Opinieschrijverij

1 december 2014 Herman Loos
Herman Loos - Column - Uitgelicht
Herman Loos

De opinieschrijverij zou een wereldbeker communicatieve rationaliteit kunnen zijn. Voor de opinieschrijver is het belangrijkste dat hij zijn inzichten kan aanscherpen of veranderen. De opinie is, of zou moeten zijn, het beste wat de schrijver te bieden heeft na een meedogenloos schizofreen zelfonderzoek. Aan het einde van dit gedwongen ouderschapsverlof stuurt hij zijn opinie de wereld in, in de hoop dat het kind niet enkel zijn streng zal trekken maar uiteindelijk beter wordt dan wat de schrijver in zich heeft. Zonder tegenargumentatie is de opinie een wolvenjong.

Naadje en draadje

Het intellectuele debat vraagt engagement. Normaal gesproken is een opinie namelijk zo opgebouwd dat ze een sluitende redenering vormt en niet zomaar met haken en ogen aan elkaar hangt. Ze vraagt van de lezer een intellectuele inspanning, een zoektocht naar het naadje dat net wat losser zit en de juiste steek om het verhaal te ontrafelen, wat dan weer een uitnodiging is aan de schrijver om de draad op te pikken. Het is bij de tweede en meer nog de derde stap dat het intellectuele debat, en dus het Habermasiaanse communicatieve handelen, over het algemeen de mist in gaat.

Opiniestukken zijn oogsnoep, goedkope lokkertjes. Je smult ervan of je laat ze links liggen. Het merendeel van de reacties bestaat uit likes, shares, retweets of een inhoudsloze afwijzing: "Dit is onzin." In geval er onverhoopt toch onderbouwde tegenwerpingen komen – zoek ze vooral niet op non-argumentatieve platforms zoals Twitter – voelt de opinieschrijver zich door de band genomen niet geroepen in het debat te stappen. Misschien is het een onderdeel van onze oppervlakkige genotscultuur dat wij zoveel mogelijk verzaken aan andere meningen en de intellectuele inspanning die ze van ons vragen?

Tijd of goesting

Misschien is het een onderdeel van onze oppervlakkige genotscultuur dat wij zoveel mogelijk verzaken aan andere meningen?

Eigenlijk is het in de opinieschrijverij, net als in het leven, eenvoudig: de enige interessante mening is de andere. Precies daarom is de opinieschrijver het aan zichzelf verplicht mee in het publieke debat te stappen. Opiniestukken zijn kinderen: je zet ze na het ouderschapsverlof niet af bij de opvang waar ze verder hun plan maar moeten trekken. Meningen vragen een actieve opvoeding, en net als bij kinderen moeten zij die daar geen tijd of goesting in hebben, ze niet op de wereld willen zetten.

Er wordt in het publieke debat van onze zogenaamde kennissamenleving al bij al bijzonder weinig geargumenteerd. Soms lijkt het alsof de onderbouwde discussie als format opzij is gezet wegens te weinig mediageniek en een schrijnend gebrek aan lolligheid. Wat verkoopt is een stellingenoorlog in de loopgraven van het grote gelijk. Wat mij, al bij al, opnieuw terugbrengt tot mijn methodische twijfel aan het nut van het concept communicatieve rationaliteit.

LEES OOK