Dienstverlening

2

Een van de sleutelscènes van deze tijd maakte ik een tiental jaar geleden mee aan een bankloket. De mens achter het glas probeerde me te overtuigen dat het in mijn voordeel was om over te stappen naar pc-banking. Beter was het, volgens hem, om thuis zoveel mogelijk bankzaken te verrichten. ‘Dan hoeft u nooit meer aan te schuiven,’ voegde hij er aan toe en hij wees oprecht glimlachend naar zichzelf, het loket, de krappe wachtruimte vol slechtgezinde mensen.

Jeroen Olyslaegers Het was zijn glimlach die het hem deed. Wonderlijk was het hoe deze mens er blijgezind voor pleitte om zijn eigen baan mee naar de haaien te helpen. Sterker nog: dat het in mijn belang was, dat het om dienstverlening aan mij ging om ervoor te zorgen dat ik hem en zijn collega’s nog zelden hoefde te zien. Zijn baan, de service die hij aanbood, bleek dus een hindernis naar een meer praktische wereld, een waar dienstverlening aan de klant nog belangrijker zou worden.

De Lijn

Als het gaat over dienstverlening, moeten we ons nu blijkbaar afvragen wat de overheid nog voor ons kan betekenen. Op zich is dat geen slechte denkoefening, zeker niet als het gaat over ons openbaar vervoer. Als je kijkt naar De Lijn, kan je als gebruiker alleen maar vaststellen dat er de afgelopen dertig jaar gewoon geen coherente visie werd ontwikkeld. Geen enkele regeringscoalitie heeft ooit weten te formuleren wat de toekomst is van deze dienstverlening, laat staan dat er fundamentele daden werden ondernomen om die mogelijke visie te stutten. Nee, wanneer De Lijn in het nieuws komt, gaat het over besparen. Geen visie en steeds minder geld en dat gedurende decennia; een mens mag blij zijn dat deze dienst nog überhaupt bestaat.

De Lijn zelf wil nu weten waar ze aan toe is. Dat lijkt me een terechte verzuchting. Het mag nuttig wezen te overwegen of een maximale dienstverlening die alle uithoeken van het land op vaste tijdstippen met elkaar verbindt nog zin heeft. Uiteraard is er over dat laatste al lang geen sprake meer. Het netwerk van De Lijn werd zo stelselmatig uitgerafeld dat er in sommige uithoeken nauwelijks nog sprake is van een dienstverlening. Normaal gezien zou dat verbazing moeten wekken bij alle maatregelen die een land dient te ondernemen om de gevolgen van de klimaatopwarming op te vangen. Maar aangezien we in dit land nog steeds doen alsof klimaatopwarming iets is dat kan worden aangepakt als de écht grote problemen zijn afgehandeld, dat dit probleem eerder iets is voor bij de koffie en de sigaren dan een waarlijk hoofdgerecht, is het voorspelbaar dat niemand van de beleidspartijen ecologie in dit dossier centraal stelt.

Het is een waar juk om bestuurd te worden door mensen die blijkbaar werden diepgevroren tijdens de jaren tachtig en nu weer tot leven zijn gewekt

De klant

Het is een waar juk om bestuurd te worden door mensen die blijkbaar werden diepgevroren tijdens de jaren tachtig en nu weer tot leven zijn gewekt. Dan krijg je bijvoorbeeld een Marino Keulen van Open Vld die voor privatisering pleit. In het belang van de klant, uiteraard! Laat de vrije markt het oplossen! Niets dan winst! Je zult die ticketprijzen zien dalen! De mens klinkt als de stem op een versleten cassetje dat de nieuwste van Duran Duran aanprijst. Behoort het tot de kerntaken van de overheid om overal openbaar vervoer te garanderen, vraagt deze kloon uit de jaren tachtig zich af. De liberalen zijn waarlijk de laatsten om daar over te oordelen. Zij hebben nooit een spreekwoordelijke fuck om dit dossier gegeven, tenzij om de boel te verkopen. Dat is geen vraag, dat is het afspelen van een bandje in een antwoordapparaat uit lang vervlogen tijden.

De christendemocraten menen wél mee te zijn met deze tijd. Laat ons sommige diensten gewoon vervangen door Uber! Leve de 21ste eeuw! Uber, een taxidienst zonder regels, wordt door sommigen nog steeds verkocht als de toekomst, als een peer-to-peer netwerk van gebruikers en chauffeurs onder elkaar. Intussen zijn er al genoeg mensen, waaronder sommigen die zelfs weten waar ze het over hebben, die vertellen dat Uber niets minder is dan postkapitalisme in overdrive waarbij een paar handige jongens rijk worden door een dienst in elkaar te flansen die elk arbeidsrecht negeert.

Dat beleidsmensen dit suggereren als een mogelijke vorm van dienstverlening is aandoenlijk. Het bewijst immers dat ze zelf niet meer weten wie ze zijn en wie ze vertegenwoordigen. Ze klinken als argeloze idioten die ervoor pleiten om de politicus als pragmatisch visionair simpelweg af te schaffen, de loketten te sluiten, en vrolijk “trek uw plan achter uw eigen laptop, nee: smartphone” te kwaken. Voorspelling: er komt geen debat over De Lijn. In de hoofden van de mensen die beweren ons systeem te besturen bestaat “ons” openbaar vervoer immers niet meer. Maar wie bestuurt de bestuurders? Ik stel voor dat we hen vervangen door een écht peer-to-peer netwerk. Het is niet hip, want er bestaat al een tijdje een naam voor: democratie. Om maar te zeggen: u en ik spelen geen enkele rol meer in deze schijnvertoning van dienstverlening.

Auteur: Jeroen Olyslaegers

Jeroen Olyslaegers (°1967) schrijft romans, theaterstukken en columns. Zijn nieuwste roman Wil komt in augustus uit bij de Bezige Bij. Hij werkte samen met Occupy Antwerp voor acties rond armoede in de stad en richtte met vrienden de zogenaamde ‘geefpleinen’ op. In 2014 kreeg hij de Edmond Hustinx-prijs voor zijn theateroeuvre en de Ark-prijs van het Vrije Woord.

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid