N-VA speelt loopjongen voor krantenbonzen

10 februari 2015 Tom Cochez
vrt
(Foto R/DV/RS)
vrt
(Foto R/DV/RS)

"De website van de VRT vervalst met haar geschreven interviews de concurrentie". Zo begint een persbericht dat N-VA eind vorige week rondstuurde, nadat de mediaspecialist van de partij, Wilfried Vandaele, eerder op de dag minister van Media Sven Gatz (Open VLD) over het thema ondervroeg in de Commissie Media van het Vlaams Parlement.

Pret

Steen des aanstoots is een soort weekendinterview dat sinds eind januari op deredactie.be verschijnt en dat, zo fulmineert vooral N-VA, blijkbaar "de concurrentie vervalst". Nu is het geen groot geheim dat politieke interviews vaak bijzonder gevoelig liggen. Toch in het hoofd van veel politici en Wetstraatjournalisten. Wie mag wel? Wie mag niet? Op welke pagina? En welke primeur maakt deel uit van het totaalpakket? Daar wordt week in, week uit heel hard over nagedacht en driftig over onderhandeld binnen de Wetstraatstolp, maar het verklaart natuurlijk niet waarom N-VA zo in haar wiek is geschoten. Dat nu ook de VRT op haar site deredactie.be in het weekend een interview brengt, kan in principe de pret enkel vergroten. Meer plaats, meer interviews. Iedereen blij, toch?

Dat uitgerekend N-VA zich aandient als spreekbuis van de grote mediagroepen is niet helemaal verrassend

Niet dus. De krantenuitgevers zijn niet blij. Om een of andere reden horen de mediagroepen plots de doodsklokken luiden nu deredactie.be plant om wekelijks een interview te brengen. "De website van de VRT vervalst met haar geschreven interviews de concurrentie", klinkt dat vervolgens in de woorden van de loopjongen van dienst, die de dag ervoor zijn vraag mocht aankondigen in De Standaard. Twee weken eerder had De Morgen in een artikel al eens eensgezind haar eigen hoofdredacteur en die van De Standaard opgevoerd om wat blijkbaar de meest gruwelijke scheeftrekking in jaren op de mediamarkt moet zijn, aan te kaarten. Wij kennen er andere, maar dat is een ander verhaal.

Machtspartij

Dat uitgerekend N-VA zich aandient als spreekbuis van de grote mediagroepen is niet helemaal verrassend. Het toont vooral hoe de verpopping tot klassieke machtspartij er intussen zo goed als afgerond is. Zo'n machtspartij dient zich aan te schurken tegen "the powers that be". Oude idealen verdwijnen dan als sneeuw voor de zon, zelfs de Vlaamse eisen.

Want net in het mediadebat zou N-VA met recht en reden de Vlaamse trom kunnen roeren. Media is in België namelijk een bevoegdheid voor de gemeenschappen, alleen is dat enkel zo op papier. Het gros van de financiële instrumenten om een mediabeleid echt aan te sturen zit federaal. Het overgrote deel van de indirecte steun van jaarlijks ongeveer 400 miljoen euro aan kranten en tijdschriften, passeert als distributiesteun (langs Bpost) en via voordelige btw-0-tarieven. Federaal dus.

N-VA kiest er als nieuwbakken loopjongen van de grote mediagroepen voor om die federale steun vooral Belgisch te houden in plaats van ervoor te ijveren om een echt Vlaams mediabeleid te kunnen voeren. Liever in zee met de krantenuitgevers - die heb je als machtspartij immers broodnodig - dan meer effectieve bevoegdheden voor Vlaanderen. Als partij die zowel federaal als regionaal aan de knoppen zit, is het enkel een kwestie van prioriteiten.

Wie de VRT de kans ontzegt om haar digitale poot verder te ontwikkelen, ontzegt de openbare zender indirect de toekomst. Het lijkt er op dat net dat de bedoeling is.

Vrije markt

Die prioriteit is duidelijk en in essentie gaat het natuurlijk om veel meer dan enkel een wekelijks interview op de site van de VRT. Volgend jaar krijgt de VRT immers een nieuwe beheersovereenkomst opgelegd en het laat zich raden dat met een door N-VA gedomineerde Vlaamse Regering de vleugels van de openbare omroep verder zullen worden geknipt. Wat we de voorbije weken zagen gebeuren, is dan ook niet meer dan een soort prelude daarop, en dat daarbij de digitale poot van de VRT geviseerd wordt, is allesbehalve toevallig.

De toekomst van media zal immers digitaal zijn of ze zal niet (of nog maar een beetje) zijn. Wie de VRT de kans ontzegt om haar digitale poot verder te ontwikkelen, ontzegt de openbare zender indirect de toekomst. Het lijkt er op dat net dat de bedoeling is. Van krantenuitgevers kan je dat verwachten. Van sommige partijen die een uitgesproken neoliberaal discours voorstaan ook. Maar ook journalisten op krantenredacties zingen de riedel van de "oneerlijke concurrentie door de VRT" graag uit volle borst mee.

De vraag die straks onvermijdelijk op tafel komt is: hoe groot mag de openbare zender (nog) zijn? En als het van sommigen afhangt: hebben we er eigenlijk nog wel een nodig? Of nog: laten we media en journalistiek niet beter gewoon helemaal aan de vrije markt over?

LEES OOK