Motivatie

2

De eerste keer dat je opnieuw zonder handschoenen driehonderd etiketten kleeft op de bestelling van een groothandel terwijl een gigantisch koelelement polaire lucht op je handen blaast, dat is het uitgelezen moment om het enthousiasme om terug een seizoen in het slachthuis te werken tot realistische proporties terug te brengen. En hoe lekker de cake tijdens de zaterdagpauze ook is, drie meter verderop staat steeds iemand bloed en pluimen van zijn schort te spuiten met een drukreiniger.

Herman LoosWij werken zes dagen per week, een maand lang, elke avond tot het werk gedaan is. Soms draaien we dagen van zes uur, dan weer dagen van twaalf uur. Langer dan een maand trek je dat niet, vijftig uur per week in een frigo werken, maar tijdens die maand is het een zeer genietbare job. Op zaterdag wordt de weekploeg aangevuld met volk allerhande. Zo is het op elk tijdelijk werk dat ik hier aanneem: er zijn altijd collega’s te vinden die op zaterdag om vijf uur ’s ochtends uit hun bed rollen om nog een of andere aanvullende job te draaien.

Peanuts-litanie

Tijdens het versleuren van paletten, geladen met vierhonderd kilo vers geslacht gevogelte, het stapelen van twintig kilo zware dozen en het kleven van etiketten is er veel tijd om na te denken. Afgelopen week maalde de peanuts-litanie weer in mijn hoofd, of het aloude riedeltje dat je topmensen voldoende moet betalen en niet te zwaar mag belasten, wil je hen gemotiveerd houden. Ik vroeg me af waar ik zelf de motivatie vandaan haal. Nieuwsgierigheid, denk ik, en ook wel de echtheid die van handenarbeid afstraalt.

Voor mijn collega’s, degene met de aanvullende jobs, is het motivatieprobleem nog een stuk eenvoudiger. Hun tienerdochter wil namelijk gewoon als alle anderen met de school op skivakantie en geeft er voor de rest geen hol om dat pa of ma, alleenstaand of niet, met een minimumloon elke maand opnieuw creatief moet zijn om toch maar weer het hele plaatje rond te krijgen. Of eender welk gelijkaardig probleem. Het schijnt immers oneindig eenvoudiger te zijn jezelf iets te ontzeggen dan je kinderen.

Afgunstsociologie

Niets is treuriger dan een mens die wil verdedigen dat de ene mens recht heeft op het honderdvoud van een andere

De voldoening die een alleenstaande moeder voelt wanneer ze dankzij haar tweede job haar zoon of dochter een onverhoopte vakantie kan bezorgen: bezorg ons de schrijfster die ze in woorden vat. Waar anders dan in de literatuur vindt ze immers nog motivatie, de graaigrage marktelite met de mond vol rechtvaardiging, die zich zo graag bedient van slim bedachte neologismen zoals afgunstsociologie – alsof het wegzakken in modderige ellende van een steeds aanwassende onderklasse van minimumloners zomaar met een handjevol marketinghandigheidjes kan worden weggezet.

Ergens tussen etiket tweehonderd en driehonderd slaat de tristesse toe: niets immers is treuriger dan een mens die wil verdedigen dat de ene mens recht heeft op het honderdvoud van een andere om een beetje motivatie te vinden. Dit leven moeten leven zonder te beseffen dat het onzin is. Dat krampachtige stutten van een Pisa-economie die toch ooit omgaat. Mijn hoofd wordt zwaar en mijn handen gevoelloos. Onhandig wrijf ik de kristallen uit mijn ooghoeken.

Auteur: Herman Loos

Herman Loos is auteur van Menselijke grondstof. Over leven op de bodem van de Europese arbeidsmarkt (Uitgeverij EPO), docent filosofie en ethiek aan hogeschool Odisee (Brussel) en docent sociologie aan AP Hogeschool (Antwerpen). Hij schreef columns voor Apache en publiceert ongeregeld opiniestukken en gastbijdragen bij uiteenlopende media.

Word lid

Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu nog aan 6,66 euro per maand.


Ja, ik word lid