek met een ‘interessante mens’, toch is de vraag pertinent of dit soort televisie – met een wel erg beperkt bereik – nog wel van deze tijd is.

Maar die ‘formele’ kwestie, mag ons niet doen vergeten dat het ‘heilige’ principe van het cultuurpact stilaan in gevaar komt. In hoeverre is de overheid nog ‘neutraal’ in het aanbieden van cultuur en media? In hoeverre wordt de inhoud van onze gesubsidieerde Vlaamse cultuur en media nog bepaald door de gebruiker? Hoe zit het met het pluralisme?

De inhoud van alle programma’s op radio en tv wordt eigenlijk bepaald door de Vlaamse regering en onrechtstreeks dus door de meerderheidspartijen

Vanaf 1 januari wordt de inhoud van alle programma’s op radio en tv eigenlijk bepaald door de Vlaamse regering én onrechtstreeks dus door de meerderheidspartijen. Ik schrijf ‘onrechtstreeks’ om zij het zijn die de raad van bestuur van de VRT samenstellen (en domineren), zij zijn het ook die de gedelegeerd bestuurder aanduiden en een grote vinger in de pap hebben bij de aanstelling van de hoofdredacteur. Op zich is dat nog niet zo onlogisch, aangezien de VRT grotendeels met overheidsgeld werkt, maar door de puur politieke samenstelling van de raad van bestuur wordt de greep van de meerderheid er niet minder om.

Er zijn uiteraard afspraken over de onafhankelijkheid van de VRT, maar die zijn niet waterdicht. Dat bleek tijdens het bewind van Tony Mary maar ook recent nog tijdens de rel rond De Afspraak.

Dat de topfuncties bij de VRT traditioneel via politieke benoemingen verlopen, bleek deze week nog eens uit een opmerkelijk artikel in Humo. Daarin wordt geschetst hoe de Vlaamse regering ditmaal probeert om de perceptie te vermijden dat de opvolger van Leo Hellemans een politiek creatuur zal zijn.

De nieuw beheersovereenkomst van de VRT is gelukkig een krachtig wapen om politieke inmenging in de toekomst te vermijden. De missie van de omroep luidt als volgt:

“Dat is de belangrijkste bestaansreden van de publieke omroep, namelijk het versterken van de democratie en de samenleving door bij te dragen aan een maatschappelijk en pluralistisch debat, de samenleving te documenteren en het stimuleren van cultuur – en taalbeleving en de Vlaamse identiteit in haar verscheidenheid.“

Maar hoe wil de VRT dat pluralisme dan vorm geven? Waarom werd er niet voor geopteerd om de raad van bestuur voortaan ook te bemannen en te ‘bevrouwen’ met vertegenwoordigers uit de ‘levende samenleving’, uit verschillende sectoren (cultuur, jeugd, economie, onderwijs, wetenschap), ideologische en levensbeschouwelijke strekkingen? Het cultuurpact voorziet dat trouwens: “De bestuurs- en beheersorganen (van “de instituten van radio en televisie”, KvdB) laten zich bijstaan door een vaste adviescommissie waarin alle erkende verenigingen van gebruikers en alle ideologische en filosofische strekkingen vertegenwoordigd zijn. Deze adviescommissie heeft recht op volledige informatie over de daden van de bestuurs- en beheersorganen.”

Vlaanderen heeft wel een sectoriële adviesraad voor media, maar dat is nog iets helemaal anders dan de vaste adviescommissie die de wet voorziet. Misschien moet iemand eens naar de Vaste Cultuurpactcommissie stappen en klacht indienen…

Elke god zijn getal

De VRT doet erg weinig om de ‘gebruikers’ een plaats te geven in zijn structuren en in zijn programmering. De inhoud van programma’s wordt bepaald door een handvol managers, het gros van de producties wordt intern gemaakt. Het budget dat besteed wordt aan externe producties zal amper stijgen van 15 tot 18 procent van het totaal, maar de managers van de VRT blijven zelf beslissen welke programma’s extern worden geproduceerd.

