Extreem

10 augustus 2015 Jeroen Olyslaegers
Jeroen Olyslaegers
Jeroen Olyslaegers
Jeroen Olyslaegers

Moslimextremisme, rechts extremisme, en links extremisme waren de onderwerpen van de voorbije dagen geweest. Op vrijdag, de dag dat ik als gastschrijver was uitgenodigd, ging het over Kim De Gelder, de jongen die op 23 januari 2009 met een mes naar het Dendermondse kinderdagverblijf Fabeltjesland trok, daar twee baby’s en een begeleidster heeft gedood, tien kinderen en volwassenen ernstig heeft verwond en dit land in diepe verbijstering achterliet. Achteraf werd duidelijk dat hij een tijdje daarvoor een bejaarde vrouw had omgebracht.

De Gelder werd door de rechtbank toerekeningsvatbaar geacht en zit nu zijn straf uit in de gevangenis. Een hele dag heb ik met theatermakers die ik nooit eerder had ontmoet nagedacht over zijn zaak, vervolgens hebben we allerhande teksten geschreven en die avond voor een publiek gedurende twee uur in een tropisch warm Vrijstaat O ten tonele gebracht.

Controversiële keuze

De keuze voor Kim De Gelder als extremist was van bij het begin controversieel. Schrijver en artistiek leider van het Nut, Greg Nottrot, legde dit ook uit aan het publiek. De extremisten die ze de afgelopen dagen hadden behandeld kenden allemaal een doel, maar het criterium voor deze makers was wel degelijk de extremiteit van de daad zelf.

Ik moest in ieder geval iets overwinnen om met Kim De Gelder aan de slag te gaan. Zijn daden begonnen te woekeren in mijn hoofd, maar ik had geen tijd om me af te vragen of wat ik aan het neerpennen was, wel kon op menselijk vlak. Ik zocht naar mijn eigen duisternis en bracht dat dan maar voor het voetlicht. De motieven van De Gelder zijn immers onduidelijk, wat ook tijdens het schrijven verwarrend werkte. Het publiek stond open voor wat we brachten. Door de tijdsdruk had ik niet echt zicht op wat mijn andere schrijfcollega’s zouden doen, welke liederen er zouden worden gezongen, wat voor teksten er werden gebracht.

Ik maakte zelf de switch tussen deel uitmaken van het publiek en dan plots transformeren in een performer waarna ik weer tussen de toeschouwers ging zitten. Hier en daar voelde ik een ongemakkelijkheid bij het publiek opkomen waar ik zelf mee bleef worstelen, ook al had ik ze mee opgeroepen.

Ongemakkelijk

Tijdens de tweede helft van de voorstelling werd psychologe Nathalie Laceur geïnterviewd door Greg. Zij was indertijd door de verdediging mee aangesteld om De Gelder te onderzoeken en zij stelde tijdens het proces dat we te maken hebben met een paranoïde schizofreen, wat hem dus niet toerekeningsvatbaar maakt. Laceur gaf tijdens het interview aan dat ze in een moeilijke positie zat. Ze had geen zin om de ongemakkelijkheid die er in de zaal heerste enigszins te bezweren. Meer nog: ze erkende juist die ongemakkelijkheid als de kern van het verhaal.

Dat deed me nog meer nadenken over wat we daar in dat zaaltje hebben gedaan, o lezer. De vorm van theater die we die dag hebben aangeboden was onvoltooid, direct en intuïtief. Het was nadenken, schrijven en uitspreken in de meest onmiddellijke vorm. Theatermensen kloppen zich vaak op de borst dat hun taak eruit bestaat om vragen te stellen en niet noodzakelijk om antwoorden te formuleren. Maar een antwoord leveren hoeft geen taboe te zijn, soms lijkt louter vragen stellen me al te gemakkelijk in deze tijden die keer op keer als ‘complex’ worden omschreven.

Maar in dit geval heerst er een moeilijker taboe. Kan je op een zonovergoten dag in Oostende, tijdens een prachtig theaterfestival, een poging doen om het spook van de empathie op te roepen? En daarmee bedoel ik niet dat er een of andere vergoelijking wordt geënsceneerd. Het is eerder een aanvaarden van ongemak bij het besef dat Kim De Gelder een mens is. Er waren mensen bij die ons juist verweten geen antwoorden te hebben geformuleerd. Iemand zei me dat hij niets had bijgeleerd. Daar kon ik volstrekt inkomen, want ook ik stel af en toe een helder moment op prijs dat een en ander een plaats geeft. Maar helaas heerst hier geen waarom.

En wat doe je daarna? Napraten met een pint in je hand en daarna wandelen over de dijk op weg naar het hotel. Ik voelde me lichtjes binnenstebuiten gekeerd terwijl ik naar de flanerende mensen keek, de ouders met hun kinderen, de verliefde koppels, het dronken gejoel op de terrasjes en in mij het extreem ongemak dat me bleef treiteren. Ook na deze column die ik misschien heb geschreven om het wat te bezweren gaat het niet helemaal weg.

LEES OOK