Vlucht

1

Fuck Amerika: Bronsky’s bekentenis, een roman van EdgarHilsenrath, begint met de vraag van een joodse man om te mogen emigreren naar de VS. Het jaar is 1938 en de man beweert dat hij een voorspellende maagzweer heeft.

Jeroen OlyslaegersUiteindelijk antwoordt de Amerikaanse consul-generaal hem dit: “Mocht u gelijk hebben met uw voorspelling van de gaskamers en executiepelotons, dan raad ik u aan nu al een testament te maken en de immigratiewens van de familie Bronsky duidelijk te formuleren, zodat uw executeur-testamentair in 1952 – het jaar waarin de inreisvisa vermoedelijk geldig zullen zijn – uw as overeenkomstig uw wens naar Amerika kan sturen. Hoogachtend, de Amerikaanse consul-generaal.”

Dit weekeinde begon ik in dit boek te lezen en die zinnen kwamen spoken toen ik las hoeveel bootvluchtelingen de Europese gemeenschap nog in haar fort Europa wenst te ontvangen.

Amerikaanse droom

Hilsenrath is een late ontdekking in ons taalgebied. Ik geloof dat het de schrijver Arnon Grunberg was die mee aan de kar heeft getrokken om deze auteur bekendheid te geven. Bij de publicatie van De nazi en de kapper was het voor mij meteen prijs. Wat een boek, met wat voor invalshoek. Ex-nazi en massamoordenaar tracht te overleven als joodse kapper in Israël. Dat alleen al laat zich lezen als de pointe van een of andere zieke grap. Maar Hilsenrath puurt uit dat groteske gegeven een duistere en komische roman over de maskers die we dragen en de flauwekul die we elkaar wijs maken.

De schrijver overleefde de oorlog in een getto in Oekraïne, werd door de Russen bevrijd en probeerde achtereenvolgens in Israël en de Verenigde Staten een bestaan op te bouwen. Fuck Amerika doet me af en toe aan het werk van Henry Miller denken, hoewel Gilsenrath veel minder woorden nodig heeft om de Amerikaanse droom tot scabreuze proporties te herleiden. De belevenissen van Ruben Jablonski, net vorige maand in het Nederlands verschenen, wordt als een “autobiografische roman” omschreven en gaat over Hilsenraths tijd in Israël, en ook in dat boek wordt het hoofdpersonage getoond in zijn strijd om financieel te overleven terwijl hij tegelijk zijn lul achterna loopt. Net zoals De nazi en de kapper leggen deze twee boeken expliciet de link tussen de Holocaust en wat er na gebeurt; de vlucht, met andere woorden, de hoop op een beter bestaan, ver van de rookwalmen van Auschwitz.

Zodra we ons schuldig voelen, benadrukken we dat we perfect weten wat goed is en wat kwaad

Machteloosheid

Hilsenrath is een meester. Maar zijn werk had tijd nodig om lezers te vinden. Zijn eerste werk, Nacht, speelt zich af in een getto en toont tot wat mensen in staat zijn als de dood een alomtegenwoordige dreiging is. Het vermogen om levens te beschrijven zonder maskers en zonder genade, waar de lijnen tussen slachtoffer en beul vaag worden vanwege de rare kronkelingen van het leven, kortom: een werkelijkheid weer geven waar moraal geen vat op heeft (tenzij als excuus voor hypocrisie) vraagt om een zoektocht naar lezers. Zodra we ons schuldig voelen, benadrukken we immers dat we perfect weten wat goed is en wat kwaad. Zodra vluchtelingen verdrinken in de Middellandse Zee, weten we wie dit onheil veroorzaakt heeft. Uiteraard zijn wij dat niet, maar zijn het onze leiders en het systeem dat zij ons opdringen, waarin we, hooguit wat mopperend, dienen te rennen als cavia’s in een molen. Machteloosheid en moraal zorgen hier voor vreemde kruisbestuivingen.

Schrijvers die ons helpen om dat onderscheid te maken, verlichten die machteloosheid. Maar helaas blijkt een moreel onderscheid vaak een dwaas sprookje dat de ware nachtmerrie maskeert. Hilsenrath helpt niet, integendeel: hij maakt alles erger. Zijn personages zijn overlevers die zichzelf de luxe van een moraal niet kunnen veroorloven, tenzij als begin van een zwarte grap. In zijn boeken is niemand nog geïnteresseerd in het onderscheid tussen goed en kwaad. In zijn wereld zijn vluchtelingen niet heilig, kan geen enkel verleden worden ingeroepen als een excuus en blijft een mens simpelweg een mens, graaiend naar mogelijkheden, krabbend aan zijn lul vanwege teveel goesting en te weinig geld, klaar om te worden misbruikt door een idioot die toevallig op dat moment wat slimmer is dan hijzelf, en evenzeer klaar om zelf die oplichter te zijn.

Soms is zijn toon wat lichter, toont hij zich wat welwillender jegens de nostalgie van zijn hoofdpersonages, maar meer dan dat krijg je niet. Vreemd is het dan ook dat ik dit weekeinde zijn stekelige, confronterende werk begon te lezen en te herlezen en dat het aanvoelde als een zwart-komische vlucht. Terwijl ik dit schrijf, begin ik te beseffen waarom. Soms kan deze zogenaamde werkelijkheid stevig aan je mouw trekken om jezelf op te stellen als moreel scheidsrechter, ook al heb je zelf nauwelijks macht of invloed. Soms lijkt dat op roepen tegen je eigen spiegelbeeld. Hilsenrath zorgt voor deze spiegelervaring door het smerige overleven zo centraal te stellen. En wat daarna? Je blijft roepen. Je kunt niet anders.

Auteur: Jeroen Olyslaegers

Jeroen Olyslaegers (°1967) schrijft romans, theaterstukken en columns. Zijn nieuwste roman Wil komt in augustus uit bij de Bezige Bij. Hij werkte samen met Occupy Antwerp voor acties rond armoede in de stad en richtte met vrienden de zogenaamde ‘geefpleinen’ op. In 2014 kreeg hij de Edmond Hustinx-prijs voor zijn theateroeuvre en de Ark-prijs van het Vrije Woord.

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid