‘Het falen van het beleid is óók het falen van de journalistiek’

21 januari 2015 Peter Casteels
Macht van de Media
(Beeld: Philip De Bie)
Macht van de Media
(Beeld: Philip De Bie)

In het derde debat in de reeks ‘Macht van de Media’ ging het in Heist-op-den-berg maandagavond over deontologie. Daarvoor waren naast Leo Neels ook de hoofdredacteur van Het Journaal op de VRT, Björn Soenens en hoofdredacteur van Story, Frederik De Swaef uitgenodigd. Die laatste ligt regelmatig onder vuur in deontologische discussies en voorvoelde wellicht dat het deze avond niet anders zou zijn. “Wij hadden vorig jaar evenveel klachten bij de Raad voor de Journalistiek als De Krant van West-Vlaanderen. Drie”, ging hij maar meteen in het verweer. “Ik zit in de Raad voor de Journalistiek om precies te weten waar de grens ligt. Maar zelfs alle juridische processen die tegen ons zijn gevoerd over journalistieke discussies hebben wij de afgelopen zeven jaar gewonnen.”

Zoals verwacht kon De Swaef op kritiek rekenen. Leo Neels, in een ver verleden nog directeur van VTM en voorzitter van de raad van bestuur van persagentschap Belga , vond zijn kijk op de zaken iets te optimistisch. “Het is dubbelzinnig. Bekende Vlamingen hebben de aandacht die ze in een blad als Story krijgen nodig voor hun carrière. Ze zullen dus niet snel klacht indienen tegen schendingen van hun privacy”, zei hij. “Daarnaast heb ik de indruk dat de Raad voor de Journalistiek regelmatig zaken vergoelijkt. Dat heeft er misschien mee te maken dat er te veel mensen in zetelen die zelf in de journalistiek zitten. De reputatieschade die vaak het gevolg is van journalistieke fouten is nochtans – zeker wanneer alles nu in Google kan worden teruggevonden - onmogelijk te herstellen.”

Leo Neels: Ik de indruk dat de Raad voor de Journalistiek regelmatig zaken vergoelijkt

Ook Björn Soenens heeft met Het Journaal regelmatig te maken met klachten van mensen die het onderwerp waren van het nieuws. “Het is niet zo dat journalisten geen ethisch kompas meer hebben. Meestal gaat het om slordigheden”, verdedigde hij zich op zijn beurt. “Een voorbeeld is een vrouw die haar baan was verloren omdat ze naaktfoto’s had laten maken in het justitiepaleis waar ze werkte. In de ene uitzending hadden we die foto’s geblurd maar in de andere niet. Dat was een fout. We hebben een schadevergoeding van 10.000 euro moeten betalen. Maar vaak helpt het om gewoon met de mensen te praten, fouten te durven toegeven en excuses te maken.”

Maar ook daar was Leo Neels niet helemaal van overtuigd: “Een professionele redactie zou moeten zeggen: zo doen wij het niet. Wij streven correctheid na en vermijden slordigheden. Ik heb ooit een hoofdredacteur kwaad gemaakt door hem te vertellen: ‘Als geneesmiddelenbedrijven medicijnen zouden maken zoals u nieuws, zouden er bij bosjes doden vallen.’” Ter achtergrond: Leo Neels was tot voor kort directeur van de belangenorganisatie van geneesmiddelenproducenten, Pharma.be

View from nowhere

Björn Soenens gebruikte de avond om zijn visie over journalistiek uiteen te zetten. Die deed op heel wat punten denken aan het pleidooi dat Rob Wijnberg van De Correspondent al een hele tijd houdt. “De journalistiek geeft een megafoon aan uitzonderingen”, vertelde Soenens. “Er ontstaat een donker en verwarrend klimaat waarin iedereen die een kostuum draagt verdacht is. Het nieuws dat wij brengen heeft een enorme impact op de psyche van mensen. Wij willen ook laten zien hoe incidenten zich verhouden tot de realiteit. De normaliteit moet ook een plaats hebben in nieuwsuitzendingen, en journalisten moeten mensen perspectief geven.”

Bjorn Soenens: Journalisten moeten meer doen dan droogjes verslag uitbrengen: objectiviteit bestaat toch niet

De journalistiek moet weer ambitieuzer worden. Soenens: “Vaak laten journalisten een voor- en een tegenstander van een onderwerp aan het woord en moet daarna iedereen het maar zelf uitzoeken. Journalisten moeten ook zelf conclusies durven trekken op basis van hun kennis en expertise. Daarvoor hoeven we echt niet paternalistisch te worden. Journalisten moeten meer doen dan droogjes verslag uitbrengen: objectiviteit bestaat toch niet. Wie daarnaar streeft, komt uit bij ‘the view from nowhere’.”

Maar aan de andere kant moet er ook plaats zijn voor emoties. Soenens verdedigde zijn keuze om na de aanslagen op Charlie Hebdo een beeldmontage uit te zenden met daaroverheen het nummer ‘We zullen doorgaan’ van Ramses Shaffy. Soenens: “De halve redactie vond dat er ver over. We hebben het toch gedaan. Emoties zijn nodig om mensen te betrekken bij het nieuws. Anders haken ze af.”

Leo Neels bleek een traditionelere visie op journalistiek te hebben. “Macht leidt tot corruptie”, begon hij zijn betoog. “Wie veel macht heeft, zal die proberen te misbruiken. Daar zijn honderden voorbeelden van.” En daar moet ook de journalistiek op worden afgerekend. Neels: “België heeft vandaag een dramatische staatsschuld, er zitten overal putten in de wegen en justitie functioneert niet meer. Wat na de Tweede Wereldoorlog is opgebouwd, is bijna vernietigd. Daarvoor ligt een grote verantwoordelijkheid bij de pers. Journalisten hebben veel vrijheden: doe er dan ook iets mee. Dat gebeurt vandaag amper. De maatschappelijke relevantie van wat journalisten van Story doen is nul. Het falen van het beleid is ook het falen van de journalistiek.”

Leo Neels: Charlie Hebdo is een grof weekblad zoals je er nergens in de wereld een kan vinden. Het is een voorbeeld van Parijse hoogmoed van de linkerzijde

Je ne suis pas Charlie

Tijdens de vragenronde van het debat ging het over de terreuraanslagen op Charlie Hebdo en de cartoons waarin Mohammed werd afgebeeld die daartoe de aanleiding gaven. Björn Soenens vertelde dat Het Journaal die beelden niet zonder context te geven heeft uitgezonden. “Als Vlaanderen echt een multiculturele samenleving is, moeten we ook aanvaarden dat er mensen zijn die anders denken en andere waarden hebben dan wij. In Het Journaal lieten wij meisjes in een school in Anderlecht aan het woord die de afbeeldingen niet vonden kunnen. Daar moeten we rekening mee houden.”

Leo Neels was hard voor de Franse cartoonisten: “Je ne suis pas Charlie. Charlie Hebdo is een grof weekblad zoals je er nergens in de wereld een kan vinden. Het is een voorbeeld van Parijse hoogmoed van de linkerzijde. De aanslagen zijn gruwelijk, maar de manier waarop Charlie Hebdo heeft gereageerd in hun laatste nummer is bedenkelijk. Er wordt met kogels geschoten en zij schieten terug met hun potlood. Dat is een klassiek voorbeeld van kijk-mij-nu-eens-journalistiek.”

Daar was Frederik De Swaef het niet mee eens. “Ik vond dat nummer tegelijk mild en straf. Goed gedaan. Ik heb na de aanslagen onze twee cartoonisten gevraagd of ze plannen hadden Mohammed te tekenen. Dat hebben ze niet gedaan. Het moet wel kunnen maar we moeten ook geen mensen nodeloos kwetsen.”

Verslagen van de eerdere debatten vindt u hier en hier. Op deze site vindt u meer informatie over de hele reeks.

LEES OOK
Tom Cochez / 09-12-2009

'Onze media spelen met hun geloofwaardigheid'

'In feite zou het Fonds Pascal Decroos overbodig moeten zijn. Ons bestaan op zich impliceert al kritiek op de gang van zaken in de media.' Dat zegt Ides Debruyne, directeur van…
Ides Debruyne