De nieuwe beheersovereenkomst voorziet twee keer per jaar een “structureel overleg met vertegenwoordigers van erkende levensbeschouwelijke strekkingen.” Daarnaast moet er een apart radio- en televisieprogramma komen waarin de levensbeschouwelijke strekkingen worden geïntegreerd.

Van twee dingen één. Het zou natuurlijk goed zijn dat er op de openbare omroep af en toe nog eens iets te horen valt uit de hoek van de protestanten, de joden, de moslims of de orthodoxen (de radiomis bleef trouwens overeind). Of het een goede zaak is dat dat in één en hetzelfde programma gebeurt, weet ik niet. Dat leidt ongetwijfeld tot discussies waarbij de zendtijd op een weegschaaltje wordt afgewogen. Iedere God moet zijn getal hebben.

Het probleem is veel ruimer: de VRT doet geen enkele inspanning om ‘derden’ te betrekken bij zijn werking. En die derden dat zijn ‘wij’ allemaal: de burger, de organisaties en verenigingen van die burgers en de culturele instellingen die gestalte geven (samen met de VRT) aan de Vlaamse cultuur. Het gaat om veel meer dan om de vraag of alle politieke en ideologische strekkingen aan bod komen op radio of televisie. Het gaat om het geven van zendtijd aan anderen dan aan jezelf. Aan derden, aan ons allemaal.

De VRT levert geen enkele inspanning om ‘derden’ bij de werking te betrekken. De inhoud van de programma’s wordt bepaald door een handvol managers

Moeten we dan naar Nederland kijken waar elke maatschappelijke geleding die voldoende leden kan mobiliseren (dat kan een godsdienst of een krant zijn) een eigen zender kan beginnen die volledig door de overheid wordt gefinancierd? De kwaliteit van de programma’s op de openbare zenders van onze Noorderburen bewijst dat dat niet meteen het na te streven model is. Vorig jaar heeft Nederland het omroepbestel dan ook drastisch hervormd. Het monopolie van de omroepen is doorbroken, ze zijn niet langer meer “de poortwachters van Hilversum”.

De omroep (NPO) wordt opengesteld voor andere spelers dan de huidige 8 omroepen. Staatssecretaris Sander Dekker (VVD) motiveerde de beslissing als volgt:

“Creatieve jonge makers, maar ook maatschappelijke en culturele instellingen, krijgen rechtstreeks toegang tot de publieke omroep. Deze nieuwe makers kunnen zorgen voor betere, veelzijdige en meer vernieuwende programma’s. Hierdoor ontstaat er een creatieve competitie. Van het totale programmabudget van de publieke omroep staat 50% open voor deze creatieve programma’s via de competitie tussen externe partijen en bestaande omroepen. Creatieve en innovatieve publieke omroep in plaats van het opvullen van het uitzendschema en de belangen van de afzonderlijke omroepen. De publieke omroep wordt hierdoor relevanter voor nog meer Nederlanders.”

Nee, de VRT moet geen ‘vrij podium’ worden waar elke dronken oom op een vis komt fluiten of waar het lokale amateurgezelschap een platte klucht komt opvoeren. Er is heus voldoende expertise in Vlaanderen (zowel bij media als in de culturele sector als in het brede middenveld) om – met de middelen en de professionele omkadering van getalenteerde tv-makers) boeiende, relevante én diverse televisie te maken.

Woelig water

Is de nieuwsredactie van de VRT de enige die bekwaam is om kwaliteitsvol nieuws en duiding te leveren? Is het alleen maar aan de VRT om te beslissen welk kwaliteitsdrama er op het scherm kan komen? Kan de VRT echt niet aan de boekensector vragen om een boekenprogramma te maken? Is de VRT écht in staat om in zijn eentje aandacht te besteden aan alle“diverse culturele domeinen” die opgesomd zijn in de beheersovereenkomst: “opera, ballet, concerten van klassieke en moderne muziek, folk, kleinkunst, theater, circus, cabaret), volkscultuur (materieel en immaterieel erfgoed), amateurkunsten, kunstuitingen uit het socio-culturele veld, beeldende kunsten, humane wetenschappen (onder meer literatuur, taal, geschiedenis), mode en design, architectuur en urbanisme, (cultureel en culinair) toerisme, en over culturen en cultuuruitingen van andere volkeren en/of gemeenschappen, film (onder meer cinefiele film, kortfilm, waarheidsgetrouwe verfilmingen of tv-registraties van werken uit de Vlaamse, Nederlandse of de wereldliteratuur en filmklassiekers), hoogstaande Vlaamse fictie.”

Om die doelstellingen te halen zal de VRT hulp nodig hebben van professionele partners (“gebruikers” zeg maar) zoals onze grote en kleine theaters, kunstencentra, musea, onderwijsinstellingen, media en wetenschappelijke instellingen.

Het wordt dus dringend tijd dat wij – burgers – eindelijk (na 45 jaar) toegang krijgen tot de “instituten van radio en televisie”. Het Nederlandse voorbeeld waarbij externen voorstellen kunnen indienen en de openbare omroep ook programma’s kan bestellen via zogenaamde ‘tenders’ kan het hele bestel een nieuwe dynamiek én legitimiteit geven. Ik citeer ook nog even de Kamerbrief van Sander Dekker:

“Vanzelfsprekend moet het gaan om programma’s met een publiek karakter, die passen binnen de missie en taak van de publieke omroep. De NPO stelt daarom voorwaarden waaraan een externe partij moet voldoen. De extra ruimte voor externe partijen moet functioneren als de proeftuin van de publieke omroep. Een plek waar vernieuwende programmaconcepten en talentvolle makers ruimte krijgen. Het is het loket waar producenten met innovatieve ideeën en jonge makers terechtkunnen.”

Bij de beoordeling van de programmavoorstellen (en dat kan misschien best gebeuren in samenwerking met die Vaste Adviesraad die in het cultuurpact vervat zit maar niet bestaat) moet de VRT zich laten leiden door “kwaliteit” en “publieke waarde”.

De VRT bevindt zich in woelig water. Er is nog geen gedelegeerd bestuurder, de hoofdredacteur van de nieuwsdienst ligt zwaar onder vuur en het invullen van de kernopdracht (nieuws, duiding, cultuur) blijft problematisch. Zolang de VRT niet beseft dat ze haar doel enkel kan bereiken door samen te werken met alle levende krachten in de Vlaamse gemeenschap, zal ze blijven zwalpen.

Zolang de VRT niet beseft dat ze haar doel enkel kan bereiken door samen te werken met alle levende krachten in de gemeenschap, zal ze blijven zwalpen

Het Nederlandse voorbeeld toont aan dat het om veel meer gaat dan een preek van een half uurtje van een pastoor, een imam of een lekenconsulent. Het gaat om ons – Vlamingen – en over hoe we allemaal onze gading kunnen vinden in het media- en cultuuraanbod.

Het alternatief is bekend. In de Verenigde Staten worden media en cultuur bijna niet gesubsidieerd. Daar moeten de ‘gebruikers’ zelf hun eigen musea, theaters en omroepen oprichten en financieren. De overheid is er neutraal. Wij hebben gekozen – in 1972 – voor een pluralistisch, gesubsidieerd model. Dat is verworden tot een door politieke (meerderheids)partijen gedomineerd model dat bovendien ook nog eens besmet is door een commerciële kijk- en luistercijferlogica. In dat geval verkies ik het Amerikaanse model. Altijd!

Auteur: Karl van den Broeck

Apache.be-hoofdredacteur Karl van den Broeck (°1966) is journalist sinds zijn 20ste. Eerst 18 jaar bij De Morgen, dan vijf jaar als hoofdredacteur bij Knack en sinds 2011 freelance. Cultuur (en dan vooral literatuur) politiek en geschiedenis zijn zijn passies. Tussendoor maakt hij tentoonstellingen en schreef hij een boek waarin hij probeert te verklaren waarom we nog altijd de indianen willen redden. Sinds 2014 is hij deeltijds Agora-coördinator bij BOZAR. In 2001 won hij de Vacature Persprijs. Op Twitter gekend als kvdbroec

Word lid

Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu nog aan 6,66 euro per maand.


Ja, ik word lid