De survivaltocht van de theaterkritiek

10 juni 2015 Karolien Segers
https://www.flickr.com/photos/statelibraryofvictoria_collections/
https://www.flickr.com/photos/statelibraryofvictoria_collections/
https://www.flickr.com/photos/statelibraryofvictoria_collections/
https://www.flickr.com/photos/statelibraryofvictoria_collections/

“Er blijft een publiek dat nood heeft aan de theaterrecensie in zijn klassieke, tekstuele vorm. Er is een reden waarom die vorm van kritiek al tweehonderd jaar lang overleeft", stelt Hillaert nog. Het medialandschap beleefde de laatste jaren een ware aardverschuiving. Mediagroepen gingen samen en kranten begonnen elkaars inhoud over te nemen. “Er is nog weinig diversiteit aan stemmen in de reguliere media”, zegt Hillaert. “Vroeger had je bij, bijvoorbeeld, De Gentenaar nog een aparte recensent. Dat maakt dat je als theatermaker al blij mag zijn met één recensie. Enkel de grotere instituten, zoals het Toneelhuis, krijgen per definitie nog meerdere recensies.”

Keuzes maken

Volgens Els Van Steenberghe , journalist bij Knack, schuilt hierin een luxeprobleem. “Het aanbod aan theatervoorstellingen is enorm groot. Als recensent moet je keuzes maken in wat je gaat bekijken en af en toe maak je wel eens de verkeerde keuze.”

Ondanks de krimpende ruimte voor theaterkritiek maakt niemand zich echt grote zorgen. “We staan op een keerpunt”, verklaart Van Steenberghe. “Binnen redacties bekijken we hoe we in de toekomst theaterkritiek gaan bedrijven. Ik geloof niet dat de theaterkritiek dood is en dat er geen toekomst meer zit in het geschreven woord, maar we moeten ons wel herdefiniëren.”

Evelyne Coussens, journalist bij De Morgen, vergelijkt de huidige situatie met een economische laagconjunctuur. “De mensen geloven momenteel niet meer in de mening van een autoriteit, zoals een theatercriticus. Op het internet kan iedereen zijn mening geven en dat zorgt wel voor een zekere democratisering. Anderzijds geloof ik dat er een moment komt waarop mensen weer nood gaan hebben aan de mening van een autoriteit.”

Coussens merkt dat de houding van redacties tegenover recensies verandert. “Vroeger mochten recensies iets opvoedend, iets prikkelend zijn. Nu moeten teksten vooral wervend zijn. Het is meer een consumentenadvies geworden.”

Naast de kranten beoefent een aantal bladen, zoals Etcetera en rekto:versotheaterkritiek, ze proberen op hun  manier diepgang te creëren

Naast een andere manier van schrijven, krijgen de recensies vaak ook een nieuw plaatsje. Steeds vaker wordt deze content online geplaatst. Zo verschijnen theaterrecensies bij Knack niet meer in het papieren tijdschrift, maar op de site van Knack Focus. “Dit is de keuze van de hoofdredactie. We geloven erin dat een recensie moet verschijnen, zo kort mogelijk na de première van een stuk. Dankzij de site kunnen we dus ook veel korter op de bal spelen”, vertelt Van Steenberghe.

Niche

“Het internet biedt veel nieuwe mogelijkheden, maar niet alleen voor de reguliere media", zegt Wouter Hillaert. "Steeds meer initiatieven poppen op, van jonge recensiesites als Enola of Cutting Edge tot individuele blogs. Voorlopig hebben zij nog niet de autoriteit van de kranten, maar zal dat zo blijven? Als de kranten de enige media blijven die een breed publiek bereiken, dan dreigt gedegen theaterkritiek op termijn een niche te worden, binnen nichemedia. Kranten bieden steeds minder ruimte om theaterkritiek te bedrijven die verder gaat dan consumentenadvies.”

“Als schrijver maak ik me eigenlijk niet zo veel zorgen over het aantal lezers dat ik heb. Ik wil gewoon zo goed mogelijk proberen te schrijven”, vertelt Coussens. “Het maakt me dus niet uit waar ik schrijfruimte krijg, zolang er maar ruimte is.” Naast de kranten bestaan er een aantal bladen, zoals Etcetera en rekto:verso, die theaterkritiek bedrijven en diepgang proberen te creëren. “Het aantal media en het aantal lezers is niet talrijk, maar daar heb ik vrede mee."

Naast de diepgang, die in magazines wordt gecreëerd, ontstaan er ook nieuwe online initiatieven. Zo organiseerde rekto: verso een “academy” om jong talenten te laten nadenken over nieuwe vormen van kritiek. Hieruit ontstond de Zendelingen, een uitzendbureau voor kunstkritiek. “Telkens wanneer het gaat over de toekomst van de kunstkritiek, krijg je geen positief verhaal. Terwijl er de laatste jaren heel wat positieve experimenten gebeuren”, vertelt Bregt Van Wijnendaele, medeoprichter van De Zendelingen. “Die experimenten willen de kunstcriticus niet het zwijgen opleggen, maar een discussie op gang brengen en de kunstkritiek democratiseren.”

Na een voorstelling neemt het publiek plaats in de Biechtstoel, waar vragen door een expert beantwoord worden. Zo vormt de toeschouwer zijn eigen mening

De Zendelingen proberen via hun multimediale experimenten de dialoog tussen het publiek, de kunstcriticus en de theatermaker op gang te brengen. “We geloven dat in intersubjectiviteit meer objectieve waarde zit dan in de mening van één iemand”, zegt Filip Tielens, medeoprichter van de Zendelingen. Een van de concepten is De Biechtstoel. Na een voorstelling neemt het publiek plaats in een stoel, waar hij de vragen van een expert, zoals een regisseur, beantwoordt en zo zijn eigen mening vormt. In geen enkel concept geven wij onze eigen mening. We willen als het ware een derde, onafhankelijke partij zijn tussen het publiek en het theaterhuis. Zo hopen we dat theaterhuizen zelf aan reflectie doen en niet wachten tot de klassieke media langskomen.”

Diepgang

De Zendelingen willen niet de huidige vorm van theaterkritiek vervangen, maar willen met hun concepten meer mensen over podiumkunsten laten debatteren. "Door een gebrek aan gesprek en maatschappelijke reflectie binnen de kunstsector, is er geen noodzaak meer om in de media te spreken over kunst. Zoiets met de Zendelingen veranderen klinkt te utopisch, maar als iedereen inspanningen doet om te reflecteren over wat kunst voor de maatschappij betekent, dan denk ik ook dat er terug een reden is om meer aandacht aan kunst te geven.”

Ook Wouter Hillaert gelooft dat die meerstemmigheid een piste is die onderzocht moet worden. “Ik geloof dat je de aanwezige expertise bij je lezers extra kan aanspreken om een rijkere recensie te creëren. Alleen is dat tot nog toe veeleer theorie. De recensies, zoals De Biechtstoel van de Zendelingen blijven tot hiertoe nog iets te veel voxpop in plaats van echt gedegen kritiek. Kritiek moet voldoen aan een aantal criteria. Daarvoor heb je nood aan een moderator die zijn mening geeft en die mee discussieert. Anderzijds geloof ik wel dat de Zendelingen iets te pakken hebben dat kan werken. Het is momenteel wat zoeken hoe die meerstemmigheid verrijkend ingezet kan worden.”

Evelyne Coussens is geen voorstander van de intersubjectiviteit binnen de theaterkritiek. “Ik sta er wel voor open, maar kijk er toch een beetje sceptisch naar. Ik geloof wel in het debat tussen mensen en dat er experimenten mogen gebeuren. Maar tot hiertoe heb ik nog niets gezien, waar bij het publiek echt bij betrokken wordt en waarin er tot een soort van diepgang of analyse komt. Wat toch essentieel is voor kritiek.”

LEES OOK
Wouter Hillaert / 04-08-2019

Gebuisd met 96%: de ontspoorde logica van de projectsubsidies

Op 15 juli bedacht Sven Gatz nauwelijks 90 artistieke projecten en kunstenaarstrajecten met 3,33 miljoen aan beurzen en projectsubsidies. Wouter Hillaert (Rekto;Verso) laat zijn…
apache
Peter Casteels / 09-10-2013

'Wij zijn niet de evangelisten van de cultuursector'

Tien jaar bestaat rekto:verso deze maand. Minister Joke Schauvliege beloonde het tijdschrift voor cultuur en kritiek met een Cultuurprijs, Apache.be ging op zijn beurt langs bij…
(Screenshot Brochure Vlaamse Overheid, Foto Mirjam Devriendt)
Wouter Hillaert, Tom Viaene / 12-12-2012

De kunstenaar als publieke werker. Een gesprek met Henk Oosterling

Kunstenaars voelen zich verleid tot de stad, en de stad biedt hun maar wat graag een podium. Filosoof Henk Oosterling, auteur van Eco 3: Doendenken, stelt dat zowel de stad als de…
5743536262_44ceccdd1f_z