High

3

Het is zaterdagavond. Om mij heen zitten mensen te keuvelen. Hier is de plek om wat te chillen. Achter ons hoor je een stevige beat waarop mensen dansen en joelen. Ik bevind me op een klein, zeer fijn festival, een zomerfeest in feite, waar mensen liefdevol en blij tegen elkaar doen en waardoor je een glimp opvangt van wat een betere wereld zou kunnen zijn.

Net nog heb ik een joint gedeeld met vriendinnen en vrienden, gevuld met hasj uit Nepal die ik in een Amsterdamse koffieshop kocht. Ik ben high, iets wat niet dagelijks gebeurt. Ik geniet intens van alles wat ik zie, voel en ruik. Geen paranoia vanwege veel te opgefokte weed, geen droge mond of hartkloppingen, en nee; de ‘plant’ zelf maakt zich niet kenbaar met een angstaanval. Ik ben evenmin verslaafd of een compulsief gebruiker. Ik kan wél iedereen deze hasj aanraden, en dan vooral mensen die nog nooit een joint gerookt hebben.

Jeroen Olyslaegers

Een paar dagen eerder verneem ik dat de politie extra drugscontroles heeft gepland op Reggae Geel. Een politiecoördinator verklaart dat “drugs nu eenmaal een problematiek zijn op veel festivals, vooral in bepaalde muziekgenres”. Right. Marihuana aantreffen op een reggaefestival is als condooms scoren in een bordeel. Maar waar is de problematiek? Wanneer het over misdaadkartels gaat die grof geld verdienen met drugs, dan kan ik volgen. Daar zou iets aan moeten gebeuren. Maar het gebruik? Intussen ga ik nu zo ongeveer al dertig jaar uit en ja, dan zie je wel wat, soms pijnlijk dichtbij. Je hebt al wel eens een vriend meegemaakt die zichzelf compleet verliest of de opkomst van een weedsoort die bijzonder stevig is of feestmensen die met behulp van coke niet meer weten wanneer het feest echt voorbij is. Ik ga het niet relativeren ten opzichte van mensen die iemand door wat voor drugsoort ook verloren hebben. Maar gewagen over een ‘problematiek’ op een festival is simpelweg hypocriet, tenzij we het voortaan kunnen hebben over een gelijkaardige ‘problematiek’ qua alcohol op staande recepties, tuinfeestjes en het bal van de burgemeester.

Drugs mainstream

Alle onderzoeken maken immers hetzelfde duidelijk. Drugs zijn mainstream geworden. Vorige maand liet Peter Decuypere, de oprichter van I Love Techno, een gelijkaardig geluid horen naar aanleiding van de uitgebreide drugscontroles tijdens het Dour-festival. Decuypere is niet de enige die pleit voor het einde van de hypocrisie en het begin van de legalisering van drugs met een strenge regularisering zodat iedereen weet wat hij of zij inhaleert of slikt. Een eventuele drugsproblematiek heeft niets met festivals te maken, maar alles met maatschappelijke omstandigheden, zo zegt hij ook. Ja, en daarin wordt hij bijgetreden door maatschappelijke werkers en allerhande experts.

Marihuana aantreffen op een reggaefestival is als condooms scoren in een bordeel.

Zoveel studies zijn al gepubliceerd, zoveel wetenschappers hebben zich al geout voor legalisering en toch gebeurt er niets. Erger nog: het is alsof de hypocrisie rond drugs nog eens een vitamine-boost heeft gekregen en er dus nog meer ‘gecontroleerd’ moet worden. Wat een grote groep in dit land associeert met vrijheid en lol, wordt door een andere grote groep beladen met louter angst, dreiging en algemene zedenverwildering. Maar zoiets werkt in allerlei richtingen. Wanneer ik kijk naar een reclamefilmpje dat een of andere snelle wagen aanprijst die net niet uit bochten vlamt en werkt als een ware babe-magneet, dan begin ik niet over absolute vrijheid te dromen zoals zoveel autoliefhebbers. Nee, helaas denk ik dan aan mensen die door hun roekeloosheid en teveel testosteron van deze wagen een immorele moordmachine maken die mogelijk kinderen van de baan maait. Is dat een overdreven reactie? Uiteraard. Mijn opvattingen over vrijheid en terreur zijn nu eenmaal die van mij. Maar ik pleit niet voor het afschaffen van krachtige motors of zelfs voor het installeren van een snelheidsbegrenzer in iedere wagen. Op basis van de cijfers qua weekendslachtoffers in het verkeer heb ik daar allicht meer argumenten voor dan de tegenstanders van drugslegalisering.

De tijdsgeest

Maar het blijft appelen met citroenen vergelijken wanneer het over vrijheidsopvattingen gaat. Er zijn genoeg mensen die andermans vrijheid niet graag gedogen en al zeker niet wanneer die vrijheid illegaal is. De tijdsgeest is veranderd, zo klinkt het hier en daar. Verstandig bedoelde mensen waarschuwen voor al teveel ‘relativering’. Een tijd geleden gaf Vlaams-nationalistisch politicus Bart de Wever aan dat hij enkel de voorstanders van een complete legalisering als een mogelijke tegenpartij aanvaardt. Dat is een eerlijk standpunt. Evenzo eerlijk is dat hij daarna ruiterlijk toegaf dat het bij hem en zijn partij op dat vlak gaat over moraal en maatschappelijke opvattingen. Ook dat kan ik volgen. Er is slechts één probleem. Door legalisering tegen te houden lig je de facto in bed met de georganiseerde misdaad die illegale fortuinen verdient met drugs, je moraal zingt met andere woorden mee met gangsterpraktijken.

Veranderde tijdsgeest of niet: dat is echt geen zicht. En ik met die hasj in mijn joint lig eveneens noodgedwongen in dat bed. Maar ik ben wel high en de moraalridder niet.

Auteur: Jeroen Olyslaegers

Jeroen Olyslaegers (°1967) schrijft romans, theaterstukken en columns. Zijn nieuwste roman Wil komt in augustus uit bij de Bezige Bij. Hij werkte samen met Occupy Antwerp voor acties rond armoede in de stad en richtte met vrienden de zogenaamde ‘geefpleinen’ op. In 2014 kreeg hij de Edmond Hustinx-prijs voor zijn theateroeuvre en de Ark-prijs van het Vrije Woord.

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid