Point & shoot: de guerrilla filmindustrie van Ghana

0

Op elke busrit krijg je ze voorgeschoteld en ook op tv worden ze grijsgedraaid: films van eigen bodem, de trots van Ghana. Zo willen ze de grote broer uit Nigeria achterna: Nollywood, na Bollywood de grootste filmindustrie ter wereld, is het grote voorbeeld. Met meer dan duizend films per jaar hebben ze Hollywood het nakijken gegeven. Daar kan Ghana nog lang niet aan tippen.

Gezellige drukte in de Movie Africa studio's in West-Accra (Foto Berber Verpoest)

Gezellige drukte in de Movie Africa studio’s in Accra (Foto Berber Verpoest)

Toch is, alle verhoudingen in acht genomen, ook Ghana, met meer dan honderd films per jaar, een veel-producent. De industrie blijft ook de Nigeriaanse stijl trouw, maar dan met minder budget en meer improvisatie. Socrate Safo is één van de pioniers van de Ghanese film. Ik ontmoet hem in zijn Movie Africa studio’s, een afgeleefd gebouw in West-Accra. Een stuk of tien montagecomputers staan zij aan zij in één gezellige ruimte. Het heeft iets van een clubhuis. Het is er een af en aanlopen van medewerkers. Twee monteurs zijn aan het werk met een hoofdtelefoon, andere bekijken filmtapes met opnames, Safo staat ons te woord.

Doe-het-zelf producties

Hij draait al mee sinds 1988 en heeft het vak helemaal in zijn eentje geleerd. “Voor mijn eerste film heb ik gespaard door oud ijzer te verkopen. Ik heb een paar vrienden opgetrommeld, iemand wou camera doen, anderen wilden graag acteren, maar niemand had ervaring. Na onze eerste opnames zag alles groen, we wisten niet eens dat we een camera moesten kalibreren.”

Ondertussen heeft Safo al meer dan honderd films op zijn conto, maar hij werkt nog altijd op dezelfde manier. “Iedereen die het vak wil leren, is hier welkom.” En dat meent hij.

Linda Dzifa Ama Ahado is productieleidster en heeft Safo leren kennen, toen ze een lift van hem kreeg. “We raakten aan de praat en ik vertelde hem een idee voor een scenario dat ik toevallig had. Een tijd later zag ik een film van hem en dacht, hé dat is mijn idee. Hij gaf me de kans om hier te komen werken en dat doe ik nog steeds. Ik schrijf scenario’s, regel de productie en de verkoop en dat heb ik allemaal al doende geleerd.”

Overacting, vreemde camerastandpunten, trage montage: net alsof je naar een homevideo zit te kijken

Ook Salimata Sadisu kwam aankloppen bij Safo zonder een opleiding te hebben genoten. “Mijn droom was om cameravrouw te worden. In het begin ben ik enkele keren gaan draaien, maar ik was voor veel situaties te klein. Ik bleef hier wel rondhangen, maar werd niet veel gevraagd. Op een dag was er een monteur weggevallen en Socrate zei: ‘jij gaat deze film monteren, wat denk je?’ Het heeft me bloed, zweet, tranen en twee maanden tijd gekost”, vertelt Sadisu. Vandaag kost een film haar nog een week tijd en monteert ze ook tv-programma’s.

Het beperkte budget en het hoge improvisatiegehalte betekenen niet dat het amateurisme troef is, integendeel. Safo heeft zijn studio uitgerust met professionele apparatuur en de nieuwste montagesoftware. Bovendien verkiezen hoe langer hoe meer regisseurs ervoor om met geschoold personeel te werken.

Inhoudelijk en wat stijl betreft volgt de Ghanese film haar eigen wetten. Overacting, vreemde camerastandpunten en de trage montage geven je soms het gevoel dat je naar een homevideo zit te kijken. Het scenario volgt meestal een eenvoudig en één dimensionaal stramien. Expliciete verwijzingen naar seks zijn taboe, hekserij en zwarte magie zijn dan weer populaire thema’s en de verhalen bevatten ook steeds een duidelijke moraal.

moraal van het verhaal

Het verschil in stijl lijkt de grootste belemmering om ook internationaal door te breken, maar de meeste producenten zijn niet meteen van plan om hun stijl te verloochenen: in Ghana betekent het immers ook hun succesformule.

“Het is de taak van de filmmaker om een boodschap te brengen aan het publiek. Hij moet hen iets vertellen, een spiegel voorhouden”, vertelt een filmstudent aan de universiteit van Accra. “Mensen moeten zich ook kunnen herkennen in het verhaal, het moet stroken met hun alledaags leven. Daarin verschillen we van Amerikaanse films.”

Safo kleurt graag buiten de lijntjes. Hij heeft van controverse zijn handelsmerk gemaakt en zoekt bewust de grenzen op. Hij verwijst wel openlijk naar seks en creëert geregeld een relletje: “Ik wil dat mensen over mijn films praten. Ik beschouw ze als een doos waarin ik de samenleving stop en waarmee ik dan eens goed schudt.”

Niet iedereen gaat op deze manier te werk. Shirley Frimpong-Manso is de reizende ster aan het firmament van de Ghanese film. Ze staat symbool voor de professionalisering van de sector. Dat begint bij het budget dat tussen $100.000 en $150.000 ligt en eindigt bij de distributie. Ze was de grote slokop op de Afrika Movie Awards en haalt als een van de weinige Ghanese producenten het bioscoopcircuit. Dat is eerder een erezaak dan wel een bron van inkomsten, aangezien de zalen in het land op twee handen te tellen zijn.

Auteurs worden nauwelijks beschermd, iedereen kan volop kopiëren en films vertonen zonder een straf te riskeren

Manso kiest ook voor een meer Amerikaanse aanpak, met een stevige Ghanese touch, dat wel, maar het verschil met Safo’s films is duidelijk. “Ik probeer bewust de positieve kant van Ghana te tonen en hou me ver weg van de clichés, zoals de strohutten of hongerige kinderen. Die zijn er nog steeds, maar ik concentreer me liever op de rijkdom die hier ook aanwezig is. Ik zet sterke vrouwelijke karakters neer en ga in tegen het klassieke beeld van het Ghanese gezin”, aldus Manso.

Al deze aspecten zijn duidelijk te zien in haar laatste film Grey Dawn die momenteel in Ghana in de zalen is en waarmee ze ook de internationale toer op wil.

Piraterij

Ondanks de verschillende aanpak kampen Manso en Safo met eenzelfde probleem: inkomsten. Piraterij krijgt de vrije loop in Ghana en ook de grote concurrentie en het gebrekkige verdeelcircuit baren de producenten zorgen.

Bioscopen zijn er nauwelijks en slechts op twee plaatsen in het land worden de films exclusief en tegen een redelijke prijs aangeboden. Daarna vinden ze hun weg naar de straatverkoop. Eens ze daar beland zijn, brengen ze nog nauwelijks iets op.

Naast piraterij bestaan er ook amper wetten die de auteurs beschermen. Iedereen kan kopiëren en films vertonen zonder een straf te riskeren. Zowel Manso als Safo hopen dat er gauw een wetgevend kader wordt gecreëerd dat hen meer zekerheid kan bieden. Er ligt momenteel een wet voor in het Ghanese parlement die daar gedeeltelijk aan tegemoet zou moeten komen.

Ondertussen probeert Manso langzaam in het internationale circuit opgenomen te worden. Haar eerstvolgende film die in mei uitkomt, zal te zien zijn op het filmfestivals van London en Toronto. Voor de meeste Ghanese producties is dit echter geen optie. Safo experimenteert momenteel met kortere producties, speciaal voor Youtube, al is het nog niet meteen duidelijk of dat ook een succes zal blijken.

Desondanks blijft Safo optimistisch: “Hoewel het lang niet eenvoudig is om het hoofd boven water te houden, staan we er pakken beter voor dan toen ik eraan begon. Zo lang er camera’s zijn, zullen we films blijven maken.”

Wie een volledige film wil bekijken, kan terecht op Youtube voor Unknown Angel en The Last Virgin.

Auteur: Berber Verpoest

Berber Verpoest studeerde journalistiek (bachelor) en politieke wetenschappen (master). Hij werkt als freelance (video)journalist voor onder andere Apache.be, De Standaard en VRT. Hij is winnaar van de Loep 2010 voor jonge onderzoeksjournalisten.

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid