De Avonden

26 januari 2015 Herman Loos
Herman Loos - Column - Uitgelicht
Herman Loos

Op een fuif vorige maand kwam ik drie oud-studenten tegen. Een van hen vertelde me dat ze mijn lessen vroeger zo leuk had gevonden. Ik antwoordde naar waarheid dat ik bij elke les een beetje meer dood gegaan was vanbinnen en dat het me verbaasde dat dit studenten nooit was opgevallen. Ook zij zijn nu twintigers en worden opgeslokt door de wereld die mij op enkele jaren tijd heeft fijngemalen tussen haar kiezen. Het gemak waarmee zij zich aanpassen, zij wel, kan mij bij momenten nog steeds compleet van mijn sokken blazen. Toch ben ik op een punt gekomen dat ik mij zelfs de vraag niet meer stel of ik zou kunnen wat zij doen.

Dertigers

De buurman, ook een buitenlander, passeert als ik een toertje met de hond ga lopen. Het is zaterdag en hij rijdt naar een werf. Zijn zaak heb ik in de afgelopen jaren bestendig zien groeien. Vroeger gingen we wel eens fietsen, met een biertje achteraf, maar daar heeft hij al lang geen tijd meer voor. Het werd zelfs een grap tussen ons, dat om exact dezelfde reden hij geen tijd meer had om samen te fietsen en ik geen geld om samen te skiën. Dat zouden we beide heel spijtig kunnen vinden maar we doen het niet. Je maakt keuzes. Je wint en je verliest. Vrienden worden ook in rekening gebracht.

Je moet op een eiland durven leven. Ik toch

Hoe gemakkelijk mensen geld uitgeven, blijft me verbazen. De evidentie van de consumptie valt niemand op, behalve degene voor wie het nooit een evidentie is geweest. Gewoon afspreken zonder dat daar iets bij moet, een voorstelling, een restaurantje, een leuke attentie – met een deel van mijn kennissenkring lukt dat gewoon niet meer. Dat een bord bijzetten of een fris pintje uit de frigo meer dan voldoende is, geldt niet meer nu we dertigers zijn, druk bezet maar goed verloond. Je daaruit laten afzakken is misschien wel de moeilijkste oefening. Je moet op een eiland durven leven. Ik toch.

Handbereik

De afgelopen jaren zijn niet altijd eenvoudig geweest maar tegelijk waren ze de meest rustige van mijn leven. In de jaren waarop mensen geacht worden zichzelf voorbij te lopen, is mijn wereld bijna blijven stilstaan. Het is de enige manier waarop ik mijn leven kan leven. De beperkte waaier aan dingen die ik in dit leven naar waarde schat, is schaars maar steeds binnen handbereik. Er gaat geen dag voorbij zonder dat ik mezelf zeg: die nemen ze me nooit meer af. En elke avond zit ik in de schaduw van de moerbeiboom, met naast de fles een tweede glas.

LEES OOK